Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5091

2026-07-22 Civiel recht C/16/603337 / HL ZA 25-302
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-22
Publicatiedatum
2026-08-02
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
C/16/603337 / HL ZA 25-302
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Appartementsrecht. Rectificatie partij-aanduiding. Eisers hebben geen belang bij vaststelling of het besluit van de VvE nietig is. Schadevordering wordt afgewezen, omdat er een rechtvaardigingsgrond is.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.689 tekens)
RECHTBANK Midden-Nederland


Civiel recht



Zittingsplaats Lelystad



Zaaknummer: C/16/603337 / HL ZA 25-302




Vonnis van 22 juli 2026 (bij vervroeging)




in de zaak van





1 [eiser sub 1] ,

hierna te noemen: [eiser sub 1] ,

2. [eiseres sub 2],
hierna: te noemen: [eiseres sub 2] ,
te samen vormend de maatschap naar burgerlijk recht,
beiden wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna samen te noemen: [eisers c.s] ,
advocaat: [eiser sub 1] ,



tegen



de rechtspersoonlijkheid bezittende verenging

VERENIGING VAN EIGENAREN FLATGEBOUW " [gedaagde] ",
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: de VvE,
advocaat: mr. T.M. van Dijk.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 tot en met 13- de conclusie van antwoord met producties 1 tot en met 8- de akte tot rectificatie van de partij-aanduiding van [eisers c.s]
- de akte van uitlating over het voornemen van de rechtbank om de stemgerechtigden van de VvE op te roepen van [eisers c.s]
- de akte met 3 producties over de oproeping van de stemgerechtigden van de VvE van [eisers c.s]
- de aanvullende producties 14 tot en met 17 van [eisers c.s] .



1.2
Op 7 juli 2026 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] waren daarbij aanwezig. Namens de VvE is verschenen: mevrouw [A] met mr. Van Dijk. Advocaten hebben de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen. Verder heeft de griffier aantekeningen gemaakt van wat is besproken op de mondelinge behandeling. Op de mondelinge behandeling is bepaald dat uiterlijk 26 augustus 2026 uitspraak wordt gedaan. De uitspraak is eerder klaar en volgt daarom bij vervroeging op 22 juli 2026. Partijen hebben hiervoor vooraf toestemming gegeven.



1.3
Tijdens de mondelinge behandeling hebben [eisers c.s] gezegd dat zij hun vordering tot het nietig verklaren of het bekrachtigen van het nietigheidsberoep van het besluit van 28 maart 2024 niet meer handhaven. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat [eisers c.s] op dit punt hun eis verminderen. Daarom zal de rechtbank op dit gedeelte van de vordering niet beslissen.





2De kern van de zaak



[eisers c.s] zijn eigenaar van een appartementsrecht in het [naam] gebouw. Daarin exploiteren zij hun advocatenkantoor. Op het dak van het gebouw stond een airco-unit voor dit kantoor. Tijdens de vergadering van eigenaren van 26 maart 2025 is besloten dat deze airco-unit verwijderd moest worden. De airco-unit is in opdracht van de VvE verwijderd. [eisers c.s] vorderen in deze procedure dat het besluit van 26 maart 2025 nietig wordt verklaard en dat de airco-unit wordt teruggeplaatst of dat de VvE aan hen een schadevergoeding moet betalen (nader op te maken bij staat). [eisers c.s] krijgen ongelijk.





3De beoordeling



De door [eisers c.s] verzochte rectificatie wordt toegewezen




3.1
De dagvaarding is uitgebracht door de maatschap [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] Advocaten. [eisers c.s] hebben verzocht om hun partij-aanduiding te wijzigen naar [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] , beiden wonende te Dronten, te samen vormend de maatschap naar burgerlijk recht [eiser sub 1] & [eiseres sub 2] Advocaten gevestigd te [vestigingsplaats] . Dit verzoek wordt toegewezen en is in de kop van dit vonnis verwerkt.



3.2
Als sprake is van een vergissing over de partij-aanduiding, kan deze door middel van rectificatie worden hersteld als:


de vergissing onder de gegeven omstandigheden voor de processuele wederpartij kenbaar was,


de wederpartij door de vergissing en de rectificatie daarvan niet is benadeeld of in haar verdediging is geschaad, en


de rectificatie tijdig heeft plaatsgevonden.


Aan deze voorwaarden is voldaan.



3.3
De vergissing was voor de VvE kenbaar. Uit de dagvaarding en de bijgevoegde akte van levering volgt dat het gaat om een vordering die appartementseigenaren kunnen instellen. De vordering heeft namelijk betrekking op het nietig verklaren van een besluit van de VvE. [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] zijn de appartementseigenaren. Het appartementsrecht in kwestie hebben ze voor hun advocatenkantoor. Er kan in redelijkheid geen misverstand verstaan dat de heer [eiser sub 1] en mevrouw [eiseres sub 2] als natuurlijk persoon, handelend als maatschap, bedoeld hebben deze vorderingen in te stellen. Het standpunt van de VvE dat de rectificatie onduidelijk is, omdat het alsnog lijkt of de maatschap de eisende partij is, volgt de rechtbank dus niet. Daarbij wordt betrokken dat eisers aan de nieuwe partij-aanduiding toevoegen dat [eiser sub 1] en [eiseres sub 2] beiden in [woonplaats] wonen. Dat is hun woonadres, en dus niet het adres waar hun advocatenkantoor gevestigd is.



3.4
Verder is de VvE door de vergissing en de rectificatie daarvan niet benadeeld of in haar verdediging geschaad. De VvE is in haar conclusie van antwoord ingegaan op de vorderingen van [eisers c.s] . Het verzoek om rectificatie is ook tijdig gedaan, namelijk ruim voor de mondelinge behandeling. Daarom is er voldoende gelegenheid geweest het debat hierover te voeren en heeft de VvE voldoende voorbereidingstijd gehad om zich inhoudelijk te verweren. De VvE wordt door de rectificatie of door de vergissing dus niet in haar verdedigingsbelang geschaad.



Alle leden van de VvE zijn opgeroepen





3.5

[eisers c.s] had in de dagvaarding niet alle stemgerechtigden van de VvE opgeroepen. De rechtbank heeft [eisers c.s] voor de mondelinge behandeling opdracht gegeven om alle stemgerechtigden van de VvE op te roepen, omdat de vorderingen van [eisers c.s] gaan over de vaststelling van rechten en verplichtingen van deze stemgerechtigden. Een beslissing van de rechtbank op deze vorderingen bindt hen dus allen. [eisers c.s] heeft hier uitvoering aangegeven door alle stemgerechtigden per e-mail op te roepen. De advocaat van de VvE heeft bevestigd dat alle stemgerechtigden, met uitzondering van [eisers c.s] , zich achter de VvE scharen en zij geen behoefte hebben om een aparte conclusie van antwoord in te dienen. Hiermee is hoor en wederhoor in acht genomen.




[eisers c.s] hebben geen belang bij het vaststellen of het besluit van 26 maart 2025 nietig is





3.6
Op 26 maart 2025 heeft de VvE tijdens de vergadering het besluit genomen dat haar penningmeester met [eisers c.s] contact opneemt over het verwijderen van hun airco-unit op het dak, en dat als [eisers c.s] hier minimaal binnen één maand geen uitvoering aangeven de airco-unit door derden op kosten van [eisers c.s] verwijderd moet worden. Het bestuur van de VvE heeft [eisers c.s] per e-mail en mondeling gevraagd om de airco-unit weg te halen. Omdat [eisers c.s] dit weigerden heeft het bestuur van de VvE een installatiebedrijf opdracht gegeven dit te doen. De airco-unit is in mei 2025 door het installatiebedrijf verwijderd. [eisers c.s] vorderen te verklaren dat het besluit van 26 maart 2025 nietig is of het nietigheidsberoep van dit besluit van [eisers c.s] te bekrachtigen.



3.7

[eisers c.s] zullen niet-ontvankelijk verklaard worden in dit deel van de vordering. [eisers c.s] hebben namelijk niet gesteld wat hun concrete belang bij deze vordering is. Zonder voldoende belang komt [eisers c.s] geen rechtsvordering toe. [eisers c.s] stelt dat zij belang heeft bij deze vordering, omdat zij wil dat de airco-unit wordt teruggeplaatst of de VvE hen een schadevergoeding betaalt. Maar zuiver het nemen van het besluit door de VvE om de airco-unit te laten verwijderen heeft niet geleid tot mogelijke schade en is ook geen grondslag voor het terugplaatsen van de airco-unit. Wat hiertoe mogelijk leidt, is de uitvoering van het besluit. Kortom, het belang van [eisers c.s] bij het vaststellen of het besluit van de VvE van 26 maart 2025 nietig is, is niet het vorderen van schadevergoeding of het terugplaatsen van de airco-unit.




De airco-unit hoeft niet te worden teruggeplaatst





3.8

[eisers c.s] vorderen dat hun airco-unit die in opdracht van de VvE is verwijderd, wordt teruggeplaatst. Deze vordering zal worden afgewezen, omdat – los van de vraag of er een rechtsgrond bestaat voor deze vordering - dit niet meer mogelijk is. De airco-unit is namelijk ruim een jaar geleden voor vernietiging afgevoerd. [eisers c.s] hebben tijdens de mondelinge behandeling betwist dat de airco-unit is vernietigd en geven aan dat de airco-unit mogelijk nog ergens staat. Dat de airco-unit ergens zou zijn opgeslagen blijkt nergens uit en is ook niet aannemelijk. Het is ruim een jaar geleden dat de airco-unit is verwijderd door een installatiebedrijf. Waarom zou een installatiebedrijf een airco-unit bewaren die 19 jaar oud is en voor kortsluiting zorgde?



De gevorderde schadevergoeding wordt afgewezen





3.9
De door [eisers c.s] gevorderde schadevergoeding van de VvE nader op te maken bij staat, zal worden afgewezen. Volgens [eisers c.s] heeft de VvE onrechtmatig tegenover hen gehandeld door zowel te besluiten dat de airco-unit verwijderd moet worden als het daadwerkelijk (laten) verwijderen ervan. Volgens [eisers c.s] zou dit in strijd zijn met hun eigendomsrecht en hun recht om gebruik te maken van hun privézaak. De vraag of de airco-unit een gemeenschappelijke zaak of een privézaak is, kan in het midden blijven omdat de VvE voldoende heeft gesteld er een rechtvaardigingsgrond is voor het verwijderen van de airco-unit. Op grond van artikel 40 lid 5 van de splitsingsakte mag het bestuur van de VvE spoedeisende maatregelen nemen welke noodzakelijk zijn voor een normaal beheer. Hiervan was sprake. De VvE heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat het onveilig was om de airco-unit te laten staan. De airco-installateur die door de VvE is ingeschakeld, heeft bij de VvE gemeld dat de airco-unit zich in een zodanig slechte staat bevond dat er onderdelen van de airco-unit konden wegwaaien en de airco-unit tot kortsluiting kon leiden met brandgevaar tot gevolg. Door regen konden namelijk de leidingen van de airco-unit die door het gebouw liepen, roesten en voor kortsluiting zorgen. [eisers c.s] hebben niet betwist dat de airco-unit op deze manier tot kortsluiting kon leiden. De VvE mocht daarom op grond van artikel 44 lid 5 van de splitsingsakte maatregelen treffen om deze onveilige situatie te beëindigen, zoals het verwijderen van de airco-unit. Dit geldt te meer omdat [eisers c.s] al lange tijd in de gelegenheid waren gesteld de airco-unit zelf weg te halen.




[eisers c.s] worden in de proceskosten veroordeeld





3.10

[eisers c.s] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De kosten aan de zijde van de VvE zullen worden begroot op het liquidatietarief. De proceskosten van de VvE worden begroot op:









- griffierecht


€


714,00







- salaris advocaat


€


1.108,00


(2 punt × € 554,00)




- nakosten


€


189,00


(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


2.011,00












3.11
De VvE heeft verzocht om [eisers c.s] in de werkelijk gemaakte proceskosten te veroordelen, maar zij heeft hiervoor geen vordering ingesteld. Daarom gaat de rechtbank aan dit verzoek voorbij. Bovendien is er ook geen sprake van misbruik van procesrecht.





4De beslissing


De rechtbank



4.1
verklaart [eisers c.s] niet-ontvankelijk in hun eis het besluit van de VvE van 26 maart 2025 nietig te verklaren, althans het nietigheidsberoep van de VvE ten aanzien van dit besluit te bekrachtigen,



4.2
wijst de rest van de vorderingen van [eisers c.s] af,



4.3
veroordeelt [eisers c.s] in de proceskosten van € 2.011,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eisers c.s] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,



4.4
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.









Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Overmars en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.


























HR 14 december 2007; ECLI:NL:HR:2007:BB4765.


Artikel 3:303 BW.