Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:5363
2026-07-07
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
UTR 25/4839
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
WAJONG. Het Uwv heeft terecht beslist dat eiseres niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Beroep ongegrond.
Citeert (2)
- ECLI:NL:CRVB:2018:1018 Centrale Raad van Beroep 05-04-2018
- ECLI:NL:CRVB:2024:504 Centrale Raad van Beroep 14-03-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.279 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4839
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. E.H.J. aan de Stegge),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. R.M.H. Rokebrand).
Samenvatting
1. Deze zaak gaat over het afwijzen van een aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiseres vindt dat zij recht heeft op een Wajong-uitkering, omdat zij duurzaam niet beschikt over arbeidsvermogen. Het Uwv stelt dat eiseres over arbeidsvermogen beschikt.
1.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het Uwv de Wajong-uitkering terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Voorgeschiedenis en besluitvorming
2. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1997, is op [datum] 2015 achttien jaar geworden. Op 1 september 2023 heeft eiseres een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend en daarmee een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering.
2.1.
Naar aanleiding van medisch en arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat eiseres over arbeidsvermogen beschikt. Met het primaire besluit van 11 januari 2024 heeft het Uwv de aanvraag daarom afgewezen.
2.2.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Met het bestreden besluit van 22 juli 2025 heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit een rapportage van een internist- verzekeringsarts van [bedrijf] van 17 februari 2026 ingediend. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep, gelijktijdig maar niet gevoegd met UTR 25/4840, behandeld op de zitting van 27 februari 2026. Hieraan hebben eiseres, haar partner, haar gemachtigde en de gemachtigde van het Uwv deelgenomen.
Beoordeling van de rechtbank
Toetsingskader
3. Om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering moet vast komen te staan dat eiseres een jonggehandicapte is. Dat betekent dat eiseres duurzaam geen arbeidsvermogen heeft. Daarvoor gelden vier cumulatieve criteria, namelijk:
de mogelijkheid om een taak uit te voeren in een arbeidsorganisatie;
het beschikken over basale werknemersvaardigheden;
ten minste vier uur per dag belastbaar zijn of ten minste twee uur per dag het wettelijk minimumuurloon verdienen; en
ten minste een uur aaneengesloten werken zonder een wezenlijke onderbreking van het productieproces.
Deze criteria worden beoordeeld door een verzekeringsarts. De criteria onder a en b worden ook beoordeeld door een arbeidsdeskundige.
3.1.
Voor het recht op een Wajong-uitkering moet het Uwv dus beoordelen of (ten minste) een van de vier hierboven genoemde situaties in het geval van eiseres niet mogelijk is. Is dat zo, dan ontbreekt het arbeidsvermogen. Het Uwv moet daarna beoordelen of dat duurzaam is. Het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen betekent dat de mogelijkheden niet door medisch herstel, behandeling, begeleiding of door training (bijvoorbeeld scholing) kunnen verbeteren. Voor de beoordeling of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is, heeft het Uwv een beoordelingskader ontwikkeld. De Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in Wajong-zaken, hanteert hiervoor strenge criteria. De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige moeten een inschatting maken over hoe het arbeidsvermogen zich bij eiseres kan ontwikkelen. Die inschatting moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij eiseres op haar achttiende jaar aan de orde zijn. In het geval de inschatting berust op een medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor eiseres. Uit de rapporten moet volgen wat de behandeling inhoudt en hoe en op welke wijze het arbeidsvermogen van eiseres zich door die behandeling kan ontwikkelen.
De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
4. Eiseres acht het onderzoek onvoldoende zorgvuldig. Op de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat de beroepsgronden van eiseres zich niet richten op de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek, maar op de inhoudelijke medische beoordeling.
4.1.
Voor de volledigheid overweegt de rechtbank ten aanzien van de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek als volgt. Eiseres is zowel in de primaire als in de bezwaarfase onderzocht op een fysiek spreekuur. Verder is dossierstudie verricht, de beschikbare medische informatie bij de beoordeling betrokken en de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in bezwaar op de contra-expertise gereageerd. De rechtbank ziet gelet hierop geen aanleiding voor het oordeel dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is.
De inhoudelijke medische beoordeling
5. Eiseres voert aan dat de ernst en duurzaamheid van haar medische klachten niet in voldoende mate zijn meegewogen door de verzekeringsarts. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres een rapportage van een internist- verzekeringsarts van [bedrijf] van 17 februari 2026 ingediend.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat het Uwv inzichtelijk en navolgbaar heeft gemotiveerd dat eiseres over arbeidsvermogen beschikt en dat zij daarom niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Dat licht de rechtbank hieronder toe.
5.2.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep sluit in haar rapport van 23 juni 2025 aan bij de medische beoordeling door de primaire arts van 27 november 2023. De primaire arts concludeert dat eiseres ondanks haar beperkingen in arbeid een uur aaneengesloten kan werken. Dit baseert de primaire arts op het feit dat eiseres tijdens het spreekuur voldoende kon concentreren, het dagverhaal van eiseres en haar werkverleden.
5.3.
Eiseres is echter niet in staat om vier uur per dag te werken. Door een combinatie van de energetische klachten en neurocognitieve klachten als gevolg van de late effecten van de leukemiebehandelingen en de PTSS en daarnaast de behandeling, is eiseres maximaal twee uur per dag belastbaar. De primaire arts geeft daarbij aan dat eiseres op termijn wel vier uur per dag kan werken. De psychische belastbaarheid kan namelijk verbeteren door therapie. De fysieke beperkingen acht de primaire arts wel duurzaam, gelet op de gevolgde behandelingen en het feit dat er geen vervolgbehandelingen zijn (gepland). De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarbij nog opgemerkt dat het uitvallen in werk bij eiseres is te verklaren door een verkeerde beroepskeuze.
5.4.
De arbeidsdeskundige en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben met de rapportages van 1 december 2023 en 18 juli 2025 uiteengezet dat eiseres over basale werknemersvaardigheden beschikt en dat zij een taak kan uitvoeren. Dat blijkt uit het feit dat eiseres in het verleden stage heeft gelopen en heeft gewerkt. Eiseres is wel aangewezen op een rustige en prikkelarme omgeving. Daarnaast is eiseres aangewezen op een werkomgeving waarbij zij niet intensief hoeft te werken met collega’s of klanten. Volgens de arbeidsdeskundige kan eiseres de taak ‘plaatsen van onderdelen op printplaats’ uitoefenen, omdat het aansluit bij de voorwaarden in werk en werkomgeving. Ook is de taak ‘invoeren van gegevens’ geschikt voor eiseres.
5.5.
Het door eiseres ingebrachte medisch rapport geeft de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische en arbeidskundige beoordeling. De internist-verzekeringsarts rapporteert dat eiseres niet beschikt over arbeidsvermogen, maar dit wordt niet nader gemotiveerd. De motivering in het rapport ziet namelijk op de beperkingen die zijn aangenomen in het kader van de WIA-beoordeling. Dat zegt niks over de criteria die gelden voor een Wajong-uitkering. De internist-verzekeringsarts rapporteert overigens wel dat eiseres structureel belastbaar is voor maximaal twee uur per dag. Dat is ook door de verzekeringsarts bezwaar en beroep opgemerkt. Hiermee beschikt eiseres nog steeds over arbeidsvermogen.
5.6.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft het Uwv terecht de aanvraag van eiseres voor een Wajong-uitkering afgewezen.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv terecht heeft beslist dat eiseres niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Eiseres krijgt dus geen gelijk en krijgt daarom haar griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt in verband met deze procedure bij de rechtbank.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
Zie hiervoor bijlage 1 bij het Compendium Participatiewet (Compendium).
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 10 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1018 en van 15 maart 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:504.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4839
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 7 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. E.H.J. aan de Stegge),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv), verweerder
(gemachtigde: mr. R.M.H. Rokebrand).
Samenvatting
1. Deze zaak gaat over het afwijzen van een aanvraag om een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Eiseres vindt dat zij recht heeft op een Wajong-uitkering, omdat zij duurzaam niet beschikt over arbeidsvermogen. Het Uwv stelt dat eiseres over arbeidsvermogen beschikt.
1.1.
De rechtbank komt tot het oordeel dat het Uwv de Wajong-uitkering terecht heeft afgewezen. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Voorgeschiedenis en besluitvorming
2. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 1997, is op [datum] 2015 achttien jaar geworden. Op 1 september 2023 heeft eiseres een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend en daarmee een aanvraag gedaan voor een Wajong-uitkering.
2.1.
Naar aanleiding van medisch en arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat eiseres over arbeidsvermogen beschikt. Met het primaire besluit van 11 januari 2024 heeft het Uwv de aanvraag daarom afgewezen.
2.2.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Met het bestreden besluit van 22 juli 2025 heeft het Uwv het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
2.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit een rapportage van een internist- verzekeringsarts van [bedrijf] van 17 februari 2026 ingediend. Het Uwv heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.4.
De rechtbank heeft het beroep, gelijktijdig maar niet gevoegd met UTR 25/4840, behandeld op de zitting van 27 februari 2026. Hieraan hebben eiseres, haar partner, haar gemachtigde en de gemachtigde van het Uwv deelgenomen.
Beoordeling van de rechtbank
Toetsingskader
3. Om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering moet vast komen te staan dat eiseres een jonggehandicapte is. Dat betekent dat eiseres duurzaam geen arbeidsvermogen heeft. Daarvoor gelden vier cumulatieve criteria, namelijk:
de mogelijkheid om een taak uit te voeren in een arbeidsorganisatie;
het beschikken over basale werknemersvaardigheden;
ten minste vier uur per dag belastbaar zijn of ten minste twee uur per dag het wettelijk minimumuurloon verdienen; en
ten minste een uur aaneengesloten werken zonder een wezenlijke onderbreking van het productieproces.
Deze criteria worden beoordeeld door een verzekeringsarts. De criteria onder a en b worden ook beoordeeld door een arbeidsdeskundige.
3.1.
Voor het recht op een Wajong-uitkering moet het Uwv dus beoordelen of (ten minste) een van de vier hierboven genoemde situaties in het geval van eiseres niet mogelijk is. Is dat zo, dan ontbreekt het arbeidsvermogen. Het Uwv moet daarna beoordelen of dat duurzaam is. Het duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen betekent dat de mogelijkheden niet door medisch herstel, behandeling, begeleiding of door training (bijvoorbeeld scholing) kunnen verbeteren. Voor de beoordeling of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is, heeft het Uwv een beoordelingskader ontwikkeld. De Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in Wajong-zaken, hanteert hiervoor strenge criteria. De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige moeten een inschatting maken over hoe het arbeidsvermogen zich bij eiseres kan ontwikkelen. Die inschatting moet berusten op een concrete en deugdelijke afweging van de feiten en omstandigheden die bij eiseres op haar achttiende jaar aan de orde zijn. In het geval de inschatting berust op een medische behandeling, is een onderbouwing vereist die ziet op het mogelijke resultaat daarvan voor eiseres. Uit de rapporten moet volgen wat de behandeling inhoudt en hoe en op welke wijze het arbeidsvermogen van eiseres zich door die behandeling kan ontwikkelen.
De zorgvuldigheid van het medisch onderzoek
4. Eiseres acht het onderzoek onvoldoende zorgvuldig. Op de zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat de beroepsgronden van eiseres zich niet richten op de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek, maar op de inhoudelijke medische beoordeling.
4.1.
Voor de volledigheid overweegt de rechtbank ten aanzien van de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek als volgt. Eiseres is zowel in de primaire als in de bezwaarfase onderzocht op een fysiek spreekuur. Verder is dossierstudie verricht, de beschikbare medische informatie bij de beoordeling betrokken en de verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in bezwaar op de contra-expertise gereageerd. De rechtbank ziet gelet hierop geen aanleiding voor het oordeel dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is.
De inhoudelijke medische beoordeling
5. Eiseres voert aan dat de ernst en duurzaamheid van haar medische klachten niet in voldoende mate zijn meegewogen door de verzekeringsarts. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres een rapportage van een internist- verzekeringsarts van [bedrijf] van 17 februari 2026 ingediend.
5.1.
De rechtbank is van oordeel dat het Uwv inzichtelijk en navolgbaar heeft gemotiveerd dat eiseres over arbeidsvermogen beschikt en dat zij daarom niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Dat licht de rechtbank hieronder toe.
5.2.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep sluit in haar rapport van 23 juni 2025 aan bij de medische beoordeling door de primaire arts van 27 november 2023. De primaire arts concludeert dat eiseres ondanks haar beperkingen in arbeid een uur aaneengesloten kan werken. Dit baseert de primaire arts op het feit dat eiseres tijdens het spreekuur voldoende kon concentreren, het dagverhaal van eiseres en haar werkverleden.
5.3.
Eiseres is echter niet in staat om vier uur per dag te werken. Door een combinatie van de energetische klachten en neurocognitieve klachten als gevolg van de late effecten van de leukemiebehandelingen en de PTSS en daarnaast de behandeling, is eiseres maximaal twee uur per dag belastbaar. De primaire arts geeft daarbij aan dat eiseres op termijn wel vier uur per dag kan werken. De psychische belastbaarheid kan namelijk verbeteren door therapie. De fysieke beperkingen acht de primaire arts wel duurzaam, gelet op de gevolgde behandelingen en het feit dat er geen vervolgbehandelingen zijn (gepland). De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarbij nog opgemerkt dat het uitvallen in werk bij eiseres is te verklaren door een verkeerde beroepskeuze.
5.4.
De arbeidsdeskundige en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep hebben met de rapportages van 1 december 2023 en 18 juli 2025 uiteengezet dat eiseres over basale werknemersvaardigheden beschikt en dat zij een taak kan uitvoeren. Dat blijkt uit het feit dat eiseres in het verleden stage heeft gelopen en heeft gewerkt. Eiseres is wel aangewezen op een rustige en prikkelarme omgeving. Daarnaast is eiseres aangewezen op een werkomgeving waarbij zij niet intensief hoeft te werken met collega’s of klanten. Volgens de arbeidsdeskundige kan eiseres de taak ‘plaatsen van onderdelen op printplaats’ uitoefenen, omdat het aansluit bij de voorwaarden in werk en werkomgeving. Ook is de taak ‘invoeren van gegevens’ geschikt voor eiseres.
5.5.
Het door eiseres ingebrachte medisch rapport geeft de rechtbank geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische en arbeidskundige beoordeling. De internist-verzekeringsarts rapporteert dat eiseres niet beschikt over arbeidsvermogen, maar dit wordt niet nader gemotiveerd. De motivering in het rapport ziet namelijk op de beperkingen die zijn aangenomen in het kader van de WIA-beoordeling. Dat zegt niks over de criteria die gelden voor een Wajong-uitkering. De internist-verzekeringsarts rapporteert overigens wel dat eiseres structureel belastbaar is voor maximaal twee uur per dag. Dat is ook door de verzekeringsarts bezwaar en beroep opgemerkt. Hiermee beschikt eiseres nog steeds over arbeidsvermogen.
5.6.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft het Uwv terecht de aanvraag van eiseres voor een Wajong-uitkering afgewezen.
Conclusie en gevolgen
6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het Uwv terecht heeft beslist dat eiseres niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Eiseres krijgt dus geen gelijk en krijgt daarom haar griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van de kosten die zij heeft gemaakt in verband met deze procedure bij de rechtbank.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.C.A. van Kuijeren, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 7 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
Zie hiervoor bijlage 1 bij het Compendium Participatiewet (Compendium).
Zie bijvoorbeeld de uitspraken van 10 april 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1018 en van 15 maart 2024, ECLI:NL:CRVB:2024:504.