Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5371

2026-05-11 Bestuursrecht; Omgevingsrecht UTR 26/2489
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-05-11
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure
Mondelinge uitspraak
Zaaknummer
UTR 26/2489
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Verzoek om voorlopige voorziening. Omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van de achtergevel in plaats. Verzoek afgewezen.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.186 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht


Bestuursrecht


zaaknummer: UTR 26/2489


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 mei 2026 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen





[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,

en



het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Bilt (het college), verweerder
(gemachtigde: B. Dekker).



Als derde-belanghebbenden nemen aan de zaak deel: [derde belanghebbende 1] en [derde belanghebbende 2] (vergunninghouders), uit [plaats] .




Inleiding


1. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning die het college met het besluit van 24 februari 2026 aan vergunninghouders heeft verleend voor het (ver)bouwen van de achtergevel op het adres [adres] in [plaats] .



1.1.
Verzoeker woont op het naastgelegen perceel aan de Dr. Welfferweg 78. Hij is het niet eens met de wijziging van de achtergevel en heeft bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning en tevens een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening bij de rechtbank ingediend.



1.2.
Het verzoek om voorlopige voorziening is op 11 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van het college, verder namens het college [A] en vergunninghouders.



1.3.
Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.





Spoedeisend belang


3. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als ‘onverwijlde spoed’ dat vereist. Met de e-mail van 13 april 2026 heeft vergunninghouder aangegeven op 11 mei 2026 te starten met de werkzaamheden op basis van de verleende vergunning. Op de zitting hebben vergunninghouders verklaard te wachten met het starten van de werkzaamheden in afwachting van deze procedure.


3.1.
De voorzieningenrechter is gelet hierop van oordeel dat geen sprake is van een situatie waarin vanwege onverwijlde spoed het treffen van een voorlopige voorziening is vereist. Naast het feit dat vergunninghouders wachten met de werkzaamheden in verband met deze procedure, hebben de bouwwerkzaamheden niet tot gevolg dat een onomkeerbare situatie ontstaat. De bouwwerkzaamheden kunnen namelijk weer ongedaan worden gemaakt.



Toets van het bestreden besluit op evidente onrechtmatigheid

4. Ook zonder spoedeisend belang bij de gevraagde voorlopige voorziening kan er aanleiding zijn voor het treffen van een voorlopige voorziening als het bestreden besluit evident (buiten elke twijfel) onrechtmatig is en dus zeker is dat dit in bezwaar geen stand zal kunnen houden.




4.1.
Verzoeker vreest voor de effecten van blijvende verstoring van broedvogels in de natuurtuinen. Verder stelt verzoeker dat de aanvraag niet klopt en betwist het welstandsadvies.



4.2.
De voorzieningenrechter ziet in hetgeen verzoeker heeft aangevoerd geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de omgevingsvergunning evident onrechtmatig is. Aan de voorzieningenrechter ligt de omgevingsvergunning voor het (ver)bouwen van de achtergevel ter beoordeling voor. Dat betekent dat de voorzieningenrechter alleen kan kijken naar de toets die het college kan maken of de vergunning verleend had kunnen worden. Er kan dus niet gekeken worden naar eventuele effecten voor de broedvogels.



4.3.
Het college heeft met het verlenen van de omgevingsvergunning vastgesteld dat de aangevraagde activiteit binnen het bestemmingsplan past. Dat wordt door verzoeker ook niet betwist. De welstandscommissie heeft ook een positief advies afgegeven. Het college mag in beginsel zonder nadere toelichting een welstandsadvies overnemen. Dit is anders als de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht. Dat is hier niet het geval. De voorzieningenrechter gaat daarom uit van het positieve welstandsadvies. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat vooralsnog niet is gebleken dat de verleende omgevingsvergunning geen stand zal kunnen houden in bezwaar.




Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de omgevingsvergunning niet wordt geschorst. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

6. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.



Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 11 mei 2026 door mr. E.M. van der Linde, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier.














griffier


voorzieningenrechter








Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:




Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 20 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1155.