Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5205

2026-03-12 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht UTR 25/5661
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-03-12
Publicatiedatum
2026-08-06
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 25/5661
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wet WIA. Afwijzing van WIA-uitkering terecht want eiseres is niet onafgebroken 104 weken arbeidsongeschikt geweest. Beroep ogegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.449 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht



Bestuursrecht



zaaknummer: UTR 25/5661


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. H. Hulshof),


en




de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (het Uwv)
(gemachtigde: mr. E.F.D.A. Römges), verweerder.



Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] B.V. uit [plaats] .



Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres is het hier niet mee eens.



1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het Uwv terecht de aanvraag van eiseres om een WIA-uitkering heeft afgewezen. Eiseres is namelijk niet vanaf 12 mei 2022 onafgebroken 104 weken arbeidsongeschikt geweest. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.




Procesverloop


2. Eiseres is op 12 mei 2022 wegens ziekte uitgevallen voor haar werk. Het Uwv heeft in verband hiermee aan haar een uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) aan haar toegekend. Bij de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWB) heeft het Uwv de ZW-uitkering van eiseres met ingang van 17 juni 2023 beëindigd, omdat zij vanaf 11 mei 2023 meer dan 65% kan verdienen van het loon wat zij verdiende voor ze ziek werd. Het bezwaar en beroep van eiseres is ongegrond verklaard.



2.1.
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering met ingang van 9 mei 2024. Het Uwv heeft deze aanvraag met het besluit van 14 mei 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 19 augustus 2025 op het bezwaar van eiseres is het Uwv bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.



2.2.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.



2.3.
De rechtbank heeft een zitting gepland op 23 februari 2026. Eiseres heeft de rechtbank laten weten niet aan de zitting te zullen deelnemen. De rechtbank heeft vervolgens de andere partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en gevraagd of partijen het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.




Beoordeling door de rechtbank

3. Eiseres voert aan dat zij wel onafgebroken 104 weken arbeidsongeschikt is geweest. Zij is het namelijk niet eens met de beëindiging van de ZW-uitkering per 17 juni 2023. Zij heeft tegen de ongegrondverklaring van haar beroep door de rechtbank hoger beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Eiseres verwijst voor de gronden van haar beroep verder naar het hogerberoepschrift.

4. Op grond van artikel 23 van de Wet WIA bestaat pas recht op een WIA-uitkering na een wachttijd van 104 weken. Die wachttijd begint op de eerste werkdag dat wegens ziekte niet is gewerkt of het werken tijdens de werktijd is gestaakt. Periodes waarin recht bestaat op een ZW-uitkering worden in aanmerking genomen en samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.

5. De rechtbank heeft in haar uitspraak van 10 mei 2025 vastgesteld dat eiseres met ingang van 17 juni 2023 geen recht meer had op een ZW-uitkering, omdat zij vanaf 11 mei 2023 niet meer arbeidsongeschikt was. De rechtbank ziet geen grond om in het kader van de WIA-beoordeling hier anders over te oordelen. Verder heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep gemotiveerd uiteengezet dat ook geen sprake is van een verslechtering van de belastbaarheid van eiseres binnen vier weken na 17 juni 2023. In dat verband heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep erop gewezen dat de door eiseres in bezwaar overgelegde medische informatie gegevens bevat, die hetzij al bij de EZWB bekend waren, hetzij een nuancering van dergelijke gegevens inhoudt, of gaat over zaken die zijn opgetreden na 4 weken na 17 juni 2023. De rechtbank kan de verzekeringsarts bezwaar en beroep hierin volgen. Daarmee staat vast dat eiseres vanaf 12 mei 2022 niet onafgebroken 104 weken arbeidsgeschikt is geweest.




Conclusie en gevolgen


6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen recht op een WIA-uitkering heeft. Zij krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.









Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H.L. Debets, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Uitspraak van deze rechtbank van 10 mei 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:3612.


Artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.