Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5498

2026-07-24 Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht UTR 26/5980
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-24
Publicatiedatum
2026-08-13
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 26/5980
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

BNT WIA bezwaar gegrond

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.260 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht



Bestuursrecht



zaaknummer: UTR 26/5980


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2026 in de zaak tussen
Stichting Axioncontinu Groep, gevestigd te Utrecht, eiseres,
(gemachtigde: A. van Lieshout),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.





Procesverloop


Deze uitspraak gaat over het beroep van eiseres omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 7 april 2025 tegen het besluit van 6 maart 2025 van mevrouw

[naam] .





Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaar kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op het bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Eiseres heeft haar bezwaarschrift ingediend op 7 april 2025. Verweerder heeft het bezwaarschrift ontvangen op 10 april 2025. Niet in geschil is dat verweerder te laat is met het nemen van een beslissing op het bezwaar. Dat geeft verweerder ook aan in zijn verweerschrift van 30 juni 2026. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 4 juni 2026 heeft ontvangen en sindsdien twee weken zijn verstreken. Eiseres heeft op 19 juni 2026 beroep ingesteld.






Verweerder moet alsnog een besluit nemen



4. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Het wettelijke uitgangspunt is op grond van het bepaalde in artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb een termijn van twee weken. In bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen (artikel 8:55d, derde lid, Awb). Het is vaste rechtspraak dat die andere termijn niet onnodig lang, maar ook niet onrealistisch kort moet zijn.

5. Verweerder geeft in zijn verweerschrift aan dat hij door een tekort aan
verzekeringsartsen tot op heden nog niet in staat is geweest om het bezwaar binnen de gestelde termijn af te handelen. Ook geeft verweerder aan dat er op 12 september 2025 een hoorzitting heeft plaatsgevonden. De rechtbank ziet hier aanleiding om, gezien de omstandigheden die door verweerder zijn genoemd, de beslistermijn vast te stellen op twee weken. De rechtbank wijkt hierbij af van haar uitspraak van de meervoudige kamer van 9 januari 2025. De rechtbank ziet aanleiding om in dit geval af te wijken omdat ten tijde van deze uitspraak er reeds een hoorzitting heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat verweerder binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak een beslissing moet nemen. Hiermee sluit de rechtbank aan bij haar uitspraak van 21 oktober 2025.



Rechterlijke dwangsom



6. De rechtbank bepaalt in deze zaak dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee verweerder de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van € 15.000,-.



Conclusie

7. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat verweerder binnen een termijn van twee weken na verzending van deze uitspraak een beslissing nemen op het bezwaar van eiseres.

8. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres ook een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend met wegingsfactor 0,5. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5).

9. Ook moet verweerder het griffierecht van € 397,- aan eiseres betalen.





Beslissing


De rechtbank:


- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
- draagt verweerder op binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000, -;
- bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 397,- dat eiseres heeft betaald moet betalen;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.



Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
mr. E.J.H.C. Hui, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2026.













griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Bent u het niet eens met deze uitspraak? Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.





Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).


ECLI:NL:RBMNE:2025:41.


ECLI:NL:RBMNE:2025:5638.