Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:6479

2026-08-24 Civiel recht; Personen- en familierecht C/16/616192 / FZ RK 26-680
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-08-24
Publicatiedatum
2026-09-22
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/16/616192 / FZ RK 26-680
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wvggz zorgmachtiging. Aan wilsbekwaamheid wordt voorbijgegaan gezien het ernstig nadeel ex artikel 2:1 lid 6 onder b.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.637 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Lelystad



Zaaknummer: C/16/616192 / FZ RK 26-680
Datum uitspraak: 24 augustus 2026




Beschikking zorgmachtiging




op het verzoek van de officier van justitie voor





[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] (Joegoslavië),
hierna te noemen: betrokkene,
wonend in en verblijvende in [plaats] ,
advocaat mr. M.J. Schimmel.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De rechtbank neemt het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 12 augustus 2026, mee in de beoordeling.



1.2.
De zitting heeft plaatsgevonden op 24 augustus 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- [A.] , als GZ-psycholoog verbonden aan GGz Centraal.


Verder was bij de zitting een stagiaire van mr. Schimmel en een begeleider van de GGz vervoersdienst aanwezig.






2Het verzoek


De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.





3De beoordeling


3.1.
De rechtbank verleent de gevraagde machtiging voor de duur van zes maanden. Aan alle voorwaarden uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg is namelijk voldaan. Hierna wordt uitgelegd waarom dat zo is.



3.2.
De advocaat van betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat de diagnose van betrokkene, zelfs na enkele weken opname in het kader van de voortzetting van de crisismaatregel, nog steeds onduidelijk is. Betrokkene heeft een middelenverslaving, maar enkel op basis daarvan kan geen zorgmachtiging worden verleend. Voor het verlenen van een zorgmachtiging in dat kader moet het denken, voelen, willen oordelen en doelgericht handelen door het middelen/alcoholgebruik worden beïnvloed, zoals de benoemd in de uitspraak van de Hoge Raad. En dat is hier niet het geval. Ter zitting heeft de psycholoog beaamt dat er veel onduidelijkheid is over de diagnose, en dat ze daarom nadere diagnostiek willen uitvoeren. De psycholoog is wel van oordeel dat er naast een middelmisbruik ook sprake is van een stoornis. Welke dat precies is zal dus nog moeten worden vastgesteld/onderzocht. De rechtbank volgt hierin de psycholoog en de medische verklaring van 10 augustus 2026 en is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis. Voor nu wordt gedacht aan een schizofreniespectrum stoornis en een bipolaire stemmingsstoornis. De rechtbank heeft geen twijfel over het feit dát er sprake is van een psychische stoornis, naast het middelengebruik en acht dit voldoende onderbouwd voor het toewijzen van de zorgmachtiging.



3.3.
Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag;
- gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.



3.4.
De advocaat heeft tijdens de zitting naar voren gebracht dat er in het dossier enkel over oude feiten van de kans op het ernstig nadeel worden benoemd welke nu niet meer aan de orde zijn. Daarnaast is enkel het feit dat betrokkene haar huis niet op orde is niet voldoende om te spreken van ernstig nadeel. De rechtbank oordeelt hier anders over. Tijdens de zitting heeft de psycholoog naar voren gebracht dat er, sinds betrokkene weer thuis verblijft, veel meldingen van overlast zijn gedaan. Betrokkene is geheel uit contact met de hulpverlening en het gaat niet goed met haar, dit maakt dat de instelling een opname overweegt. De rechtbank volgt de psycholoog en acht het ernstig nadeel voldoende aangetoond.



3.5.
De advocaat heeft ook beroep gedaan op het wilsbekwaam verzet van betrokkene. Over het verweer oordeelt de rechtbank als volgt. Artikel 2:1, lid 6, van de Wvggz bepaalt dat de wensen en voorkeuren ten aanzien van de verplichte zorg worden gehonoreerd, tenzij:


de betrokkene niet tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is, of


acuut levensgevaar voor de betrokkene dreigt dan wel er een aanzienlijk risico voor een ander is op levensgevaar, ernstig lichamelijk letsel, ernstige psychische, materiële, immateriële of financiële schade, ernstige verwaarlozing of maatschappelijke teloorgang, of om ernstig in zijn ontwikkeling te worden geschaad, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.





3.6.
De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 4 februari 2022 (ECLI:NL:HR:2022:123) overwogen dat indien de betrokkene tijdens de procedure tot het verlenen van een zorgmachtiging een voldoende toegelicht bezwaar maakt tegen de voorgestelde verplichte zorg en de situaties als bedoeld in artikel 2:1 lid 6, aanhef en onder b, Wvggz zich niet voordoen, de rechter moet beoordelen of de betrokkene wilsbekwaam is. Hiertoe moet, als daarover in de medische verklaring niet is gerapporteerd, een verklaring te worden gevraagd van een onafhankelijke arts of klinisch psycholoog waaruit blijkt of de betrokkene tot een redelijke waardering van zijn belangen ter zake in staat is. Zo nodig moet de procedure daarvoor worden aangehouden.



3.7.
De rechtbank is van oordeel dat zich in het geval van betrokkene wel een situatie als bedoeld in artikel 2:1, lid 6, aanhef en onder b, Wvggz, voordoet. Uit de medische verklaring maar ook uit de toelichting van psychiater ter zitting komt naar voren dat er sprake is van ernstig nadeel voor anderen, in die zin dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is. De rechtbank leest hierin dat betrokkene niet in staat is tot een redelijke waardering van zijn belangen en niet wilsbekwaam is waar het gaat om de (noodzaak van) behandeling. Een nader onderzoek naar of beoordeling van de wilsbekwaamheid van betrokkene is daarom niet noodzakelijk.



3.8.
Om de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen heeft betrokkene zorg nodig.



3.9.
De advocaat heeft aangevoerd dat betrokkene open staat voor de hulpverlening. Zij wil graag haar dochter zien en is bereid daarvoor aan alles mee te werken. De psycholoog geeft aan dat betrokkene misschien wel hulpverlening wil, maar dat zij nu niet in staat is om vrijwillig mee te werken. Zij is overvraagd en kan het niet meer overzien. Dit maakt dat verplicht kader nodig is. De rechtbank volgt dit. Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Daarom is verplichte zorg nodig.



3.10.
De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:
- het toedienen van medicatie;
- het verrichten van medische controles;
- het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen.



3.11.
Daarnaast acht de rechtbank ook de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk als betrokkene psychisch ontregeld raakt en/of het ernstig nadeel niet langer in het ambulante kader kan worden afgewend:
- het beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- beperken van het recht op het ontvangen van bezoek;
- opnemen in een accommodatie.



3.12.
De advocaat heeft bepleit om het beperken van de bewegingsvrijheid en het opnemen in een accommodatie niet toe te wijzen. Als het noodzakelijk blijft kan er middels een wijziging van een zorgmachtiging zorg worden toegevoegd. De rechtbank volgt dit niet. De psycholoog heeft ter zitting aangegeven dat het in de thuissituatie niet goed gaat met betrokkene en dat er wellicht spoedig een opname volgt. Nu de instelling voornemens is om gebruik te maken van de genoemde vormen van zorg acht de rechtbank dit noodzakelijke zorg.



3.13.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving.





4De beslissing


De rechtbank:



4.1.
verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] (Joegoslavië), wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.10 en 3.11 staan kunnen worden toegepast;



4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 24 februari 2027.










Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2026 door mr. G.J. Baken, rechter, in aanwezigheid van W.P.J. Rubingh, griffier en op schrift gesteld op 1 september 2026.


























Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.




Art. 7:11 Wvggz.


HR: 2022:1433