Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:6607
2026-09-16
Civiel recht
12160021 \ UC EXPL 26-2600
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Afsluiten energieaansluiting wordt toegewezen. Gedaagde is niet op zitting verschenen en zonder toelichting zijn de door of namens haar ingediende stukken niet te plaatsen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (13.492 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht, kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12160021 \ UC EXPL 26-2600
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Stedin,
gemachtigde: mevrouw S. Bekdur, werkzaam bij Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
wonend in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
Stedin heeft [gedaagde] op 9 maart 2026 gedagvaard. Op 28 april 2026 zijn door of namens [gedaagde] stukken afgegeven bij de informatiebalie van deze rechtbank. De kantonrechter beschouwt die stukken als een conclusie van antwoord met producties. De mondelinge behandeling vond plaats op 14 augustus 2026. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Namens Stedin is mevrouw Bekdur verschenen. [gedaagde] is niet verschenen. Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.
2De kern van de zaak
2.1
Stedin zegt dat [gedaagde] sinds 15 november 2025 geen energieleveringsovereenkomst meer heeft met een energieleverancier, maar zij wel nog steeds gas en elektriciteit afneemt via de aansluitingen van Stedin die daarvoor aanwezig zijn in haar woning op de [adres] in ( [postcode] ) [plaats] . Stedin wil daarom dat de kantonrechter haar machtigt om de meterstanden op te nemen, de aansluitingen af te sluiten en haar meetinrichting terug te nemen en dat [gedaagde] wordt veroordeeld om deze werkzaamheden te gedogen en om haar woning tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen, voor zover dat nodig is voor die werkzaamheden. Daarnaast wil Stedin dat [gedaagde] afsluitkosten en buitengerechtelijke incassokosten betaalt. De vorderingen van Stedin worden toegewezen. [gedaagde] heeft in haar stukken geschreven dat zij al een bedrag van € 290,08 aan Stedin heeft betaald. Stedin erkent dat, zodat dat bedrag in mindering kan worden gebracht op de vorderingen.
3De beoordeling
Stedin mag de energielevering onderbreken en [gedaagde] moet dat gedogen
3.1
Stedin is aangewezen als regionale systeembeheerder in de zin van de Energiewet. Stedin vraagt om een machtiging om de meterstanden in de woning van [gedaagde] op te nemen, de aansluitingen af te sluiten en haar meetinrichting terug te nemen. Daarnaast wil zij dat [gedaagde] deze werkzaamheden gedoogd en haar woning tijdelijk en gedeeltelijk ontruimd, voor zover dat nodig is om de werkzaamheden daarvoor te verrichten. Verder wil Stedin dat [gedaagde] € 250,25 aan afsluitkosten betaalt als Stedin daadwerkelijk tot afsluiting overgaat.
3.2
Stedin verwijst naar bedingen in haar algemene voorwaarden als de grondslag van haar vorderingen. Dat bevreemdt de kantonrechter, omdat Stedin ook stelt dat geen sprake (meer) is van een overeenkomst. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden aangenomen dat de door Stedin gehanteerde algemene voorwaarden wel van toepassing zijn. Algemene voorwaarden moeten immers worden bedongen: zij zijn pas van toepassing als de gelding daarvan is aanvaard.
3.3
Dat laat onverlet dat het voor Stedin als regionale systeembeheerder wettelijk verboden is om energie te leveren aan een partij zonder energieleveringsovereenkomst en dat [gedaagde] onrechtmatig jegens Stedin handelt als zij sinds 15 november 2025 zonder overeenkomst energie afneemt, zoals Stedin zegt.
3.4
[gedaagde] heeft kopieën van verschillende stukken ingediend, waaronder:
iets dat lijkt op een envelop met daarop handgeschreven aantekeningen,
verschillende foto’s van een meterkast,
twee maandfacturen van Essent (namelijk van januari en maart 2025),
een e-mailbericht van 24 februari 2023 aan energieleverancier Essent en Stedin,
rekeningafschriften met daarop handgeschreven aantekeningen over overschrijvingen van en naar een rekening van Essent, en
een rekeningafschrift waaruit blijkt dat [gedaagde] op 11 maart 2026 € 290,08 naar een rekeningnummer van de gemachtigde van Stedin heeft overgemaakt.
De kantonrechter beschouwt die stukken als een reactie op de dagvaarding en merkt die daarom aan als conclusie van antwoord met producties. Maar, zonder verdere toelichting kan de kantonrechter uit de door [gedaagde] overgelegde stukken niet opmaken wat [gedaagde] daarmee wil zeggen. Door middel van de uitnodigingsbrief voor de mondelinge behandeling is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om vóór de mondelinge behandeling een aanvullende conclusie van antwoord te nemen. In die brief staat onder meer:“Uit uw reactie blijkt niet met welke vorderingen van Stedin (zie onder de kop ‘MITSDIEN’ in de dagvaarding; dat zijn de eisen van Stedin) u het wel of niet eens bent en waarom wel of niet. Daarom stelt de kantonrechter u in de gelegenheid om uw reactie aan te vullen.
In uw aanvullende reactie moet u dus aangeven met welke vordering(en) van Stedin u het wel of niet eens bent en waarom wel of niet. In uw aanvullende reactie moet u ook uitleggen, wat u met elk stuk dat u naar ons heeft gestuurd duidelijk wilt maken/wat daaruit blijkt.
Uw aanvullende reactie (= aanvullende conclusie van antwoord) moet uiterlijk op woensdag 15 juli 2026 door ons zijn ontvangen.”
Van deze gelegenheid heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt. De kantonrechter weet dus nog steeds niet met welke vorderingen van Stedin [gedaagde] het niet eens is en waarom niet.
3.5
De kantonrechter constateert dat het grootste gedeelte van de stukken die [gedaagde] heeft overgelegd ziet op de relatie tussen [gedaagde] en Essent. Daaruit blijkt niet dat [gedaagde] op dit moment wel een energieleveringsovereenkomst heeft met Essent. Het is niet aan Stedin om zich te mengen in de verhouding tussen [gedaagde] en Essent. Tijdens de zitting heeft mevrouw Bekdur onder meer gezegd dat zij [gedaagde] kort voor de mondelinge behandeling (namelijk op 12 augustus 2026) heeft gebeld in een poging om de zitting te voorkomen en de zaak te regelen. Volgens haar heeft zij [gedaagde] toen wel aan de lijn gekregen, maar wilde of kon [gedaagde] niet inhoudelijk ingaan op de vorderingen van Stedin. De kantonrechter is daarom niet bekend met (andere) verweren van [gedaagde] . Tot slot heeft mevrouw Bekdur gemeld dat zij op de dag van de mondelinge behandeling, vóór de mondelinge behandeling nog gecheckt heeft of [gedaagde] inmiddels een energieleveringsovereenkomst met een ander dan Essent heeft gesloten, maar dat dat ook niet het geval is.
3.6
De vorderingen van Stedin worden daarom en omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, toegewezen met inachtneming van het volgende. Een vordering tot een machtiging om de meterstand op te nemen, wordt normaal gesproken niet toegewezen omdat het niet voor de hand ligt om alleen voor het opnemen van meterstanden een machtiging af te geven. In dit geval wordt de machtiging wel gegeven, omdat de vordering tot het uitvoeren van werkzaamheden op of aan de woning van [gedaagde] ook wordt toegewezen. De kantonrechter oordeelt dat Stedin gerechtigd is tot het uitvoeren van de werkzaamheden, dat [gedaagde] die werkzaamheden moet gedogen, en dat (tijdelijke of gedeeltelijke) ontruiming van het pand/perceel nodig is om de werkzaamheden te kunnen verrichten. Ook de vordering tot onderbreking van de energielevering en de voorwaardelijke vordering tot betaling van de afsluitkosten worden toegewezen.
[gedaagde] moet (nog) € 313,51 aan proceskosten betalen
3.7
Stedin wil dat [gedaagde] € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten betaalt. Die vordering is toewijsbaar. Stedin heeft onweersproken gesteld dat zij en haar gemachtigde vóór de dagvaarding buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht, waaronder het versturen van meerdere aanmaningen en het afleggen van huisbezoeken. De hoogte van het bedrag, dat niet is betwist, is verder redelijk en voldoende onderbouwd.
3.8
Omdat [gedaagde] in deze zaak in het ongelijk is gesteld, wordt zij in de kosten veroordeeld. Dit betekent dat zij haar eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van Stedin moet betalen. De proceskosten van Stedin worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
127,08
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
483,58
3.9
Tijdens de zitting heeft de kantonrechter Stedin voorgehouden dat in de stukken wordt geschreven dat [gedaagde] een bedrag van € 290,08 heeft betaald. Van die betaling is ook een rekeningafschrift overgelegd. Stedin heeft erkend dat zij dat bedrag heeft ontvangen, zodat het bedrag eerst in mindering kan worden gebracht op de buitengerechtelijke incassokosten en daarna op de proceskosten. Na aftrek van dat bedrag resteert daarom een bedrag van (€ 483,59 + € 120,00 - € 290,08 =) € 313,51 aan proceskosten dat [gedaagde] nog moet betalen.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.10
De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zoals Stedin heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen daartegen in hoger beroep gaat. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1
machtigt Stedin tot i) het opnemen van de meterstanden van het pand/perceel aan het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats] en ii) het onderbreken van de energielevering door Stedin, al dan niet door middel van terugname van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting, zijnde de:
- Elektriciteitsaansluiting met EAN-code [EAN-code 1] en meternummer
[meternummer 1] ,
- Gasaansluiting met EAN-code [EAN-code 2] en meternummer [meternummer 2] ;
4.2
veroordeelt [gedaagde] te gedogen dat Stedin door middel van tijdelijke of gedeeltelijke ontruiming in de zin van artikel 558 aanhef en onder b Rv van het pand/perceel aan het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats] de werkzaamheden verricht zoals omschreven onder 4.1.;
4.3
veroordeelt [gedaagde] om aan Stedin te betalen € 250,25, indien Stedin is overgegaan tot afsluiting van bovengenoemde aansluitingen;
4.4
veroordeelt [gedaagde] in de kosten; zij moet de proceskosten van Stedin van € 313,51 aan haar betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als [gedaagde] niet tijdig aan (een en/of meer van) de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
4.5
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
Artikel 6:231 onder c van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Op grond van artikel 3:299 BW.
Op grond van artikel 558 onder b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW.
Op grond van artikel 6:44 BW.
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht, kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 12160021 \ UC EXPL 26-2600
Vonnis van 16 september 2026
in de zaak van
STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Stedin,
gemachtigde: mevrouw S. Bekdur, werkzaam bij Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V.,
tegen
[gedaagde]
,
wonend in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
Stedin heeft [gedaagde] op 9 maart 2026 gedagvaard. Op 28 april 2026 zijn door of namens [gedaagde] stukken afgegeven bij de informatiebalie van deze rechtbank. De kantonrechter beschouwt die stukken als een conclusie van antwoord met producties. De mondelinge behandeling vond plaats op 14 augustus 2026. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er tijdens de mondelinge behandeling is besproken. Namens Stedin is mevrouw Bekdur verschenen. [gedaagde] is niet verschenen. Aan het eind van de mondelinge behandeling heeft de kantonrechter bepaald dat een vonnis zal worden gewezen.
2De kern van de zaak
2.1
Stedin zegt dat [gedaagde] sinds 15 november 2025 geen energieleveringsovereenkomst meer heeft met een energieleverancier, maar zij wel nog steeds gas en elektriciteit afneemt via de aansluitingen van Stedin die daarvoor aanwezig zijn in haar woning op de [adres] in ( [postcode] ) [plaats] . Stedin wil daarom dat de kantonrechter haar machtigt om de meterstanden op te nemen, de aansluitingen af te sluiten en haar meetinrichting terug te nemen en dat [gedaagde] wordt veroordeeld om deze werkzaamheden te gedogen en om haar woning tijdelijk en/of gedeeltelijk te ontruimen, voor zover dat nodig is voor die werkzaamheden. Daarnaast wil Stedin dat [gedaagde] afsluitkosten en buitengerechtelijke incassokosten betaalt. De vorderingen van Stedin worden toegewezen. [gedaagde] heeft in haar stukken geschreven dat zij al een bedrag van € 290,08 aan Stedin heeft betaald. Stedin erkent dat, zodat dat bedrag in mindering kan worden gebracht op de vorderingen.
3De beoordeling
Stedin mag de energielevering onderbreken en [gedaagde] moet dat gedogen
3.1
Stedin is aangewezen als regionale systeembeheerder in de zin van de Energiewet. Stedin vraagt om een machtiging om de meterstanden in de woning van [gedaagde] op te nemen, de aansluitingen af te sluiten en haar meetinrichting terug te nemen. Daarnaast wil zij dat [gedaagde] deze werkzaamheden gedoogd en haar woning tijdelijk en gedeeltelijk ontruimd, voor zover dat nodig is om de werkzaamheden daarvoor te verrichten. Verder wil Stedin dat [gedaagde] € 250,25 aan afsluitkosten betaalt als Stedin daadwerkelijk tot afsluiting overgaat.
3.2
Stedin verwijst naar bedingen in haar algemene voorwaarden als de grondslag van haar vorderingen. Dat bevreemdt de kantonrechter, omdat Stedin ook stelt dat geen sprake (meer) is van een overeenkomst. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet worden aangenomen dat de door Stedin gehanteerde algemene voorwaarden wel van toepassing zijn. Algemene voorwaarden moeten immers worden bedongen: zij zijn pas van toepassing als de gelding daarvan is aanvaard.
3.3
Dat laat onverlet dat het voor Stedin als regionale systeembeheerder wettelijk verboden is om energie te leveren aan een partij zonder energieleveringsovereenkomst en dat [gedaagde] onrechtmatig jegens Stedin handelt als zij sinds 15 november 2025 zonder overeenkomst energie afneemt, zoals Stedin zegt.
3.4
[gedaagde] heeft kopieën van verschillende stukken ingediend, waaronder:
iets dat lijkt op een envelop met daarop handgeschreven aantekeningen,
verschillende foto’s van een meterkast,
twee maandfacturen van Essent (namelijk van januari en maart 2025),
een e-mailbericht van 24 februari 2023 aan energieleverancier Essent en Stedin,
rekeningafschriften met daarop handgeschreven aantekeningen over overschrijvingen van en naar een rekening van Essent, en
een rekeningafschrift waaruit blijkt dat [gedaagde] op 11 maart 2026 € 290,08 naar een rekeningnummer van de gemachtigde van Stedin heeft overgemaakt.
De kantonrechter beschouwt die stukken als een reactie op de dagvaarding en merkt die daarom aan als conclusie van antwoord met producties. Maar, zonder verdere toelichting kan de kantonrechter uit de door [gedaagde] overgelegde stukken niet opmaken wat [gedaagde] daarmee wil zeggen. Door middel van de uitnodigingsbrief voor de mondelinge behandeling is [gedaagde] in de gelegenheid gesteld om vóór de mondelinge behandeling een aanvullende conclusie van antwoord te nemen. In die brief staat onder meer:“Uit uw reactie blijkt niet met welke vorderingen van Stedin (zie onder de kop ‘MITSDIEN’ in de dagvaarding; dat zijn de eisen van Stedin) u het wel of niet eens bent en waarom wel of niet. Daarom stelt de kantonrechter u in de gelegenheid om uw reactie aan te vullen.
In uw aanvullende reactie moet u dus aangeven met welke vordering(en) van Stedin u het wel of niet eens bent en waarom wel of niet. In uw aanvullende reactie moet u ook uitleggen, wat u met elk stuk dat u naar ons heeft gestuurd duidelijk wilt maken/wat daaruit blijkt.
Uw aanvullende reactie (= aanvullende conclusie van antwoord) moet uiterlijk op woensdag 15 juli 2026 door ons zijn ontvangen.”
Van deze gelegenheid heeft [gedaagde] geen gebruik gemaakt. De kantonrechter weet dus nog steeds niet met welke vorderingen van Stedin [gedaagde] het niet eens is en waarom niet.
3.5
De kantonrechter constateert dat het grootste gedeelte van de stukken die [gedaagde] heeft overgelegd ziet op de relatie tussen [gedaagde] en Essent. Daaruit blijkt niet dat [gedaagde] op dit moment wel een energieleveringsovereenkomst heeft met Essent. Het is niet aan Stedin om zich te mengen in de verhouding tussen [gedaagde] en Essent. Tijdens de zitting heeft mevrouw Bekdur onder meer gezegd dat zij [gedaagde] kort voor de mondelinge behandeling (namelijk op 12 augustus 2026) heeft gebeld in een poging om de zitting te voorkomen en de zaak te regelen. Volgens haar heeft zij [gedaagde] toen wel aan de lijn gekregen, maar wilde of kon [gedaagde] niet inhoudelijk ingaan op de vorderingen van Stedin. De kantonrechter is daarom niet bekend met (andere) verweren van [gedaagde] . Tot slot heeft mevrouw Bekdur gemeld dat zij op de dag van de mondelinge behandeling, vóór de mondelinge behandeling nog gecheckt heeft of [gedaagde] inmiddels een energieleveringsovereenkomst met een ander dan Essent heeft gesloten, maar dat dat ook niet het geval is.
3.6
De vorderingen van Stedin worden daarom en omdat deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen, toegewezen met inachtneming van het volgende. Een vordering tot een machtiging om de meterstand op te nemen, wordt normaal gesproken niet toegewezen omdat het niet voor de hand ligt om alleen voor het opnemen van meterstanden een machtiging af te geven. In dit geval wordt de machtiging wel gegeven, omdat de vordering tot het uitvoeren van werkzaamheden op of aan de woning van [gedaagde] ook wordt toegewezen. De kantonrechter oordeelt dat Stedin gerechtigd is tot het uitvoeren van de werkzaamheden, dat [gedaagde] die werkzaamheden moet gedogen, en dat (tijdelijke of gedeeltelijke) ontruiming van het pand/perceel nodig is om de werkzaamheden te kunnen verrichten. Ook de vordering tot onderbreking van de energielevering en de voorwaardelijke vordering tot betaling van de afsluitkosten worden toegewezen.
[gedaagde] moet (nog) € 313,51 aan proceskosten betalen
3.7
Stedin wil dat [gedaagde] € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten betaalt. Die vordering is toewijsbaar. Stedin heeft onweersproken gesteld dat zij en haar gemachtigde vóór de dagvaarding buitengerechtelijke werkzaamheden hebben verricht, waaronder het versturen van meerdere aanmaningen en het afleggen van huisbezoeken. De hoogte van het bedrag, dat niet is betwist, is verder redelijk en voldoende onderbouwd.
3.8
Omdat [gedaagde] in deze zaak in het ongelijk is gesteld, wordt zij in de kosten veroordeeld. Dit betekent dat zij haar eigen proceskosten moet dragen en de proceskosten (inclusief nakosten) van Stedin moet betalen. De proceskosten van Stedin worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
127,08
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
174,00
(2 punten × € 87,00)
- nakosten
€
43,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
483,58
3.9
Tijdens de zitting heeft de kantonrechter Stedin voorgehouden dat in de stukken wordt geschreven dat [gedaagde] een bedrag van € 290,08 heeft betaald. Van die betaling is ook een rekeningafschrift overgelegd. Stedin heeft erkend dat zij dat bedrag heeft ontvangen, zodat het bedrag eerst in mindering kan worden gebracht op de buitengerechtelijke incassokosten en daarna op de proceskosten. Na aftrek van dat bedrag resteert daarom een bedrag van (€ 483,59 + € 120,00 - € 290,08 =) € 313,51 aan proceskosten dat [gedaagde] nog moet betalen.
Uitvoerbaar bij voorraad
3.10
De kantonrechter verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad, zoals Stedin heeft gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen daartegen in hoger beroep gaat. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1
machtigt Stedin tot i) het opnemen van de meterstanden van het pand/perceel aan het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats] en ii) het onderbreken van de energielevering door Stedin, al dan niet door middel van terugname van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting, zijnde de:
- Elektriciteitsaansluiting met EAN-code [EAN-code 1] en meternummer
[meternummer 1] ,
- Gasaansluiting met EAN-code [EAN-code 2] en meternummer [meternummer 2] ;
4.2
veroordeelt [gedaagde] te gedogen dat Stedin door middel van tijdelijke of gedeeltelijke ontruiming in de zin van artikel 558 aanhef en onder b Rv van het pand/perceel aan het adres [adres] in ( [postcode] ) [plaats] de werkzaamheden verricht zoals omschreven onder 4.1.;
4.3
veroordeelt [gedaagde] om aan Stedin te betalen € 250,25, indien Stedin is overgegaan tot afsluiting van bovengenoemde aansluitingen;
4.4
veroordeelt [gedaagde] in de kosten; zij moet de proceskosten van Stedin van € 313,51 aan haar betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe; als [gedaagde] niet tijdig aan (een en/of meer van) de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
4.5
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.6
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Ramsaroep en in het openbaar uitgesproken op 16 september 2026.
Artikel 6:231 onder c van het Burgerlijk Wetboek (BW).
Op grond van artikel 3:299 BW.
Op grond van artikel 558 onder b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Op grond van artikel 6:96 lid 2 sub c BW.
Op grond van artikel 6:44 BW.