Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:6235
2026-08-12
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/16/613240 / FO RK 26-834
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Informele rechtsingang. Beschadigde relatie minderjarige en vader, terwijl praktische financiële zaken geregeld moeten worden. Ambtshalve benoeming bewindvoerder over het vermogen van de minderjarige gedurende zijn minderjarigheid.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.315 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/613240 / FO RK 26-834
Informele rechtsingang en minderjarigenbewind
Beschikking van 12 augustus 2026
op de aanvraag van:
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,hierna: [minderjarige] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[vader]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: de vader.
1De procedure
1.1
De rechtbank Overijssel heeft op 16 april 2026 de brief ontvangen die [minderjarige] heeft gestuurd. [minderjarige] heeft op 4 mei 2026 een kinderrechter van die rechtbank gesproken over deze brief.
1.2
Bij beschikking van 22 mei 2026 heeft de rechtbank Overijssel de zaak doorverwezen naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht.
1.3
Op 18 juni 2026 heeft [minderjarige] (via videobelverbinding) met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over zijn brief.
1.4
Bij brief van 25 juni 2026 heeft de rechtbank de vader ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hem uitgenodigd voor een zitting om zijn mening te kunnen geven over de wensen van [minderjarige] . Ook de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad), het Centrum Jeugd- en Gezin Elburg (hierna te noemen: het CJG) en de zwager van [minderjarige] zijn voor deze zitting uitgenodigd.
1.5
Voorafgaand aan de zitting zijn de volgende stukken ontvangen:
de e-mail van de vader van 3 juli 2026;
de e-mail met bijlage van de vader van 24 juli 2026;
de e-mail met bijlage van de vader van 25 juli 2026;
de e-mail van de vader van 27 juli 2026.
1.6
De wens van [minderjarige] is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 29 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de vader;
de Raad, vertegenwoordigd door [A] ;
het CJG Elburg, vertegenwoordigd door [B] ;
de zwager van [minderjarige] .
1.7
De vader heeft na afloop van de zitting (op 29 juli 2026 en 1 augustus 2026) twee e-mails gestuurd. Deze e-mails zijn niet toegevoegd aan het dossier.
2Waar de procedure over gaat
2.1
De vader en de moeder van [minderjarige] , [moeder], zijn met elkaar getrouwd geweest.
2.2
De moeder van [minderjarige] is op [datum] 2026 overleden.
2.3
De vader heeft alleen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat hij de belangrijke beslissingen over [minderjarige] zelfstandig kan nemen.
2.4
[minderjarige] woont beschermd in Zwolle.
2.5
[minderjarige] heeft in het kader van de informele rechtsingang benoemd dat hij graag wil dat er een bijzondere curator wordt benoemd om financiële zaken voor hem te regelen, zoals het aanvaarden van de erfenis van zijn moeder, het openen van een bankrekening en het afsluiten van abonnementen, en om ervoor te zorgen dat [minderjarige] kinderalimentatie ontvangt om in zijn dagelijks levensonderhoud te voorzien en schoolkosten te betalen.
3De beoordeling
De beslissing
3.1
De kantonrechter stelt gedurende de minderjarigheid van [minderjarige] een bewind in over zijn vermogen en benoemt de zwager van [minderjarige] als bewindvoerder. De kantonrechter legt deze beslissing hierna uit.
Bewindvoering
3.2 De kantonrechter kan ambtshalve een bewind instellen over het vermogen van een minderjarige. Tussen [minderjarige] en zijn vader is er in het verleden veel gebeurd. Hierdoor is hun relatie beschadigd geraakt. Het lukt de vader, die als gezaghebbend ouder het vermogen van [minderjarige] beheert, op dit moment niet om vanuit het perspectief van [minderjarige] te reageren. Tegelijkertijd moeten er veel praktische zaken op financieel vlak geregeld worden. Dat zorgt ervoor dat de kantonrechter aanleiding ziet om iemand anders te benoemen die verantwoordelijk is voor de financiën van [minderjarige] .
3.3
De kantonrechter vindt het belangrijk dat het bewind over het vermogen van [minderjarige] door iemand wordt uitgevoerd die dicht bij [minderjarige] staat en hem ook na zijn achttiende verjaardag kan helpen met zijn financiën. De zwager van [minderjarige] heeft de afgelopen periode als een vertrouwenspersoon voor [minderjarige] opgetreden en staat erg dicht bij hem. De kantonrechter acht het daarom in het belang van [minderjarige] om zijn zwager te benoemen tot bewindvoerder over zijn vermogen. De zwager van [minderjarige] heeft tijdens de zitting gezegd dat hij bereid is om bewindvoerder te worden over het vermogen van [minderjarige] . Alle aanwezigen tijdens de zitting hebben hiermee ingestemd. De kantonrechter heeft de zwager tijdens de zitting gewezen op wat zijn verantwoordelijkheden als bewindvoerder zijn.
3.4
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter op grond van artikel 1:370 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ambtshalve een bewind instellen over het vermogen van [minderjarige] en de zwager van [minderjarige] tot bewindvoerder benoemen.
3.5
Op dit bewind zijn op grond van artikel 1:370 lid 3 BW alle bepalingen omtrent het bewind van een voogd van overeenkomstige toepassing.
3.6
De vader heeft tijdens de zitting aangeboden om zijn alimentatieverplichting aan [minderjarige] in één keer te willen betalen. De kantonrechter raadt de vader en de zwager aan om met elkaar in gesprek te gaan over hoe zij dit het beste kunnen regelen. Informele rechtsingang3.7 Nu er een bewind wordt ingesteld over het vermogen van [minderjarige] , heeft [minderjarige] er geen belang meer bij dat er een bijzondere curator wordt benoemd om financiële zaken voor hem te regelen. Daarom zal er geen bijzondere curator in de informele rechtsingang worden benoemd.
Contact vader en [minderjarige]
3.8 Tijdens de zitting is ook gesproken over het contact tussen de vader en [minderjarige] . Er is een gebrek aan vertrouwen tussen de vader en [minderjarige] , waarmee de kans dat hun relatie op korte termijn hersteld gaat worden klein is. Met alles dat [minderjarige] de afgelopen periode heeft meegemaakt is het voor hem nu het beste als er rust is in het contact met de vader. De vader is bereid om [minderjarige] deze rust te geven. De rechtbank hoopt dat er in de toekomst ruimte gaat ontstaan voor contactherstel tussen [minderjarige] en de vader.
Brief [minderjarige]
3.9 Tegelijk met de beschikking stuurt de rechter een brief aan [minderjarige] . Daarin is het volgende opgenomen:‘’Beste [minderjarige] ,
Het is alweer een tijd geleden dat wij elkaar spraken. Jij vertelde toen dat jij praktische financiële zaken niet kan regelen en de relatie met jouw vader best ingewikkeld is. Jij hebt daarom liever niet dat jouw vader daar verantwoordelijk voor is.
Op 29 juli heb ik jouw vader, [C] , [B] en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming gesproken. Ik heb toen uitgelegd dat er ook de mogelijkheid bestaat om jouw vermogen onder bewind te stellen van een bewindvoerder. Het voordeel daarvan is dat zo’n bewindvoerder meteen naast jou kan staan om financiële zaken voor je te regelen. Ik had namelijk het idee dat je daar het meest behoefte aan hebt, ook omdat je over iets meer dan een half jaar achttien wordt. Je hebt het waarschijnlijk al gehoord, maar ik heb tijdens de zitting gevraagd of [C] jouw bewindvoerder wil worden. Hij heeft me verteld dat hij dit graag wil doen. Ik vind dat in jouw belang. [C] is de afgelopen tijd erg betrokken bij jou geweest. Hij weet daarom veel af van wat er geregeld moet worden en kan dit goed met jou bespreken. Het bewind eindigt als jij achttien wordt. Vanwege jullie goede band heb ik er vertrouwen in dat [C] ook na je achttiende verjaardag betrokken zal blijven bij het regelen van praktische financiële zaken als dat nodig is.
Tijdens de zitting is ook gesproken over het contact tussen jou en je vader. Er is aan je vader uitgelegd dat jij het contact op dit moment moeilijk vindt. Je vader heeft gezegd dat hij bereid is om jou rust te geven. Ik hoop dat die rust jullie kan helpen, zodat er in de toekomst weer fijn contact kan zijn.
Ik hoop dat je snel met [C] de dingen kan gaan regelen die nodig zijn, zodat je je hier niet meer druk over hoeft te maken. Dankjewel voor ons gesprekje. Ik wens je een fijne zomer en alvast veel succes volgend schooljaar op het Deltion College! Dat kun jij!
Hierna volgt de beslissing.
4De beslissing
De (kanton)rechter:
4.1
stelt gedurende zijn minderjarigheid een bewind in over het vermogen van:
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,wonende in [woonplaats] ,
benoemt tot bewindvoerder:
[C]
,wonende in [woonplaats] . 4.2 neemt geen ambtshalve beslissing op het verzoek van [minderjarige] in de informele rechtsingang.
Deze beslissing is genomen door mr. M.M.E. Manning, (kanton)rechter, in samenwerking met mr. R. Jelicic, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Civiel recht
Kantonrechter
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/613240 / FO RK 26-834
Informele rechtsingang en minderjarigenbewind
Beschikking van 12 augustus 2026
op de aanvraag van:
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,hierna: [minderjarige] .
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[vader]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna: de vader.
1De procedure
1.1
De rechtbank Overijssel heeft op 16 april 2026 de brief ontvangen die [minderjarige] heeft gestuurd. [minderjarige] heeft op 4 mei 2026 een kinderrechter van die rechtbank gesproken over deze brief.
1.2
Bij beschikking van 22 mei 2026 heeft de rechtbank Overijssel de zaak doorverwezen naar de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht.
1.3
Op 18 juni 2026 heeft [minderjarige] (via videobelverbinding) met de kinderrechter van deze rechtbank gesproken over zijn brief.
1.4
Bij brief van 25 juni 2026 heeft de rechtbank de vader ingelicht over het gesprek met [minderjarige] en hem uitgenodigd voor een zitting om zijn mening te kunnen geven over de wensen van [minderjarige] . Ook de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad), het Centrum Jeugd- en Gezin Elburg (hierna te noemen: het CJG) en de zwager van [minderjarige] zijn voor deze zitting uitgenodigd.
1.5
Voorafgaand aan de zitting zijn de volgende stukken ontvangen:
de e-mail van de vader van 3 juli 2026;
de e-mail met bijlage van de vader van 24 juli 2026;
de e-mail met bijlage van de vader van 25 juli 2026;
de e-mail van de vader van 27 juli 2026.
1.6
De wens van [minderjarige] is besproken tijdens de mondelinge behandeling (zitting) van 29 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
de vader;
de Raad, vertegenwoordigd door [A] ;
het CJG Elburg, vertegenwoordigd door [B] ;
de zwager van [minderjarige] .
1.7
De vader heeft na afloop van de zitting (op 29 juli 2026 en 1 augustus 2026) twee e-mails gestuurd. Deze e-mails zijn niet toegevoegd aan het dossier.
2Waar de procedure over gaat
2.1
De vader en de moeder van [minderjarige] , [moeder], zijn met elkaar getrouwd geweest.
2.2
De moeder van [minderjarige] is op [datum] 2026 overleden.
2.3
De vader heeft alleen het gezag over [minderjarige] . Dat betekent dat hij de belangrijke beslissingen over [minderjarige] zelfstandig kan nemen.
2.4
[minderjarige] woont beschermd in Zwolle.
2.5
[minderjarige] heeft in het kader van de informele rechtsingang benoemd dat hij graag wil dat er een bijzondere curator wordt benoemd om financiële zaken voor hem te regelen, zoals het aanvaarden van de erfenis van zijn moeder, het openen van een bankrekening en het afsluiten van abonnementen, en om ervoor te zorgen dat [minderjarige] kinderalimentatie ontvangt om in zijn dagelijks levensonderhoud te voorzien en schoolkosten te betalen.
3De beoordeling
De beslissing
3.1
De kantonrechter stelt gedurende de minderjarigheid van [minderjarige] een bewind in over zijn vermogen en benoemt de zwager van [minderjarige] als bewindvoerder. De kantonrechter legt deze beslissing hierna uit.
Bewindvoering
3.2 De kantonrechter kan ambtshalve een bewind instellen over het vermogen van een minderjarige. Tussen [minderjarige] en zijn vader is er in het verleden veel gebeurd. Hierdoor is hun relatie beschadigd geraakt. Het lukt de vader, die als gezaghebbend ouder het vermogen van [minderjarige] beheert, op dit moment niet om vanuit het perspectief van [minderjarige] te reageren. Tegelijkertijd moeten er veel praktische zaken op financieel vlak geregeld worden. Dat zorgt ervoor dat de kantonrechter aanleiding ziet om iemand anders te benoemen die verantwoordelijk is voor de financiën van [minderjarige] .
3.3
De kantonrechter vindt het belangrijk dat het bewind over het vermogen van [minderjarige] door iemand wordt uitgevoerd die dicht bij [minderjarige] staat en hem ook na zijn achttiende verjaardag kan helpen met zijn financiën. De zwager van [minderjarige] heeft de afgelopen periode als een vertrouwenspersoon voor [minderjarige] opgetreden en staat erg dicht bij hem. De kantonrechter acht het daarom in het belang van [minderjarige] om zijn zwager te benoemen tot bewindvoerder over zijn vermogen. De zwager van [minderjarige] heeft tijdens de zitting gezegd dat hij bereid is om bewindvoerder te worden over het vermogen van [minderjarige] . Alle aanwezigen tijdens de zitting hebben hiermee ingestemd. De kantonrechter heeft de zwager tijdens de zitting gewezen op wat zijn verantwoordelijkheden als bewindvoerder zijn.
3.4
Gelet op het voorgaande zal de kantonrechter op grond van artikel 1:370 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ambtshalve een bewind instellen over het vermogen van [minderjarige] en de zwager van [minderjarige] tot bewindvoerder benoemen.
3.5
Op dit bewind zijn op grond van artikel 1:370 lid 3 BW alle bepalingen omtrent het bewind van een voogd van overeenkomstige toepassing.
3.6
De vader heeft tijdens de zitting aangeboden om zijn alimentatieverplichting aan [minderjarige] in één keer te willen betalen. De kantonrechter raadt de vader en de zwager aan om met elkaar in gesprek te gaan over hoe zij dit het beste kunnen regelen. Informele rechtsingang3.7 Nu er een bewind wordt ingesteld over het vermogen van [minderjarige] , heeft [minderjarige] er geen belang meer bij dat er een bijzondere curator wordt benoemd om financiële zaken voor hem te regelen. Daarom zal er geen bijzondere curator in de informele rechtsingang worden benoemd.
Contact vader en [minderjarige]
3.8 Tijdens de zitting is ook gesproken over het contact tussen de vader en [minderjarige] . Er is een gebrek aan vertrouwen tussen de vader en [minderjarige] , waarmee de kans dat hun relatie op korte termijn hersteld gaat worden klein is. Met alles dat [minderjarige] de afgelopen periode heeft meegemaakt is het voor hem nu het beste als er rust is in het contact met de vader. De vader is bereid om [minderjarige] deze rust te geven. De rechtbank hoopt dat er in de toekomst ruimte gaat ontstaan voor contactherstel tussen [minderjarige] en de vader.
Brief [minderjarige]
3.9 Tegelijk met de beschikking stuurt de rechter een brief aan [minderjarige] . Daarin is het volgende opgenomen:‘’Beste [minderjarige] ,
Het is alweer een tijd geleden dat wij elkaar spraken. Jij vertelde toen dat jij praktische financiële zaken niet kan regelen en de relatie met jouw vader best ingewikkeld is. Jij hebt daarom liever niet dat jouw vader daar verantwoordelijk voor is.
Op 29 juli heb ik jouw vader, [C] , [B] en iemand van de Raad voor de Kinderbescherming gesproken. Ik heb toen uitgelegd dat er ook de mogelijkheid bestaat om jouw vermogen onder bewind te stellen van een bewindvoerder. Het voordeel daarvan is dat zo’n bewindvoerder meteen naast jou kan staan om financiële zaken voor je te regelen. Ik had namelijk het idee dat je daar het meest behoefte aan hebt, ook omdat je over iets meer dan een half jaar achttien wordt. Je hebt het waarschijnlijk al gehoord, maar ik heb tijdens de zitting gevraagd of [C] jouw bewindvoerder wil worden. Hij heeft me verteld dat hij dit graag wil doen. Ik vind dat in jouw belang. [C] is de afgelopen tijd erg betrokken bij jou geweest. Hij weet daarom veel af van wat er geregeld moet worden en kan dit goed met jou bespreken. Het bewind eindigt als jij achttien wordt. Vanwege jullie goede band heb ik er vertrouwen in dat [C] ook na je achttiende verjaardag betrokken zal blijven bij het regelen van praktische financiële zaken als dat nodig is.
Tijdens de zitting is ook gesproken over het contact tussen jou en je vader. Er is aan je vader uitgelegd dat jij het contact op dit moment moeilijk vindt. Je vader heeft gezegd dat hij bereid is om jou rust te geven. Ik hoop dat die rust jullie kan helpen, zodat er in de toekomst weer fijn contact kan zijn.
Ik hoop dat je snel met [C] de dingen kan gaan regelen die nodig zijn, zodat je je hier niet meer druk over hoeft te maken. Dankjewel voor ons gesprekje. Ik wens je een fijne zomer en alvast veel succes volgend schooljaar op het Deltion College! Dat kun jij!
Hierna volgt de beslissing.
4De beslissing
De (kanton)rechter:
4.1
stelt gedurende zijn minderjarigheid een bewind in over het vermogen van:
[minderjarige]
, geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] ,wonende in [woonplaats] ,
benoemt tot bewindvoerder:
[C]
,wonende in [woonplaats] . 4.2 neemt geen ambtshalve beslissing op het verzoek van [minderjarige] in de informele rechtsingang.
Deze beslissing is genomen door mr. M.M.E. Manning, (kanton)rechter, in samenwerking met mr. R. Jelicic, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 augustus 2026.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.