Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:6447

2026-09-09 Civiel recht C/16/616180 / HL ZA 26-229
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-09-09
Publicatiedatum
2026-09-20
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/16/616180 / HL ZA 26-229
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verstekvonnis.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.073 tekens)
RECHTBANK Midden-Nederland


Civiel recht



Zittingsplaats Lelystad



Zaaknummer: C/16/616180 / HL ZA 26-229




Vonnis van 9 september 2026




in de zaak van





[eiser]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. S.L. Fronik,



tegen





1 [gedaagde sub 1] .,

te [plaats] ,
hierna te noemen: [gedaagde sub 1] ,2. [gedaagde sub 2] H.O.D.N. [handelsnaam],
te [plaats] ,
hierna te noemen: [handelsnaam] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagden c.s] ,
niet verschenen.





1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 21 juli 2026 met producties,
- het tegen [gedaagden c.s] verleende verstek.



1.2
Ten slotte is bepaald dat er vonnis wordt gewezen.





2De beoordeling



De rechtbank Lelystad is bevoegd




2.1
De zaak betreft een overeenkomst tussen partijen die handelen in de uitoefening van een beroep of bedrijf ( [gedaagden c.s] ) en een natuurlijk persoon die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf ( [eiser] ). Dat is een consumentenovereenkomst. De rechter moet daarom ambtshalve beoordelen of hij relatief bevoegd is (artikel 110 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, verder: Rv).



2.2
De rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, is bevoegd om de zaak te behandelen. Uitgangspunt is dat de rechter van de woonplaats van de gedaagde bevoegd is om de zaak te behandelen (artikel 99 lid 1 Rv). Bij een rechtspersoon geldt dat de woonplaats de plek is waar zij haar zetel heeft. De rechter van de woonplaats van de consument is ook bevoegd om het geschil te behandelen (artikel 101 Rv). Alle partijen zijn gevestigd of wonen in Almere. Dit ligt binnen het arrondissement van de rechtbank Midden-Nederland.



De vorderingen van [eiser] worden toegewezen





2.3

[eiser] heeft gevorderd zoals is vermeld in de dagvaarding waarmee deze procedure is ingeleid. De inhoud van deze dagvaarding moet als hier herhaald en ingelast worden beschouwd.



2.4
De vordering komt de rechtbank niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.




[gedaagden c.s] moeten de proceskosten betalen





2.5

[gedaagden c.s] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


312,42







- griffierecht


€


1.414,00







- kosten deskundigen


€


2.350,00







- salaris advocaat


€


2.051,00


(1 punt × € 2.051,00)




- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


6.316,42











De veroordeling wordt deels hoofdelijk uitgesproken





2.6
De veroordelingen wordt deels hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één de volle vordering of een deel betaalt, hoeft de ander dat volledige bedrag of deel van het bedrag niet meer te betalen aan [eiser] .






De uitspraak is uitvoerbaar bij voorraad





2.7

[eiser] heeft gevorderd om dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren en dat wordt toegewezen. Dat betekent dat de veroordelingen direct moeten worden nagekomen en dat het vonnis haar werking behoudt als hoger beroep wordt ingesteld, totdat de rechter in hoger beroep uitspraak heeft gedaan.





3De beslissing


De rechtbank



3.1
verklaart voor recht dat [eiser] de op 9 april 2026 gesloten aannemingsovereenkomst tussen [eiser] en [gedaagde sub 1] heeft omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding,



3.2
veroordeelt [gedaagde sub 1] tot betaling van € 20.600,- aan [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 3 april 2026, tot de dag van volledige betaling,



3.3
ontbindt de tussen [eiser] en [handelsnaam] gesloten overeenkomst,



3.4
veroordeelt [handelsnaam] tot betaling van € 75.575,- aan [eiser] , te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 april 2025 tot de dag van volledige betaling,



3.5
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk tot betaling van € 2.350,- aan kosten van het deskundigenonderzoek, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf datum dagvaarding tot de dag van volledige betaling,



3.6
veroordeelt [gedaagden c.s] hoofdelijk tot betaling van de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, plus de kosten van betekening als [gedaagden c.s] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna moet worden betekend,



3.7
verklaart de veroordelingen in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.


Dit vonnis is gewezen door mr. H.M.M. Steenberghe en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.