Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:6701
2026-09-02
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/16/614663 / KG ZA 26-441
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verstekvonnis afgifte hond en kat in kort geding
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.210 tekens)
vonnis
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/614663 / KG ZA 26-441
Vonnis in kort geding van 2 september 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende in [plaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen,
tegen
[gedaagde]
,
wonende in [plaats 2] ,
gedaagde.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.
1De procedure
1.1
De voorzieningenrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
de dagvaarding met bijlagen van 21 juli 2026;
het bericht van de vrouw van 24 augustus 2026.
1.2
Op 26 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren de vrouw, haar advocaat en de heer E.K.L. Bakali als tolk aanwezig.
1.3
Tegen de man is verstek verleend. Hij is niet verschenen.
1.4
Ten slotte is bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.
2De belangrijke feiten
2.1
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [2021] in [plaats 3] , Marokko. De vrouw wil scheiden en zal op korte termijn een echtscheidingsprocedure te starten.
2.2
De vrouw stelt dat zij eigenaar is van een hond en een kat. Zij heeft de dieren vanuit Marokko meegenomen naar Nederland.
2.3
De hond betreft een Pekinees geboren op 1 augustus 2022. De hond heeft een Europees dierenpaspoort met nummer: [nummer] en chipnummer: [chipnummer 1] (zoals blijkt uit productie 1 van de vrouw).
2.4
De kat is een Europese korthaar en is geboren op 1 maart 2018. De kat heeft een Europees dierenpaspoort met nummer [nummer] en chipnummer: [chipnummer 2] (zoals blijkt uit productie 1 van de vrouw).
2.5
De vrouw staat als eigenares vermeld op de ‘Attestation de puce èlectronique’ (chipverklaringen) van de dieren die zijn afgegeven in Marokko.
3Het geschil
3.1
De vrouw vordert:
I. de man te veroordelen om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis de hond en de kat aan de vrouw af te geven;
II. de man te veroordelen om gelijktijdig af te geven:
- de dierenpaspoorten;
- chipregistraties;
- vaccinatieboekjes;
- dierenartsdossiers;
- medicatie;
- voer;
- voer- en drinkbakken;
- manden;
- kattenbak;
- automatische voerautomaat;
- speelgoed;
- overige aan de dieren toebehorende zaken;
III. te bepalen dat de man een dwangsom verbeurt van € 500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij zich niet aan de veroordeling onder I. en II. houdt, met een maximum van € 25.000,-;
IV. de man te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.
3.2
De man heeft geen verweer gevoerd.
4De beoordeling
4.1
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.
4.2
Het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vorderingen volgt uit de aard van de vorderingen.
4.3
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter grotendeels niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen zoals hierna in het dictum is vermeld. De vordering van de vrouw om een dwangsom te verbinden aan de vordering onder II. wijst de voorzieningenrechter af omdat dit te onbepaald is. De vordering van de vrouw om de man te veroordelen in de proceskosten wijst de voorzieningenrechter ook af. In familierechtzaken is het namelijk gebruikelijk dat iedere partij de eigen proceskosten draagt en de voorzieningenrechter ziet in dit geval geen reden om daarvan af te wijken.
4.4
Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter nog het volgende op. Tijdens de zitting is gebleken dat partijen geen huwelijkse voorwaarden hebben opgesteld en dat er daarom tussen hen waarschijnlijk een beperkte gemeenschap van goederen bestaat. Omdat kat [naam 1] voor het huwelijk door de vrouw is gekocht is zij eigendom van de vrouw. Op grond van artikel 5:2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is iedere eigenaar bevoegd om zijn eigendom op te eisen van degene die deze zonder recht onder zich houdt. De man handelt onrechtmatig richting de vrouw door zonder recht of titel de kat onder zich te houden. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering van de vrouw toe.
4.5
Voor hond [naam 2] geldt dat die tijdens het huwelijk van partijen is aangeschaft en daarom waarschijnlijk in de huwelijksgoederengemeenschap valt. Uit vaste rechtspraak volgt dat dieren in de echtscheidingsprocedure verdeeld kunnen worden als onderdeel van de huwelijksgoederengemeenschap. De voorzieningenrechter zal daarom
een beheersregeling in de zin van artikel 3:168 lid 2 BW vaststellen, in die zin dat de hond voorlopig bij de vrouw zal verblijven. De vordering van de vrouw tot afgifte van de hond wijst de voorzieningenrechter daarom ook toe.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1
veroordeelt de man om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis de hond (met Europees dierenpaspoort met nummer: [nummer] en chipnummer: [chipnummer 1] ) en de kat (met Europees dierenpaspoort met nummer [nummer] en chipnummer: [chipnummer 2] ) aan de vrouw af te geven;
5.2
bepaalt dat de man een dwangsom verbeurt van € 500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij zich niet aan de veroordeling onder 5.1. houdt, tot een maximum van
€ 25.000,- is bereikt;
5.3
veroordeelt de man tot gelijktijdige afgifte aan de vrouw van:
- de dierenpaspoorten;
- chipregistraties;
- vaccinatieboekjes;
- dierenartsdossiers;
- medicatie;
- voer;
- voer- en drinkbakken;
- manden;
- kattenbak;
- automatische voerautomaat;
- speelgoed;
- overige aan de dieren toebehorende zaken;
5.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Scharrenborg, voorzieningenrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer / rolnummer: C/16/614663 / KG ZA 26-441
Vonnis in kort geding van 2 september 2026
in de zaak van
[eiseres] ,
wonende in [plaats 1] ,
eiseres,
advocaat mr. A.H.A. Beijersbergen van Henegouwen,
tegen
[gedaagde]
,
wonende in [plaats 2] ,
gedaagde.
Partijen zullen hierna de vrouw en de man genoemd worden.
1De procedure
1.1
De voorzieningenrechter heeft de volgende stukken ontvangen:
de dagvaarding met bijlagen van 21 juli 2026;
het bericht van de vrouw van 24 augustus 2026.
1.2
Op 26 augustus 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Daarbij waren de vrouw, haar advocaat en de heer E.K.L. Bakali als tolk aanwezig.
1.3
Tegen de man is verstek verleend. Hij is niet verschenen.
1.4
Ten slotte is bepaald dat vandaag vonnis wordt gewezen.
2De belangrijke feiten
2.1
Partijen zijn met elkaar gehuwd op [2021] in [plaats 3] , Marokko. De vrouw wil scheiden en zal op korte termijn een echtscheidingsprocedure te starten.
2.2
De vrouw stelt dat zij eigenaar is van een hond en een kat. Zij heeft de dieren vanuit Marokko meegenomen naar Nederland.
2.3
De hond betreft een Pekinees geboren op 1 augustus 2022. De hond heeft een Europees dierenpaspoort met nummer: [nummer] en chipnummer: [chipnummer 1] (zoals blijkt uit productie 1 van de vrouw).
2.4
De kat is een Europese korthaar en is geboren op 1 maart 2018. De kat heeft een Europees dierenpaspoort met nummer [nummer] en chipnummer: [chipnummer 2] (zoals blijkt uit productie 1 van de vrouw).
2.5
De vrouw staat als eigenares vermeld op de ‘Attestation de puce èlectronique’ (chipverklaringen) van de dieren die zijn afgegeven in Marokko.
3Het geschil
3.1
De vrouw vordert:
I. de man te veroordelen om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis de hond en de kat aan de vrouw af te geven;
II. de man te veroordelen om gelijktijdig af te geven:
- de dierenpaspoorten;
- chipregistraties;
- vaccinatieboekjes;
- dierenartsdossiers;
- medicatie;
- voer;
- voer- en drinkbakken;
- manden;
- kattenbak;
- automatische voerautomaat;
- speelgoed;
- overige aan de dieren toebehorende zaken;
III. te bepalen dat de man een dwangsom verbeurt van € 500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij zich niet aan de veroordeling onder I. en II. houdt, met een maximum van € 25.000,-;
IV. de man te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente.
3.2
De man heeft geen verweer gevoerd.
4De beoordeling
4.1
Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek zal worden verleend.
4.2
Het spoedeisend belang van de vrouw bij haar vorderingen volgt uit de aard van de vorderingen.
4.3
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter grotendeels niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen zoals hierna in het dictum is vermeld. De vordering van de vrouw om een dwangsom te verbinden aan de vordering onder II. wijst de voorzieningenrechter af omdat dit te onbepaald is. De vordering van de vrouw om de man te veroordelen in de proceskosten wijst de voorzieningenrechter ook af. In familierechtzaken is het namelijk gebruikelijk dat iedere partij de eigen proceskosten draagt en de voorzieningenrechter ziet in dit geval geen reden om daarvan af te wijken.
4.4
Ten overvloede merkt de voorzieningenrechter nog het volgende op. Tijdens de zitting is gebleken dat partijen geen huwelijkse voorwaarden hebben opgesteld en dat er daarom tussen hen waarschijnlijk een beperkte gemeenschap van goederen bestaat. Omdat kat [naam 1] voor het huwelijk door de vrouw is gekocht is zij eigendom van de vrouw. Op grond van artikel 5:2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) is iedere eigenaar bevoegd om zijn eigendom op te eisen van degene die deze zonder recht onder zich houdt. De man handelt onrechtmatig richting de vrouw door zonder recht of titel de kat onder zich te houden. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering van de vrouw toe.
4.5
Voor hond [naam 2] geldt dat die tijdens het huwelijk van partijen is aangeschaft en daarom waarschijnlijk in de huwelijksgoederengemeenschap valt. Uit vaste rechtspraak volgt dat dieren in de echtscheidingsprocedure verdeeld kunnen worden als onderdeel van de huwelijksgoederengemeenschap. De voorzieningenrechter zal daarom
een beheersregeling in de zin van artikel 3:168 lid 2 BW vaststellen, in die zin dat de hond voorlopig bij de vrouw zal verblijven. De vordering van de vrouw tot afgifte van de hond wijst de voorzieningenrechter daarom ook toe.
5De beslissing
De voorzieningenrechter:
5.1
veroordeelt de man om binnen vierentwintig uur na betekening van dit vonnis de hond (met Europees dierenpaspoort met nummer: [nummer] en chipnummer: [chipnummer 1] ) en de kat (met Europees dierenpaspoort met nummer [nummer] en chipnummer: [chipnummer 2] ) aan de vrouw af te geven;
5.2
bepaalt dat de man een dwangsom verbeurt van € 500,- voor iedere dag of gedeelte daarvan dat hij zich niet aan de veroordeling onder 5.1. houdt, tot een maximum van
€ 25.000,- is bereikt;
5.3
veroordeelt de man tot gelijktijdige afgifte aan de vrouw van:
- de dierenpaspoorten;
- chipregistraties;
- vaccinatieboekjes;
- dierenartsdossiers;
- medicatie;
- voer;
- voer- en drinkbakken;
- manden;
- kattenbak;
- automatische voerautomaat;
- speelgoed;
- overige aan de dieren toebehorende zaken;
5.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
5.5
compenseert de proceskosten tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Scharrenborg, voorzieningenrechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.