Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:5076

2026-07-22 Civiel recht 11918954 \ MC EXPL 25-5538
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-22
Publicatiedatum
2026-08-02
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11918954 \ MC EXPL 25-5538
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Onbetaalde energiefactuur. Gedaagde betwist hoogte van de vordering. Onvoldoede gemotiveerd betwist. Toewijzing vordering.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (14.665 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Almere



Zaaknummer: 11918954 \ MC EXPL 25-5538 \ DB 68749




Vonnis van 22 juli 2026




in de zaak van



besloten vennootschap

INNOVA ENERGIE B.V., (mede) handelend onder de naam Gewoon Energie,
gevestigd in Delft,
eisende partij,
hierna te noemen: Innova Energie,
gemachtigde: B.E.J. Caminada,



tegen





[gedaagde]
,
wonend in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 2 september 2025 met 7 producties;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek met producties;
- de akte van Innova Energie met 2 producties.



1.2
Tenslotte is bepaald dat vonnis wordt gewezen.





2De kern van de zaak


2.1

Partijen hebben een overeenkomst gesloten voor de levering van elektriciteit en gas. [gedaagde] heeft de eindafrekening over 9 maart 2024 tot 9 maart 2025 onbetaald gelaten. Innova Energie vordert betaling van € 801,14. [gedaagde] erkent dat Innova Energie elektriciteit en gas heeft geleverd waarvoor zij moet betalen, maar volgens [gedaagde] klopt de hoogte van de vordering niet. De kantonrechter stelt Innova Energie in het gelijk. [gedaagde] moet € 801,14 aan Innova Energie betalen. Ook moet zij de wettelijke rente en incassokosten vergoeden.

3 De beoordeling





Ambtshalve toetsing van informatieplichten





3.1
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een professionele partij, handelend in de uitoefening van haar beroep of bedrijf (Innova Energie) en een consument ( [gedaagde] ). Op zo’n overeenkomst zijn consumentenbeschermende bepalingen van toepassing. Sommige consumentenbeschermende bepalingen worden zo belangrijk gevonden dat de kantonrechter ambtshalve (dat wil zeggen uit zichzelf, ook als de consument daar niet om vraagt) moet beoordelen of die zijn nageleefd. Het gaat daarbij vooral om bepalingen over informatie die moet worden verstrekt en over de inhoud van algemene voorwaarden. Als die bepalingen niet zijn nageleefd, of als de kantonrechter over onvoldoende informatie beschikt om dat te kunnen beoordelen, moet de kantonrechter daar, eveneens ambtshalve, consequenties aan verbinden. In de regel zal dan (een deel van) de vordering moeten worden afgewezen.



3.2
De kantonrechter moet allereerst ambtshalve beoordelen of Innova Energie bij het aangaan van de overeenkomst de nodige informatie aan [gedaagde] heeft verstrekt. In deze procedure gaat het om een overeenkomst waarop de informatieplichten van de artikelen 6:230m en 6:230v van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) van toepassing zijn. De kantonrechter constateert dat de toepasselijke essentiële informatieplichten zijn nageleefd. Voor een ambtshalve sanctie op dit punt bestaat geen aanleiding.



Ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen





3.3
De kantonrechter moet ook ambtshalve beoordelen of op de overeenkomst algemene voorwaarden van toepassing zijn. Zo ja, dan moet ambtshalve worden getoetst of daarin bepalingen (“bedingen”) staan die relevant zijn voor de beoordeling van (onderdelen van) de vordering. Als dergelijke bedingen onredelijk bezwarend zijn voor consumenten zoals de gedaagde partij, als bedoeld in artikel 6:233 onder a BW, moet de kantonrechter de betreffende bedingen ambtshalve vernietigen en de daarmee verband houdende (delen van de) vordering afwijzen, maar dat blijkt niet het geval.



3.4
De kantonrechter heeft ook ambtshalve beoordeeld of de eisende partij in de overeenkomst of in de daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden ten aanzien van het toewijsbare deel van de vordering een of meerdere regelingen heeft opgenomen, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen daarover dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld (artikel 6:233 onder a BW), maar dat blijkt niet het geval.





De conclusie





3.5
Volgens [gedaagde] is het verbruik op de eindafrekening te hoog en klopt de eindafrekening dus niet. De kantonrechter volgt [gedaagde] daarin niet. Het enkel uiten van twijfels over de hoogte van de eindafrekening en de kwaliteit van de energiemeter is niet voldoende om te kunnen concluderen dat de berekening van Innova Energie onjuist is. De kantonrechter oordeelt daarom dat [gedaagde] moet betalen wat Innova Energie in rekening heeft gebracht. De slotsom is dat de vordering tot betaling van € 801,14 wordt toegewezen. Hierna wordt toegelicht waarom.



De kantonrechter gaat ervan uit dat de meterstanden juist zijn





3.6

[gedaagde] zegt dat de gehanteerde meterstanden niet overeenkomen met haar daadwerkelijke gebruik. [gedaagde] wijst er – kort samengevat – op dat zij de afgelopen jaren nooit heeft hoeven bijbetalen. Volgens [gedaagde] is haar verbruik na plaatsing van haar nieuwe meter een stuk minder is dan 200m3 per maand, zoals Innova Energie stelt. Bij conclusie van antwoord zegt [gedaagde] dat haar verbruik circa 23m3 per maand is. Bij conclusie van dupliek voert zij aan dat zij gemiddeld 54m3 per maand verbruikt en in de zomer slechts 20m3.



3.7
Innova Energie heeft voldoende onderbouwd waarop zij de vordering baseert. Uit de specificatie bij de eindfactuur blijkt welke bedragen en meterstanden zijn gehanteerd (productie 6 bij de dagvaarding). De meterstanden van de oude meter van [gedaagde] zijn uitgelezen via een slimme meter en vervolgens via Energie Data Services Nederland (EDSN) geregistreerd. De meterstanden in de factuur komen overeen met het overzicht van de standen uit het EDSN-register zoals weergegeven in de conclusie van repliek. In beginsel mag ervan worden uitgegaan dat deze standen kloppen. Op grond van afspraken van alle betrokken partijen in de energiewereld moet elke energieleverancier namelijk uitgaan van de in de in het EDSN-register vastgelegde meterstanden. [gedaagde] stelt bovendien zelf dat zij door de netbeheerder een ijking heeft laten uitvoeren op haar oude meter, waarop de eindfactuur is gebaseerd, waaruit bleek dat de meter goed werkte. De kantonrechter is daarom van oordeel dat Innova Energie erop mocht vertrouwen dat de resultaten van het op afstand uitlezen van de slimme meter, juist waren.



3.8

[gedaagde] heeft vervolgens onvoldoende gemotiveerd betwist dat en waarom de hoogte van de eindafrekening niet klopt. Dat zij voorgaande jaren niet heeft bijbetaald, maar juist geld terugkreeg, kan niet zonder meer tot de conclusie leiden dat de eindafrekening niet klopt. Zoals Innova Energie ook bij akte stelt, bepalen diverse factoren zoals tarieven, verbruik en teruglevering, hoeveel een consument na de eindafrekening terugkrijgt of moet bijbetalen. Hierdoor kan de hoogte van de eindafrekening per jaar verschillen. De tarieven zijn de afgelopen jaren fors gestegen. Deze worden namelijk onder meer bepaald door de economie en andere gebeurtenissen die invloed hebben op het verkrijgen van elektriciteit en gas, zoals oorlogen en rampen. Energieleveranciers hebben hierop beperkte invloed. Op overige kosten (leveringskosten, netbeheerkosten, belastingen en toeslagen) hebben energieleveranciers helemaal geen invloed en dienen zij de tarieven van de netbeheerder en overheid te hanteren. Dat [gedaagde] voorgaande jaren geld zou hebben teruggekregen, blijkt overigens nergens uit. [gedaagde] heeft ter onderbouwing producties overlegd, waaronder een factuur bij een vorige energieleverancier, een jaarafrekening over de periode 18 maart 2021 tot en met 17 maart 2022 en bankafschriften. De kantonrechter ziet zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet in hoe deze producties aantonen dat zij voorgaande jaren geld terugkreeg.



3.9
Dat [gedaagde] sinds haar nieuwe meter minder gas zou verbruiken, heeft zij ook niet onderbouwd. De kantonrechter oordeelt dat de overlegde producties dit ook niet aantonen. Het had op de weg van [gedaagde] gelegen om haar (huidige) meterstanden inzichtelijk te maken door hiervan bijvoorbeeld een afschrift te overleggen. Dat heeft zij niet gedaan. Nu dit ontbreekt, kan de kantonrechter de meterstanden niet controleren.



3.10
Verder stelt [gedaagde] dat zij Innova Energie heeft laten weten dat zij haar oude meter door een onafhankelijke partij wil laten controleren, maar dat de netbeheerder deze niet wil teruggeven. Omdat de kwestie over de oude meter speelt tussen [gedaagde] en de netbeheerder, die buiten dit geschil staat, kan de kantonrechter hier niet over oordelen. [gedaagde] kan het onafhankelijke onderzoek dus niet van Innova Energie afdwingen.



De wettelijke rente





3.11
Innova Energie vordert de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de hoofdsom. Op grond van artikel 6:119 BW is [gedaagde] de wettelijke rente verschuldigd vanaf de dag dat zij in verzuim is. Volgens Innova Energie bedraagt de rente € 23,17 tot en met 23 september 2025. Innova Energie heeft niet toegelicht op welke ingangsdatum dit bedrag is gebaseerd en zij heeft haar berekening ook niet inzichtelijk gemaakt. De kantonrechter acht de wettelijke rente vanaf 27 maart 2025 toewijsbaar, omdat uit de stukken blijkt dat de vervaltermijn voor betaling van de factuur op 26 maart 2025 is. Dat betekent dat [gedaagde] vanaf 27 maart 2025 in verzuim is. De kantonrechter zal de gevorderde rente daarom toewijzen vanaf 27 maart 2025 tot aan de dag van volledige betaling.



De buitengerechtelijke incassokosten





3.12
De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Innova heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Het gevorderde bedrag van € 120,17 is in lijn met het Besluit en zal worden toegewezen.



De proceskosten





3.13

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Innova Energie worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


120,78







- griffierecht


€


340,00







- salaris gemachtigde


€


360,00


(2,5 punten × € 144,00)




- nakosten


€


72,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


892,78













4De beslissing


De kantonrechter:



4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Innova Energie te betalen een bedrag van € 801,14, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van 27 maart 2025, tot de dag van volledige betaling;



4.2
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 892,78, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet op tijd aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;



4.3
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;



4.4
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. van Wegen en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.




Algemene voorwaarden zijn afspraken die de eisende partij standaard bedingt, die niet de kern van de rechten en verplichtingen van partijen bevatten en waarmee de gedaagde partij heeft moeten instemmen, zonder dat partijen daarover hebben onderhandeld. De gedaagde partij heeft daardoor geen invloed kunnen hebben op de inhoud ervan (en kent die inhoud misschien niet eens). Daarom moet de kantonrechter de gedaagde partij indien nodig ambtshalve beschermen. De ambtshalve toets strekt zich in de regel niet uit tot de kern van de verplichtingen van partijen, zoals de te betalen prijs, omdat de consument geacht moet worden daar bewust mee te hebben ingestemd. Dat is alleen anders als het beding niet duidelijk en begrijpelijk is.


Ongeacht of in de procedure een beroep op onredelijk bezwarende bedingen wordt gedaan of op (niet onredelijk bezwarende) wettelijke regelingen over diezelfde onderwerpen, zie HvJ EU 27 januari 2021, ECLI:EU:C:2021:68 en HvJ EU 8 december 2022, ECLI:EU:C:2022:971.