Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5414

2026-08-13 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht UTR 23/5855
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-08-13
Publicatiedatum
2026-08-11
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 23/5855
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Beroep tegen de afwijzing van een WIA-aanvraag gegrond. De rechtbank volgt de door haar ingeschakelde deskundige verzekeringsarts. De argumenten van de VABB doen de rechtbank niet aan de deskundigenbeoordeling twijfelen. Het bestreden besluit wordt daarom vernietigd en het Uwv wordt opgedragen om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres. Hierbij zal het Uwv, uitgaande van de belastbaarheid van eiseres zoals die door de deskundige in een FML is neergelegd, opnieuw arbeidskundig onderzoek moeten doen en vast moeten stellen of eiseres recht heeft op een WIA-uitkering. Het Uwv moet de kosten van eiseres, inclusief de deskundigenkosten, vergoeden.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (23.978 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht


zaaknummer: UTR 23/5855


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 augustus 2026 in de zaak tussen



[eiseres] uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. J.P.J Franssen),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder
(gemachtigde: J.J. Grasmeijer)





Inleiding

1. Eiseres werkte bij Stichting [naam] als [functie] voor 31,95 uur per week. Na beëindiging van haar dienstverband ontving zij een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW). Vanuit de WW heeft eiseres zich op 15 november 2019 ziekgemeld, waarna zij voor een Ziektewetuitkering in aanmerking is gebracht.

2. Na een wachttijd van 104 weken, per 4 maart 2022, heeft eiseres een uitkering op grond van de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) aangevraagd bij het Uwv. Om voor een WIA-uitkering in aanmerking te komen moet vast komen staan dat eiseres haar eigen werk als buurtbemiddelaar niet kan doen en ook met passend werk (andere functies die geschikt voor haar zijn) voor 35% of meer arbeidsongeschikt moet worden beschouwd.

3. Een arts van het Uwv heeft onderzoek gedaan naar de medische toestand van eiseres op 4 maart 2022 en heeft de klachten van eiseres vertaald naar arbeidsbeperkingen in een functionele mogelijkhedenlijst (FML). Een arbeidsdeskundige van het Uwv heeft vervolgens aan de hand van de beperkingen van eiseres in deze FML, geconcludeerd dat eiseres haar eigen werk als [functie] niet meer kan doen. Vervolgens heeft een arbeidsdeskundige het maatmaninkomen van eiseres vastgesteld (het inkomen dat zij had voordat zij ziek werd) en drie functies voor eiseres geselecteerd die zij volgens de arbeidsdeskundige, ondanks de beperkingen uit de FML, kan doen. Door het uurloon in de middelste functie (de functies staan op volgorde van uurloon) af te zetten tegen het maatmanuurloon heeft de arbeidsdeskundige berekend dat eiseres met die functie 67,96% kan verdienen van het inkomen dat zij had voordat zij ziek werd. Voor de overige 32,04 % moet eiseres daarom arbeidsongeschikt worden beschouwd. Omdat dit minder is dan 35%, heeft het Uwv de WIAaanvraag van eiseres met het besluit van 28 juni 2022 (het primaire besluit) afgewezen.

4. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft bezwaar gemaakt. In de bezwaarfase heeft een herbeoordeling plaatsgevonden. Een verzekeringsarts bezwaar en beroep van het Uwv komt deels tot andere beperkingen voor eiseres per 4 maart 2022, dan de eerste verzekeringsarts had vastgesteld. Zij heeft de door haar voorgestane beperkingen opgenomen in een FML van 26 september 2023.

5. Omdat de FML is gewijzigd, heeft een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van het Uwv bekeken of de functies die de eerste arbeidsdeskundige voor eiseres had geselecteerd, nog wel geschikt zijn. Twee van de geselecteerde functies blijken de belastbaarheid van eisers uit de FML van 26 september 2023 te overschrijden. In plaats daarvan heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep daarom twee nieuwe functies geselecteerd. Door het uurloon in de dan middelste functie af te zetten tegen het maatmanuurloon heeft de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep berekend dat eiseres met die functie nog steeds 87,07% kan verdienen van het inkomen dat zij had voordat zij ziek werd. Eiseres moet voor de overige 12,93% arbeidsongeschikt worden beschouwd. Dit is minder dan 35%, zodat eiseres wederom niet voldoet aan de voorwaarden voor een WIA-uitkering. Met het besluit op bezwaar van 16 oktober 2023 (het bestreden besluit) heeft het Uwv de afwijzing van de WIAaanvraag van eiseres daarom in stand gelaten.

6. Eiseres heeft beroep ingesteld en een rapport van het Expertise Instituut van 21 augustus 2024 meegestuurd, opgesteld door van [A.] , verzekeringsarts, en [B.] , arbeidsdeskundige. [A.] acht eiseres hierin per 4 maart 2022 verdergaand beperkt, en volgens [B.] zijn de voor eiseres geduide functies daardoor niet geschikt. Het Uwv heeft gereageerd met een aanvullend rapport van 12 september 2024 waarin de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd uiteen heeft gezet waarom zij de medische beoordeling van [A.] niet volgt. Hierop volgen over en weer reacties van partijen, waarin [A.] (eiseres) en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (het Uwv) het niet eens blijven zijn over de beperkingen van eiseres per 4 maart 2022.

7. Op 13 februari 2025 is de zaak bij de rechtbank op een zitting behandeld. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de zitting heeft de rechtbank het onderzoek geschorst, omdat zij zich wil laten voorlichten door een onafhankelijke deskundige verzekeringsarts over de beperkingen van eiseres per 4 maart 2022.

8. Op 9 april 2025 heeft de rechtbank drs. [C.] , verzekeringsarts bij PrioCura, als deskundige aangesteld. De deskundige heeft op 15 juli 2025 haar deskundigenrapport uitgebracht. De deskundige heeft eiseres per 4 maart 2022 verdergaand beperkt geacht dan door de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de FML van 26 september 2023 is opgenomen.

9. Het Uwv heeft op het deskundigenrapport gereageerd met een aanvullende rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 4 augustus 2025, die zich niet in de deskundigenbeoordeling kan vinden. Eiseres heeft gereageerd met een aanvullend rapport van [A.] van 5 november 2025 die zich slechts deels niet in de beoordeling van de deskundige kan vinden. De rechtbank heeft de reacties van partijen voorgelegd aan de deskundige die op 17 februari 2026 aanvullend heeft gerapporteerd.

10. Op 13 april 2026 heeft de rechtbank het onderzoek in de zaak gesloten.




Deskundigenrapport


11. De deskundige heeft de beperkingen die de verzekeringsarts bezwaar en beroep van het Uwv voor eiseres heeft aangenomen bevestigd, maar ook een aantal extra beperkingen voor eiseres aangenomen. Zo is eiseres volgens de deskundige aanvullend beperkt in het uiten van eigen gevoelens en is zij aangewezen op werk dat geen leidinggevende aspecten bevat. Verder kan eiseres bij complexe mentale en/of fysieke taken volgens de deskundige geen hoog handelingstempo aan. Naast de al aangenomen beperkingen voor ’s nachts werken en sterk onregelmatige diensten, acht de deskundige eiseres tot slot ook overdag beperkt in haar duurbelastbaarheid. Volgens de deskundige kan eiseres maximaal 6 uur per dag en 30 uur per week werken.




Standpunt eiseres


12. Eiseres heeft voor haar standpunt verwezen naar de rapporten van [A.] . [A.] kan zich vinden in de beoordeling van de deskundige, met dien verstande dat eiseres volgens hem slechts 6 uren per dag kan werken als zij haar werk na 4 uren substantieel kan onderbreken. [A.] heeft zich hierbij gebaseerd op de slaapbehoefte van eiseres overdag, die in ernst wisselt maar op grond waarvan volgens hem een urenbeperking van 4 uren kan worden aangenomen. Tot slot is de toelichting ‘6 uren max.’ van de deskundige, bij een urenbeperking van gemiddeld ongeveer 6 uur per dag volgens [A.] een zogenoemde ‘beperkende toelichting’ die niet is toegestaan in een FML. In plaats daarvan had deskundige volgens hem een urenbeperking van gemiddeld ongeveer 4 uren per dag moeten aannemen, met de toelichting ‘incidenteel max. 6 uren’.




Standpunt Uwv

13. Het Uwv heeft voor zijn standpunt verwezen naar de rapporten van zijn verzekeringsarts bezwaar en beroep, die zich niet kan vinden in de beoordeling van de deskundige. De beperking in hoog handelingstempo wegens de combinatie van een persisterende depressieve stoornis en ADHD kan volgens de verzekeringsarts niet worden gevolgd, omdat ADHD niet gepaard gaat met aandriftverlies. Voorts blijkt uit de stukken en verschillende anamneses die bij eiseres zijn afgenomen niet dat eiseres last had van aandriftverlies (ook niet door de depressie) of dat het verrichten van activiteiten rond 4 maart 2022 trager ging dan normaal. Tot slot ziet deze beperking volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep alleen op fysiek handelen, zodat de toelichting ‘bij complex mentale taken’ sowieso niet juist kan zijn.

14. Verder is volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep het feit dat eiseres haar eigen gevoelens blokkeert, al verdisconteerd in de beperkingen in het omgaan met conflicten en het hanteren van emotionele problemen van anderen die voor eiseres zijn aangenomen. Omdat hierdoor al geen functies met een belasting in het uiten van eigen gevoelens zullen worden geduid, is een beperking op dat punt niet meer nodig. Hetzelfde geldt voor de beperking voor werk met leidinggevende aspecten. Omdat eiseres in de FML al beperkt is geacht in het omgaan met conflicten, het hanteren van emotionele problemen van anderen, én daarin is aangewezen op een voorspelbare werksituatie, zullen er geen functies geduid kunnen worden waarin leidinggevende aspecten kenmerkend zijn.

15. Tot slot kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep de deskundige niet volgen in de urenbeperking van maximaal 6 uur per dag en 30 uur per week die zij voor eiseres heeft aangenomen. Hoewel eiseres overdag veel slaapt, was het advies van de psycholoog juist om dit te beperken. Inmiddels is dan wel de diagnose chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) bij eiseres gesteld, maar die diagnose ‘en sich’ geeft volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep evenmin aanleiding voor een urenbeperking op energetische gronden. De vermoeidheid van eiseres wordt immers duidelijk niet minder door overdag te rusten. De deskundige heeft de urenbeperking ook op preventieve gronden aangenomen vanwege de ADHD en aanhoudende depressieve stoornis van eiseres, maar volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep kan ook dat niet worden gevolgd. Eiseres heeft in het verleden, ondanks haar ADHD, namelijk fulltime kunnen werken en ADHD is geen progressieve aandoening of aandoening die gepaard gaat met remissies en exacerbaties. Daar komt bij dat in de medische informatie naar voren komt dat de depressieve stoornis van eiseres zijn grondslag vindt in haar jeugd, en niets te maken had met de (uren)belasting in werk, aldus de verzekeringsarts bezwaar en beroep.



Beoordeling van de rechtbank

16. Als uitgangspunt geldt dat de rechtbank het oordeel van een onafhankelijke, door haar ingeschakelde deskundige volgt als de motivering van deze deskundige haar overtuigend voorkomt, tenzij bijzondere omstandigheden afwijking van deze hoofdregel kunnen rechtvaardigen. De beoordeling van drs. [C.] komt de rechtbank overtuigend voor. Haar deskundigenrapport geeft blijk van een zorgvuldig onderzoek en is toereikend gemotiveerd en geconcretiseerd naar de situatie van eiseres. Wat partijen over de beoordeling hebben aangevoerd, leidt niet tot een ander oordeel. De deskundige heeft eiseres gezien en onderzocht, het dossier bestudeerd en alle informatie van de behandelaars van eiseres kenbaar bij haar beoordeling betrokken. De rechtbank ziet niet dat de deskundige op basis van de medische informatie en het dagverhaal van eiseres, beperkingen zou hebben gemist of onjuist zou hebben gewogen.

17. De deskundige is, conform de medische informatie in het dossier, uitgegaan van een persisterende depressieve stoornis (dysthymie), aandachtdeficiëntiestoornis/ hyperactiviteitstoornis: overwegend onoplettend beeld (ADD), en het chronisch vermoeidheidssyndroom/myalgische encefalitis (CVS/ME) bij eiseres. Bij het vaststellen van de beperkingen heeft zij rekening gehouden met de klachten waar eiseres, onder meer als gevolg van de combinatie van deze aandoeningen, mee kampt.



Handelingstempo bij complexe fysieke en/of mentale taken



18. Voor een beperking in werk met een hoog handelingstempo bij complexe fysieke en/of mentale taken, heeft de deskundige aanleiding gezien vanwege de combinatie van de persisterende depressieve stoornis en ADHD bij eiseres. Eiseres kampt vanuit deze aandoeningen onder andere met aandriftverlies. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is niet gebleken dat eiseres hier in het dagelijks leven last van heeft, maar de deskundige heeft er terecht op gewezen dat het handelingstempo in het dagelijks leven niet per se verlaagd hoeft te zijn om hier in werk beperkt in te zijn. Het handelingstempo dat in het dagelijks leven gevraagd wordt, verschilt immers wezenlijk van de structurele en productiegerichte eisen die in arbeid worden gesteld. Bovendien is bij het eigen onderzoek van de deskundige gebleken dat eiseres in het dagelijks leven wél problemen ervaart op dit vlak. Zij moet worden aangestuurd in de zelfzorg en het verrichten van huishoudelijke taken kost haar veel energie en tijd. Daarbij geldt dat de medische situatie van eiseres rond 4 maart 2022 minder stabiel was dan het was ten tijde van het deskundigenonderzoek. Dat aandriftverlies verder geen kenmerk zou zijn van ADHD, zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt, is geen reden om de deskundige niet te volgen. De deskundige neemt de beperking namelijk aan vanwege de combinatie van de persisterende depressieve stoornis en ADHD en wat zij zelf heeft waargenomen. Tot slot gaat het bij dit item inderdaad om de fysieke uiting van de snelheid van handelen, maar dat sluit niet uit dat het onvermogen daartoe zijn grondslag kan hebben in een psychische aandoening en dus ook mede afhankelijk kan zijn van de mentale complexiteit van de handeling. De rechtbank ziet, met de deskundige, daarom niet waarom een beperking op dit item bij complexe mentale taken niet in lijn zou zijn met het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) zoals de verzekeringsarts bezwaar en beroep stelt.



Uiten van eigen gevoelens en werk met leidinggevende aspecten



19. De deskundige heeft verder aanleiding gezien voor een beperking in het uiten van eigen gevoelens bij eiseres. In de medische stukken en de anamnese van eiseres komt duidelijk naar voren dat eiseres haar gevoelens blokkeert. De behandelingen bij de psycholoog was onder meer gericht op het mogen voelen van emoties door middel van imaginatie oefeningen. Voor een beperking op werk met leidinggevende aspecten heeft de deskundige aanleiding gezien vanwege een verhoogde afbreukrisico bij eiseres door de combinatie van haar aandoeningen. Haar psychische kwetsbaarheid maakt dat zij dergelijk werk mentaal zwaarder zal ervaren. Volgens de deskundige is de redenering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat er, vanwege andere beperkingen in de FML al geen functies zullen worden geduid met een belasting op de aspecten ‘uiten van eigen gevoelens’ en ‘werk met leidinggevende aspecten’, zodat eiseres hier in niet apart voor hoeft te worden beperkt, niet juist. De rechtbank kan de deskundige hierin volgen. Daargelaten of dit inderdaad voor alle functies in het CBBS zou gelden, waarbij zij opgemerkt dat de functies geregeld wordt geüpdatet zodat de rechtbank niet ziet hoe de verzekeringsarts bezwaar en beroep dit op voorhand met zekerheid zou kunnen uitsluiten, is het uitgangspunt dat de FML een juiste weergave van de belastbaarheid van de betrokkene behelst. Hoewel het de verzekeringsarts is toegestaan (zelfs aangewezen) om beperkingen in de FML onderling op elkaar af te stemmen, is het niet in lijn met het systeem van de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling om bij het wel of niet aannemen van beperkingen vooruit te lopen op de functies die op grond daarvan mógelijk worden geduid.



Urenbeperking



20. De deskundige heeft eiseres tot slot maximaal in staat geacht om 6 uur per dag en 30 uur per week te werken. Volgens de deskundige was er ‘alles overziend’ op 4 maart 2022 bij de combinatie van de bij eiseres aanwezige aandoeningen sprake van een beperkte energetische belastbaarheid. Naast de beperkingen ten aanzien van zwaardere fysieke arbeid, ziet de deskundige aanleiding voor een aanvullende urenbeperking. De beperkingen voor zwaardere fysieke arbeid zijn in geval van eiseres namelijk onvoldoende toereikend. Rond 4 maart 2022 was er sprake van een persisterende depressieve stoornis, waarvan bekend is dat die gepaard kan gaan met verlies van energie en verminderde mogelijkheden tot recuperatie. De ADHD vergde in het dagelijks functioneren voor eiseres meer mentale inspanning, wat leidde tot snellere mentale vermoeidheid. Daarbij kampte eiseres nog met de chronische vermoeidheid, die niet is opgeklaard na behandeling van de recidiverende depressieve stoornis en later is gediagnosticeerd met CVS. Tot slot acht de deskundige de urenbeperking ook vanuit preventief oogpunt noodzakelijk, nu eiseres vanuit haar ADHD moeite heeft om haar grenzen goed af te bakenen.

21. De rechtbank kan de redeneringen en conclusies van de deskundige ten aanzien van de duurbelastbaarheid van eiseres volgen. Dat eiseres, zoals [A.] stelt, maximaal 4 uren achtereen zou kunnen werken, mist een nadere onderbouwing. De deskundige heeft haar weging van maximaal 6 uur per dag en 30 uur per week afgestemd op de consistente documentatie van de recuperatiebehoefte van eiseres in het dossier. Op grond hiervan is de deskundige uit gegaan van een slaapbehoefte van ongeveer 16 uur per dag. Van de 24 uren resteren dan nog ongeveer 8 uren waarin ook tijd nodig is voor zelfzorg. Een urenbeperking van maximaal 6 uren per dag is volgens de deskundige voor eiseres daarom haalbaar. De rechtbank kan dit volgen.

22. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft zich op het standpunt gesteld dat er helemaal geen aanleiding is voor het aannemen van een urenbeperking voor overdag, en heeft hier verschillende argumenten voor gegeven. De rechtbank ziet echter dat het advies van de psycholoog aan eiseres om het slapen overdag te beperken, is ingehaald door de diagnose CVS die later bij haar is gesteld. Verder maakt het feit dat de vermoeidheid bij eiseres niet vermindert door overdag te rusten, nog niet dat er geen energetische grondslag meer zou bestaan voor een urenbeperking. De rechtbank ziet niet dat een urenbeperking volgens de Standaard Duurbelastbaarheid op energetische gronden alleen maar mag worden aangenomen als dat (energetisch) herstel tot gevolg heeft. De deskundige heeft er terecht op gewezen dat een urenbeperking ook nodig kan zijn om energetische overbelasting te begrenzen, of verslechtering tijdens belasting en het risico op terugval te verlagen en/of te voorkomen. Hetzelfde geldt voor het argument van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat eiseres niet is uitgevallen voor haar werk vanwege een te hoge urenbelasting: dit is geen vereiste voor het aannemen van een urenbeperking. Ten aanzien van de opmerking dat ADHD geen progressief karakter heeft en eiseres eerder zonder problemen fulltime heeft gewerkt, heeft de deskundige er tot slot terecht op gewezen dat de combinatie van aandoeningen bij eiseres (en dus niet de ADHD op zichzelf) tot de urenbeperking heeft geleid.

23. Tot slot ziet de rechtbank niet dat er sprake is van een niet-toegestane beperkende toelichting bij de door deskundige aangenomen urenbeperking, zoals [A.] stelt. Volgens het CBBS-handboek 5, versie 1.3, worden bij een urenbeperking van 6 uren per dag alle functies tussen de 4 en (gelijk aan) 6 uren per dag geaccepteerd. De toelichting ‘max 6 uren’ is dan ook passend bij de door de deskundige voor eiseres gestelde urenbeperking van maximaal 6 uren per dag.




Conclusie

24. De rechtbank volgt de medische beoordeling van de deskundige. Dat betekent dat het Uwv niet kan worden gevolgd in de medische grondslag van het bestreden besluit. Het beroep van eiseres moet daarom gegrond worden verklaard en het bestreden besluit moet worden vernietigd. De rechtbank draagt het Uwv op om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak, een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van al wat de rechtbank in deze uitspraak heeft overwogen. Concreet betekent dit dat het Uwv, uitgaande van de FML zoals die door de deskundige voor eiseres is vastgesteld, opnieuw een arbeidskundig onderzoek moet laten doen en aan de hand daarvan moet vaststellen of eiseres per 4 maart 2022 recht heeft op een WIA-uitkering.



Proceskosten en griffierecht



25. Omdat het beroep gegrond is, veroordeelt de rechtbank het Uwv in de proceskosten die eiseres voor haar beroep heeft gemaakt. De rechtbank stelt de kosten voor de beroepsmatig verleende rechtsbijstand van de gemachtigde van eiseres vast op € 2.335,-- (1 punt voor het indienen van het beroep, 1 punt voor het verschijnen op de zitting, en 0,5 punt voor de reactie op het deskundigenrapport, met een waarde per punt van € 934,--, onder een wegingsfactor 1). Eiseres heeft verder verzocht om vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt voor het rapport van het Expertise Centrum van 21 augustus 2024. De rechtbank acht het inroepen van [A.] en [B.] en de opgevoerde kosten hiervoor redelijk, en zal de kosten zoals verzocht dan ook toewijzen tot € 2.542,-- inclusief BTW. Daarbij is op basis van de factuur uitgegaan van een tijdsbesteding van in totaal 13,5 uur en een uurtarief van € 154,50 inclusief BTW. Ten aanzien van de aanvullende rapporten van [A.] heeft eiseres niet om een kostenvergoeding verzocht.

26. De rechtbank draagt het Uwv tot slot op om het griffierecht van € 50,-- dat eiseres voor haar beroep heeft betaald, aan eiseres te vergoeden.




Beslissing


De rechtbank:


 verklaart het beroep tegen de bestreden besluiten gegrond;
 vernietigt het bestreden besluit;
 draag het Uwv op om binnen zes weken na verzending van deze uitspraak, een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van al wat de rechtbank in deze uitspraak heeft overwogen;
 veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 4.877,--;
 bepaalt dat het Uwv het door eiseres betaalde griffierecht van € 50,-- aan haar vergoedt.



Deze uitspraak is op 13 augustus 2026 in het openbaar gedaan door mr. J. Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van mr. N.K. Boer – de Bruin, griffier.






griffier rechter



De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




De periode van 14 september 2021 tot en met 3 januari 2022 waarin eiseres een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg (Wazo) ontving, niet meegerekend.


De beoordeling is getoetst en akkoord bevonden door een verzekeringsarts van het Uwv.


Zie de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 11 september 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:1372.