Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:6301

2026-09-02 Civiel recht 12171508 \ UC EXPL 26-2946
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-09-02
Publicatiedatum
2026-09-13
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12171508 \ UC EXPL 26-2946
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

koop tweedehands auto Gebreken, herstel en ontbinding koopovereenkomst.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (21.726 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Utrecht



Zaaknummer: 12171508 \ UC EXPL 26-2946




Vonnis van 2 september 2026




in de zaak van





[eiser]
,
wonende in [plaats 1] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: S.H.F. Kerckhoffs, werkzaam bij Legal Advice Wanted B.V.,



tegen





1 [gedaagde sub 1] ,

gevestigd in [plaats 2] ,2. [gedaagde sub 2] , BEHEREND VENNOOT,
wonend in [plaats 3] ,
gedaagde partijen,
hierna samen te noemen: [gedaagde sub 1] c.s.,
procederend in persoon.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 maart 2026,- de conclusie van antwoord,- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
- de mondelinge behandeling van 4 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.



1.2
De kantonrechter heeft vervolgens beslist dat vonnis zal worden gewezen.





2De kern van de zaak


2.1

[eiser] heeft op 9 december 2024 een auto (Porsche Panamera 3.0 S E-Hybrid) bij [gedaagde sub 1] c.s. gekocht. Kort na de aankoop ervaarde [eiser] problemen met de auto. Hij heeft de auto meerdere keren voor herstel aangeboden bij [gedaagde sub 1] c.s., maar de problemen zijn volgens [eiser] niet opgelost door [gedaagde sub 1] c.s. [eiser] heeft de koopovereenkomst daarom op 25 december 2025 buitengerechtelijk ontbonden. [gedaagde sub 1] c.s. is het daarmee oneens. Deze procedure gaat over de vraag of [eiser] de overeenkomst mocht ontbinden en of [gedaagde sub 1] c.s. de koopsom aan [eiser] moet terugbetalen. De kantonrechter geeft [eiser] gelijk.





3De beoordeling


3.1

[eiser] vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat hij de koopovereenkomst buitengerechtelijk heeft ontbonden en vordert terugbetaling van de koopprijs. Volgens hem zijn er gebreken aan de auto die maken dat hij niet meer veilig en normaal aan het verkeer kan deelnemen. Die gebreken zijn door [gedaagde sub 1] c.s. niet verholpen, zodat hij de koop kon ontbinden. [gedaagde sub 1] c.s. betwist dat er gebreken zijn en dat [eiser] haar voldoende in de gelegenheid heeft gesteld om de gebreken te verhelpen.



Het beoordelingskader voor deze zaak





3.2
De koop van de auto door [eiser] is een consumentenkoop. Er zijn daarom consumentenbeschermende bepalingen van toepassing.



3.3

[eiser] doet een beroep op non-conformiteit van de auto. Het uitgangspunt bij de beoordeling van een beroep op non-conformiteit is de regel dat een afgeleverde zaak aan de overeenkomst moet beantwoorden. Een koper mag verwachten dat de gekochte zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te betwijfelen. Een gebrek levert geen non-conformiteit op als de koper op het moment van het sluiten van de koopovereenkomst hiermee bekend was dan wel redelijkerwijs bekend had kunnen zijn. Dit laatste impliceert dat op de koper een zekere onderzoeksplicht kan rusten. In het geval een (tweedehands) auto wordt gekocht om daarmee aan het verkeer deel te nemen, beantwoordt de auto in de regel niet aan de overeenkomst indien als gevolg van een gebrek (dat niet op eenvoudige wijze kan worden hersteld), het gebruik van de auto gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert.



3.4
De bewijslast van de non-conformiteit ligt in beginsel bij de koper. De consument-koper heeft een wettelijke bescherming: als zich binnen twaalf maanden na de aflevering een gebrek openbaart, wordt de zaak vermoed reeds bij de aflevering niet aan de overeenkomst te hebben beantwoord. Als de non-conformiteit vaststaat, is het aan de verkoper om te bewijzen dat het gebrek er ten tijde van de koop nog niet was.



De auto is non-conform





3.5

[eiser] onderbouwt zijn stelling dat de auto niet was wat hij mocht verwachten met een technisch expertiserapport van [A] , registerexpert en registertaxateur motorvoertuigen, van 25 februari 2026 (hierna: het rapport van [A] ). De conclusie van het rapport luidt als volgt:


3.6





Uit het rapport volgt dat de auto door de terugkerende storingen, waarbij de auto niet startte of tijdens het gebruik geen aandrijving leverde (de gebreken), niet meer betrouwbaar is voor normaal gebruik. [gedaagde sub 1] c.s. heeft de juistheid van het rapport van [A] en de daarin vastgestelde gebreken betwist.



3.7
Volgens [gedaagde sub 1] c.s. is het rapport van [A] waardeloos, in de eerste plaats omdat de 12V-(start)accu door [eiser] zelf uit de auto is gehaald en niet goed is teruggeplaatst. De heer [gedaagde sub 2] heeft ter zitting namens [gedaagde sub 1] c.s. verklaard dat de 12V-accu volgens bepaalde instructies en met PIWIS-registratie teruggeplaatst moet worden. Als dat niet gebeurt, gaat de hele auto in storing. Hij verwijst daarvoor naar de instructies die hij bij de conclusie van antwoord heeft meegezonden. Volgens hem heeft [eiser] zich daar niet aan gehouden. [eiser] heeft bij gebrek aan informatie betwist dat de instructies zien op de auto, omdat de instructies gaan over modellen van 2010 tot en met 2012 en de auto waar het over gaat bouwjaar 2014 heeft. Ook heeft [eiser] onweersproken aangevoerd dat als dezelfde 12V-accu wordt teruggeplaatst deze niet (opnieuw) geregistreerd hoeft te worden. Dit is door [gedaagde sub 1] c.s. niet gemotiveerd weersproken. De accu is dus geen reden om aan de juistheid van de conclusies van de deskundige te twijfelen. Daar komt bij dat [gedaagde sub 1] c.s. is uitgenodigd om bij het deskundigenonderzoek aanwezig te zijn. Daar heeft [gedaagde sub 1] c.s. geen gebruik van gemaakt. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de heer [gedaagde sub 2] namens [gedaagde sub 1] c.s. desgevraagd uitgelegd dat hij niet aanwezig was, omdat de overeenkomst al door [eiser] was ontbonden en [gedaagde sub 1] c.s. aan alle verplichtingen had voldaan. Verder heeft hij verklaard dat hij ook al wist wat er uit het onderzoek zou komen, omdat de auto op dat moment een tijd stil stond en [eiser] zelf de 12V-accu had gedemonteerd. [gedaagde sub 1] c.s. heeft de gelegenheid gehad aanwezig te zijn bij het onderzoek om (kritische) vragen te stellen. Als van die gelegenheid gebruik was gemaakt, dan had de deskundige dat mee kunnen nemen in het rapport. Dat [gedaagde sub 1] c.s. na het onderzoek nog geprobeerd heeft contact op te nemen en dat hij daarop geen reactie kreeg, is door [gedaagde sub 1] c.s. niet onderbouwd. Ook heeft [gedaagde sub 1] c.s. geen contra-expertise gedaan (of laten doen). De kantonrechter gaat daarom voorbij aan het standpunt dat het rapport onbruikbaar is.



3.8
Uit het rapport van [A] volgt dat de conditie van de 12V-accu van invloed kan zijn op de storingsmeldingen, maar dat er meer aan de hand is en dat daar nader onderzoek naar moet worden gedaan. Dat klopt volgens [gedaagde sub 1] c.s. niet. Zij voert aan dat klachten die [eiser] ervaart terug te voeren zijn op de 12V-accu. Deze is volgens haar defect, heeft ondervermogen, is onjuist herplaatst door [eiser] zelf (zonder PIWIS-registratie) en is nooit professioneel gecontroleerd of vervangen. Hieruit ontstaan volgens [gedaagde sub 1] c.s. de storingen. [gedaagde sub 1] c.s. voert verder aan dat de HV-tractiebatterij gemeten is door [onderneming] (gespecialiseerd expert) en dat daar geen probleem zit. Maar een rapportage daarvan is ondanks meerdere verzoeken van [eiser] niet ontvangen of in deze procedure overgelegd. Voor het hybride systeem geldt hetzelfde. Door [gedaagde sub 1] c.s. is daarom op geen enkele manier onderbouwd dat, zoals zij stelt, andere oorzaken uitgesloten zijn. De stelling van [gedaagde sub 1] c.s., dat de 12V-accu een slijtage onderdeel is en dat het herstellen daarvan geen verplichting is van [gedaagde sub 1] c.s. volgt de kantonrechter niet. Als het zo is dat de 12V-accu voor de storingen zorgt, dan lag het op de weg van [gedaagde sub 1] c.s. in het kader van haar herstelverplichting om de 12V-accu te herstellen (repareren of vervangen). En dat is niet gebeurd.



3.9
De kantonrechter neemt de conclusies van [A] over. De conclusies zijn helder en overtuigend gemotiveerd. De betwisting van [gedaagde sub 1] c.s. van de gebreken is gezien de onderbouwing in het rapport onvoldoende, zodat vaststaat dat de auto niet veilig aan het verkeer deel kan nemen. Dat betekent dat er sprake is van non-conformiteit.



3.10
Dat [eiser] de auto zonder garantie heeft gekocht, doet aan het voorgaande niet af. Ook als er geen garantie is overeengekomen, moet de auto aan de koopovereenkomst voldoen en komt de consumentkoper een beroep op non-conformiteit toe. Verder is het niet relevant dat [eiser] volgens [gedaagde sub 1] c.s. zelf heeft erkend dat het gebrek bij aankoop niet waarneembaar was. Bij non-conformiteit gaat het juist om gebreken die na de aankoop aan het licht komen. Ook het artikel van TopGear van 1 december 2024 over de betaalbaarheid en betrouwbaarheid van Porsche Panamera’s, dat volgens [gedaagde sub 1] c.s. acht dagen voor het sluiten van de koopovereenkomst is gepubliceerd, maakt dit niet anders. [eiser] had dat artikel als consument niet hoeven kennen en als hij het al kende, dan nog hoefde [eiser] niet te verwachten dat deze specifieke auto zodanige gebreken vertoonde dat hij niet veilig aan het verkeer kon deelnemen.



De storingen zijn niet door [eiser] zelf veroorzaakt





3.11

[gedaagde sub 1] c.s. heeft zich op het standpunt gesteld dat het vermeende gebrek er ten tijde van de aankoop nog niet was. [gedaagde sub 1] c.s. heeft deze stelling onvoldoende onderbouwd, zodat hij niet is geslaagd om het vermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW te weerleggen.



3.12
Volgens [gedaagde sub 1] c.s. is de auto voor de verkoop technisch volledig nagekeken en voorzien van een nieuwe APK. Maar dat maakt niet dat het gebrek, wat zich na de koop heeft geopenbaard, er nog niet was. Bovendien is die stelling door [gedaagde sub 1] c.s. niet onderbouwd.



3.13
De stelling van [gedaagde sub 1] c.s. dat de auto onjuist is gebruikt door [eiser] en dat daardoor de gebreken zijn ontstaan, leidt ook niet tot een ander oordeel. [gedaagde sub 1] c.s. heeft toegelicht waarom zij meent dat [eiser] de auto onjuist heeft gebruikt. [eiser] heeft dat gemotiveerd betwist. Hij heeft ter zitting toegelicht dat hij juist de aanwijzingen voor het gebruik die [gedaagde sub 1] c.s. had gegeven, heeft opgevolgd. Dat dat niet zo is, is door [gedaagde sub 1] c.s. niet verder onderbouwd, zodat het onjuiste gebruik niet vast is komen te staan.



3.14
De stelling van [gedaagde sub 1] c.s. dat [eiser] nalatig is geweest, door niet tijdig onderhoud uit te laten voeren bij elke 20.000 km of twee jaar, maakt het oordeel ook niet anders. [gedaagde sub 1] c.s. heeft niet onderbouwd dat [eiser] op het moment van de eerste problemen in mei 2025 of de problemen in juni, juli en augustus 2025 al 20.000km had gereden met de auto zonder dat er onderhoud was uitgevoerd. Ook waren er op dat moment nog geen twee jaar na de aankoop verstreken.



3.15
De stelling van [gedaagde sub 1] c.s. dat de storingen zijn veroorzaakt omdat [eiser] de 12V-accu zelf heeft gedemonteerd en onjuist heeft herplaatst en geregistreerd, leidt ook niet tot een andere conclusie. Hoewel [eiser] heeft erkent dat hij de 12V-accu zelf heeft gedemonteerd, was dit pas voor het onderzoek van [A] . Dit was ruim nadat de auto was uitgevallen, na de vele storingen en ook nadat de koopovereenkomst is ontbonden. De auto stond op dat moment al een tijd stil (en geschorst) op de oprit bij de woning van [eiser] .




[eiser] heeft [gedaagde sub 1] c.s. in gebreke gesteld





3.16
Als de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoord, zoals hiervoor is vastgesteld, dan kan de koper herstel eisen. De verkoper is verplicht om binnen een redelijke termijn tot herstel over te gaan. Als de verkoper dat niet doet, dan is de koper bevoegd om de koopovereenkomst te ontbinden. Van die situatie is in dit geval sprake.



3.17
Tussen partijen staat vast dat [eiser] [gedaagde sub 1] c.s., nadat de eerste problemen zich voordeden in mei 2025, op de hoogte heeft gesteld en partijen hebben daarna regelmatig contact gehad over de ontstane problemen. [eiser] heeft de auto op 7 juni en 19 juli aan [gedaagde sub 1] c.s. aangeboden voor herstel. [gedaagde sub 1] c.s. heeft toen ook herstelwerkzaamheden verricht. Volgens [gedaagde sub 1] c.s. functioneerde de auto daarna naar behoren. Onduidelijk is gebleven welke werkzaamheden precies aan de auto zijn verricht, want dat heeft [gedaagde sub 1] c.s. niet onderbouwd. Maar ook daarna bleven de problemen zich voordoen en hebben partijen daarover contact gehad. Dit heeft niet geleid tot verdere herstelwerkzaamheden door [gedaagde sub 1] c.s.. [eiser] heeft [gedaagde sub 1] c.s. op 14 november 2025 in gebreke gesteld om tot herstel over te gaan (op uiterlijk 24 december 2025). Daar heeft [gedaagde sub 1] c.s. helemaal niet op gereageerd. [gedaagde sub 1] c.s. was daarom vanaf 25 december 2025 in verzuim. [eiser] mocht daarom de koopovereenkomst op 25 december 2025 buitengerechtelijk ontbinden.



3.18

[gedaagde sub 1] c.s. heeft nog aangevoerd dat zij in een telefoongesprek op 6 november 2025 heeft aangeboden om de auto te bekijken, maar dat [eiser] de auto niet wilde brengen, waardoor zij geen kans heeft gehad om de auto te herstellen. Dit maakt het oordeel niet anders. [eiser] heeft allereerst betwist dat dit aanbod is gedaan in het telefoongesprek en daarnaast is de ingebrekestelling een week na het telefoongesprek gestuurd. Als [gedaagde sub 1] c.s. de auto alsnog wilde herstellen, dan had het op haar weg gelegen om op die ingebrekestelling te reageren. De kantonrechter passeert daarom ook het aanbod om getuigen te horen over de inhoud van het telefoongesprek van 6 november 2025.



Door de ontbinding ontstaan er ongedaanmakingsverplichtingen





3.19
Een ontbinding bevrijdt de partijen van de daardoor getroffen verbintenissen. Voor zover deze reeds zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties. Dit betekent in deze zaak dat de auto terug moet naar [gedaagde sub 1] c.s. en dat [gedaagde sub 1] c.s. de koopprijs moet terugbetalen.



3.20
De kantonrechter zal daarom voor recht verklaren dat [eiser] de koopovereenkomst op 25 december 2025 rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden en [gedaagde sub 1] c.s. veroordelen tot terugbetaling van € 32.500,00. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de ontbinding wordt ook toegewezen.



3.21

[eiser] heeft geen vordering ingesteld tot het terugnemen van de auto (onder andere het ophalen en vrijwaren van de auto). [gedaagde sub 1] c.s. heeft ook die (tegen)vordering niet ingediend. De kantonrechter gaat er vanuit dat partijen dit in onderling overleg regelen.




[gedaagde sub 1] c.s. moet de deskundigenkosten vergoeden





3.22

[eiser] vordert vergoeding van de kosten van het rapport van [A] . Als vermogensschade komen voor vergoeding in aanmerking de redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid.[gedaagde sub 1] c.s. voert aan dat zij de deskundigenkosten disproportioneel vindt, maar dit is verder niet toegelicht. De kantonrechter vindt de gevorderde deskundigenkosten die zijn gemaakt voor het onderzoek niet onredelijk en wijst deze kosten, in totaal € 862,85, daarom toe. [eiser] heeft over dit bedrag wettelijke rente gevorderd vanaf de datum van de opeisbaarheid, maar heeft niet duidelijk gemaakt welke datum of welk moment dat is. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag zal daarom worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, 18 maart 2026.




[gedaagde sub 1] c.s. moet de buitengerechtelijke incassokosten vergoeden





3.23

[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat de eisende partij voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag van € 1.331,00 komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal worden toegewezen.




[gedaagde sub 1] c.s. moet de proceskosten vergoeden





3.24

[gedaagde sub 1] c.s. is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


156,75







- griffierecht


€


753,00







- salaris gemachtigde


€


1.154,00


(2 punten × € 577,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.207,75.











Uitvoerbaarheid bij voorraad





3.25
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door [eiser] . Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.





4De beslissing


De kantonrechter



4.1
verklaart voor recht dat [eiser] de koopovereenkomst van 9 december 2024 op 25 december 2025 rechtsgeldig buitengerechtelijk heeft ontbonden,



4.2
veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s om aan [eiser] te betalen:


een bedrag van € 32.500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 25 december 2025,


een bedrag van € 862,85, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 18 maart 2026,


een bedrag van € 1331,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 18 maart 2026,





4.3
veroordeelt [gedaagde sub 1] c.s. in de proceskosten van € 2.207,75, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde sub 1] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.4
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,



4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. H.A.M. Pinckaers en in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.









64510




Artikel 7:5 BW


Artikel 7:17 BW


ECLI:NL:HR:1994:ZC1338


Artikel 7:18a lid 2 BW


ECLI:NL:HR:2021:1666 (bewijs van het tegendeel)


Productie D.


Artikel 7:21 lid 1 sub b en lid 3 BW.


Artikel 7:22 lid 1 en 2 BW.


Artikel 6:271 BW


Artikel 6:96 lid 2 sub b BW