Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:5752
2026-07-22
Civiel recht
11439604 AC EXPL 24-3033 CD/942
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Consumentenrecht. Verstekprocedure over de huur van deelauto’s. Gratis abonnement, consument hoeft alleen reserveringskosten voor gehuurde auto’s te betalen. Deze zaak gaat over onbetaald gebleven reserveringskosten. Ambtshalve toetsing van naleving van essentiële informatieplichten en inhoud van algemene voorwaarden.
Citeert (2)
- ECLI:NL:HR:2021:1677 Hoge Raad 12-11-2021
- ECLI:NL:HR:2021:1677 Hoge Raad 12-11-2021
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (10.502 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
kantonrechter
locatie Amersfoort
zaaknummer: 11439604 AC EXPL 24-3033 CD/942
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
Collect Car B.V., handelend onder de naam Greenwheels,
gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
gemachtigde: Invorderingsbedrijf B.V.,
tegen:
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
De eisende partij heeft een dagvaarding uitgebracht. Zij heeft gevorderd dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om een bedrag aan haar te betalen, vermeerderd met rente en een vergoeding voor gemaakte kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.
1.2.
De gedaagde partij heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en ook geen uitstel gevraagd om op een later moment te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij.
1.3.
Daarop volgt nu dit vonnis.
2De kern van de zaak
2.1.
De eisende partij heeft een abonnementsovereenkomst gesloten met de gedaagde partij. Met dat abonnement kon de gedaagde partij op door hem gewenste momenten auto’s reserveren en gebruiken. De gedaagde partij heeft een achterstand laten ontstaan in de betaling van de reserveringskosten. Daarom is de eisende partij overgegaan tot dagvaarding. De kantonrechter oordeelt dat de eisende partij enkele belangrijke consumentenbeschermende bepalingen heeft geschonden. Daarom hoeft de gedaagde partij slechts een deel van de vordering te betalen.
3De beoordeling van de vordering door de kantonrechter
3.1.
De kantonrechter begrijpt dat de gedaagde partij online, via de website van de eisende partij een gratis abonnementsovereenkomst heeft gesloten. Iedere keer als de gedaagde partij een auto reserveerde kwam daarnaast, via een persoonlijk account op diezelfde website dan wel via een app van de eisende partij, ook nog een betaalde reserveringsovereenkomst tot stand.
3.2.
Op de gesloten overeenkomsten zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd.
3.3.
Zo moet de kantonrechter onder andere ambtshalve beoordelen of de eisende partij bij het sluiten van de afzonderlijke reserveringsovereenkomsten de nodige informatie heeft verstrekt, opdat de gedaagde partij wist (of kon weten) waar hij aan toe was.
3.4.
In dit geval gaat het steeds, zo begrijpt de kantonrechter, om overeenkomsten op afstand, waarop de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing zijn. Een handelaar zoals de eisende partij moet vóór een overeenkomst tot stand komt allerlei in de genoemde artikelen beschreven informatie aan een consument verstrekken, opdat die geïnformeerd kan beslissen of hij de betreffende overeenkomst onder de aangeboden voorwaarden wenst te sluiten. Ná de totstandkoming van een overeenkomst moet alle op voorhand verstrekte informatie ook nog op een duurzame gegevensdrager aan de consument worden bevestigd, opdat die desgewenst op een later moment kan worden geraadpleegd. Een aantal informatieplichten wordt essentieel geacht. De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of die essentiële informatieplichten zijn nageleefd. Het is in iedere individuele procedure aan de eisende partij om in de dagvaarding te stellen en te onderbouwen dat en hoe zij dat heeft gedaan.
3.5.
De eisende partij heeft dat in deze zaak slechts beperkt gedaan, en dan ook nog toegespitst op de totstandkoming van de abonnementsovereenkomst, die in dit verband niet relevant is. De eisende partij heeft niets gesteld over de totstandkoming van de afzonderlijke reserveringsovereenkomsten.
3.6.
De kantonrechter houdt het er maar voor dat de gedaagde partij moet hebben beschikt over de voornaamste kenmerken van die overeenkomsten, omdat hij immers zelf een type auto en een tijdsduur van de reserveringsperiode koos, over de identiteits- en contactgegevens van de eisende partij, omdat die bij het aangaan van de abonnementsovereenkomst al waren verstrekt en over de wijze van betalen, omdat die is vermeld op de aan de gedaagde partij verstrekte bevestiging van de abonnementsovereenkomst. Over de verstrekking van andere noodzakelijke informatie rondom het sluiten van de verschillende reserveringsovereenkomsten tast de kantonrechter in het duister. De kantonrechter sluit niet uit dat ook informatie kan zijn verstrekt door middel van het persoonlijke account van de gedaagde partij, maar welke dat is, en of dat op een juiste manier is gebeurd, is gesteld noch gebleken.
3.7.
Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter over te weinig gegevens beschikt om de naleving van de essentiële informatieplichten goed te kunnen beoordelen. Daar moet de kantonrechter consequenties aan verbinden. De kantonrechter vermindert de betalingsverplichting van de gedaagde partij (waarvan de omvang hierna nog wordt vastgesteld) met 60%.
3.8.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of in de overeenkomsten en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die onredelijk bezwarend zijn voor consumenten zoals de gedaagde partij, als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW. Het gaat om afspraken die de eisende partij standaard bedingt, die niet de kern van de rechten en verplichtingen van partijen bevatten en waarmee de gedaagde partij heeft moeten instemmen, zonder dat partijen daarover hebben onderhandeld. De gedaagde partij heeft daardoor geen invloed kunnen hebben op de inhoud van die bedingen.
3.9.
De kantonrechter kan zich daarbij beperken tot die bedingen die relevant zijn voor de beoordeling van de ingestelde vordering. In dit geval wordt betaling gevorderd van achterstallige reserveringskosten van € 943,77. Daarnaast vordert de eisende partij rente en een vergoeding voor gemaakte incassokosten.
3.10.
De kantonrechter overweegt dat de achterstallige reserveringskosten kernverplichtingen zijn uit de overeenkomsten, die voor de gedaagde partij duidelijk moeten zijn geweest, zodat de kantonrechter daar geen ambtshalve taak heeft. De gevorderde bedragen zijn op zich toewijsbaar, zij het dat de gedaagde partij vanwege de hiervoor genoemde ambtshalve sanctionering vanwege de schending (of niet gebleken naleving) van essentiële informatieplichten slechts 40% van de gevorderde bedragen hoeft te betalen. Aldus is 40% van € 943,77 = € 377,51 toewijsbaar.
3.11.
Over rente en incassokosten is het een en ander bedongen in artikel 51 van de algemene voorwaarden. Wat de eisende partij hierover heeft bedongen komt overeen met de wettelijke regelingen over rente en incassokosten. Dat is per definitie niet onredelijk bezwarend.
3.12.
De gevorderde rente is aldus toewijsbaar, met dien verstande dat alleen rente toewijsbaar is over het toewijsbare deel van de facturen. De gevorderde incassokosten kunnen alleen worden toegewezen als blijkt dat de gedaagde partij op de in artikel 6:96 BW bedoelde manier is aangemaand om de openstaande vordering te voldoen. Dat blijkt in deze zaak het geval te zijn. De kantonrechter zal het gebruikelijke incassokostentarief toewijzen, dat hoort bij het toewijsbare bedrag aan hoofdsom, te weten € 56,63.
3.13.
Hoewel een deel van de vordering wordt afgewezen, moet worden geoordeeld dat de eisende partij een vordering heeft die zonder dagvaarding niet werd voldaan. Daarom moet de gedaagde partij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Maar omdat een deel van de vordering wordt afgewezen, dient het griffierecht, voor zover die een bedrag vn € 130,00 te boven gaat, als nodeloos veroorzaakt voor rekening van de eisende partij te blijven. Ook het salaris voor de gemachtigde wordt afgestemd op het toewijsbare bedrag.
3.14.
De kosten aan de zijde van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 113,54
- griffierecht € 130,00
- salaris gemachtigde € 82,00 (1 punt x tarief € 82,00)
- nakosten € 41,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 366,54
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt de gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting € 434,14 aan de eisende partij te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 488,38, steeds vanaf de datum van verzuim van de onderliggende factuur tot de voldoening;
4.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 366,54, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
Omdat aan de abonnementsovereenkomst geen kosten zijn verbonden, gelden daarvoor (anders dan voor de reserveringsovereenkomsten) geen informatieplichten, zie artikel 6:230h lid 1 BW.
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Zie voetnoot 1.
Zie HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677, het landelijk procesreglement voor rolzaken kanton en de ‘Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten’, te vinden op rechtspraak.nl.
Civiel recht
kantonrechter
locatie Amersfoort
zaaknummer: 11439604 AC EXPL 24-3033 CD/942
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap
Collect Car B.V., handelend onder de naam Greenwheels,
gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
gemachtigde: Invorderingsbedrijf B.V.,
tegen:
[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
niet verschenen.
1De procedure
1.1.
De eisende partij heeft een dagvaarding uitgebracht. Zij heeft gevorderd dat de gedaagde partij wordt veroordeeld om een bedrag aan haar te betalen, vermeerderd met rente en een vergoeding voor gemaakte kosten, zoals in de dagvaarding is omschreven.
1.2.
De gedaagde partij heeft daar niet (op tijd) op gereageerd en ook geen uitstel gevraagd om op een later moment te mogen reageren. Daarom heeft de kantonrechter verstek verleend tegen de gedaagde partij.
1.3.
Daarop volgt nu dit vonnis.
2De kern van de zaak
2.1.
De eisende partij heeft een abonnementsovereenkomst gesloten met de gedaagde partij. Met dat abonnement kon de gedaagde partij op door hem gewenste momenten auto’s reserveren en gebruiken. De gedaagde partij heeft een achterstand laten ontstaan in de betaling van de reserveringskosten. Daarom is de eisende partij overgegaan tot dagvaarding. De kantonrechter oordeelt dat de eisende partij enkele belangrijke consumentenbeschermende bepalingen heeft geschonden. Daarom hoeft de gedaagde partij slechts een deel van de vordering te betalen.
3De beoordeling van de vordering door de kantonrechter
3.1.
De kantonrechter begrijpt dat de gedaagde partij online, via de website van de eisende partij een gratis abonnementsovereenkomst heeft gesloten. Iedere keer als de gedaagde partij een auto reserveerde kwam daarnaast, via een persoonlijk account op diezelfde website dan wel via een app van de eisende partij, ook nog een betaalde reserveringsovereenkomst tot stand.
3.2.
Op de gesloten overeenkomsten zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd.
3.3.
Zo moet de kantonrechter onder andere ambtshalve beoordelen of de eisende partij bij het sluiten van de afzonderlijke reserveringsovereenkomsten de nodige informatie heeft verstrekt, opdat de gedaagde partij wist (of kon weten) waar hij aan toe was.
3.4.
In dit geval gaat het steeds, zo begrijpt de kantonrechter, om overeenkomsten op afstand, waarop de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (BW) van toepassing zijn. Een handelaar zoals de eisende partij moet vóór een overeenkomst tot stand komt allerlei in de genoemde artikelen beschreven informatie aan een consument verstrekken, opdat die geïnformeerd kan beslissen of hij de betreffende overeenkomst onder de aangeboden voorwaarden wenst te sluiten. Ná de totstandkoming van een overeenkomst moet alle op voorhand verstrekte informatie ook nog op een duurzame gegevensdrager aan de consument worden bevestigd, opdat die desgewenst op een later moment kan worden geraadpleegd. Een aantal informatieplichten wordt essentieel geacht. De kantonrechter moet ambtshalve beoordelen of die essentiële informatieplichten zijn nageleefd. Het is in iedere individuele procedure aan de eisende partij om in de dagvaarding te stellen en te onderbouwen dat en hoe zij dat heeft gedaan.
3.5.
De eisende partij heeft dat in deze zaak slechts beperkt gedaan, en dan ook nog toegespitst op de totstandkoming van de abonnementsovereenkomst, die in dit verband niet relevant is. De eisende partij heeft niets gesteld over de totstandkoming van de afzonderlijke reserveringsovereenkomsten.
3.6.
De kantonrechter houdt het er maar voor dat de gedaagde partij moet hebben beschikt over de voornaamste kenmerken van die overeenkomsten, omdat hij immers zelf een type auto en een tijdsduur van de reserveringsperiode koos, over de identiteits- en contactgegevens van de eisende partij, omdat die bij het aangaan van de abonnementsovereenkomst al waren verstrekt en over de wijze van betalen, omdat die is vermeld op de aan de gedaagde partij verstrekte bevestiging van de abonnementsovereenkomst. Over de verstrekking van andere noodzakelijke informatie rondom het sluiten van de verschillende reserveringsovereenkomsten tast de kantonrechter in het duister. De kantonrechter sluit niet uit dat ook informatie kan zijn verstrekt door middel van het persoonlijke account van de gedaagde partij, maar welke dat is, en of dat op een juiste manier is gebeurd, is gesteld noch gebleken.
3.7.
Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter over te weinig gegevens beschikt om de naleving van de essentiële informatieplichten goed te kunnen beoordelen. Daar moet de kantonrechter consequenties aan verbinden. De kantonrechter vermindert de betalingsverplichting van de gedaagde partij (waarvan de omvang hierna nog wordt vastgesteld) met 60%.
3.8.
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of in de overeenkomsten en de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bedingen zijn opgenomen die onredelijk bezwarend zijn voor consumenten zoals de gedaagde partij, als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW. Het gaat om afspraken die de eisende partij standaard bedingt, die niet de kern van de rechten en verplichtingen van partijen bevatten en waarmee de gedaagde partij heeft moeten instemmen, zonder dat partijen daarover hebben onderhandeld. De gedaagde partij heeft daardoor geen invloed kunnen hebben op de inhoud van die bedingen.
3.9.
De kantonrechter kan zich daarbij beperken tot die bedingen die relevant zijn voor de beoordeling van de ingestelde vordering. In dit geval wordt betaling gevorderd van achterstallige reserveringskosten van € 943,77. Daarnaast vordert de eisende partij rente en een vergoeding voor gemaakte incassokosten.
3.10.
De kantonrechter overweegt dat de achterstallige reserveringskosten kernverplichtingen zijn uit de overeenkomsten, die voor de gedaagde partij duidelijk moeten zijn geweest, zodat de kantonrechter daar geen ambtshalve taak heeft. De gevorderde bedragen zijn op zich toewijsbaar, zij het dat de gedaagde partij vanwege de hiervoor genoemde ambtshalve sanctionering vanwege de schending (of niet gebleken naleving) van essentiële informatieplichten slechts 40% van de gevorderde bedragen hoeft te betalen. Aldus is 40% van € 943,77 = € 377,51 toewijsbaar.
3.11.
Over rente en incassokosten is het een en ander bedongen in artikel 51 van de algemene voorwaarden. Wat de eisende partij hierover heeft bedongen komt overeen met de wettelijke regelingen over rente en incassokosten. Dat is per definitie niet onredelijk bezwarend.
3.12.
De gevorderde rente is aldus toewijsbaar, met dien verstande dat alleen rente toewijsbaar is over het toewijsbare deel van de facturen. De gevorderde incassokosten kunnen alleen worden toegewezen als blijkt dat de gedaagde partij op de in artikel 6:96 BW bedoelde manier is aangemaand om de openstaande vordering te voldoen. Dat blijkt in deze zaak het geval te zijn. De kantonrechter zal het gebruikelijke incassokostentarief toewijzen, dat hoort bij het toewijsbare bedrag aan hoofdsom, te weten € 56,63.
3.13.
Hoewel een deel van de vordering wordt afgewezen, moet worden geoordeeld dat de eisende partij een vordering heeft die zonder dagvaarding niet werd voldaan. Daarom moet de gedaagde partij de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Maar omdat een deel van de vordering wordt afgewezen, dient het griffierecht, voor zover die een bedrag vn € 130,00 te boven gaat, als nodeloos veroorzaakt voor rekening van de eisende partij te blijven. Ook het salaris voor de gemachtigde wordt afgestemd op het toewijsbare bedrag.
3.14.
De kosten aan de zijde van de eisende partij worden begroot op:
- dagvaarding € 113,54
- griffierecht € 130,00
- salaris gemachtigde € 82,00 (1 punt x tarief € 82,00)
- nakosten € 41,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal € 366,54
4De beslissing
De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt de gedaagde partij om tegen bewijs van kwijting € 434,14 aan de eisende partij te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over € 488,38, steeds vanaf de datum van verzuim van de onderliggende factuur tot de voldoening;
4.2.
veroordeelt de gedaagde partij in de proceskosten van € 366,54, te betalen binnen 14 dagen na aanschrijving daartoe. Als de gedaagde partij niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis wordt betekend, dan moet de gedaagde partij ook de kosten van betekening betalen;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
Omdat aan de abonnementsovereenkomst geen kosten zijn verbonden, gelden daarvoor (anders dan voor de reserveringsovereenkomsten) geen informatieplichten, zie artikel 6:230h lid 1 BW.
HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677.
Zie voetnoot 1.
Zie HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677, het landelijk procesreglement voor rolzaken kanton en de ‘Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten’, te vinden op rechtspraak.nl.