Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:6433

2026-09-09 Civiel recht 12323217 \ MC EXPL 26-4088
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-09-09
Publicatiedatum
2026-09-20
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12323217 \ MC EXPL 26-4088
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Huurrecht. Ontbinding en ontruiming woonruimte afgewezen, vanwege signaleringslijst woningcorporaties.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (12.927 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Almere



Zaaknummer: 12323217 \ MC EXPL 26-4088




Vonnis in verzet van 9 september 2026




in de zaak van




DE ALLIANTIE,
handelend onder de naam de Alliantie vestiging regio Gooi en Vechtstreek,
te Hilversum,
eisende partij,
gedaagde partij in het verzet,
hierna te noemen: de Alliantie,
gemachtigde: Hanemaayer De Boer & Partners,



tegen




AB BEWINDVOERING B.V.,
te Huizen,
hierna te noemen: de bewindvoerder,
in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van


[onderbewindgestelde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
eisende partij in het verzet,
hierna te noemen: [onderbewindgestelde] ,
gemachtigde: mr. N. Rachid.






1Het verloop van de zaak


1.1
De Alliantie heeft [onderbewindgestelde] gedagvaard voor de kantonrechter. De kantonrechter heeft verstek verleend aan [onderbewindgestelde] en op 13 mei 2026 een vonnis (met zaaknummer 12201146 MC EXPL 26-2167) uitgesproken. [onderbewindgestelde] heeft een verzetdagvaarding uitgebracht. De Alliantie heeft hierop geantwoord. De kantonrechter heeft besloten dat de zaak op een zitting verder besproken moet worden. [onderbewindgestelde] heeft, vóórdat de zaak met de kantonrechter is besproken, nog nadere stukken opgestuurd.



1.2
De zaak is bij de kantonrechter besproken op 27 augustus 2026. Daarvan heeft de griffier aantekeningen gemaakt.





2Waar het in deze zaak om gaat


2.1

[onderbewindgestelde] huurt van de Alliantie de woning aan de [adres] in [plaats] . De huur is (op dit moment) € 506,96 per maand en moet worden vooruitbetaald. Er is sprake van een huurachterstand.



2.2
De Alliantie heeft in de verstekprocedure – kort gezegd – ontbinding van de huurovereenkomst tussen partijen en ontruiming van de woning gevorderd. Ook eist zij betaling van de huurachterstand met rente en kosten.



2.3
Bij het verstekvonnis zijn de vorderingen van de Alliantie grotendeels toegewezen, alleen de rente en de incassokosten zijn afgewezen. [onderbewindgestelde] is veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten), begroot op € 1.061,52.



2.4

[onderbewindgestelde] vordert hem ontvankelijk te verklaren in het verzet, over te gaan tot vernietiging van het verstekvonnis, het besluit van de Alliantie om [onderbewindgestelde] op een zwarte lijst op te nemen voor een periode van vijf jaar te vernietigen, met veroordeling van de Alliantie in de kosten van de procedure.





3De verdere beoordeling



Vooraf




3.1
Het verzet is op tijd en op de juiste wijze ingesteld.



3.2
Vast staat dat alle goederen die aan [onderbewindgestelde] toebehoren of zullen toebehoren bij beschikking van de Rechtbank Midden-Nederland van 9 juni 2026 onder bewind zijn gesteld. Bij die beschikking is AB Bewindvoering B.V. benoemd tot bewindvoerder. AB Bewindvoering B.V. is ook als mentor benoemd. Mevrouw [A] , is namens de bewindvoerder op de mondelinge behandeling verschenen. Gezien dit optreden van de bewindvoerder in rechte is de kantonrechter van oordeel dat de beslissing van de Hoge Raad van 7 maart 2014 (ECLI:NL:HR:2014:525) meebrengt dat de bewindvoerder van [onderbewindgestelde] als formele procespartij heeft te gelden. Het vonnis zal om die reden worden gewezen tussen de Alliantie en AB Bewindvoering in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen van [onderbewindgestelde] , zoals in de kop van dit vonnis is vermeld.



De huurachterstand





3.3
De Alliantie heeft in het verzet haar eis gewijzigd, in die zin dat de kale huurachterstand tot en met augustus 2026 € 3.157,60 bedraagt. Volgens de bewindvoerder klopt de huurachterstand, zoals de Alliantie op de zitting heeft meegedeeld. De kantonrechter zal de bewindvoerder daarom veroordelen om dit bedrag aan de Alliantie te betalen.



Geen ontbinding en ontruiming van de woning





3.4
De omvang van de huurachterstand (ruim zes maanden) is zodanig dat de vordering tot ontbinding en ontruiming in beginsel toewijsbaar is, maar de kantonrechter ziet aanleiding om hiervan af te wijken. De kantonrechter moet in zaken als deze namelijk ook beoordelen of de tekortkoming van een huurder de ontbinding en ontruiming met al haar gevolgen rechtvaardigt. Dit is in dit geval niet zo.



3.5
De Alliantie heeft op 8 juni 2026 een e-mail aan [onderbewindgestelde] gestuurd, waarin hij wordt geïnformeerd over het gevolg van de ontruiming van zijn woning, die hem op grond van het verstekvonnis van 13 mei 2026 is aangezegd tegen 18 juni 2026 (hierna: de e-mail). Het gevolg is, zo luidt de e-mail, dat de Alliantie [onderbewindgestelde] gaat signaleren in WoningNet waardoor hij maximaal vijf jaar niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning bij de deelnemende woningcorporaties in de regie Gooi en Vechtstreek.



3.6
De kantonrechter was totdat hij kennisnam van de e-mail niet bekend met de signaleringsmogelijkheid in WoningNet en heeft de Alliantie daarom op de zitting vragen gesteld over dit beleid van de Alliantie. De Alliantie heeft verklaard dat zij dit beleid sinds anderhalf jaar toepast en heeft toegelicht dat het beleid ook inhoudt dat na het vonnis in deze zaak in voorkomende gevallen een voortzetting van de huurovereenkomst van 24 maanden wordt gesloten onder aanvullende voorwaarden. De aanvullende voorwaarden zijn onder meer dat de huurder hulp moet aanvaarden, de huurtermijnen stipt moet betalen en de huurachterstand binnen een redelijke termijn moet worden afbetaald. Als de huurder zich niet aan deze aanvullende voorwaarden houdt, wordt hij gesignaleerd bij WoningNet. Het is de kantonrechter niet duidelijk geworden waarom de Alliantie dit deel van haar beleid in haar e-mail aan [onderbewindgestelde] van 8 juni 2026 niet heeft meegedeeld en uitgelegd waardoor van de e-mail een onnodig dreigende toon uitgaat. Dat dit deel van het beleid op de situatie van [onderbewindgestelde] van toepassing zou zijn, blijkt verder nergens uit.



3.7
De Alliantie heeft nagelaten de e-mail uit zichzelf als productie bij de oorspronkelijke dagvaarding te voegen en heeft daarmee relevante informatie voor de beoordeling van de gevolgen voor [onderbewindgestelde] van een ontruiming achtergehouden. In soortgelijke rechtszaken komt het geregeld voor dat huurders vrezen voor plaatsing op een zogenoemde “zwarte lijst”. Verhuurders hebben altijd ontkend dat zoiets als een “zwarte lijst” bestaat. Weliswaar blijkt uit de e-mail niet dat sprake is van een feitelijke “zwarte lijst” maar de signaleringsmogelijkheid in WoningNet heeft wel overeenkomstige, verstrekkende gevolgen voor de ontruimde huurder.



3.8
De kantonrechter is in deze zaak van oordeel dat de tekortkoming van [onderbewindgestelde] , te weten een huurachterstand – ook al bedraagt die zes maanden –, niet in verhouding staat tot de gevolgen voor [onderbewindgestelde] van een ontruiming. Het gevolg dat [onderbewindgestelde] wordt gesignaleerd en maximaal vijf jaar niet in aanmerking komt voor een sociale huurwoning in de regio, zoals in de e-mail is aangekondigd, is te verstrekkend en maakt het vinden van alternatieve, betaalbare woonruimte voor [onderbewindgestelde] voor een lange duur zo goed als onmogelijk. Dit kan en mag in het geval van [onderbewindgestelde] niet de bedoeling zijn. Dit wringt temeer omdat [onderbewindgestelde] al geruime tijd alles in het werk heeft gesteld de juiste hulp te krijgen voor de problemen waarmee hij kampt. De kantonrechter ziet in dit te verstrekkende gevolg aanleiding de gevorderde ontbinding en ontruiming af te wijzen.



3.9
Daar komt bij dat de zoektocht van [onderbewindgestelde] naar de juiste hulp ertoe heeft geleid dat ten aanzien van hem op 9 juni 2026 het bewind en het mentorschap zijn uitgesproken. Er is een beheerrekening waarop het inkomen van [onderbewindgestelde] wordt ontvangen en waarvan de lopende huur inmiddels wordt betaald. De bewindvoerder heeft verklaard dat [onderbewindgestelde] voldoende inkomen heeft om zijn vaste lasten – en dus de lopende huur – te betalen. Ook is er ruimte om af te lossen op achterstanden, zij het beperkt. Voor [onderbewindgestelde] zal een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) worden gedaan. Als de WNSP van toepassing wordt verklaard, zal dit inhouden dat [onderbewindgestelde] de volledige huurachterstand niet zal aflossen. Het volledig aflossen van de huurachterstand is door de Alliantie genoemd als een van de aanvullende voorwaarden waaraan moet worden voldaan om de signalering in WoningNet en het gevolg daarvan te voorkomen. Het is dan ook niet gezegd dat het in de e-mail aangekondigde gevolg – de signalering in WoningNet en het maximaal vijf jaar niet in aanmerking komen voor een sociale huurwoning in de regio – niet zal intreden.



3.10
De kantonrechter is van oordeel dat het belang van [onderbewindgestelde] voor behoud van de woning in dit geval zwaarder moet wegen dan het belang van de Alliantie bij een ontbinding en een ontruiming. Het belang van de Alliantie is er namelijk meer bij gediend dat [onderbewindgestelde] in staat wordt gesteld om de huurachterstand vanuit een stabiele situatie te voldoen, dan dat hij op straat komt. [onderbewindgestelde] mag de woning dus blijven huren en hoeft deze niet te ontruimen.



Proceskosten





3.11

[onderbewindgestelde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de Alliantie worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


506,00


(2 punten × € 253,00)




- nakosten


€


126,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


632,50













4De beslissing


De kantonrechter



4.1
vernietigt het verstekvonnis van 13 mei 2026 in de zaak met nummer 12201146 MC EXPL 26-2167;


en opnieuw beslissend,




4.2

veroordeelt de bewindvoerder, in haar hoedanigheid van bewinvoerder over de onder bewind gestelde goederen van [onderbewindgestelde] , tot betaling aan de Alliantie van:
- € 3.157,60 aan huurachterstand berekend tot en met augustus 2026;
- € 166,50 voor de kosten van de betekening van het verstekvonnis;
- € 1.061,52 aan proceskosten (inclusief nakosten) in de verstekprocecure;




4.3
veroordeelt de bewindvoerder, in haar hoedanigheid van bewinvoerder over de onder bewind gestelde goederen van [onderbewindgestelde] , in de kosten van de verzetprocedure van € 632,50, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de bewindvoerder, in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de onder bewind gestelde goederen van [onderbewindgestelde] , niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;



4.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.










Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2026.