Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:6124
2026-08-24
Bestuursrecht
UTR 26/910
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
De WOZ-waarde is niet in geschil. In geschil is alleen de schending van de hoorplicht. Er is enkel een formeel/principieel belang. Een bevestigend antwoord op de vraag of de hoorplicht is geschonden leidt immers niet tot een ander rechtsgevolg. Meer in het bijzonder is er geen proceskostenveroordeling mogelijk vanwege die schending van de hoorplicht, de hoorzitting heeft immers niet plaatsgevonden. Het hebben van enkel een formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang.
Citeert (1)
- ECLI:NL:CRVB:2024:380 Centrale Raad van Beroep 28-02-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.944 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/910
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigden: mr. I.A. van Kroonenburg en N. Mirouad)
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar,
(gemachtigde: mr. J. Massee)
Procesverloop
1.1
In de beschikking van 25 februari 2025 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2025 vastgesteld op € 479.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2024. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiseres als eigenares van deze woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij de WOZwaarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
1.2
Eiseres is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 17 december 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres (deels) gegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning verlaagd naar € 450.000,-.
1.3
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 18 augustus 2026. Gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.
Overwegingen
2. De WOZ-waarde van de woning is in beroep niet in geschil.
Geschil
3. In geschil is -uitsluitend- de vraag of de heffingsambtenaar de hoorplicht heeft geschonden.
De beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres voldoende procesbelang heeft bij de beoordeling van haar beroep. Uit vaste rechtspraak volgt dat pas sprake is van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een enkel formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
5. Eiseres voert aan dat de heffingsambtenaar de hoorplicht heeft geschonden. Zij geeft aan dat in dit beroep niet enkel de schending van de hoorplicht centraal staat, maar vooral het bredere belang om te voorkomen dat bestuursorganen de wettelijke waarborgen van hoor en wederhoor stelselmatig naast zich neerleggen. Uit ervaring van (de gemachtigde van) eiseres blijkt dat vergelijkbare handelwijzen ook bij andere bestuursorganen voorkomen, waarbij op soortgelijke wijze wordt getracht het hoorrecht te beperken of te omzeilen. Volgens eiseres is het daarom van wezenlijk belang dat de rechtbank duidelijkheid schept en een grens trekt. Dit om te voorkomen dat bestuursorganen door middel van starre of strategische procesvoering structureel afbreuk doen aan de zorgvuldigheid van de besluitvorming. Dit raakt volgens eiseres direct aan de rechtsbescherming van belanghebbenden en aan het vertrouwen dat men mag hebben in een eerlijke bezwaarprocedure. Eiseres gaat vervolgens verder in op het verloop van de bezwaarprocedure en de redenen waarom zij van mening is dat de heffingsambtenaar de hoorplicht heeft geschonden.
6. Uit overweging 5 volgt dat eiseres enkel een formeel/principieel belang heeft bij deze zaak. Een bevestigend antwoord op de vraag of de hoorplicht is geschonden leidt immers niet tot een ander rechtsgevolg. Meer in het bijzonder is er geen proceskostenveroordeling mogelijk vanwege die schending van de hoorplicht, de hoorzitting heeft immers niet plaatsgevonden. Het hebben van enkel een formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
7. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2024:380.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/910
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigden: mr. I.A. van Kroonenburg en N. Mirouad)
en
de heffingsambtenaar van de gemeente [gemeente] , de heffingsambtenaar,
(gemachtigde: mr. J. Massee)
Procesverloop
1.1
In de beschikking van 25 februari 2025 heeft de heffingsambtenaar op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de waarde van de onroerende zaak op het adres [adres] in [plaats] (de woning) voor het belastingjaar 2025 vastgesteld op € 479.000,- naar de waardepeildatum 1 januari 2024. Bij deze beschikking heeft de heffingsambtenaar aan eiseres als eigenares van deze woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd, waarbij de WOZwaarde als heffingsmaatstaf is gehanteerd.
1.2
Eiseres is tegen de beschikking in bezwaar gegaan. In de uitspraak op bezwaar van 17 december 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres (deels) gegrond verklaard en de WOZ-waarde van de woning verlaagd naar € 450.000,-.
1.3
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 18 augustus 2026. Gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van de heffingsambtenaar en [taxateur] (taxateur van de heffingsambtenaar) hebben deelgenomen aan de zitting.
Overwegingen
2. De WOZ-waarde van de woning is in beroep niet in geschil.
Geschil
3. In geschil is -uitsluitend- de vraag of de heffingsambtenaar de hoorplicht heeft geschonden.
De beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank ziet zich ambtshalve voor de vraag gesteld of eiseres voldoende procesbelang heeft bij de beoordeling van haar beroep. Uit vaste rechtspraak volgt dat pas sprake is van (voldoende) procesbelang als het resultaat dat de indiener van een beroepschrift nastreeft, ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het bereiken van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een enkel formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
5. Eiseres voert aan dat de heffingsambtenaar de hoorplicht heeft geschonden. Zij geeft aan dat in dit beroep niet enkel de schending van de hoorplicht centraal staat, maar vooral het bredere belang om te voorkomen dat bestuursorganen de wettelijke waarborgen van hoor en wederhoor stelselmatig naast zich neerleggen. Uit ervaring van (de gemachtigde van) eiseres blijkt dat vergelijkbare handelwijzen ook bij andere bestuursorganen voorkomen, waarbij op soortgelijke wijze wordt getracht het hoorrecht te beperken of te omzeilen. Volgens eiseres is het daarom van wezenlijk belang dat de rechtbank duidelijkheid schept en een grens trekt. Dit om te voorkomen dat bestuursorganen door middel van starre of strategische procesvoering structureel afbreuk doen aan de zorgvuldigheid van de besluitvorming. Dit raakt volgens eiseres direct aan de rechtsbescherming van belanghebbenden en aan het vertrouwen dat men mag hebben in een eerlijke bezwaarprocedure. Eiseres gaat vervolgens verder in op het verloop van de bezwaarprocedure en de redenen waarom zij van mening is dat de heffingsambtenaar de hoorplicht heeft geschonden.
6. Uit overweging 5 volgt dat eiseres enkel een formeel/principieel belang heeft bij deze zaak. Een bevestigend antwoord op de vraag of de hoorplicht is geschonden leidt immers niet tot een ander rechtsgevolg. Meer in het bijzonder is er geen proceskostenveroordeling mogelijk vanwege die schending van de hoorplicht, de hoorzitting heeft immers niet plaatsgevonden. Het hebben van enkel een formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van (voldoende) procesbelang. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
7. Voor een veroordeling in de proceskosten is geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 augustus 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2024:380.