Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5578

2026-08-05 Civiel recht 12180712 \ LC EXPL 26-667
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-08-05
Publicatiedatum
2026-08-16
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12180712 \ LC EXPL 26-667
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Koop tweedehands auto. Vordering tot ontbinding wordt afgewezen. Onvoldoende gebleken dat de auto niet aan de overeenkomst beantwoordt. Gebrek niet komen vast te staan.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (13.099 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Lelystad



Zaaknummer: 12180712 \ LC EXPL 26-667




Vonnis van 5 augustus 2026




in de zaak van





[eiser]
,
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,



tegen





[gedaagde] , handelend onder de naam [handelsnaam],
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. G.R.D. Dekker.






1De procedure


1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 13 maart 2026,- de conclusie van antwoord met producties, - de conclusie van repliek met producties,- de conclusie van dupliek.




1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.





2De zaak in het kort


2.1

[eiser] heeft op 26 januari 2026 zijn Peugeot 108 bij [gedaagde] ingeruild voor een Volkswagen Golf uit 2011 (hierna: de Golf). Op 2 februari 2026 heeft [eiser] bij [gedaagde] gemeld dat een melding verscheen in verband met de olie(druk). Na een ingebrekestelling van [gedaagde] op 21 februari 2026 heeft [eiser] de overeenkomst buitengerechtelijk ontbonden op 28 februari 2026. De ingeruilde Peugeot is inmiddels doorverkocht. [eiser] wil dat de kantonrechter de overeenkomst ontbonden verklaart en hij maakt aanspraak op betaling van € 4.635,25,- door [gedaagde] . De kantonrechter oordeelt dat de overeenkomst niet ontbonden kan worden en wijst de vorderingen van [eiser] daarom af.





3De beoordeling




[eiser] heeft de Golf voor € 2.995,- gekocht



3.1

[eiser] vordert (terug)betaling van de koopprijs van € 4.000,00voor de Volkswagen Golf, naast bijkomende kosten. Partijen verschillen van mening over de hoogte van de verkoopprijs. De kantonrechter is van oordeel dat onderdeel van de ruilovereenkomst was dat geen van beide partijen hoefde bij te betalen. [eiser] stelt dat de waarde van zijn auto hoger is dan de € 2.995,- waar [gedaagde] van uitgaat. De kantonrechter gaat daar niet in mee. Uit de factuur van 26 januari 2026 blijkt dat voor beide auto’s een bedrag van € 2.995,- is gerekend. Dat [gedaagde] bij de ruil van een hoger bedrag mocht uitgaan, blijkt nergens uit. De advertenties die [eiser] heeft overgelegd van vergelijkbare auto’s doen daar niet aan af. Het gaat om de prijs die [eiser] en [gedaagde] hebben afgesproken. Die blijkt uit de factuur.



Het juridisch kader




3.2
De vraag die voorligt is of de Golf aan de overeenkomst beantwoordt. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst als zij, mede gelet op de aard van de zaak en de mededelingen die de verkoper heeft gedaan over de zaak, niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de zaak de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. Bij de koop van een tweedehands auto die wordt gekocht om aan het verkeer deel te nemen, beantwoordt de auto niet aan de overeenkomst als het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert en het gebrek niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld. Als de afwijking van wat is overeengekomen zich binnen een jaar openbaart, geldt het vermoeden dat die afwijking er al was ten tijde van de koop.



3.3
Als de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt, kan de koper de overeenkomst ontbinden. Uit artikel 7:22 lid 1 BW volgt dat voor ontbinding van een consumentenkoop is vereist dat de afwijking van hetgeen is overeengekomen de ontbinding met haar gevolgen moet rechtvaardigen.



De overeenkomst kan niet worden ontbonden




3.4
Tussen partijen staat vast dat de Golf vlak na de ruil een melding over de olie vertoonde. Anders dan [eiser] stelt, kan dit niet tot ontbinding van de overeenkomst leiden. [eiser] heeft onvoldoende onderbouwd dat de Golf niet de eigenschappen bezit die hij op grond van de overeenkomst mocht verwachten en die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn. Daarom kan niet geconcludeerd worden dat de Golf niet aan de overeenkomst beantwoordt. Dit betekent dat de overeenkomst niet kan worden ontbonden. Hieronder wordt dat toegelicht.



3.5

Het is niet gebleken dat het gebrek niet op eenvoudige wijze kan worden ontdekt en hersteld. In het Whatsappbericht van 19 februari 2026 heeft [eiser] aan [gedaagde] geschreven:

“Goedemdag,


Olie sensor olie filter en olie is vervangen en hij blijft de storinh aangeven kan de alleen nog de olie pomp zin en die kosten zijn hoog.. ik heb een week in de auto gereden staat tot die tijd al bij de garage.. is er een manier hoe we dit kunnen oplossen?”

Hieruit blijkt dat het probleem volgens [eiser] de oliepomp zou kunnen zijn. [eiser] heeft niet toegelicht op basis waarvan de conclusie is getrokken dat het om de oliepomp gaat. Een rapport of verklaring van een garagebedrijf waaruit volgt van welk gebrek sprake is ontbreekt. Uit het bericht van [eiser] blijkt wel dat hij denkt dat het gaat om de oliepomp en dat herstel mogelijk is maar alleen dat die kosten daarvan hoog zouden zijn. Het gebrek is onvoldoende komen vast te staan. Niet kan worden vastgesteld of het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert. Zoals gezegd er is geen verklaring of rapport overgelegd van de garage die de auto kennelijk onderzocht heeft. Zonder een dergelijke onderbouwing kan niet worden geconcludeerd dat de Golf niet aan de overeenkomst beantwoordt. Reeds op die grond komt de vordering niet voor toewijzing in aanmerking. Daarbij komt dat van een Golf uit het jaar 2011 met een kilometerstand van 260.048 verwacht mag worden dat bepaald onderhoud noodzakelijk kan zijn, zoals bijvoorbeeld de vervanging van een oliepomp.




3.6

Bovendien kan de overeenkomst niet ontbonden worden, omdat het verzuim niet is ingetreden. [gedaagde] stelt terecht dat hem geen redelijke gelegenheid tot onderzoek en herstel is geboden, waardoor het verzuim niet kan zijn ingetreden. Zonder verzuim kan een overeenkomst niet worden ontbonden. Uit het bericht van 19 februari 2026 blijkt dat [eiser] de oliesensor, het oliefilter en de olie door een derde heeft laten vervangen, zonder eerst [gedaagde] de gelegenheid te geven om tot herstel over te gaan. [eiser] lijkt te betogen dat [gedaagde] herstel heeft geweigerd. Toen [eiser] verzocht om tot een oplossing te komen, is volgens [eiser] een concreet voorstel tot herstel uitgebleven. [eiser] verwijst naar het bericht van [gedaagde] van 20 februari 2026:
“Goedemiddag

Ik denk dat we vwb kosten gelijk staan …

De koppeling van de Peugeot 108 lag helemaal op zijn eind en moest vervangen worden

mvg [handelsnaam] ”

Daarop heeft [gedaagde] gereageerd:

“Ik denk het niet. De peugeot was 100% goed. Als dit jullie antwoord is dan weet ik wat ik moet doen. Ik zit zonder auto en vervangend vervoer is ook gestopt. Bedankt voor jullie bericht. En jullie horen nader van mij

Daarop heeft [eiser] gereageerd:

“Wat voor komt bij VW is dat er verbeterde olie sensor in moet dan voorgeschreven

Golf is verder goed onderhouden”





3.7

[eiser] voert aan dat hij vervolgens telefonisch contact met [gedaagde] heeft gehad en dat toen is gezegd dat [gedaagde] niets voor hem kan betekenen. [gedaagde] heeft dit betwist. Volgens [gedaagde] is tijdens het telefoongesprek juist aangegeven dat er naar de auto gekeken kon worden om vast te stellen wat de oorzaak van de klacht was. Het is volgens [gedaagde] dan ook onjuist dat hij herstel zou hebben geweigerd. [gedaagde] vindt dat hem de mogelijkheid is ontnomen om de gestelde gebreken zelf te onderzoeken en, als dat nodig was, tot herstel over te gaan. Door de tegenstrijdige verklaringen van partijen kan de kantonrechter niet vaststellen wat er in het telefoongesprek besproken is. De kantonrechter moet het daarom doen met wat er in de Whatsappberichten te lezen is. Uit de Whatsappberichten heeft [eiser] niet mogen opmaken dat [gedaagde] niet bereid was om het gebrek te onderzoeken en zo nodig te herstellen. Dat [gedaagde] erop heeft gewezen dat hij denkt dat partijen voor wat betreft de kosten gelijk staan omdat de koppeling van de Peugeot vervangen moet worden, mocht door [eiser] niet als afwijzing om te onderzoeken en te herstellen worden opgevat.



3.8
Vervolgens heeft [eiser] [gedaagde] wel op 21 februari 2026 in gebreke gesteld. Maar op dat moment was [eiser] al bij een andere garage langs geweest voor het vervangen van de olie, olie sensor en olie filter. Zodoende is een poging tot herstel al door een derde gedaan. Weliswaar heeft dit volgens [eiser] niet geleid tot oplossing van het probleem, maar onder deze omstandigheden mocht [eiser] niet van [gedaagde] verwachten dat [gedaagde] alsnog aan de ingebrekestelling zou voldoen. Bovendien stelt [eiser] in zijn brief/e-mail dat het gaat om een defecte oliepomp en dat de versnellingsbak zwaar schakelt. [eiser] verlangt dat [gedaagde] binnen 7 dagen bevestigt over te gaan tot herstel en kondigt ontbinding van de koopovereenkomst aan. Het had op de weg van [eiser] gelegen om eerst bij [gedaagde] langs te gaan om eventuele gebreken te laten vaststellen (want die zij niet komen vast te staan) voordat overgegaan zou kunnen worden tot herstel. De ingebrekestelling kwalificeert daarom niet als een aanmaning waarbij [gedaagde] een redelijke termijn wordt geven voor onderzoek en/of herstel.



3.9
De vordering wordt afgewezen.



De proceskosten




3.10

[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:









- salaris gemachtigde


€


576,00


(2 punten × € 288,00)




- nakosten


€


144,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


720,00














4De beslissing


De kantonrechter



4.1
wijst de vorderingen van [eiser] af,



4.2
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.3
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.









Dit vonnis is gewezen door mr. R.M. Berendsen en in het openbaar uitgesproken op 5 augustus 2026.











!


























!









PM/45352




Artikel 7:17 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW).


Artikel 7:17 lid 2 BW.


Zie Hoge Raad 15 april 1994 (ECLI:NL:HR:1994:ZC1338).


Artikel 7:22 BW.