Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:6112

2026-09-01 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht UTR 25/3138
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-09-01
Publicatiedatum
2026-09-03
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 25/3138
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WIA. Werkgeversberoep. Beslissing van het Uwv waarin is beslist dat de ex-werkneemster van eiseres, na een verzoek tot herbeoordeling, volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt blijft en waarin het Uwv beslist dat de loongerelateerde WGA-uitkering wordt omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid 80 tot 100% bedraagt. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat sprake is van een gebrek in het bestreden besluit, welk gebrek het Uwv in de beroepsfase heeft hersteld. Gegrond beroep met in stand lating van de rechtsgevolgen. De ex-werkneemster blijft volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt. vergoeding PKV.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (17.272 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht


Bestuursrecht


zaaknummer: UTR 25/3138



uitspraak van de enkelvoudige kamer van 1 september 2026 in de zaak tussen





[eiseres]
, uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. C.J.M. de Wit),



en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder,
(gemachtigde: R. van den Brink)





Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beslissing van het Uwv waarin is beslist dat de ex-werkneemster van eiseres (de ex-werkneemster), na een verzoek tot herbeoordeling, volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt blijft en waarin het Uwv beslist dat de loongerelateerde WGA-uitkering met ingang van 24 oktober 2024 wordt omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering, waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid 80 tot 100% bedraagt. Eiseres is het hier niet mee eens en voert een aantal beroepsgronden aan die de rechtbank beoordeelt.

1.1
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat sprake is van een gebrek in het bestreden besluit, welk gebrek het Uwv in de beroepsfase heeft hersteld. De rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen, maar laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand. De ex-werkneemster blijft volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt. Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv wel aan eiseres het door haar betaalde griffierecht en een proceskostenvergoeding betalen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.





Voorgeschiedenis en besluitvorming


2. De ex-werkneemster was voorheen werkzaam als [functie] voor 40 uur per week. Zij heeft zich op 26 oktober 2020 ziekgemeld. Na het doorlopen van de wachttijd heeft de ex-werkneemster op 30 juli 2022 een WIA-uitkering aangevraagd. Het Uwv heeft met het besluit van 2 november 2022 aan haar per 24 oktober 2022 een WIA-uitkering in de vorm van een loongerelateerde WGA-uitkering toegekend, waarbij zij volledig arbeidsongeschikt is bevonden. Eiseres heeft het Uwv op 16 mei 2023 gevraagd om een herbeoordeling. Het Uwv heeft met het besluit van 8 juli 2023 (het primaire besluit 1) laten weten dat de ex-werkneemster volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt blijft. Het Uwv heeft met het besluit van 14 augustus 2024 (het primaire besluit 2) laten weten dat de loongerelateerde WGA-uitkering wordt omgezet naar een loonaanvullings-uitkering per 24 oktober 2024, waarbij de ex-werkneemster volledig arbeidsongeschikt blijft.



2.1
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de twee primaire besluiten. Het Uwv heeft met het bestreden besluit van 10 april 2025 de bezwaren van eiseres ongegrond verklaard.


2.2
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het Uwv heeft gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft aanvullende beroepsgronden ingediend samen met een rapport van de door haar ingeschakelde verzekeringsarts [A] (de arts-gemachtigde). Het Uwv heeft hierop gereageerd met een aanvullend verweerschrift en aanvullend rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.



2.3
De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, vergezeld door de arts-gemachtigde, en de gemachtigde van het Uwv. Tijdens de zitting is afgesproken dat het Uwv de ex-werkneemster alsnog oproept voor een fysiek spreekuur en medische informatie over haar opvraagt. Het Uwv is hiertoe overgegaan en heeft vervolgens het aanvullend rapport van 4 maart 2026 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ingediend. Eiseres heeft hierop gereageerd met het bericht van 3 april 2026 en de medische rapportage van de arts-gemachtigde van 31 maart 2026. Het Uwv heeft hierop gereageerd met het rapport van 10 juni 2026 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Eiseres heeft hierop gereageerd met het bericht van 10 augustus 2026. Het Uwv heeft met de brief van 18 augustus 2026 laten weten geen aanleiding te zien een aanvullende reactie in te dienen.



2.4
Nadat partijen daartoe in de gelegenheid zijn gesteld, hebben zij niet verzocht om een nadere zitting. De rechtbank heeft daarna het onderzoek gesloten.





Beoordeling door de rechtbank



Beoordelingskaders



Geheimhouding



3. De ex-werkneemster heeft geen toestemming gegeven om gedingstukken die medische gegevens bevatten ter kennisname aan eiseres te verstrekken. De rechtbank zal daarom de motivering van haar oordeel voor zover nodig en mogelijk beperken om te voorkomen dat deze gegevens via deze uitspraak alsnog openbaar worden.



Werkgeversberoep



4. Het gaat in deze zaak om een werkgeversberoep. Uit vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) volgt dat bij een werkgeversberoep de positie van de werkgever en de aard van betrokken belangen meebrengen dat verweerder een besluit ten aanzien van de arbeidsongeschiktheid zorgvuldig, goed onderbouwd en inzichtelijk moet motiveren. Daarbij speelt mee dat werkgevers niet de mogelijkheid hebben om medische informatie in te brengen en dat een werkgever niet veel anders kan dan proberen aan te geven dat het onderzoek van verweerder onvoldoende is geweest of dat de door verweerder gegeven motivering het besluit niet kan dragen.

Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt


5. Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. Onder duurzaam wordt verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Onder duurzaam wordt mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.


5.1
De CRvB hanteert strenge criteria voor de beoordeling van duurzaamheid door verzekeringsartsen. De verzekeringsarts moet zich een oordeel vormen over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid, waarbij hij een inschatting moet maken van de herstelkansen, in de zin van verbetering van de functionele mogelijkheden van de verzekerde. De inschatting van de verzekeringsarts van de kans op herstel moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij de individuele verzekerde aan de orde zijn. Als die inschatting berust op een (ingezette) medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor de individuele verzekerde. De verzekeringsarts beoordeelt dit volgens drie stappen van het stappenplan volgens het vastgestelde beoordelingskader ‘Beoordeling van de duurzaamheid van de arbeidsbeperkingen’ (het Beoordelingskader). Dit beoordelingskader is een hulpmiddel voor de verzekeringsarts bij het beoordelen van de vraag of de arbeidsongeschiktheid als duurzaam is aan te merken. Ook als niet alle stappen van het beoordelingskader zijn gezet, is niet al daarom sprake van een motiveringsgebrek, als in dat concrete geval het besluit is voorzien van een deugdelijke motivering.



Beoordelingsmoment



6. De rechtbank benadrukt verder dat bij deze beoordeling van belang is dat het gaat om de medische situatie van de ex-werkneemster op de zogenaamde datum in geding, de beoordelingsdatum. In dit geval zijn er twee beoordelingsdatums, namelijk: 16 mei 2023 en 24 oktober 2024.



Beoordeling van de beroepsgronden van eiseres

De zorgvuldigheid van het onderzoek



7. Eiseres heeft in haar beroepschrift aangevoerd dat het onderzoek van het Uwv onzorgvuldig was.



7.1
De rechtbank stelt vast dat de ex-werkneemster niet door een verzekeringsarts was gezien en er geen medische informatie was opgevraagd. Bovendien zag de beoordeling van het Uwv ten onrechte niet op de beoordelingsdatum 16 mei 2023. Tijdens de zitting is daarom afgesproken dat het Uwv de medische situatie van de ex-werkneemster alsnog per 16 mei 2023 en 24 oktober 2024 zal beoordelen, de ex-werkneemster alsnog oproept voor een fysiek spreekuur en medische informatie opvraagt. Het Uwv heeft vervolgens het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 4 maart 2026 ingediend, waarop eiseres heeft gereageerd met het rapport van 31 maart 2026 van haar arts-gemachtigde. Hierin geeft de arts-gemachtigde aan dat het gebrek ten aanzien van de zorgvuldigheid is gerepareerd en eiseres heeft nadien geen beroepsgronden aangevoerd die zien op de zorgvuldigheid van het onderzoek. De rechtbank komt daarom tot de conclusie dat sprake is geweest van een zorgvuldigheidsgebrek, welk gebrek het Uwv in de beroepsfase heeft hersteld. De rechtbank zal vanwege vorenstaande het beroep gegrond verklaren en het bestreden besluit vernietigen.


7.2

Vervolgens moet de rechtbank beoordelen wat de gevolgen zijn van de vernietiging van het bestreden besluit. De rechtbank doet dit aan de hand van de (aanvullende) beroepsgronden van eiseres en de aanvullende verweerschriften van het Uwv.


Motivering van de medische beoordeling




8. Eiseres voert aan dat niet concreet en deugdelijk is gemotiveerd dat de ex-werkneemster op de beoordelingsdatums nog een meer dan geringe kans op herstel van belastbaarheid heeft. Het Uwv heeft niet gemotiveerd welke behandelingen nog reëel en concreet perspectief bieden op verbetering van de functionele mogelijkheden. Het Uwv heeft daarnaast verzuimd een fictieve FML met duurzame beperkingen op te stellen dan wel onvoldoende toegelicht welke aandoeningen van de ex- werkneemster behandelbare aandoeningen zijn. Zij vraagt de rechtbank een deskundige te benoemen als de rechtbank twijfelt aan de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid van de ex- werkneemster.




8.1

De rechtbank stelt vast dat de primaire verzekeringsarts in het rapport van 27 juni 2024 motiveert dat de ex-werkneemster een behandeling heeft gevolgd, maar dat deze is afgebroken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveert in het rapport van 4 april 2025 dat hij zich kan vinden in de motivering van de primaire verzekeringsarts ten aanzien van de belastbaarheid. Het is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep aannemelijk dat de status per einde wachttijd gelijk is aan de beoordelingsdatums, vanwege de voorgeschiedenis, aard van de problematiek en vastgestelde diagnoses. In het rapport van 10 en 15 oktober 2025 trekt de verzekeringsarts bezwaar en beroep de conclusie dat bij de ex-werkneemster geen sprake is van een substantiële verbetering, omdat zij nog steeds tijdens het onderzoek diverse klachten ervaart. Hierdoor is haar functioneren op 3 niveaus beperkt en is zij ongewijzigd marginaal belastbaar. De verzekeringsarts bezwaar en beroep onderschrijft de conclusie van de primaire verzekeringsarts dat behandeling en medicatie niet van de grond zijn gekomen, waardoor geen sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid.
In het rapport van 4 maart 2026 motiveert de verzekeringsarts bezwaar en beroep dit nader met een verwijzing naar de brief van 6 maart 2024 uit de curatieve sector, waaruit volgt dat de ex-werkneemster niet stabiel was en men contact met haar zocht. Dit impliceert volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat de ex-werkneemster niet was uitbehandeld. Bovendien zag deze behandeling slechts op een deel van de gestelde diagnoses, niet op alle diagnoses. De verzekeringsarts bezwaar en beroep geeft concreet aan welke behandelingen en medicatie reëel en concreet perspectief bieden op verbetering. En hij geeft concreet aan welke resultaten hiermee bereikt kunnen worden, waardoor hij verwacht dat de ex-werkneemster op den duur meer dan 2 uur per dag, 10 uur per week in arbeid belast kan worden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep motiveert in het rapport van 10 juni 2026 dat hij deze resultaten verwacht in het tweede jaar van een adequate behandeling, oftewel stap 3 van het Beoordelingskader. Omdat de ex-werkneemster niet volledig behandeld is, is de arbeidsongeschiktheid volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep op de beoordelingsdatums niet duurzaam. De rechtbank kan deze motivering volgen. Bij de rechtbank bestaat hierover geen twijfel. Gelet hierop ziet de rechtbank ook geen aanleiding om een deskundige in te schakelen. De beroepsgrond slaagt niet.







Conclusie en gevolgen


9. Zoals de rechtbank onder punt 7.1 heeft geoordeeld, is het beroep gegrond. De rechtbank zal daarom het bestreden besluit vernietigen. De rechtbank laat de rechtsgevolgen van de bestreden besluiten in stand. De rechtbank heeft dit onder punt 8.1 van deze uitspraak uitgelegd. Dat betekent dat de inhoud van het bestreden besluit niet verandert en het Uwv dus terecht heeft beslist om de ex-werkneemster op de beoordelingsdatums volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt te achten.



9.1
Omdat het beroep gegrond is, moet het Uwv het griffierecht aan eiseres vergoeden.



9.2
Eiseres krijgt ook een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. De rechtbank stelt de proceskosten van eiseres op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt vast. De kosten voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand bedragen € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting met een waarde per punt van € 934,- met een wegingsfactor 1). Eiseres heeft ook gevraagd om een vergoeding voor de kosten van de arts-gemachtigde. Zij vraagt om een vergoeding van € 927,- vanwege de rapportage van 6 november 2024, een vergoeding van € 545,- vanwege de rapportage van 28 juli 2025 en een halve punt voor het verschijnen op de zitting. De rechtbank wijst de vergoeding van € 545,- toe. De rechtbank wijst het verzoek tot vergoeding van de overige gevraagde vergoedingen af, omdat eiseres deze niet heeft gespecificeerd. De totale proceskostenvergoeding komt daarmee op € 2.413.-.





Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 10 april 2024;
- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
- bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het Uwv tot betaling van € 2.413,- aan proceskosten aan eiseres.




Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van
mr. R. van Manen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 1 september 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




WGA staat voor werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 6 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4292.


Zie bijvoorbeeld CRvB 17 juli 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3969.


Zie artikel 4 van de Wet WIA.


Zie bijvoorbeeld CRvB 20 maart 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:557.


Dit kan met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a van de Algemene wet bestuursrecht.


Aan de hand van artikel 1, aanhef en onder b, en artikel 2, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht, gelezen in verband met artikel 8:36, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, en met overeenkomstige toepassing van het bepaalde in de Wet tarieven in strafzaken en het Besluit tarieven in strafzaken 2003