Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:5660
2026-07-16
Civiel recht; Personen- en familierecht
12301337 UT VERZ 26-4193
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
bewind, aansprakelijkheid, vorige bewindvoerder, te lang beloning gerekend.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (6.588 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
zaaknummer : 12301337 UT VERZ 26-4193
dossiernummer : BM 35690
Beschikking van de kantonrechter d.d. 16 juli 2026
op verzoek van:
[verzoeker] B.V.
Postbus [nummer] ,
[postcode] [plaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker] B.V.
tegen:
[verweerder] h.o.d.n. [handelsnaam] ,
correspondentieadres: Postbus [nummer] , [postcode] [plaats] ,
hierna te noemen: [handelsnaam] ,
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
wonende te [postcode] [plaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1De feiten
1.1.
Bij beschikking van de kantonrechter te Utrecht d.d. 20 juli 2022 is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld op grond van zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand. [handelsnaam] is toen benoemd tot bewindvoerder. Op 25 november 2025 is [handelsnaam] ontslagen. Nu is [verzoeker] B.V. de bewindvoerder.
1.2.
In de beschikking van 24 november 2025 heeft de kantonrechter aan [verzoeker] B.V. de opdracht gegeven onderzoek te doen naar het handelen van [handelsnaam] .
1.3.
Na het onderzoek heeft [verzoeker] B.V., geconstateerd dat [handelsnaam] ten onrechte beloning heeft ontvangen voor de periode dat haar werkzaamheden als bewindvoerder al waren gestopt. Uit de landelijke lijst van het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM in Toezicht is gebleken dat [handelsnaam] zich per 31 december 2024 heeft uitgeschreven bij de Kamer Van Koophandel. De geleden schade bestaat uit:
- € 1.547,80 aan ten onrechte in rekening gebrachte beloning bewindvoerder (10x € 141,47 en 1 x € 133,10), te rekenen vanaf 1 januari 2025.
1.4.
De kantonrechter heeft [handelsnaam] naar aanleiding van deze constatering opgeroepen voor de zitting van 20 mei 2026. [handelsnaam] is, zonder tegenbericht, niet op deze zitting verschenen.
1.5.
De kantonrechter heeft aan [handelsnaam] per brief d.d. 3 juni en 6 juni 2026 het voornemen kenbaar gemaakt haar aansprakelijk te achten voor de geleden schade. De kantonrechter heeft in deze brief aangegeven dat de geleden schade bestaat uit de € 1.547,80 met daarbij de aanvangskosten van [verzoeker] B.V. van € 798,60, daar de kantonrechter het gezien de reden van de wijziging niet redelijk acht dat deze kosten voor rekening van betrokkene komen. De totale gelede schade komt voor betrokkene uit op € 2.346,40. In de brief is [handelsnaam] in de gelegenheid gesteld om vóór 23 juni 2026 op het voornemen te reageren. De kantonrechter heeft tot op heden geen reactie ontvangen van [handelsnaam] .
1.6.
Nu er geen verweer is gevoerd tegen het voornemen om [handelsnaam] aansprakelijk te achten, zal de kantonrechter een beschikking geven zonder verdere mondelinge behandeling.
2De beoordeling
2.1.
Op grond van artikel 1:444 BW is een bewindvoerder jegens een rechthebbende aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekort is geschoten, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden aangerekend. Dit betekent dat de handelswijze van de bewindvoerder, ook al is hierdoor schade ontstaan, niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid. Gekeken zal moeten worden of de bewindvoerder heeft gehandeld in strijd met hetgeen van een zorgvuldig handelende bewindvoerder verwacht mag worden.
2.2.
Op grond van artikel 1:362 BW (dat ingevolge artikel 1:445 lid 5 BW van overeenkomstige toepassing is bij bewind) kan de kantonrechter op verzoek van de bewindvoerder of ambtshalve de schade vaststellen die de rechthebbende door slecht bewind van de voormalige bewindvoerder heeft geleden en de voormalige bewindvoerder tot vergoeding daarvan kan veroordelen.
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat er in dit geval sprake is van een slecht bewind zoals is bedoeld in artikel 1:444 jo. 1:362 BW. [handelsnaam] heeft beloning ontvangen als bewindvoerder, terwijl zij niet meer als zodanig werkzaam was. Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter [handelsnaam] veroordelen de schade van € 2.346,40 aan betrokkene te vergoeden, daar zij toerekenbaar is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder.
3De beslissing
De kantonrechter:
- stelt vast dat [verweerder] h.o.d.n. [handelsnaam], in haar taak als bewindvoerder toerekenbaar is tekortgeschoten;
- stelt de schade die betrokkene hierdoor heeft geleden vast op een bedrag van
€ 2.346,40;
- veroordeelt [verweerder] h.o.d.n. [handelsnaam], tot betaling van een bedrag van € 2.346,40 aan betrokkene, via [verzoeker] B.V.;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kantonrechter, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden
Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.
Zittingsplaats Utrecht
zaaknummer : 12301337 UT VERZ 26-4193
dossiernummer : BM 35690
Beschikking van de kantonrechter d.d. 16 juli 2026
op verzoek van:
[verzoeker] B.V.
Postbus [nummer] ,
[postcode] [plaats] ,
hierna te noemen: [verzoeker] B.V.
tegen:
[verweerder] h.o.d.n. [handelsnaam] ,
correspondentieadres: Postbus [nummer] , [postcode] [plaats] ,
hierna te noemen: [handelsnaam] ,
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1947,
wonende te [postcode] [plaats] , [adres] ,
hierna te noemen: betrokkene.
1De feiten
1.1.
Bij beschikking van de kantonrechter te Utrecht d.d. 20 juli 2022 is het vermogen van betrokkene onder bewind gesteld op grond van zijn lichamelijke en/of geestelijke toestand. [handelsnaam] is toen benoemd tot bewindvoerder. Op 25 november 2025 is [handelsnaam] ontslagen. Nu is [verzoeker] B.V. de bewindvoerder.
1.2.
In de beschikking van 24 november 2025 heeft de kantonrechter aan [verzoeker] B.V. de opdracht gegeven onderzoek te doen naar het handelen van [handelsnaam] .
1.3.
Na het onderzoek heeft [verzoeker] B.V., geconstateerd dat [handelsnaam] ten onrechte beloning heeft ontvangen voor de periode dat haar werkzaamheden als bewindvoerder al waren gestopt. Uit de landelijke lijst van het Landelijk Kwaliteitsbureau CBM in Toezicht is gebleken dat [handelsnaam] zich per 31 december 2024 heeft uitgeschreven bij de Kamer Van Koophandel. De geleden schade bestaat uit:
- € 1.547,80 aan ten onrechte in rekening gebrachte beloning bewindvoerder (10x € 141,47 en 1 x € 133,10), te rekenen vanaf 1 januari 2025.
1.4.
De kantonrechter heeft [handelsnaam] naar aanleiding van deze constatering opgeroepen voor de zitting van 20 mei 2026. [handelsnaam] is, zonder tegenbericht, niet op deze zitting verschenen.
1.5.
De kantonrechter heeft aan [handelsnaam] per brief d.d. 3 juni en 6 juni 2026 het voornemen kenbaar gemaakt haar aansprakelijk te achten voor de geleden schade. De kantonrechter heeft in deze brief aangegeven dat de geleden schade bestaat uit de € 1.547,80 met daarbij de aanvangskosten van [verzoeker] B.V. van € 798,60, daar de kantonrechter het gezien de reden van de wijziging niet redelijk acht dat deze kosten voor rekening van betrokkene komen. De totale gelede schade komt voor betrokkene uit op € 2.346,40. In de brief is [handelsnaam] in de gelegenheid gesteld om vóór 23 juni 2026 op het voornemen te reageren. De kantonrechter heeft tot op heden geen reactie ontvangen van [handelsnaam] .
1.6.
Nu er geen verweer is gevoerd tegen het voornemen om [handelsnaam] aansprakelijk te achten, zal de kantonrechter een beschikking geven zonder verdere mondelinge behandeling.
2De beoordeling
2.1.
Op grond van artikel 1:444 BW is een bewindvoerder jegens een rechthebbende aansprakelijk, indien hij in de zorg van een goed bewindvoerder tekort is geschoten, tenzij de tekortkoming hem niet kan worden aangerekend. Dit betekent dat de handelswijze van de bewindvoerder, ook al is hierdoor schade ontstaan, niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid. Gekeken zal moeten worden of de bewindvoerder heeft gehandeld in strijd met hetgeen van een zorgvuldig handelende bewindvoerder verwacht mag worden.
2.2.
Op grond van artikel 1:362 BW (dat ingevolge artikel 1:445 lid 5 BW van overeenkomstige toepassing is bij bewind) kan de kantonrechter op verzoek van de bewindvoerder of ambtshalve de schade vaststellen die de rechthebbende door slecht bewind van de voormalige bewindvoerder heeft geleden en de voormalige bewindvoerder tot vergoeding daarvan kan veroordelen.
2.3.
De kantonrechter is van oordeel dat er in dit geval sprake is van een slecht bewind zoals is bedoeld in artikel 1:444 jo. 1:362 BW. [handelsnaam] heeft beloning ontvangen als bewindvoerder, terwijl zij niet meer als zodanig werkzaam was. Gelet op het vorenstaande zal de kantonrechter [handelsnaam] veroordelen de schade van € 2.346,40 aan betrokkene te vergoeden, daar zij toerekenbaar is tekortgeschoten in de zorg van een goed bewindvoerder.
3De beslissing
De kantonrechter:
- stelt vast dat [verweerder] h.o.d.n. [handelsnaam], in haar taak als bewindvoerder toerekenbaar is tekortgeschoten;
- stelt de schade die betrokkene hierdoor heeft geleden vast op een bedrag van
€ 2.346,40;
- veroordeelt [verweerder] h.o.d.n. [handelsnaam], tot betaling van een bedrag van € 2.346,40 aan betrokkene, via [verzoeker] B.V.;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.A.A.T. Engbers, kantonrechter, in samenwerking met R.A. Oelen, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, locatie Leeuwarden
Arnhem-Leeuwarden, locatie Arnhem:
a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.