Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5729

2026-08-13 Bestuursrecht; Belastingrecht UTR 25/5836
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-08-13
Publicatiedatum
2026-08-20
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 25/5836
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl; NLF 2026/1820; V-N Vandaag 2026/1845

Inhoudsindicatie

Mondelinge uitspraak. Leges. Aanvraag TAM-omgevingsplan. Publiek belang. Er kunnen geen leges worden geheven, hoewel er wel indirect sprake is van een particulier belang, maar juist niet rechtstreeks en in overheersende mate. Beroep gegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (8.795 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht


Bestuursrecht


zaaknummer: UTR 25/7390


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2026 in de zaak tussen





[eiser] , uit [plaats] , eiser


en




de heffingsambtenaar gemeentelijke belastingen van de gemeente De Ronde Venen
(gemachtigde: S. Klanderman).




Inleiding


1. Eiser woont op het adres [adres] in [plaats] (het perceel), waar een bedrijfsbestemming op rustte. In 2004 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen (het college) een vergunning aan eiser verleend voor het veranderen en vergroten van het woonhuis. Daarmee heeft het college impliciet vrijstelling verleend voor het gebruik van het pand in strijd met de bestemming. Bij de eerstvolgende bestemmingsplanherziening zou de woonbestemming op het perceel worden opgenomen. Dit is niet gebeurd. Omdat eiser problemen verwacht bij een eventuele verkoop van zijn woning, is een procedure TAM-omgevingsplan opgestart. Het TAM-omgevingsplan is inmiddels onherroepelijk.



1.1.
De heffingsambtenaar heeft op 17 april 2025 aan eiser een legesaanslag van € 7.245,- opgelegd in verband met het in behandeling nemen van de aanvraag voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit. Eiser heeft daartegen bezwaar gemaakt.



1.2.
Met de uitspraak op bezwaar van 9 december 2025 heeft de heffingsambtenaar de legesaanslag herroepen en een nieuwe aanslag opgelegd voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van het omgevingsplan voor een bedrag van € 7.000,-. Eiser heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 13 augustus 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en de gemachtigde van de heffingsambtenaar.


1.4.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.





Beoordeling door de rechtbank
2. Eiser krijgt gelijk. Dit betekent dat de heffingsambtenaar onterecht leges ter hoogte van € 7.000,- van eiser heeft geheven. De rechtbank zal toelichten hoe zij tot die conclusie is gekomen.

2.1.
Leges worden geheven door de gemeente in verband met vergunningaanvragen of andere gemeentelijke diensten. Ten tijde van het opleggen van de aanslag was de ‘Verordening op de heffing en de invordering van leges 2025’ (de legesverordening) van toepassing. In deze verordening heeft de gemeenteraad – kort gezegd – vastgesteld voor welke diensten van de gemeente leges worden geheven en de tarieven voor die leges.




Is sprake van een aanvraag

van eiser om een besluit te nemen?


3. Tussen partijen is niet in geschil dat eiser geen expliciet schriftelijk verzoek heeft gedaan om een TAM-procedure op te starten. Impliciet is wel aannemelijk gemaakt dat het TAM-omgevingsplan op eisers initiatief tot stand is gebracht. Uit de vele e-mails tussen een medewerker van de gemeente en eiser wordt duidelijk dat het college nog niet toe was aan het in gang zetten van een nieuw omgevingsplan en dat eiser daar niet op wilde wachten. De actieve rol van eiser bij de totstandkoming van het TAM-omgevingsplan blijkt uit het feit dat eiser zelf de kosten voor het maken van het TAM-omgevingsplan heeft gedragen, een participatiebrief aan de buren heeft gestuurd en deze stukken ter beschikking van de gemeente heeft gesteld. In deze participatiebrief staat: “wij zijn van plan om de bedrijfsbestemming te wijzigen naar een woonbestemming”. Meermaals heeft eiser aan de medewerker van de gemeente laten weten dat hij er belang bij heeft dat de bestemming ‘bedrijven’ zou worden gewijzigd naar ‘wonen’. Eiser heeft ter illustratie van zijn bemoeienis in zijn e-mail van 25 oktober 2024 gevraagd: ‘is het nog nuttig voor ons om een dergelijk verzoek voor de zekerheid nu al aan de gemeenteraad te richten, nu immers is toegezegd dat aan de raad wordt voorgesteld om op ons perceel een woonbestemming (functie wonen) te leggen?’. Daarmee is de conclusie dat op verzoek van eiser het TAM-omgevingsplan tot stand is gebracht en is voldaan aan artikel 1:3 lid 3 van de Awb.


Kunnen er leges worden geheven voor bestemmingsplanwijzigingen in individuele gevallen?

4. Op grond van artikel 229, lid 1, aanhef en letter b Gemeentewet kunnen leges worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten. Onder dergelijke diensten worden verstaan de werkzaamheden die rechtstreeks en in overheersende mate verband houden met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat dat hier het geval is omdat eiser belang heeft bij de wijziging van de bestemming naar ‘wonen’.
5. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar hierin niet. Het gaat bij het vaststellen van de bestemming van gronden in een omgevingsplan rechtstreeks en vooral om het dienen van het publiek belang. Het (gewijzigd) vaststellen van het omgevingsplan wordt uitgevoerd met het oog op de publieke taakuitoefening van de gemeente en houdt niet rechtstreeks en in overheersende mate verband met dienstverlening ten behoeve van een individualiseerbaar belang. Er kunnen daarom geen leges worden geheven, hoewel er wel indirect sprake is van een particulier belang, maar juist niet rechtstreeks en in overheersende mate.
6. Op grond van het voorgaande is het beroep gegrond. Dat betekent dat de bestreden uitspraak op bezwaar wordt vernietigd. De rechtbank ziet aanleiding om zelf in zaak te voorzien omdat de heffingsambtenaar niet bevoegd is om een legesaanslag aan eiser op te leggen vanwege het vaststellen van een TAM-omgevingsplan. De rechtbank zal daarom de primaire legesaanslag herroepen en bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar. De rechtbank zal het verzoek van eiser om veroordeling van de heffingsambtenaar tot betaling van wettelijke rente over de betaalde leges toewijzen vanaf vier weken na deze uitspraak. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiser vergoeden.

7. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.






Beslissing


De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar van 9 december 2025 van de heffingsambtenaar;
- vernietigt de bestreden legesaanslag;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar van 9 december 2025;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar de door eiser betaalde leges ad € 7.000,- terugbetaalt, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan tot aan de dag van de algehele voldoening;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 53,- aan eiser moet vergoeden.



Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 augustus 2026 door mr. J.R. van Es-de Vries, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier.














griffier


rechter








Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:






Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.


Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



TAM staat voor Tijdelijke Alternatieve Maatregelen.


Artikel 1:3 lid 3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)


Uitspraak van de Hoge Raad van 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ4105.


Zie de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden van 2 december 2025, ECLI:NL:GHARL:2025:7776.