Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:5021
2026-07-24
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
25/7461
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
aanvraag maatwerkvoorziening bestaande uit individuele begeleiding en vergoeding van hulphond op goede gronden door het college geweigerd. Het college heeft dit oordeel mogen baseren op het medische advies van bedrijf. Deze is volledig en op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Geen aanknopingspunten voor twijfel.
Citeert (4)
- ECLI:NL:CRVB:2023:1046 Centrale Raad van Beroep 31-05-2023
- ECLI:NL:CRVB:2024:1124 Centrale Raad van Beroep 22-05-2024
- ECLI:NL:CRVB:2015:3266 Centrale Raad van Beroep 16-09-2015
- ECLI:NL:CRVB:2026:618 Centrale Raad van Beroep 20-05-2026
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (18.516 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7461
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres]
, uit [plaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
(gemachtigde: mr. E. Chahid).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de (gedeeltelijke) afwijzing van de aanvraag van eiseres om toekenning van een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiseres is het hier niet mee eens. Aan de hand van de beroepsgronden van eiseres beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit in stand kan blijven. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft het college verzocht aan haar maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015 toe te kennen, bestaande uit individuele begeleiding in de vorm van behandeling (in de vorm van een persoonsgebonden budget) en de vergoeding van de kosten (van de opleiding) voor een hulphond. Het college heeft de aanvraag voor deze maatwerkvoorzieningen met het besluit van 17 maart 2025 afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 11 november 2025 is het college bij die afwijzing gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de ouders van eiseres, de heer [deskundige] (hierna: [deskundige] ) als deskundige en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is bekend met meerdere mentale aandoeningen en beperkingen. Zij is gediagnosticeerd met anorexia. Ook zijn er angst-, dwang- en eenzaamheidsklachten en heeft eiseres last van herbelevingen, suïcidale gedachten, paniekaanvallen, huilbuien, nachtmerries en mogelijk (complexe) PTSS en een ontwikkelingsstoornis. Behandelingen en ondersteuning via de reguliere GGZ hebben niet het gewenste resultaat gehad en zelfs tot achteruitgang geleid. Er zijn beperkingen op alle levensgebieden, te weten lichamelijke ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling. Eind oktober 2024 is eiseres in contact gekomen met behandelaar mevrouw [deskundige] ( [deskundige] ) en heeft zij haar hulphond [naam] gekregen. Sindsdien is haar situatie enorm verbeterd. Hierom heeft eiseres onderhavige aanvraag gedaan waarin zij verzoekt om vergoeding van de kosten van (de opleiding van) haar psychosociale hulphond [naam] als ook om vergoeding van de kosten van de individuele begeleiding door [deskundige] .
4. Bij besluit van 17 maart 2025 heeft het college de aanvraag van eiseres om vergoeding van de kosten van (de opleiding van) haar hulphond en individuele begeleiding in de vorm van behandeling afgewezen. Wel is besloten om eiseres een maatwerkvoorziening voor arbeidsmatige activering toe te kennen voor de duur van zes maanden. Bij besluit van 11 november 2025 is het college bij dit besluit gebleven. Aan eiseres is wel een overgangsregeling toegekend in die zin dat zij het bedrag dat aan haar was toegewezen voor arbeidsmatige activering mag gebruiken voor het inkopen van hulp bij de door haar zelf uitgekozen zorgverlener en zodat zij een gecontracteerde zorgverlener onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) kan zoeken. Na 1 januari 2026 vervalt deze regeling. Het college heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat uit het medisch advies van [bedrijf] van 14 oktober 2025 is gebleken dat gedacht kan worden meerdere diagnoses en dat wordt geadviseerd wordt om eerst een algeheel proces van diagnostiek en behandeling in te zetten. Deze diagnostiek en behandeling zou door een gecontracteerde zorgaanbieder onder de Zvw aangeboden moeten kunnen worden en valt daarmee niet onder de reikwijdte van de Wmo. Hierom wordt de gevraagde vergoeding voor individuele begeleiding afgewezen. En aangezien uit dit medisch advies ook blijkt dat een hulphond op dit moment nog niet aan de orde is maar eerder een stap lijkt om te overwegen als intensieve interventie(s) onvoldoende lijkt aan te sluiten, wordt de gevraagde vergoeding van de kosten van de hulphond eveneens afgewezen.
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres is van mening dat haar aanvraag om maatwerkvoorzieningen in de vorm van individuele begeleiding door [deskundige] en vergoeding van de kosten van (de opleiding van) haar hulphond ten onrechte is afgewezen. Zij voert hiertoe met betrekking tot het [bedrijf] -advies aan dat dit rapport lang op zich heeft laten wachten en daarom achterhaald is. Verder betwist eiseres dat haar hulpvraag kan worden opgelost door behandeling onder de Zvw. Zij wijst in dit verband op de complexiteit en urgentie van haar klachten. Zij heeft bovendien al heel lang vele vormen van (reguliere) therapie gehad en die hebben haar situatie niet verbeterd. Zij is eerder slechter uit deze behandelingen gekomen. Voor wat betreft haar hulphond [naam] wijst eiseres erop dat in de praktijk is gebleken dat zijn hulp en ondersteuning in de praktijk al zeer effectief is. Dankzij hem kan eiseres weer enigszins participeren in de samenleving. Zij gaat weer naar school en kan weer eten. Het college moet dan ook gebruik maken van de mogelijkheid om in afwijking van het beleid wel een vergoeding voor de kosten van haar hulphond toe te kennen.
Oordeel van de rechtbank
Juridisch kader
6. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het college op goede gronden geweigerd heeft de door eiseres gevraagde maatwerkvoorzieningen te verstrekken. De voor de beoordeling van belang zijnde periode in deze zaak loopt van 15 november 2024 (datum aanvraag) tot en met 11 november 2025 (datum bestreden besluit).
7. Op grond van artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 beslist het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. Zoals de Centrale Raad van Beroep (de Raad) in zijn uitspraak van 31 mei 2023 heeft overwogen kan onder ‘eigen kracht’ ook worden verstaan de mogelijkheid om aanspraak te maken op voorzieningen die op grond van een andere wettelijke regeling bestaan, waaronder de Zvw. Er bestaat dan ook geen recht op maatschappelijke ondersteuning indien de specifieke regeling, zoals de Zvw, vergoeding van de aan de orde zijnde kosten voorziet, ook niet als dit slechts een gedeeltelijke vergoeding betreft. Als in zo’n geval voor de (overige) kosten een beroep zou kunnen worden gedaan op de Wmo 2015 zou de door de wetgever beoogde afbakening tussen de Wmo 2015 en de Zvw worden doorkruist. In het verlengde daarvan wordt die beoogde afbakening evenzeer doorkruist als een beroep op de Wmo 2015 zou kunnen worden gedaan voor kosten waarvan onder de Zvw een bewuste keuze is gemaakt om deze niet te vergoeden. In al deze gevallen is het uitgangspunt dat het college niet gehouden is de desbetreffende maatwerkvoorziening te verstrekken. Het staat het college wel vrij om dit toch te doen als dat als het meest aangewezen wordt ervaren.
8. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres kampt met ernstige medische problematiek en als gevolg daarvan problemen ondervindt in haar zelfredzaamheid en participatie. Wat partijen verdeeld houdt, is of eiseres hierom in aanmerking komt voor de door haar gewenste maatwerkvoorzieningen. De rechtbank is van oordeel dat het college het standpunt heeft mogen innemen dat dit niet het geval is omdat eiseres ook aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van de Zvw dan wel er een bewuste keuze is gemaakt om deze kosten niet te vergoeden en er ook anderszins geen aanleiding bestaat de voorzieningen toch te vergoeden. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.
Het medisch advies van [bedrijf]
9. Het college heeft zorgvuldig naar de hulpvraag, de problematiek en de aard en omvang van de door eiseres benodigde ondersteuning gekeken. Het college heeft daartoe medisch onderzoek laten verrichten naar de situatie van eiseres. In de besluitvorming heeft het college zich gebaseerd op een medisch advies van [bedrijf] van 14 oktober 2025. Uit vaste jurisprudentie van de Raad, bijvoorbeeld de uitspraak van 22 mei 2024, volgt dat een bestuursorgaan op het advies van een deskundige mag afgaan, nadat is nagegaan of dit advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Vervolgens ligt het op de weg van de aanvrager om medische stukken te overleggen die aan het medisch advies kunnen doen twijfelen. De rechtbank stelt vast dat eiseres in dit verband geen medische stukken heeft overlegd.
10. De rechtbank ziet in wat eiseres voor het overige heeft aangevoerd ook geen aanknopingspunten voor twijfel aan het verrichte onderzoek.
11. Het [bedrijf] -advies is volledig en op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Dat de totstandkoming zoals eiseres stelt lange tijd in beslag heeft genomen, kan daaraan niet afdoen. Het college is eiseres hierin ook tegemoetgekomen door een overgangsregeling toe te kennen. Het advies is opgesteld door een medisch adviseur/arts en een GZ-Psycholoog/Forensisch orthopedagoog die een huisbezoek hebben verricht. Hierbij waren eiseres, haar ouders en [deskundige] aanwezig. De opstellers van het medisch advies hebben kennisgenomen van de voorhanden zijnde medische informatie, waaronder de eerder door eiseres gevolgde medische behandelingen. Deze worden expliciet in het advies benoemd en beschreven. Ook heeft er intern overleg plaatsgevonden en zijn de geraadpleegde bronnen, waaronder de analyse van [deskundige] van 15 juli 2024, in het advies aangegeven. Verder is eiseres in staat gesteld om een reactie op het rapport te geven. Op basis van al deze informatie hebben de opstellers van het rapport zich een duidelijk beeld kunnen vormen van de medische situatie. In het medisch advies wordt toegelicht dat er sprake is van een vastgelopen situatie en dat eiseres hulp nodig heeft en specialistische begeleiding. Er wordt echter ook uitgelegd dat volgens de opstellers van het rapport gedacht kan worden aan meerdere diagnoses. Er is geen diagnosebrief of psycho-diagnostisch onderzoek ontvangen en evenmin wordt op basis van de huidige aangeleverde bronnen duidelijk of ook psychodiagnostisch onderzoek is gedaan naar de complexe PTSS waaraan wordt gedacht. Gezien de stagnatie van eiseres lijkt het de GZ-psycholoog dan ook passend om diagnostiek te doen en van daaruit behandeling te gaan vormgeven. Deze diagnostiek en (trauma)behandeling zou door een gecontracteerde zorgaanbieder onder de Zvw aangeboden moeten kunnen worden. Ook wordt vanwege de complexiteit van de problematiek geadviseerd om een klinisch psycholoog en/of psychotherapeut als regiebehandelaar aan te stellen. Ter zitting heeft het college aangegeven dat dit, nu dit een medische behandelaar betreft, eveneens via de Zvw dient plaats te vinden. Eerst wanneer er in dit proces stagnatie optreedt, is dat zorgelijk en zal vanuit de Wmo tijdelijk zorg kunnen worden ingezet om de gestagneerde situatie te doorbreken. Hiervoor wordt dan een periode van een jaar geadviseerd waarbij weer toegewerkt moet worden naar zorg onder de Zvw. Voor wat betreft de hulphond komt uit het advies naar voren dat dit pas later een stap lijkt om te overwegen, als behandeling onvoldoende aansluit.
Vergoeding individuele begeleiding
12. Naar het oordeel van de rechtbank is in het rapport daarmee duidelijk en inzichtelijk uitgelegd dat en waarom er eerst diagnostiek moet plaatsvinden en dat dit (en de daaropvolgende behandeling) onder de Zvw kan plaatsvinden. De stelling van [deskundige] ter zitting dat eiseres in het UMC wel zou zijn gediagnosticeerd met complexe PTSS kan daarbij niet tot twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies leiden. Deze stelling wordt immers niet onderbouwd met medische stukken en is ook niet in overeenstemming met de eerder door hem opgestelde analyse waarin hij aangeeft dat een en ander kan wijzen op C-PTSS. Ook de stelling dat het denken in ‘diagnose en daaropvolgende behandeling’ inmiddels is achterhaald, is niet met medische stukken onderbouwd. Hieraan kan dan ook niet de waarde worden toegekend die eiseres hieraan gehecht wil zien. Dit kan dan ook niet tot twijfel aan de juistheid van het advies leiden. Verder is het begrijpelijk dat eiseres gelet op haar eerdere negatieve ervaringen en de gevolgen daarvan huiverig is voor een andere behandelaar dan de door haar gewenste behandelaar [deskundige] met wie zij inmiddels wel goede ervaringen heeft. Maar dat sprake is geweest van slechte ervaringen in het verleden betekent niet op zichzelf dat er geen passende zorgaanbieder te vinden zou zijn onder de Zvw. Daarbij kan er nu nog niet gesproken worden over stagnatie welke volgens het advies aanleiding zou geven tot tijdelijke zorg vanuit de Wmo. Hierbij heeft het college er niet ten onrechte op gewezen dat er niet gesproken kan worden over stagnatie van diagnostiek en behandeling als deze nog niet in gang zijn gezet.
13. Gelet op het voorgaande is er geen reden om te oordelen dat het advies dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt onzorgvuldig en onvolledig is. De redenering in het advies is begrijpelijk en de getrokken conclusies sluiten daarop aan. Het college mag de conclusie dat eiseres niet in aanmerking komt voor de haar gevraagde maatwerkvoorziening in de vorm van individuele begeleiding in de vorm van behandeling door [deskundige] (via een pgb) dan ook baseren op dit advies. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Vergoeding hulphond
14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich daarbij ook op het standpunt kunnen stellen dat zij niet gehouden is om de kosten van (de opleiding van) de hulphond van eiseres te vergoeden. Hierbij is het volgende van belang.
15. Voor hulphonden als door eiseres aangeschaft staat vast dat de wetgever de bewuste keuze heeft gemaakt om de kosten daarvan niet te vergoeden. Daarmee geldt ook in dit geval dat de door de wetgever beoogde afbakening tussen de Wmo 2015 en de Zvw zou worden doorkruist als voor de vergoeding van de kosten van de niet onder de Zvw vallende honden een beroep zou kunnen worden gedaan op de Wmo 2015. Alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden, waarin sprake is van zeer ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid en/of de participatie, en waarin vaststaat dat een hulphond de enige nog overgebleven mogelijkheid is waarmee een passende bijdrage zou kunnen worden geleverd aan de zelfredzaamheid en de participatie, is het college niet alleen bevoegd maar ook gehouden om de gevraagde maatwerkvoorziening te verstrekken. Hoewel de rechtbank van eiseres op de zitting en via haar podcast heeft gehoord hoeveel [naam] voor haar betekent en hoe hij haar heeft geholpen en dat nog altijd doet, moet de rechtbank concluderen dat eiseres niet aan deze strikte door de Raad gehanteerde maatstaf voldoet. Uit het advies van [bedrijf] blijkt namelijk er voor eiseres nog mogelijkheden worden gezien om via diagnostiek en daarop gebaseerde behandelingen de zelfredzaamheid en de participatie de bevorderen. Daarmee was het college bevoegd maar niet gehouden om de gevraagde voorziening te verstrekken. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.
Conclusie en gevolgen
16. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. van Dort, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:CRVB:2023:1046.
ECLI:NL:CRVB:2024:1124.
zie bijvoorbeeld de uitspraak van Centrale Raad van 16 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3266.
Zie pagina 2 van de analyse van [deskundige] van 15 juli 2024.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van 20 mei 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:618.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/7461
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres]
, uit [plaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
(gemachtigde: mr. E. Chahid).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over de (gedeeltelijke) afwijzing van de aanvraag van eiseres om toekenning van een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Eiseres is het hier niet mee eens. Aan de hand van de beroepsgronden van eiseres beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het besluit in stand kan blijven. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
2. Eiseres heeft het college verzocht aan haar maatwerkvoorzieningen op grond van de Wmo 2015 toe te kennen, bestaande uit individuele begeleiding in de vorm van behandeling (in de vorm van een persoonsgebonden budget) en de vergoeding van de kosten (van de opleiding) voor een hulphond. Het college heeft de aanvraag voor deze maatwerkvoorzieningen met het besluit van 17 maart 2025 afgewezen. Met de beslissing op bezwaar van 11 november 2025 is het college bij die afwijzing gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 11 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de ouders van eiseres, de heer [deskundige] (hierna: [deskundige] ) als deskundige en de gemachtigde van het college.
Beoordeling door de rechtbank
Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres is bekend met meerdere mentale aandoeningen en beperkingen. Zij is gediagnosticeerd met anorexia. Ook zijn er angst-, dwang- en eenzaamheidsklachten en heeft eiseres last van herbelevingen, suïcidale gedachten, paniekaanvallen, huilbuien, nachtmerries en mogelijk (complexe) PTSS en een ontwikkelingsstoornis. Behandelingen en ondersteuning via de reguliere GGZ hebben niet het gewenste resultaat gehad en zelfs tot achteruitgang geleid. Er zijn beperkingen op alle levensgebieden, te weten lichamelijke ontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en cognitieve ontwikkeling. Eind oktober 2024 is eiseres in contact gekomen met behandelaar mevrouw [deskundige] ( [deskundige] ) en heeft zij haar hulphond [naam] gekregen. Sindsdien is haar situatie enorm verbeterd. Hierom heeft eiseres onderhavige aanvraag gedaan waarin zij verzoekt om vergoeding van de kosten van (de opleiding van) haar psychosociale hulphond [naam] als ook om vergoeding van de kosten van de individuele begeleiding door [deskundige] .
4. Bij besluit van 17 maart 2025 heeft het college de aanvraag van eiseres om vergoeding van de kosten van (de opleiding van) haar hulphond en individuele begeleiding in de vorm van behandeling afgewezen. Wel is besloten om eiseres een maatwerkvoorziening voor arbeidsmatige activering toe te kennen voor de duur van zes maanden. Bij besluit van 11 november 2025 is het college bij dit besluit gebleven. Aan eiseres is wel een overgangsregeling toegekend in die zin dat zij het bedrag dat aan haar was toegewezen voor arbeidsmatige activering mag gebruiken voor het inkopen van hulp bij de door haar zelf uitgekozen zorgverlener en zodat zij een gecontracteerde zorgverlener onder de Zorgverzekeringswet (Zvw) kan zoeken. Na 1 januari 2026 vervalt deze regeling. Het college heeft aan de afwijzing ten grondslag gelegd dat uit het medisch advies van [bedrijf] van 14 oktober 2025 is gebleken dat gedacht kan worden meerdere diagnoses en dat wordt geadviseerd wordt om eerst een algeheel proces van diagnostiek en behandeling in te zetten. Deze diagnostiek en behandeling zou door een gecontracteerde zorgaanbieder onder de Zvw aangeboden moeten kunnen worden en valt daarmee niet onder de reikwijdte van de Wmo. Hierom wordt de gevraagde vergoeding voor individuele begeleiding afgewezen. En aangezien uit dit medisch advies ook blijkt dat een hulphond op dit moment nog niet aan de orde is maar eerder een stap lijkt om te overwegen als intensieve interventie(s) onvoldoende lijkt aan te sluiten, wordt de gevraagde vergoeding van de kosten van de hulphond eveneens afgewezen.
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres is van mening dat haar aanvraag om maatwerkvoorzieningen in de vorm van individuele begeleiding door [deskundige] en vergoeding van de kosten van (de opleiding van) haar hulphond ten onrechte is afgewezen. Zij voert hiertoe met betrekking tot het [bedrijf] -advies aan dat dit rapport lang op zich heeft laten wachten en daarom achterhaald is. Verder betwist eiseres dat haar hulpvraag kan worden opgelost door behandeling onder de Zvw. Zij wijst in dit verband op de complexiteit en urgentie van haar klachten. Zij heeft bovendien al heel lang vele vormen van (reguliere) therapie gehad en die hebben haar situatie niet verbeterd. Zij is eerder slechter uit deze behandelingen gekomen. Voor wat betreft haar hulphond [naam] wijst eiseres erop dat in de praktijk is gebleken dat zijn hulp en ondersteuning in de praktijk al zeer effectief is. Dankzij hem kan eiseres weer enigszins participeren in de samenleving. Zij gaat weer naar school en kan weer eten. Het college moet dan ook gebruik maken van de mogelijkheid om in afwijking van het beleid wel een vergoeding voor de kosten van haar hulphond toe te kennen.
Oordeel van de rechtbank
Juridisch kader
6. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of het college op goede gronden geweigerd heeft de door eiseres gevraagde maatwerkvoorzieningen te verstrekken. De voor de beoordeling van belang zijnde periode in deze zaak loopt van 15 november 2024 (datum aanvraag) tot en met 11 november 2025 (datum bestreden besluit).
7. Op grond van artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo 2015 beslist het college tot verstrekking van een maatwerkvoorziening ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt ondervindt, voor zover de cliënt deze beperkingen naar het oordeel van het college niet op eigen kracht, met een algemeen gebruikelijke voorziening, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen. Zoals de Centrale Raad van Beroep (de Raad) in zijn uitspraak van 31 mei 2023 heeft overwogen kan onder ‘eigen kracht’ ook worden verstaan de mogelijkheid om aanspraak te maken op voorzieningen die op grond van een andere wettelijke regeling bestaan, waaronder de Zvw. Er bestaat dan ook geen recht op maatschappelijke ondersteuning indien de specifieke regeling, zoals de Zvw, vergoeding van de aan de orde zijnde kosten voorziet, ook niet als dit slechts een gedeeltelijke vergoeding betreft. Als in zo’n geval voor de (overige) kosten een beroep zou kunnen worden gedaan op de Wmo 2015 zou de door de wetgever beoogde afbakening tussen de Wmo 2015 en de Zvw worden doorkruist. In het verlengde daarvan wordt die beoogde afbakening evenzeer doorkruist als een beroep op de Wmo 2015 zou kunnen worden gedaan voor kosten waarvan onder de Zvw een bewuste keuze is gemaakt om deze niet te vergoeden. In al deze gevallen is het uitgangspunt dat het college niet gehouden is de desbetreffende maatwerkvoorziening te verstrekken. Het staat het college wel vrij om dit toch te doen als dat als het meest aangewezen wordt ervaren.
8. Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres kampt met ernstige medische problematiek en als gevolg daarvan problemen ondervindt in haar zelfredzaamheid en participatie. Wat partijen verdeeld houdt, is of eiseres hierom in aanmerking komt voor de door haar gewenste maatwerkvoorzieningen. De rechtbank is van oordeel dat het college het standpunt heeft mogen innemen dat dit niet het geval is omdat eiseres ook aanspraak kan maken op voorzieningen op grond van de Zvw dan wel er een bewuste keuze is gemaakt om deze kosten niet te vergoeden en er ook anderszins geen aanleiding bestaat de voorzieningen toch te vergoeden. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.
Het medisch advies van [bedrijf]
9. Het college heeft zorgvuldig naar de hulpvraag, de problematiek en de aard en omvang van de door eiseres benodigde ondersteuning gekeken. Het college heeft daartoe medisch onderzoek laten verrichten naar de situatie van eiseres. In de besluitvorming heeft het college zich gebaseerd op een medisch advies van [bedrijf] van 14 oktober 2025. Uit vaste jurisprudentie van de Raad, bijvoorbeeld de uitspraak van 22 mei 2024, volgt dat een bestuursorgaan op het advies van een deskundige mag afgaan, nadat is nagegaan of dit advies op een zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Vervolgens ligt het op de weg van de aanvrager om medische stukken te overleggen die aan het medisch advies kunnen doen twijfelen. De rechtbank stelt vast dat eiseres in dit verband geen medische stukken heeft overlegd.
10. De rechtbank ziet in wat eiseres voor het overige heeft aangevoerd ook geen aanknopingspunten voor twijfel aan het verrichte onderzoek.
11. Het [bedrijf] -advies is volledig en op zorgvuldige wijze tot stand gekomen. Dat de totstandkoming zoals eiseres stelt lange tijd in beslag heeft genomen, kan daaraan niet afdoen. Het college is eiseres hierin ook tegemoetgekomen door een overgangsregeling toe te kennen. Het advies is opgesteld door een medisch adviseur/arts en een GZ-Psycholoog/Forensisch orthopedagoog die een huisbezoek hebben verricht. Hierbij waren eiseres, haar ouders en [deskundige] aanwezig. De opstellers van het medisch advies hebben kennisgenomen van de voorhanden zijnde medische informatie, waaronder de eerder door eiseres gevolgde medische behandelingen. Deze worden expliciet in het advies benoemd en beschreven. Ook heeft er intern overleg plaatsgevonden en zijn de geraadpleegde bronnen, waaronder de analyse van [deskundige] van 15 juli 2024, in het advies aangegeven. Verder is eiseres in staat gesteld om een reactie op het rapport te geven. Op basis van al deze informatie hebben de opstellers van het rapport zich een duidelijk beeld kunnen vormen van de medische situatie. In het medisch advies wordt toegelicht dat er sprake is van een vastgelopen situatie en dat eiseres hulp nodig heeft en specialistische begeleiding. Er wordt echter ook uitgelegd dat volgens de opstellers van het rapport gedacht kan worden aan meerdere diagnoses. Er is geen diagnosebrief of psycho-diagnostisch onderzoek ontvangen en evenmin wordt op basis van de huidige aangeleverde bronnen duidelijk of ook psychodiagnostisch onderzoek is gedaan naar de complexe PTSS waaraan wordt gedacht. Gezien de stagnatie van eiseres lijkt het de GZ-psycholoog dan ook passend om diagnostiek te doen en van daaruit behandeling te gaan vormgeven. Deze diagnostiek en (trauma)behandeling zou door een gecontracteerde zorgaanbieder onder de Zvw aangeboden moeten kunnen worden. Ook wordt vanwege de complexiteit van de problematiek geadviseerd om een klinisch psycholoog en/of psychotherapeut als regiebehandelaar aan te stellen. Ter zitting heeft het college aangegeven dat dit, nu dit een medische behandelaar betreft, eveneens via de Zvw dient plaats te vinden. Eerst wanneer er in dit proces stagnatie optreedt, is dat zorgelijk en zal vanuit de Wmo tijdelijk zorg kunnen worden ingezet om de gestagneerde situatie te doorbreken. Hiervoor wordt dan een periode van een jaar geadviseerd waarbij weer toegewerkt moet worden naar zorg onder de Zvw. Voor wat betreft de hulphond komt uit het advies naar voren dat dit pas later een stap lijkt om te overwegen, als behandeling onvoldoende aansluit.
Vergoeding individuele begeleiding
12. Naar het oordeel van de rechtbank is in het rapport daarmee duidelijk en inzichtelijk uitgelegd dat en waarom er eerst diagnostiek moet plaatsvinden en dat dit (en de daaropvolgende behandeling) onder de Zvw kan plaatsvinden. De stelling van [deskundige] ter zitting dat eiseres in het UMC wel zou zijn gediagnosticeerd met complexe PTSS kan daarbij niet tot twijfel aan de juistheid of volledigheid van het advies leiden. Deze stelling wordt immers niet onderbouwd met medische stukken en is ook niet in overeenstemming met de eerder door hem opgestelde analyse waarin hij aangeeft dat een en ander kan wijzen op C-PTSS. Ook de stelling dat het denken in ‘diagnose en daaropvolgende behandeling’ inmiddels is achterhaald, is niet met medische stukken onderbouwd. Hieraan kan dan ook niet de waarde worden toegekend die eiseres hieraan gehecht wil zien. Dit kan dan ook niet tot twijfel aan de juistheid van het advies leiden. Verder is het begrijpelijk dat eiseres gelet op haar eerdere negatieve ervaringen en de gevolgen daarvan huiverig is voor een andere behandelaar dan de door haar gewenste behandelaar [deskundige] met wie zij inmiddels wel goede ervaringen heeft. Maar dat sprake is geweest van slechte ervaringen in het verleden betekent niet op zichzelf dat er geen passende zorgaanbieder te vinden zou zijn onder de Zvw. Daarbij kan er nu nog niet gesproken worden over stagnatie welke volgens het advies aanleiding zou geven tot tijdelijke zorg vanuit de Wmo. Hierbij heeft het college er niet ten onrechte op gewezen dat er niet gesproken kan worden over stagnatie van diagnostiek en behandeling als deze nog niet in gang zijn gezet.
13. Gelet op het voorgaande is er geen reden om te oordelen dat het advies dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt onzorgvuldig en onvolledig is. De redenering in het advies is begrijpelijk en de getrokken conclusies sluiten daarop aan. Het college mag de conclusie dat eiseres niet in aanmerking komt voor de haar gevraagde maatwerkvoorziening in de vorm van individuele begeleiding in de vorm van behandeling door [deskundige] (via een pgb) dan ook baseren op dit advies. Deze beroepsgrond slaagt niet.
Vergoeding hulphond
14. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich daarbij ook op het standpunt kunnen stellen dat zij niet gehouden is om de kosten van (de opleiding van) de hulphond van eiseres te vergoeden. Hierbij is het volgende van belang.
15. Voor hulphonden als door eiseres aangeschaft staat vast dat de wetgever de bewuste keuze heeft gemaakt om de kosten daarvan niet te vergoeden. Daarmee geldt ook in dit geval dat de door de wetgever beoogde afbakening tussen de Wmo 2015 en de Zvw zou worden doorkruist als voor de vergoeding van de kosten van de niet onder de Zvw vallende honden een beroep zou kunnen worden gedaan op de Wmo 2015. Alleen in zeer uitzonderlijke omstandigheden, waarin sprake is van zeer ernstige beperkingen in de zelfredzaamheid en/of de participatie, en waarin vaststaat dat een hulphond de enige nog overgebleven mogelijkheid is waarmee een passende bijdrage zou kunnen worden geleverd aan de zelfredzaamheid en de participatie, is het college niet alleen bevoegd maar ook gehouden om de gevraagde maatwerkvoorziening te verstrekken. Hoewel de rechtbank van eiseres op de zitting en via haar podcast heeft gehoord hoeveel [naam] voor haar betekent en hoe hij haar heeft geholpen en dat nog altijd doet, moet de rechtbank concluderen dat eiseres niet aan deze strikte door de Raad gehanteerde maatstaf voldoet. Uit het advies van [bedrijf] blijkt namelijk er voor eiseres nog mogelijkheden worden gezien om via diagnostiek en daarop gebaseerde behandelingen de zelfredzaamheid en de participatie de bevorderen. Daarmee was het college bevoegd maar niet gehouden om de gevraagde voorziening te verstrekken. Deze beroepsgrond slaagt dan ook niet.
Conclusie en gevolgen
16. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van drs. C.L.W. van Dort, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:CRVB:2023:1046.
ECLI:NL:CRVB:2024:1124.
zie bijvoorbeeld de uitspraak van Centrale Raad van 16 september 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:3266.
Zie pagina 2 van de analyse van [deskundige] van 15 juli 2024.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van 20 mei 2026, ECLI:NL:CRVB:2026:618.