Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5362

2026-06-30 Bestuursrecht; Belastingrecht UTR 24/1416
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-06-30
Publicatiedatum
2026-08-10
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 24/1416
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

WOZ. Vastgestelde waarde niet meer in geschil omdat partijen bij wijze van compromis overeenstemming hebben bereikt. Het beroep is gegrond. PKV.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.633 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht


Bestuursrecht


zaaknummer: UTR 24/1416


uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 30 juni 2026 in de zaak tussen



[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: A. Oosters),


en




de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap [gemeente] (de heffingsambtenaar), verweerder
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans).






Inleiding


1. De heffingsambtenaar heeft met de beschikking van 28 februari 2023 op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) de WOZ-waarde van de woning aan de [adres] in [plaats] vastgesteld op € 521.000,-. De waarde is vastgesteld per waardepeildatum 1 januari 2022 en geldt voor het belastingjaar 2023. De WOZ-beschikking is opgenomen in het aanslagbiljet van dezelfde datum. In dit aanslagbiljet heeft de heffingsambtenaar aan eiser als eigenaar van de woning ook een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd. De WOZ-waarde is daarvoor als heffingsmaatstaf gehanteerd.



1.1.
De heffingsambtenaar heeft met de uitspraak op bezwaar van 4 december 2023 (de bestreden uitspraak) het bezwaar ongegrond verklaard en de waarde van de woning gehandhaafd. Eiser heeft beroep ingesteld tegen de bestreden uitspraak. De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift en een taxatiematrix.



1.2.
Het beroep is behandeld op de zitting van 24 februari 2026. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door W.S. Consenheim, collega van zijn gemachtigde. De heffingsambtenaar heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, vergezeld door [taxateur] , taxateur.





Beoordeling door de rechtbank

2. In deze zaak is de WOZ-waarde niet meer in geschil. Partijen zijn bij wijze van compromis overeengekomen dat de waarde in het economisch verkeer van de woning op de waardepeildatum 1 januari 2022 € 495.000,- moet bedragen. De rechtbank sluit zich hierbij aan. Gelet hierop is het beroep gegrond. Dit betekent dat de heffingsambtenaar in de door eiser gemaakte proceskosten in bezwaar en beroep wordt veroordeeld en het betaalde griffierecht moet vergoeden.

3. De vergoeding voor de kosten van de bezwaar- en beroepsfase wordt met

toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld. De rechtbank zal
bij de vaststelling van de wegingsfactor aansluiting zoeken bij de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 oktober 2025 en het door de gerechtshoven gehanteerde Richtsnoer.




Overgangsrecht


4. Op 1 januari 2024 is artikel 30a van de Wet WOZ in werking getreden. Op grond

van het eerste en tweede lid worden de te vergoeden proceskosten vermenigvuldigd met de
daar bepaalde factor. Op grond van het overgangsrecht blijft deze wettelijke
vermenigvuldigingsfactor echter buiten toepassing ten aanzien van (I) de bezwaarfase, als
de aanslag van voor 1 januari 2024 dateert, en van (II) de beroepsfase, als de uitspraak op
bezwaar van voor 1 januari 2024 dateert.




Kosten bezwaarfase


5. In deze zaak dateert de aanslag van vóór 1 januari 2024, waardoor bij de

vaststelling van de proceskosten in de bezwaarfase de wettelijke vermenigvuldigingsfactor
van artikel 30a van de Wet WOZ buiten toepassing blijft. De rechtbank stelt de
proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase vast op € 1.332,- (1 punt voor het indienen
van het bezwaarschrift en 1 punt voor het deelnemen aan de hoorzitting, met een waarde per
punt van € 666,- en wegingsfactor 1).




Kosten beroepsfase


6. De uitspraak op bezwaar dateert eveneens van vóór 1 januari 2024. De rechtbank

stelt de proceskosten voor de beroepsfase vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het
beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting, met een waarde per punt van € 934,-
en wegingsfactor 1).




Kosten deskundigenrapport


7. Eiser heeft daarnaast verzocht om vergoeding van de kosten voor het laten
opstellen van een deskundigenrapport. De kosten voor vergoeding van dit deskundigenrapport bedragen op basis van de Richtlijn van de belastingkamers van de gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties € 106,- (€ 53 per uur bij een niet-inpandige taxatie).




Totale vergoeding


8. De totale vergoeding voor de kosten van rechtsbijstand in bezwaar en beroep
bedraagt daarmee € 3.306,-

9. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar ook het door eiser
betaalde griffierecht van € 51,- vergoeden.

10. Op grond van artikel 30a, vierde lid, van de Wet WOZ mag de heffingsambtenaar

de in deze uitspraak toegekende proceskosten en het griffierecht uitsluitend uitbetalen op
een bankrekening die op naam staat van eiser. Voor dit artikel geldt geen overgangsrecht.






Beslissing


De rechtbank


- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verlaagt de waarde van de woning aan de [adres] in [plaats] tot € 495.000,-
naar de waardepeildatum 1 januari 2022;
- bepaalt dat de aanslag onroerendezaakbelastingen en watersysteemheffing
dienovereenkomstig wordt verminderd;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot betaling van € 3.306,- aan proceskosten aan eiser;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiser moet voldoen.



Deze uitspraak is gedaan door mr. V.E.H.G. Visser, rechter, in aanwezigheid van mr. M.C.G. van Dijk. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2026.















griffier


rechter








De uitspraak is aan partijen bekendgemaakt op de datum vermeld in de brief waarmee deze uitspraak aan partijen ter beschikking is gesteld.





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Zie de uitspraak van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 14 oktober 2025,
ECLI:NL:GHARL:2025:6427. Voor het door de gerechtshoven gehanteerde Richtsnoer, zie bijlage bij ECLI:NL:GHARL:2024:5335.