Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:6082

2026-09-02 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht UTR 25/4675
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-09-02
Publicatiedatum
2026-09-01
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 25/4675
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Melding toegenomen arbeidsongeschiktheid en omzetting loongerelateerde WGA-uitkering naar een WGA-vervolguitkering: het Uwv heeft de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per drie beoordelingsdata beoordeeld. In beroep heeft het Uwv een herbeoordeling verricht en later nog een nadere motivering overgelegd. Het beroep van eiseres wordt om die reden gegrond verklaard, maar de rechtbank laat de rechtsgevolgen van de vernietigde delen van de bestreden besluiten in stand. Dat betekent dat eiseres inhoudelijk geen gelijk krijgt in de zaak. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv uiteindelijk in beroep, de uitkeringen van eiseres per de drie beoordelingsdata gebaseerd op het juiste arbeidsongeschiktheidspercentage.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (30.164 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht


zaaknummer: UTR 25/4675


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 september 2026 op het beroep in de zaak tussen





[eiseres] uit [plaats] , eiseres,
(gemachtigde: mr. J.C.M. van Oort)


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder.
(gemachtigde: J.A. Voorn)





Inleiding

1. Eiseres werkte bij [bedrijf] B.V. als [functie] voor gemiddeld 39,77 uur per week. Op 21 februari 2021 is zij voor dit werk uitgevallen. Per 21 februari 2023, na een wachttijd van 104 weken, is eiseres door het Uwv in aanmerking gebracht voor een uitkering op grond van de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres krijgt een loongerelateerde WGA-uitkering op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 58,94%. Omdat zij zichzelf verdergaand beperkt acht heeft eiseres hiertegen bezwaar gemaakt. Met het besluit op bezwaar van 23 augustus 2023 heeft het Uwv de uitkering echter in stand gelaten. Het beroep dat eiseres vervolgens heeft ingesteld is door deze rechtbank op 15 juli 2024 ongegrond verklaard.Het hoger beroep dat eiseres daartegen heeft ingesteld is nog in behandeling. In de tussentijd heeft eiseres zich per op 1 augustus 2024 toegenomen arbeidsongeschikt gemeld bij het Uwv.

2. Met het besluit van 22 november 2024 (het primaire besluit I) heeft het Uwv eiseres laten weten dat haar loongerelateerde WGA-uitkering vanwege het bereiken van de maximale duur per 21 februari 2025 wordt beëindigd. Eiseres krijgt per die datum een WGA-vervolguitkering binnen de arbeidsongeschiktheidsklasse 55 tot 65%. Ook tegen dit besluit heeft eiseres bezwaar gemaakt. Het Uwv heeft daarom niet alleen onderzoek laten doen naar de belastbaarheid van eiseres per 1 augustus 2024 (de datum waarop eiseres zich toegenomen arbeidsongeschikt heeft gemeld), maar ook per 21 februari 2025 (de ingangsdatum van de WGA-vervolguitkering).

3. Het medische onderzoek is verricht door een verzekeringsarts van het Uwv. Zij heeft de klachten en aandoeningen van eiseres onderzocht en vertaald naar arbeidsbeperkingen, die zij heeft vastgelegd in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). Volgens de verzekeringsarts geeft deze FML de medische belastbaarheid weer van eiseres vanaf 1 augustus 2024, dus ook daarna.

4. Een arbeidsdeskundige van het Uwv heeft vervolgens geconcludeerd dat eiseres gelet op de beperkingen in de FML, haar eigen werk als [functie] niet kan doen. Hij heeft daarom het maatmaninkomen van eiseres vastgesteld (dat is het inkomen dat eiseres had voordat zij ziek werd) en heeft zowel per 1 augustus 2024 als ‘per heden’ (op dat moment 12 februari 2025) drie functies voor eiseres geselecteerd die zij volgens hem, ondanks haar beperkingen uit de FML, wél zou kunnen doen. Door het uurloon in de middelste functies (de functies staan op volgorde van uurloon) af te zetten tegen het maatmanuurloon heeft de arbeidsdeskundige berekend hoeveel procent eiseres met die functie kan verdienen van het inkomen dat zij had voordat zij ziek werd. Hieruit volgt dat eiseres per 1 augustus 2024 voor 63,43% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd en ‘per heden’ voor 62,79%.

5. Op 1 augustus 2024 ontving eiseres nog haar loongerelateerde WGA-uitkering. Met het besluit van 13 februari 2023 (het primaire besluit II) heeft het Uwv daarom bepaald dat loongerelateerde WGA-uitkering per 1 augustus 2024 wordt voortgezet op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 63,79% (de rechtbank gaat uit van een kennelijke verschrijving en leest: 63,43%). Omdat eiseres ‘per heden’ (naar verwachting van het Uwv ook nog op 21 februari 2025) voor 62,79% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd, heeft het Uwv eiseres verder laten weten voornemens te zijn om de toegekende WGA-vervolguitkering op basis van de arbeidsongeschiktheidsklasse 55 tot 65%, in stand te laten.

6. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit II en haar bezwaar tegen het primaire besluit I gehandhaafd en aanvullend onderbouwd met diverse medische stukken, waaronder informatie over haar medische toestand per 4 oktober 2023. Naar aanleiding hiervan heeft het Uwv een heronderzoek laten doen door zijn verzekeringsarts bezwaar en beroep en arbeidsdeskundige bezwaar en beroep per drie beoordelingsdata: 4 oktober 2023, 1 augustus 2024 en 21 februari 2025.

7. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft de beperkingen die door de eerste verzekeringsarts voor eiseres zijn vastgesteld bevestigd. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geven deze beperkingen de belastbaarheid weer van eiseres vanaf 4 oktober 2023, dus ook per 1 augustus 2024 en per 21 februari 2025. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft ook een heronderzoek gedaan. Hij heeft geconcludeerd dat één van de functies die de eerste arbeidsdeskundige had geselecteerd niet passend is. In plaats daarvan heeft hij een andere functie voor eiseres geduid. Aan de hand van de dan geselecteerde functies komt hij per 4 oktober 2023 op een mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres van 62,45%, per 1 augustus 2024 op een mate van 64,76%, en per 21 februari 2025 op een mate van 69,61%.

8. Met het besluit op bezwaar van 1 juli 2025 (het bestreden besluit I) heeft het Uwv daarom beide primaire besluiten herroepen, en bepaald dat de loongerelateerde WGA-uitkering van eiseres per 4 oktober 2023 wordt voortgezet op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 62,45% en per 1 augustus 2024 op basis van een mate van 64,76%. Omdat eiseres per 21 februari 2025 voor 69,61% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd heeft het Uwv bepaald dat de WGA-vervolguitkering per die datum wordt voortgezet binnen de (hogere) arbeidsongeschiktheidsklasse van 65 tot 80%.

9. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit I. Ter onderbouwing heeft zij een brief van haar cardioloog van 7 oktober 2025 meegestuurd. Dit was aanleiding voor het Uwv om in beroep opnieuw een heronderzoek te laten doen. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep blijkt uit de medische informatie dat eiseres meer en verdergaand beperkt is dan zij had aangenomen. Zij heeft de beperkingen van eiseres daarom opnieuw vastgesteld en opgenomen in een FML van 7 november 2025. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep geeft deze FML de belastbaarheid weer van eiseres vanaf 4 oktober 2023, dus ook per 1 augustus 2024 en per 21 februari 2025.

10. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft vervolgens geconcludeerd dat een aantal functies die hij eerder voor eiseres had geduid, door de gewijzigde FML niet meer geschikt is voor eiseres. In plaats daarvan heeft hij nieuwe functies voor eiseres geduid. Aan de hand van de dan geselecteerde functies komt hij per 4 oktober 2023 op een mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres van 64,46% en per 21 februari 2025 op een mate van 67,40%. De mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 1 augustus 2024 blijft ongewijzigd 64,76%.

11. Op 13 februari 2026 (het bestreden besluit II) heeft het Uwv daarom een nieuw besluit op bezwaar genomen. Hierin heeft het Uwv bepaald dat de loongerelateerde WGA-uitkering van eiseres per 4 oktober 2023 wordt voortgezet op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 62,46% (in plaats van 64,45%) en dat de WGA-vervolguitkering van eisers per 21 februari 2025 ongewijzigd wordt voortgezet binnen de arbeidsongeschiktheidsklasse 65 tot 80%, nu eiseres voor 67,40% (in plaats van 69,61%) arbeidsongeschikt moet worden beschouwd. Het bestreden besluit II komt wat deze twee beoordelingsdata betreft, in de plaats van het bestreden besluit I. Omdat eiseres per 1 augustus 2024 ook na de herbeoordeling in beroep, voor 64,76% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd, heeft het Uwv het bestreden besluit I ten aanzien van die beoordelingsdatum in stand gelaten.

12. Eiseres heeft haar beroep gehandhaafd. Het beroep is op 27 februari 2026 bij de rechtbank op een zitting behandeld. Eiseres is daarbij verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek in de zaak geschorst, en het Uwv in de gelegenheid gesteld om een nadere arbeidskundige motivering te geven van een van de voor eiseres geduide functies.

13. Het Uwv heeft vervolgens een aanvullend rapport van zijn arbeidsdeskundige bezwaar en beroep overgelegd van 3 maart 2026. Hier heeft eiseres op 19 maart 2026 op gereageerd. Met toestemming van partijen heeft de rechtbank het onderzoek op 28 april 2026 gesloten.




Overwegingen



Procesbelang



14. De rechtbank stelt voorop dat het beroep van eiseres van rechtswege ook betrekking heeft op het bestreden besluit II dat, ten aanzien van de beoordelingsdata 4 oktober 2023 en 21 februari 2025, in de plaats is gekomen van het bestreden besluit I.Gesteld noch gebleken is dat eiseres nog belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit I voor zover dat besluit zag op deze twee beoordelingsdata. Voor zover het beroep daar dus nog tegen is gericht, zal de rechtbank het dan ook niet-ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat de rechtbank het beroep in zoverre niet inhoudelijk beoordeeld.

15. Omdat het Uwv het bestreden besluit I naar aanleiding van het beroep van eiseres heeft gewijzigd, zal de rechtbank het Uwv wel veroordelen in de proceskosten die eiseres in beroep heeft gemaakt. De rechtbank stelt de kosten voor de beroepsmatige rechtsbijstand van de gemachtigde van eiseres vast op € 1.868,-- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 934,-- en een wegingsfactor 1). Daarnaast moet het Uwv het door eiseres voor haar beroep betaalde griffierecht van € 53,-- aan haar vergoeden.

16. Hierna, zal de rechtbank het beroep voor zover dat is gericht tegen het bestreden besluit II, en tegen het bestreden besluit I ten aanzien van de beoordelingsdatum 1 augustus 2024 inhoudelijk beoordelen.



Beoordelingskader



17. De rechtbank stelt voorop dat het Uwv besluiten over iemands arbeidsongeschiktheid mag baseren op medische rapporten van verzekeringsartsen. Die rapporten moeten dan wel:

 op een zorgvuldige manier tot stand zijn gekomen;
 geen tegenstrijdigheden bevatten, en;
 voldoende begrijpelijk zijn.

De rapporten en besluiten zijn in beroep aanvechtbaar. Daarvoor moet eiseres aanvoeren (en zo nodig aannemelijk maken) dat de rapporten niet aan de genoemde voorwaarden voldoen of dat de medische beoordeling onjuist is. Niet-medisch geschoolden kunnen aannemelijk maken dat niet aan de voorwaarden wordt voldaan. Om voldoende aannemelijk te maken dat een medische beoordeling onjuist is, is in beginsel informatie van een arts of medisch behandelaar noodzakelijk. Dit betekent dat hoe eiseres zich zelf voelt, zonder dat daar een medische onderbouwing voor is, niet genoeg is om bij de rechtbank gelijk te krijgen.



Voldoet de medische beoordeling aan de voorwaarden?



18. Eiseres voert aan dat de medische beoordeling onzorgvuldig is, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar belastbaarheid heeft beoordeeld zonder haar te hebben gezien op het spreekuur. Welke symptomen aan de aandoeningen van eiseres kunnen worden toegeschreven is volgens eiseres bij uitstek iets dat op een fysiek spreekuur door de verzekeringsarts bezwaar en beroep moet worden onderzocht.

19. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Welke onderzoeksactiviteiten er in bezwaar moeten worden verricht is (onder meer) afhankelijk van de medische situatie van betrokkene, de gronden in bezwaar en de vraag of in de primaire fase sprake is van een gebrek dat moet worden hersteld. Het is dus niet (altijd) vereist dat een verzekeringsarts bezwaar en beroep betrokkene onderzoekt op een spreekuur, als de medische grondslag in bezwaar wordt betwist. Afhankelijk van wat er in bezwaar in de concrete situatie speelt, kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep er ook voor kiezen gebruik te maken van één of meer andere onderzoeksmogelijkheden, zoals dossieronderzoek, het vragen van een expertise, het opvragen van medische informatie en het bijwonen van de hoorzitting, en die keuze waar nodig toelichten. Dat het onderzoek zorgvuldig moet zijn, geldt onverkort. Dat betekent dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep als dat nodig is wel moet (kunnen) motiveren waarom van een fysiek onderzoek kon worden afgezien, zeker als er op dat gebied gronden zijn aangevoerd. Dit is vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB).

20. Eiseres is door de eerste verzekeringsarts al op een fysiek spreekuur gezien en de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft gemotiveerd uiteengezet waarom een nader fysiek spreekuur volgens haar geen meerwaarde heeft. Zij heeft hiervoor verwezen naar de medische informatie in het dossier en het feit dat eiseres haar bezwaren schriftelijk en mondeling (bij de hoorzitting in bezwaar) al duidelijk heeft toegelicht. De rechtbank kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep hierin volgen. Het fysieke spreekuur van de eerste verzekeringsarts vond plaats op 22 januari 2025, dus dichtbij de laatste beoordelingsdatum in dit geding van 21 februari 2025, zodat het beeld dat de eerste verzekeringsarts zich daarbij van eiseres heeft gevorm in ieder geval actueel is geweest. Verder bevat het dossier veel medische informatie van de behandelaars van eiseres, namelijk stukken van de cardioloog, endocrinoloog, internist, neuroloog en huisarts over haar medische toestand rondom de data in geding. Tot slot ziet ook de rechtbank dat eiseres zelf een uitgebreide beschrijving van haar klachten en beperkingen heeft gegeven, en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep die beschrijving kenbaar bij haar beoordeling heeft betrokken. Al deze omstandigheden samengenomen, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep naar het oordeel van de rechtbank af mogen zien van een nader fysiek spreekuur in bezwaar. De beroepsgrond slaagt niet.



Is de medische beoordeling juist?



21. Eiseres voert verder aan dat de medische beoordeling onjuist is. De ernst van haar beperkingen vindt geen weerslag in de FML van 7 november 2025. Vanwege haar duizeligheid en black-outs had eiseres in de FML beperkt moeten worden geacht in het maken van hoofdbewegingen en in (frequent) buigen. Eiseres kan zich amper bewegen zonder dat deze klachten opkomen, terwijl de FML lijkt uit te gaan van zeer beweeglijk persoon. De FML sluit dan ook niet aan bij de werkelijkheid. Eiseres heeft dit ook al in bezwaar naar voren gebracht, maar daar is het Uwv niet op ingegaan.

22. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd niet dat het medisch onderzoek onjuist zou zijn. Eiseres is door de verzekeringsarts bezwaar en beroep beperkt geacht in het maken van hoofdbewegingen. In de FML staat dat eiseres haar hoofd kan bewegen tot de maximale eindstanden, maar niet frequent (lagere frequentie met name bij bewegingen groter dan 45 graden) en niet als wezenlijk onderdeel van de werkzaamheden. De rechtbank is niet gebleken dat dit niet in lijn zou zijn met de medische informatie in het dossier. Uit de brief van de neuroloog van eiseres van 7 mei 2025 volgt bijvoorbeeld dat eiseres kampt met verergerde hoofdpijn bij snelle hoofdbewegingen, passend bij een verhoogde hersendruk. Dat eiseres nagenoeg geen hoofdbewegingen kan maken, vindt geen grondslag in de medische informatie van de behandelaars van eiseres, anders dan in de anamnesen (wat eiseres zelf heeft verklaard). Dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet is ingegaan op de claim van eiseres dat zij zich amper kan bewegen, lijkt te kunnen worden verklaard door het feit dat eiseres deze klacht niet als zodanig heeft omschreven in de brief van 9 december 2025, de brief waarin eiseres haar medische voorgeschiedenis uiteenzet en een uitgebreide omschrijving heeft gegeven van haar klachten en beperkingen.

23. Dat onder andere inspanning bij eiseres een ‘trigger’ kan zijn voor de duizeligheid en black-outs waar zij mee kampt, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep ondervangen door een aantal fysieke en mentale beperkingen voor eiseres in de FML op te nemen, waaronder een beperking voor frequent buigen. In de FML staat dat eiseres dit tijdens elk uur van de werkdag zo nodig ongeveer 300 keer kan doen. Ook hierin kan de rechtbank de verzekeringsarts bezwaar en beroep volgen. Het is de specifieke deskundigheid van een verzekeringsarts om klachten en aandoeningen te vertalen naar arbeidsbeperkingen. Daarbij betrekt de rechtbank dat de normaalwaarden in de FML een niveau van functioneren vertegenwoordigen waar gezonde personen in de leeftijd van 16 tot 65 jaar minimaal toe in staat zijn. De normaalwaarden vertegenwoordigen dus al een vrij laag niveau. Zo houdt de normaalwaarde op dit item bijvoorbeeld in dat de verzekerde tijdens elk uur van de werkdag zo nodig ongeveer 600 keer kan buigen.

24. Dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML andere of minder verregaande beperkingen heeft gekoppeld aan de klachten van eiseres dan zij zelf voorstaat, maakt nog niet dat de medische beoordeling onjuist is. Hoe invoelbaar de klachten van eiseres ook zijn, aan de wijze waarop eiseres zelf haar klachten ervaart kan in de systematiek van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling geen doorslaggevende betekenis worden toegekend. Alleen medisch geobjectiveerde klachten (klachten die hun grondslag vinden in de beoordeling van een arts of medisch behandelaar) kunnen leiden tot beperkingen in een FML. Eiseres heeft niet specifiek gemaakt uit welke medische informatie de (ernstige) mate van de door haar voorgestane beperkingen volgt. De beroepsgrond slaagt niet.



Is de arbeidskundige beoordeling juist?



25. Gelet op het voorgaande moet ervan uit worden gegaan dat de beperkingen zoals die voor eiseres in de FML van 7 november 2025 zijn opgenomen, juist zijn. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft op basis van deze FML, voor elke beoordelingsdatum drie functies geduid die eiseres volgens hem kan doen:

 per 4 oktober 2023 de functies van archiefmedewerker (SBC-553020), productiemedewerker confectie, kleermaken (SBC-272042) en huishoudelijk medewerker gebouwen (SBC-111334);
 per 1 augustus 2024 de functies van archiefmedewerker (SBC-553020), schadecorrespondent (SBC-516080) en huishoudelijk medewerker gebouwen (SBC-111334);
 per 21 februari 2025 de functies van schadecorrespondent (SBC-516080), productiemedewerker confectie, kleermaken (SBC-272042) en huishoudelijk medewerker gebouwen (SBC-111334).


26. Eiseres heeft aangevoerd dat de functies niet geschikt zijn vanwege haar beperking in het maken van hoofdbewegingen, maar de rechtbank volgt dat niet. Zoals gezegd is in de FML opgenomen dat eiseres haar hoofd kan bewegen tot de maximale eindstanden, maar niet frequent (lagere frequentie met name bij bewegingen groter dan 45 graden) en niet als wezenlijk onderdeel van de werkzaamheden. De rechtbank stelt vast dat de functie van archiefmedewerker op dit item geen signalering geeft, zodat deze functie de belastbaarheid van eiseres op dit punt in ieder geval niet overschrijdt. De functies van productiemedewerker confectie, kleermaken, huishoudelijk medewerker gebouwen en schadecorrespondent geven wél een signalering op dit item. Uit de motivering van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (die daarover ook overleg heeft gevoerd met de verzekeringsarts bezwaar en beroep) blijkt echter dat deze functies de belastbaarheid van eiseres op dit punt ook niet overschrijden.

27. In de functie van productiemedewerker confectie, kleermaken zou eiseres tijdens meer dan twee werkuren maximaal 45 keer per uur hoofdbewegingen moeten maken, namelijk tijdens vier werkuren 15 keer tot ongeveer 45 graden (rotatie), en tijdens vier werkuren 30 keer tot ongeveer 30 graden (hoofdzakelijk antiflexie, af en toe retroflexie). Volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is dit in lijn met de belastbaarheid van eiseres uit de FML, omdat zij haar hoofd niet tot maximale eindstanden hoeft te bewegen, niet tot een hoek van meer dan 45 graden en omdat de frequentie laag is. De rechtbank kan de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hierin volgen. Het maken van hoofdbewegingen blijkt ook geen wezenlijk onderdeel van de functie, die gaat over het hanteren van stoffen en bedienen van naaimachines. Dat zijn hand- en vingergerichte taken, waar de bijkomende hoofdwegingen onderschikt aan zijn.

28. In de functie van huishoudelijk medewerker gebouwen zou eiseres tijdens meer dan twee werkuren maximaal 120 keer per uur hoofdbewegingen moeten maken, namelijk tijdens vier werkuren 90 keer tot ongeveer 30 graden (rotatie, retroflexie, anteflexie, lateroflexie), en tijdens vier werkuren 30 keer tot ongeveer 45 graden (rotatie, retroflexie en anteflexie). Ook voor deze functie geldt dat eiseres haar hoofd niet tot maximale eindstanden hoeft te bewegen, niet tot een hoek van meer dan 45 graden, waardoor de hogere frequentie niet bezwaarlijk is. Het maken van hoofdbewegingen is ook hier geen wezenlijk onderdeel van de functie, die gaat over schoonmaken. De bijkomende hoofdwegingen zijn natuurlijke volgbewegingen die ontstaan bij het schoonmaken en dus onderschikt. Deze functie is volgens de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep daarom in lijn met de belastbaarheid van eiseres op dit punt. De rechtbank kan dat volgen.

29. Tot slot zou eiseres in de functie van schadecorrespondent tijdens meer dan twee werkuren maximaal 110 keer per uur hoofdbewegingen moeten maken, namelijk tijdens vier werkuren 100 keer tot ongeveer 30 graden (van document naar beeldscherm kijken), en tijdens vier werkuren 10 keer tot ongeveer 40 graden (rotatie). Omdat de signalering die deze functie op dit punt geeft niet was gemotiveerd, heeft het Uwv in beroep een aanvullend arbeidskundig rapport van 3 maart 2026 ingediend. Hierin wijst de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep er op dat zowel de belasting van 30 tot 45 graden, als de frequentie in lijn zijn met de belastbaarheid van eiseres uit de FML. Ook in deze functie is geen sprake is van maximale eindstanden en van een hoek van meer dan 45 graden, en de frequentie is laag. Daar komt nog bij dat het in deze functie is toegestaan om het tempo zelf te bepalen en dat er tussendoor voldoende ruimte is voor recuperatie.

30. Eiseres heeft in reactie hierop, aangevoerd dat een frequentie van 110 keer per vier werkuren er wél op duidt dat het maken van hoofdbewegingen een wezenlijk onderdeel van de functie van schadecorrespondent. Eiseres zou steeds van document naar beeldscherm en vice versa moeten kijken, waarbij ook nog eens gebruik wordt gemaakt van twee beeldschermen. De rechtbank volgt eiseres hierin niet. Uit het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) is ten aanzien van het maken van hoofdbewegingen een waarde van 1 tot 2000 keer per uur (tot 60 graden) mogelijk. Dat uit de frequentie van 110 keer per uur volgt dat het maken van hoofdbewegingen een ‘wezenlijk onderdeel’ is van de functie, volgt de rechtbank dan ook niet. De beroepsgrond slaagt niet.
Deskundige

31. Eiseres heeft de rechtbank tot slot verzocht om een onafhankelijke verzekeringsarts en arbeidsdeskundige te benoemen als deskundigen om onderzoek te doen naar haar beperkingen. De rechtbank ziet daar echter geen aanleiding voor, omdat zij niet twijfelt aan de beoordeling van het Uwv. Zoals hiervoor is overwogen vindt de rechtbank dat de beoordeling voldoet aan de drie voorwaarden en twijfelt zij ook niet aan de juistheid ervan. De rechtbank ziet verder ok niet dat eiseres belemmeringen heeft ondervonden bij de onderbouwing van haar beroep. Ook daarin bestaat dus geen reden bestaat voor het benoemen van een deskundige. Het verzoek wordt daarom afgewezen.



Conclusie

32. Omdat uit het arbeidskundig onderzoek in beroep blijkt dat eiseres per 4 oktober 2023 voor 64,46%, en per 21 februari 2025 voor 67,40% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd, heeft het Uwv met het bestreden besluit II terecht bepaald dat de loongerelateerde WGA-uitkering, respectievelijk de WGA-vervolguitkering van eiseres dienovereenkomstig worden voortgezet. Omdat uit het arbeidskundig onderzoek in beroep blijkt dat eiseres per 1 augustus 2024 voor 64,76% arbeidsongeschikt moet worden beschouwd, heeft het Uwv met het bestreden besluit I terecht bepaald dat de loongerelateerde WGA-uitkering van eiseres dienovereenkomstig wordt voortgezet.

33. De geschiktheid van de functie van schadecorrespondent ten aanzien van het maken van hoofdbewegingen was door het Uwv echter niet gemotiveerd, terwijl deze functie wel is gebruikt bij het bepalen van de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres per 1 augustus 2024 én per 21 februari 2025. In zoverre heeft eiseres haar beroep tegen het bestreden besluit I (1 augustus 2024) en het bestreden besluit II (21 februari 2025) dus terecht gehandhaafd, zodat haar beroep ook in zoverre gegrond moet worden verklaard.

34. Het bestreden besluit I moet ten aanzien van de beoordelingsdatum 1 augustus 2024, en het bestreden besluit II moet ten aanzien van de beoordelingsdatum 21 februari 2025, daarom worden vernietigd. Omdat het Uwv de geschiktheid van de functie van schadecorrespondent op dit punt, later in beroep alsnog toereikend heeft gemotiveerd, laat de rechtbank de rechtsgevolgen van deze vernietigde delen van de bestreden besluiten echter wel in stand.

35. Verder geldt dat de rechtbank in het geval van een gegrondverklaring van het beroep, het Uwv veroordeelt in de proceskosten van eiseres. De rechtbank verwijst naar de overwegingen 15 en 16 waarin dit reeds is opgenomen en waarin ook reeds is bepaald dat het Uwv is gehouden om het door eiseres voor haar beroep betaalde griffierecht aan haar te vergoeden.

36. Het beroep voor zover gericht tegen het bestreden besluit II ten aanzien van de beoordelingsdatum 4 oktober 2023 is ongegrond.

37. De rechtbank begrijpt dat deze conclusie voor eiseres door de verschillende besluiten en beoordelingsdata nagenoeg onnavolgbaar kan zijn geworden. De rechtbank wijst er daarom op dat haar uitspraak er in feite op neerkomt dat eiseres inhoudelijk géén gelijk krijgt in de zaak. De rechtbank laat de per 4 oktober 2023 en per 21 februari 2025 op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 64,46% en van 67,40% toegekende loongerelateerde WGA-uitkering, namelijk in stand. Dit geldt ook voor de WGA-vervolguitkering die naar het oordeel van de rechtbank per 21 februari 2025 terecht aan eiseres is toegekend binnen de arbeidsongeschiktheidsklasse 65 tot 80 % (op basis van een mate van arbeidsongeschiktheid van 69,61%).





Beslissing


De rechtbank:


 verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit I voor zover dat zag op de beoordelingsdata 4 oktober 2023 en 21 februari 2025, niet-ontvankelijk;
 verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit I voor zover dat ziet op de beoordelingsdatum 1 augustus 2024 gegrond;
 vernietigt het bestreden besluit I voor zover dat ziet op de beoordelingsdatum 1 augustus 2024, maar laat de rechtgevolgen van dit vernietigde deel van het bestreden besluit I in stand;
 verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit II voor zover dat ziet op de beoordelingsdatum 21 februari 2025 gegrond;
 vernietigt het bestreden besluit II voor zover dat ziet op de beoordelingsdatum 21 februari 2025, maar laat de rechtgevolgen van dit vernietigde deel van het bestreden besluit II in stand;
 verklaart het beroep gericht tegen het bestreden besluit II voor zover dat ziet op de beoordelingsdatum van 4 oktober ongegrond;
 bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde delen van de bestreden besluiten.
 veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,--;
 bepaalt dat het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht van € 53,-- aan eiseres moet vergoeden.



Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer – de Bruin, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 september 2026.




(de griffier is verhinderd om


de uitspraak te ondertekenen)





griffier rechter



Afschrift verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Zie de uitspraak van deze rechtbank van 15 juli 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:4271.


Dat staat in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


Zie de uitspraak van de CRvB van 18 januari 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:99.