Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5675

2026-07-21 Civiel recht; Personen- en familierecht C/16/613010 / JL RK 26-379
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-21
Publicatiedatum
2026-08-19
Rechtsgebied
Civiel recht; Personen- en familierecht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/16/613010 / JL RK 26-379
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verlenging ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing. Beroep op gemeenten voor het bekostigen van hulpverlening. Ook bij beslissingen over toegang geven tot hulp, moet belang van het kind de eerste overweging zijn.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.321 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Familie- en Jeugdrecht



Locatie Lelystad



Zaaknummer: C/16/613010 / JL RK 26-379
Datum uitspraak: 21 juli 2026




Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing




in de zaak van




LEGER DES HEILS JEUGDBESCHERMING & RECLASSERING,
gevestigd in Lelystad,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (de GI),



over





[minderjarige]
,
geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .



De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:





[de moeder]
,
hierna te noemen: de moeder,
zonder vaste woon- of verblijfplaats;
advocaat: mr. L.D.H. Lesmeister.



De kinderrechter merkt als informant aan:





[de vader]
,
hierna te noemen: de vader,
zonder bekende woon- of verblijfplaats;
advocaat: mr. G.G. Kempenaars.





1Het verloop van de procedure


1.1.
De kinderrechter neemt het verzoekschrift met bijlagen, ontvangen op 11 juni 2026, mee in de beoordeling.



1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 21 juli 2026. Daarbij waren aanwezig:
- mr. Lesmeister namens de moeder;
- [A.] namens de GI.


De moeder, de vader en mr. Kempenaars zijn niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat zij wel juist zijn opgeroepen.






2De feiten


2.1.
De vader heeft [minderjarige] niet erkend. Uit de beschikking van 19 mei 2026 blijkt dat de vader twijfels heeft of hij de biologische vader is van [minderjarige] .



2.2.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .



2.3.

[minderjarige] verblijft in een pleeggezin.



2.4.
De kinderrechter heeft bij beschikking van 22 januari 2026 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 28 juli 2026.



2.5.
De meervoudige kamer van deze rechtbank heeft bij beschikking van 19 mei 2026 de machtiging verlengd om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg tot 28 juli 2026.





3De verzoeken


3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.





4De standpunten



De GI



4.1.
De GI heeft de verzoeken op de zitting gehandhaafd. De vader heeft sinds januari 2026 geen contact meer gehad met [minderjarige] . De moeder heeft twee weken geleden voor het eerst sinds de zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank op 23 april 2026 weer contact gehad met [minderjarige] . Dit contact kan eenmaal per maand plaatsvinden op een locatie van het Leger des Heils. Op dit moment lukt het niet om hulpverlening voor de moeder in te zetten. Volgens de GI is de moeder uitgeschreven uit [plaats 1] , waardoor de gemeente [plaats 1] geen hulpverlening meer bekostigt. De gemeente [plaats 2] , waar de moeder nu verblijft, bekostigt ook geen hulpverlening, omdat de moeder onvoldoende binding met de stad heeft. De GI ziet geen reden om de duur van de machtiging tot uithuisplaatsing te verkorten. Er is namelijk door de GI een perspectiefbesluit genomen, dat de rechtbank heeft bevestigd. Bovendien acht de GI de kans klein dat het komende jaar de situatie zodanig verandert dat [minderjarige] binnen die periode bij de moeder zal kunnen gaan wonen.



De moeder




4.2.
De advocaat van de moeder heeft verteld dat de moeder zich niet verzet tegen de uithuisplaatsing, maar wel verzoekt deze te verlenen voor een zo kort mogelijke termijn. Het is voor de moeder pijnlijk dat ze haar kindje niet bij zich heeft en zij zou hem vaker willen zien, bijvoorbeeld één keer in de drie weken. De moeder heeft hulp nodig, maar op dit moment krijgt ze die hulp niet. De betrokken hulpverlener van het Leger des Heils in [plaats 2] heeft gezegd dat de moeder goed te sturen is en betrouwbaar is, als zij maar de goede hulp krijgt.





5De beoordeling


5.1.
De kinderrechter is van oordeel dat aan de voorwaarden voor een verlenging van de ondertoezichtstelling is voldaan. Daarom verlengt zij de ondertoezichtstelling van [minderjarige] voor de duur van een jaar. Ook is de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk in het belang van zijn verzorging en opvoeding. De kinderrechter verleent daarom ook een machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin voor de duur van een jaar. De kinderrechter legt hieronder uit waarom zij deze beslissing neemt.



5.2.

[minderjarige] is al voor zijn geboorte onder toezicht gesteld en kort na zijn geboorte met spoed uit huis geplaatst. Dit vanwege zorgen over het structurele huiselijk geweld tussen de ouders, het middelengebruik van de ouders, de instabiele en onveilige woonomstandigheden en het feit dat beide ouders geen hulpverlening accepteerden. Deze zorgen zijn nog steeds onverminderd aanwezig. De moeder zwerft nog steeds, er is geen contact meer tussen de vader en [minderjarige] en er is pas sinds kort weer minimaal contact tussen de moeder en [minderjarige] . Bovendien is tijdens de zitting gebleken dat de vader kort voor de zitting voorwaardelijk is vrijgelaten uit de penitentiaire inrichting waar hij verbleef wegens geweld richting de moeder, waarna hij de moeder weer heeft gezien, haar van haar fiets heeft getrokken en haar spullen in het water heeft gegooid. Volgens de advocaat van de moeder zit de vader inmiddels weer vast. De relatie tussen de ouders blijft dus heel zorgelijk en zij zijn niet in staat zelf voor [minderjarige] te zorgen. De kinderrechter is van oordeel dat het noodzakelijk is om de machtiging tot uithuisplaatsing en de ondertoezichtstelling te verlengen.



5.3.
De moeder heeft verzocht om de machtiging tot uithuisplaatsing voor een zo kort mogelijke duur te verlengen. De kinderrechter begrijpt dat het pijnlijk is voor de moeder om haar kindje niet zelf op te voeden. Tegelijkertijd is het niet reëel te verwachten dat de ontwikkelingsbedreigingen van [minderjarige] het komende jaar zodanig zullen afnemen dat hij bij zijn moeder kan gaan wonen. Bovendien heeft de GI een perspectiefbesluit genomen en wordt niet meer toegewerkt aan thuisplaatsing bij de moeder. Dit besluit is door de meervoudige kamer van deze rechtbank onderschreven in de beschikking van 19 mei 2026. De kinderrechter zal daarom de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] verlengen voor de duur van een jaar.



5.4.
De kinderrechter doet een beroep op de hulpverleningsorganisaties van zowel de gemeente [plaats 1] als de gemeente [plaats 2] . Het is voor [minderjarige] belangrijk dat er hulpverlening is voor de moeder om het contact met hem te onderhouden. Het is niet in [minderjarige] ’ belang dat deze hulpverlening, vanwege het feit dat de moeder niet staat ingeschreven bij een van deze gemeenten, niet ingezet kan worden. Juist wanneer iemand op straat leeft, is het immers in de praktijk niet onvoorstelbaar dat iemand niet staat ingeschreven. Ook bij beslissingen over het al dan niet toegang geven tot hulp, moet het belang van het kind de eerste overweging zijn.


5.5.
De beslissing tot het verlengen van de ondertoezichtstelling van [minderjarige] wordt van rechtswege aangetekend in het gezagsregister.



5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.





6De beslissing


De kinderrechter:



6.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 28 juli 2027;



6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin tot 28 juli 2027;


6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.









Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026 door mr. M.M. Janssen - Witteveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. J. Mather als griffier, en op schrift gesteld op 29 juli 2026.

























Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:



degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;


andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.





Artikel 1:260 BW.


Artikel 1:265c, tweede lid, BW.


Beschikking van 19 mei 2026, onder 4.2.


Artikel 3 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.


Artikel 2 Besluit gezagsregisters.