Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:6192

2026-08-26 Civiel recht 12119949 MC 26-1082
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-08-26
Publicatiedatum
2026-09-08
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12119949 MC 26-1082
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Dexia; aandelenlease; fictieve restschuld.

Citeert (5)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.585 tekens)
Vonnis




RECHTBANK Midden-Nederland

Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 12119949 MC 26-1082




vonnis van de kantonrechter van 26 augustus 2026




in de zaak van


[eiseres] ,

wonende te [woonplaats] ,
eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie,
gemachtigde: Leaseproces



tegen




de besloten vennootschap DEXIA NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amsterdam,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
gemachtigde: USG Legal Professionals,
Partijen worden hierna Dexia en [eiseres] genoemd.




1De procedure

1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding van 18 februari 2026, met producties;


de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met producties;


de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, met producties;


de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, met producties;


de conclusie van dupliek in reconventie, tevens akte uitlating producties.





1.2
Hierna is vonnis bepaald.





2De feiten

2.1

[eiseres] heeft de volgende leaseovereenkomsten (hierna: de overeenkomsten) ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij (de rechtsvoorganger van) Dexia:












Nr


Contractnr.


Datum


Naam overeenkomst


Looptijd


Leasesom




I.



[contractnummer 1]



29-09-2000


Bonus Beleggen


84 mnd


€ 3.313,56




II.



[contractnummer 2]



05-12-2000


WinstVerDriedubbelaar


36 mnd


€ 9.276,36




III



[contractnummer 3]



23-02-2001


Korting Koers


120 mnd


€ 3.828,09







2.2
Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomsten een eindafrekening opgesteld met het volgende resultaat:










Nr.


Datum eindafrekening


Resultaat


Betaald




I.


26-05-2006


€ 306,86


Gebruikt voor de betaling van de restschuld van contract [contractnummer 4]




II


04-12-2003


€ 0,00


Na betaling van € 7.838.07




III


26-05-2006


€ 95,00


Gebruikt voor de betaling van de restschuld van contract [contractnummer 5]








2.3
Volgens opgave van Dexia heeft [eiseres] op grond van de overeenkomsten – al dan niet bij wijze van vooruitbetaling – in totaal een bedrag van € 5.685,65 aan maandtermijnen aan Dexia betaald. Volgens die opgave heeft [eiseres] € 1,35 aan dividenden ontvangen en € 43,55 aan fiscaal voordeel genoten. [eiseres] heeft in 2000 en 2001 nog drie andere overeenkomsten afgesloten, namelijk de overeenkomsten met de nummers [contractnummer 4] , [contractnummer 5] en [contractnummer 6] . [eiseres] en Dexia hebben wat betreft deze overeenkomsten in 2011 een schikking getroffen. Bij het einde van de overeenkomst [contractnummer 2] heeft Dexia de onderliggende effecten aan [eiseres] uitgeleverd en heeft [eiseres] volgens de eindafrekening € 7.622,14 aan restant hoofdsom Dexia betaald. De waarde van de aandelen bedroeg bij uitlevering € 2.558,31.





3De vorderingen en het verweer


3.1

[eiseres] vordert dat bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- dat voor recht wordt verklaard dat Dexia onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld en/of toerekenbaar tekort is geschoten;

- Dexia te veroordelen tot (terug)betaling van al hetgeen in het kader van deze overeenkomsten is betaald, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling tot aan de dag van algehele terugbetaling;

- een verklaring voor recht dat er ten aanzien van overeenkomst WinstVerDriedubbelaar [contractnummer 2] sprake is van een restschuld van € 5.279,76, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag aan restschuld en Dexia gehouden is die
restschuld aan [eiseres] te vergoeden, in ieder geval voor 2/3 deel volgens het hofmodel, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf betalen (4 december 2003);

- Dexia te veroordelen tot betaling van de proceskosten en de nakosten.



3.2
Dexia voert verweer tegen de vorderingen van [eiseres] en concludeert tot afwijzing van de vorderingen, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten. Dexia vordert dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet dat toelaat, zal verklaren voor recht dat Dexia met betrekking tot de tussen haar en [eiseres] gesloten overeenkomsten aan al haar verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [eiseres] verschuldigd is, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van het geding.



3.3
Op de stellingen en verweren van partijen zal voor zover nodig hierna nader worden ingegaan.





4De beoordeling



Algemeen
4.1 Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenlease-overeenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 á 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een optoutverklaring ingediend, onder wie [eiseres] .



4.2
De veelheid van procedures heeft geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend. In het bijzonder gaat het om de arresten van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC2837), 5 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH 2815), 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003), 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR: 2017:164) en 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:590) en de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 (ECLI:NL: GHAMS:2009:BK4981) en 1 april 2014, (ECLI:NL:GHAMS:2014:1135). Deze jurisprudentie wordt als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking daarvan rechtvaardigen.


4.3
Toepassing van deze maatstaven en beoordelingskaders leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:


er is sprake van huurkoop;


er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;


Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;


afnemer heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld;


er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.





4.4

[eiseres] heeft primair gesteld dat Dexia de volledige schade bestaande uit inleg en restschuld dient te vergoeden omdat Dexia haar zorgplichten heeft geschonden, behoudens een beroep van Dexia op het bepaalde in artikel 6:101 van het BW.



4.5
Deze stelling van [eiseres] gaat niet op. Uit de vaste jurisprudentie volgt dat in zaken als de onderhavige Dexia 2/3 van de restschuld als schade dient te vergoeden, tenzij bijzondere omstandigheden aan de orde zijn op grond waarvan meer schade door Dexia vergoed dient te worden. Die omstandigheden zijn niet gesteld, noch gebleken. Uitgangspunt is derhalve dat Dexia 2/3 van de restschuld dient te vergoeden.



Fictieve restschuld





4.6
Nu bij beëindiging van de overeenkomst [contractnummer 2] de daaraan verbonden aandelen door [eiseres] zijn overgenomen behoort het daarvoor door [eiseres] betaalde bedrag, gelijk aan de waarde van de aandelen op dat moment, niet tot de bovenbedoelde schade. Om vast te stellen of sprake is van een door [eiseres] betaalde restschuld dient het bedrag aan ‘waarde effecten’ in mindering te worden gebracht op de betaling door [eiseres] . De restschuld uit de betreffende overeenkomst (ook wel aangeduid als “fictieve restschuld”) vormt het bedrag dat [eiseres] heeft betaald nadat de waarde van de aandelen en het bedrag aan eventuele achterstallige termijnen op de betaling in mindering zijn gebracht.



4.7
Dexia heeft voorts in het kader van de restschuld aangevoerd dat [eiseres] de aandelen heeft overgenomen en dat in dat geval geen (fictieve) restschuld ontstaat, althans dat tussen het onrechtmatig handelen en deze schadepost een causaal verband ontbreekt. Hierin wordt Dexia niet gevolgd. [eiseres] vordert (onder meer) het nadeel bestaande uit hetgeen hij bij de beëindiging van de overeenkomst meer moest betalen dan de waarde van de aandelen bij overname daarvan teneinde de verschuldigde restant hoofdsom te voldoen. Anders dan Dexia betoogt, is dit nadeel een nadelig financieel gevolg van het aangaan van de overeenkomst. Dat [eiseres] niet gekozen heeft voor de verkoop van de aandelen onder verrekening van de verkoopopbrengst met de restant hoofdsom, maar voor uitlevering van de aandelen tegen aflossing van de restant hoofdsom, maakt het causaal verband niet anders. Het verschil tussen het bij beëindiging van de overeenkomst door [eiseres] betaalde bedrag enerzijds en de waarde van de aandelen op de dag van overname.



4.8
Anders dan [eiseres] heeft gesteld maar wel zoals Dexia heeft aangevoerd bedraagt de in aanmerking te nemen restschuld € 5.063,83. Uitgegaan dient te worden van de bij het eind van de overeenkomst verschuldigde restant hoofdsom en die bedraagt € 7.622,14. Dexia is twee derde van laatstgenoemd bedrag, derhalve € 3.375,89, aan [eiseres] verschuldigd, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag van betaling.



4.9
De door [eiseres] gevorderde verklaring voor recht wordt toegewezen in die zin dat voor recht zal worden verklaard dat Dexia onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld met betrekking tot overeenkomst [contractnummer 2] . Wat betreft de overeenkomsten met nummers [contractnummer 1] en [contractnummer 3] heeft [eiseres] geen schade gevorderd en niet gesteld of gebleken is dat zij belang heeft bij een verklaring voor recht omtrent deze overeenkomsten. De gevorderde verklaring voor recht met betrekking tot de overeenkomsten met nummers [contractnummer 1] en [contractnummer 3] wordt daarom afgewezen.


4.10
Ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten vormen de stellingen geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan in het arrest van de Hoge Raad van 12 april 2019 dat partijen bekend is. Dit brengt mee, dat de vordering van Dexia toegewezen kan worden, met veroordeling van [eiseres] in de proceskosten.


4.11

Uit het voorgaande volgt dat de door Dexia in reconventie gevorderde verklaring voor recht met betrekking tot de overeenkomsten met nummers [contractnummer 1] en [contractnummer 3] wordt toegewezen. Dexia is wat betreft deze overeenkomsten niets meer verschuldigd aan [eiseres] .

Proceskosten





4.12
Omdat [eiseres] in conventie grotendeels inhoudelijk gelijk krijgt, is Dexia aan te merken als de in het ongelijk te stellen partij. Dexia zal worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [eiseres] gevallen. De proceskosten van [eiseres] in conventie worden begroot op:
- dagvaarding € 144,47
- griffierecht € 90,00
- salaris gemachtigde € 576,00 (2 x tarief € 288,00)
- nakosten € 144,00
Totaal € 954,47.



4.13
De gevorderde rente over de proceskosten zal als na te melden worden toegewezen.



4.14
Gelet op de uitkomst van de procedure in reconventie bestaat aanleiding voor compensatie van de proceskosten, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.





5De beslissing



in conventie:




5.1
verklaart voor recht dat Dexia met betrekking tot de overeenkomsten met nummer [contractnummer 2] onrechtmatig heeft gehandeld,



5.2
verklaart voor recht dat er ten aanzien van overeenkomst [contractnummer 2] sprake is van een restschuld van € 5.063,09 en Dexia gehouden is 2/3e deel van de restschuld volgens het hofmodel aan [eiseres] te vergoeden, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf betalen (4 december 2003), tot aan de dag der algehele voldoening,



5.3
veroordeelt Dexia aan [eiseres] te betalen € 3.375,89 ter zake de overeenkomst met nummer [contractnummer 2] , te vermeerderen met de wettelijke rente daarover telkens te berekenen vanaf de dag van de betaling door [eiseres] aan Dexia, tot de dag van algehele voldoening,



5.4
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 954,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,



5.5
veroordeelt Dexia in de wettelijke rente over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,



5.6
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad,



in reconventie





5.7

verklaart voor recht dat Dexia met betrekking tot de tussen haar en [eiseres] gesloten overeenkomsten met nummers [contractnummer 1] en [contractnummer 3] aan al haar
verplichtingen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [eiseres] verschuldigd is,




5.8
compenseert de proceskosten in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,





in conventie en in reconventie





5.9
wijst het meer of anders gevorderde af.




Dit vonnis is gewezen door mr. A. van Dijk, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.