Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5364

2026-07-07 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht UTR 25/4840
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-07
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 25/4840
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WIA. Het Uwv heeft terecht geconcludeerd dat bij eiseres geen sprake is van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. Het beroep is ongegrond.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.971 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht


Bestuursrecht


zaaknummer: UTR 25/4840


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen



[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. E.H.J. aan de Stegge),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. R.M.H. Rokebrand).





Samenvatting


1. Deze zaak gaat over de vraag of het Uwv eiseres terecht volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt heeft verklaard per 23 januari 2024. Eiseres is het hier niet mee eens en voert aan dat haar volledige arbeidsongeschiktheid ook duurzaam is.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv terecht heeft beslist dat eiseres per 23 januari 2024 volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.





Voorgeschiedenis en besluitvorming
2. Eiseres was voorheen werkzaam als [functie] voor 24 uur per week. Eind januari 2022 heeft zij zich ziekgemeld voor dit werk. Na het doorlopen van de wachttijd heeft eiseres een WIA-uitkering aangevraagd.


2.1.
Na medisch en arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat eiseres volledig arbeidsongeschikt is. Met het primaire besluit van 11 januari 2024 is eiseres vanaf 23 januari 2024 in aanmerking gebracht voor een loongerelateerde WGA-uitkering.



2.2.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Met het bestreden besluit van 22 juli 2025 heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.



2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit en een rapportage van een internist- verzekeringsarts van [bedrijf] van 17 februari 2026 ingediend. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.



2.4.
De rechtbank heeft het beroep, gelijktijdig maar niet gevoegd met UTR 25/4839, behandeld op de zitting van 27 februari 2026. Hieraan hebben eiseres, haar partner, haar gemachtigde en de gemachtigde van het Uwv deelgenomen.





Beoordeling van de rechtbank



Toetsingskader

3. Bij het beoordelen van de zaak stelt de rechtbank voorop dat het Uwv zijn besluiten over arbeidsongeschiktheid in principe mag baseren op rapporten van zijn verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. Deze rapporten moeten wel aan een aantal eisen voldoen: zij moeten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, ze mogen geen tegenstrijdigheden bevatten en de conclusies moeten logisch voortvloeien uit de rapporten. Het is aan eiseres om aannemelijk te maken dat de rapporten die over haar zijn opgesteld niet aan deze eisen voldoen. Voor het aannemelijk maken dat de gegeven medische beoordeling onjuist is, is in principe een rapport van een arts nodig. Dit brengt mee dat de manier waarop eiseres zelf haar gezondheidsklachten ervaart, hiervoor onvoldoende is.




Duurzaamheid



3.1.
De Centrale Raad van Beroep (CRvB) hanteert strenge criteria voor de beoordeling van duurzaamheid door verzekeringsartsen. De verzekeringsarts moet bij een claim van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid een inschatting maken van de herstelkansen in het eerste jaar en de periode erna. Die inschatting moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden van de verzekerde. Als de inschatting berust op een medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat van die behandeling voor de individuele verzekerde. De enkele stelling dat er nog behandelmogelijkheden zijn, is dus onvoldoende.



De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek

4. Eiseres acht het onderzoek onvoldoende zorgvuldig. Op de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat de beroepsgronden van eiseres zich niet richten op de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek, maar op de inhoudelijke medische beoordeling.




4.1.
Voor de volledigheid overweegt de rechtbank ten aanzien van de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek als volgt. Eiseres is zowel in de primaire als in de bezwaarfase onderzocht op een fysiek spreekuur. Verder is dossierstudie verricht, de beschikbare medische informatie bij de beoordeling betrokken en de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in bezwaar op de contra-expertise gereageerd. De rechtbank ziet gelet hierop geen aanleiding voor het oordeel dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is.



De inhoudelijke medische beoordeling

5. Eiseres voert aan dat de ernst van haar medische klachten niet in voldoende mate is meegewogen door de verzekeringsarts bezwaar en beroep waardoor ten onrechte geen duurzaamheid is aangenomen. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres een rapportage van een internist- verzekeringsarts van [bedrijf] van 17 februari 2026 ingediend.




5.1.
De rechtbank is van oordeel dat het Uwv inzichtelijk en navolgbaar heeft gemotiveerd dat eiseres per 23 januari 2024 volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt is. Dat licht de rechtbank hieronder toe.



5.2.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep sluit in haar rapport van 23 juni 2025 aan bij de medische beoordeling door de primaire arts van 3 januari 2024. De primaire arts rapporteert dat eiseres niet voldoet aan de criteria van een situatie van geen benutbare mogelijkheden. Vanwege energetische en cognitieve klachten en belemmeringen in persoonlijk en sociaal functioneren worden beperkingen vastgesteld ten aan zien van hoge tempobelasting, geen monotoon werk en niet langdurig richten van de aandacht (max 1-2 uur aaneengesloten). Ook dient rekening te worden gehouden met verminderde conflicthantering en een verhoogd afbreukrisico waardoor eiseres geen grote verantwoordelijkheden kunnen worden opgelegd.



5.3.
De primaire arts acht eiseres ook beperkt ten aanzien van het dragen van verantwoordelijkheid voor anderen en met name zorgbehoeftigen. Vanwege de aanwezige pijnklachten aan de linker enkel is eiseres beperkt in het handhaven van hurkende houding, staande houding, langdurig lopen en trappenlopen, zwaar tillen, dragen, duwen en trekken. Tot slot acht de primaire arts een urenbeperking van twee uur per dag en tien uur per week aangewezen, vanwege reëel te achten verminderde energetische draagkracht in combinatie met therapie. Er wordt opgemerkt dat eiseres een behandeling volgt en verbetering zal optreden ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren.



5.4.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep rapporteert verder dat geen sprake is van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. Daarbij neemt de verzekeringsarts bezwaar en beroep in overweging dat na behandeling bij de GZ-psycholoog eiseres haar beperkingen heeft leren accepteren en hiermee beter kan omgaan. Er zijn nog behandelmogelijkheden met betrekking tot de angst om naar buiten te gaan, namelijk exposuretherapie. Daarna kan een revalidatietraject bijdragen aan het verbeteren van de conditie en het omgaan met vermoeidheid. Met het afnemen van vermoeidheid en de hersteltijd na therapie, vervalt de urenbeperking van twee uur per dag en tien uur per week.



5.5.
De door eiseres ingebrachte expertise brengt geen nieuwe medische feiten naar voren op grond waarvan de belastbaarheid moet worden herzien volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep. De conclusie van de expertise kan ook niet worden onderschreven. Aangezien er behandelmogelijkheden zijn, is geen sprake van duurzaamheid van de arbeidsbeperkingen.



5.6.
De rechtbank kan de toelichting van de verzekeringsarts bezwaar en beroep goed volgen. Hetgeen eiseres aanvoert en het medisch rapport van eiseres geven geen aanleiding om aan de medische beoordeling te twijfelen. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de internist-verzekeringsarts eiseres niet fysiek heeft onderzocht. Aan dit rapport kan daarom al niet dezelfde betekenis toekomen als aan het rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Verder wordt in het rapport ook niet gemotiveerd dat de beperkingen zoals zijn aangenomen onvoldoende zijn. Er wordt gesteld dat onvoldoende rekening is gehouden met de gestelde diagnoses. Volgens vaste rechtspraak gaat het niet om diagnoses, maar om de medisch objectiveerbare beperkingen. Naar het oordeel van de rechtbank is door de verzekeringsarts bezwaar en beroep inzichtelijk en navolgbaar gemotiveerd welke beperkingen zijn aangewezen op basis van de medisch objectiveerbare klachten.



5.7.
Ten aanzien van de duurzaamheid schrijft de internist-verzekeringsarts dat het cognitieve niveau van eiseres in combinatie met de gestelde diagnoses leidt tot duurzaamheid van de beperkingen, aangezien voor het cognitieve niveau geen behandeling mogelijk is. De internist-verzekeringsarts heeft hiermee echter niet onderbouwd dat de behandelingen waar de verzekeringsarts bezwaar en beroep over rapporteert, niet zullen leiden tot verbetering van de belastbaarheid van eiseres. Ook daarom worden de conclusies uit het medisch rapport van eiseres niet gevolgd. De beroepsgrond slaagt niet.



5.8.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft het Uwv terecht geconcludeerd dat de volledige arbeidsongeschiktheid van eiseres niet duurzaam is. De beroepsgrond slaagt niet.





Conclusie en gevolgen


6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv terecht heeft geconcludeerd dat bij eiseres per 23 januari 2024 geen sprake is van duurzame volledige arbeidsongeschiktheid. Eiseres krijgt dus geen gelijk en krijgt daarom haar griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt in verband met deze procedure bij de rechtbank.






Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 17 december 2015, ECLI:NL:CRVB:2025:1849.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 2 april 2025, ECLI:NL:CRVB:2025:503.