Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:6653

2026-09-07 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht UTR 26/5792
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-09-07
Publicatiedatum
2026-09-29
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 26/5792
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

De rechtbank is onbevoegd, het beroepschrift wordt doorgestuurd.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.524 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Bestuursrecht


zaaknummer: UTR 26/5792


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 september 2026 in de zaak tussen



[eiseres] , uit [plaats] , gemeente [gemeente] , eiseres


en




het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zeist, het college.




Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het college volgens haar niet op tijd heeft beslist op een door haar ingediende verzoek. Het college heeft een verweerschrift ingediend.

2. De rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.



Overwegingen

3. Eiseres heeft 15 augustus 2025 een handhavingsverzoek gedaan, waarin zij stelt dat het grofvuil niet wordt opgehaald bij haar perceel.

4. Eiseres heeft op 8 mei 2026 een formulier dwangsom niet tijdig beslissen ingediend, omdat een reactie op haar verzoek uitbleef. Het college heeft hier niet op gereageerd. Op
8 juni 2026 heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig beslissen op haar verzoek.



Ambtshalve beoordeling door de rechtbank



5. Eiseres vraagt om handhaving op grond van artikel 10.22 van de Wet Milieubeheer. Op grond van artikel 8:6, eerste lid, van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, is de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) in eerste en enige aanleg bevoegd te oordelen over een beroep tegen een besluit dat betrekking heeft op handhaving van de Wet Milieubeheer, behoudens enkele uitzonderingen. De wetgever heeft daarmee de bevoegdheid van de rechtbank om in eerste aanleg te oordelen uitdrukkelijk uitgesloten.

6. De rechtbank dient zich daarom onbevoegd te verklaren om van het beroep kennis te nemen. De rechtbank zal het beroepschrift ter behandeling doorsturen aan de Afdeling.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Omdat de rechtbank onbevoegd is, is eiseres op grond van art. 2.5, zesde lid, van het Procesreglement bestuursrecht rechtbanken 2021 geen griffierecht verschuldigd. Het door eiseres betaalde griffierecht zal worden terugbetaald.




Beslissing


De rechtbank verklaart zich onbevoegd.





Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van
mr. A.A. Mulder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 7 september 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.


Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 16 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:905.