Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:4785
2026-07-15
Civiel recht
11791169 \ MC EXPL 25-3995
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Betaling schoolgeld in conventie toegewezen. In reconventie gevorderde schadevergoeding voor slecht onderwijs afgewezen. Eiser in reconventie is niet ingegaan op beslissing geschillencommissie.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (12.236 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11791169 \ MC EXPL 25-3995 RW1368
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
STICHTING ALBERDINGK THIJM SCHOLEN,
tevens h.o.d.n. INTERNATIONAL SCHOOL LAREN,
in Hilversum,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: ISL,
gemachtigde: mr. P.J.P. van Aarssen, werkzaam bij Incassobureau Plaggemars,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
en2. [gedaagde sub 2],
beiden in [plaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen (mannelijk enkelvoud): [gedaagden c.s] ,
gemachtigde: mr. S. Booij.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie,- de akte uitlating producties van ISL, tevens conclusie van dupliek in reconventie,- de akte van [gedaagden c.s] .
1.2
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.
2De kern van de zaak
2.1
ISL heeft onderwijs verzorgd voor de kinderen van [gedaagden c.s] ( [A] , [B] en [C] ). ISL vordert in conventie het restant van het onbetaald gelaten schoolgeld voor de kinderen, na betalingen door [gedaagden c.s] en verschenen rente en incassokosten nog € 17.138,98, plus rente. Dat wordt toegewezen. In reconventie voert [gedaagden c.s] aan dat [A] minimaal een jaar studievertraging heeft opgelopen, en dat die vertraging aan ISL is te wijten. Op grond daarvan vordert [gedaagden c.s] in reconventie betaling van ISL van een schadevergoeding van € 21.600,00. Dat wordt afgewezen.
3De beoordeling
in conventie
De hoofdsom wordt toegewezen
3.1
Niet ter discussie staat dat [gedaagden c.s] als wettelijk vertegenwoordiger van zijn kinderen aansprakelijk is voor betaling van hun schoolgeld. [gedaagden c.s] betwist de hoogte van het gevorderde schoolgeld alleen door aan te voeren dat ISL onterecht een betaling niet zou hebben meegeteld. In antwoord daarop heeft ISL uitgelegd dat zij die betaling al heeft meegerekend in het saldo. Omdat [gedaagden c.s] dat verder niet weerspreekt, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van het bedrag aan schoolgeld dat ISL stelt (vóór betalingen, rente en kosten in hoofdsom € 24.102,52).
[gedaagden c.s] moet rente en kosten over de hoofdsom betalen
3.2
Volgens [gedaagden c.s] is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat ISL rente en kosten over de hoofdsom rekent. [gedaagden c.s] baseert dat standpunt op de omstandigheid dat het (volgens [gedaagden c.s] ) hoge schoolgeld voor hem onontkoombaar zou zijn. De kinderen komen namelijk (zo voert [gedaagden c.s] aan) uit het Engelse onderwijssysteem en zij spreken geen Nederlands, zodat plaatsing op het reguliere onderwijs niet tot de mogelijkheden zou behoren. De kinderen verblijven bovendien alleen tijdelijk in Nederland, zodat aansluiting moet worden gezocht bij internationaal georiënteerd onderwijs. Het is niet dat [gedaagden c.s] niet wil betalen, alleen de financiële mogelijkheden ontbreken op dit moment. De voormalige directrice van ISL (mevrouw Mohrmann) zou begrip hebben getoond en zou coulance hebben toegezegd met de inning van de openstaande schoolgelden. Alles aldus [gedaagden c.s] .
3.3
Dat slaagt niet. [gedaagden c.s] wist vooraf hoeveel schoolgeld hij kwijt zou zijn voor zijn kinderen, en het is zijn keuze geweest om zijn kinderen te plaatsten. [gedaagden c.s] is dus willens en wetens die betalingsverplichting aangegaan en die verplichting moet worden nagekomen. Een eventuele betalingsonmacht maakt dat niet anders. De door [gedaagden c.s] gestelde coulancetoezegging van de voormalige directrice van ISL valt niet zo uit te leggen dat deze de betalingsverplichting van [gedaagden c.s] zou opschorten. Althans heeft [gedaagden c.s] dat onvoldoende uitgelegd. ISL kan dus in principe rente en incassokosten in rekening brengen.
3.4
Volgens ISL zijn geen algemene voorwaarden van toepassing en de kantonrechter ziet geen aanleiding daaraan te twijfelen. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden is dus niet aan de orde. De hoogte van de verschenen rente over het openstaande schoolgeld (€ 2.616,06 tot en met 4 juli 2025) is als onweersproken juist. ISL kan aanspraak maken op € 1.100,40 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten. ISL heeft een brief gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW (productie 7 van ISL) en het gevorderde bedrag is conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
3.5
[gedaagden c.s] heeft in totaal € 10.680,00 betaald. Met die betalingen worden eerst de verschenen rente en de incassokosten voldaan. De slotsom is dat aan openstaande hoofdsom nog resteert (€ 24.102,52 schoolgeld + € 2.616,06 rente + € 1.100,40 incassokosten -/- € 10.680,00 betalingen =) € 17.138,98. De wettelijke rente daarover wordt toegewezen vanaf 5 juli 2025 tot de betaling.
De proceskosten in conventie
3.6
[gedaagden c.s] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ISL worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
1.461,00
- salaris gemachtigde
€
1.080,00
(2,5 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.831,14
3.7
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
3.8
In reconventie gaat het alleen om de door [gedaagden c.s] gestelde aan ISL verwijtbare studievertraging van [A] . Volgens [gedaagden c.s] moest ook [B] onterecht een jaar overdoen, maar dat hoeft de kantonrechter niet te beoordelen. [gedaagden c.s] verbindt daaraan namelijk geen rechtsgevolgen.
3.9
[gedaagden c.s] baseert zijn vordering tot schadevergoeding erop dat [A] minstens een jaar studievertraging heeft opgelopen door toedoen van ISL. Door die studievertraging (zo redeneert [gedaagden c.s] ) loopt [A] een jaar inkomsten mis, omdat hij een jaar later pas kan gaan werken. [gedaagden c.s] zoekt voor de hoogte van de schadevergoeding aansluiting bij de Letselschade Richtlijn Studievertraging 2025 en hij vordert het normbedrag van € 21.600,00. Dat wordt afgewezen om de volgende redenen.
3.10
De door [gedaagden c.s] gestelde tekortkomingen van ISL zijn dezelfde als die door de Geschillencommissie Bijzonder Onderwijs (hierna: de Commissie) zijn beoordeeld in een klachtenprocedure van [gedaagden c.s] tegen ISL. Op geen enkel moment noemt [gedaagden c.s] die klachtenprocedure, zelfs niet nadat ISL de beslissing van de Commissie in het geding brengt. Laat staan waarom [gedaagden c.s] zegt waarom de Commissie verkeerd zou hebben geoordeeld. [gedaagden c.s] herhaalt alleen zijn argumenten in deze procedure nu bij de kantonrechter. Maar op grond van artikel 21 Rv zijn partijen verplicht de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Omdat [gedaagden c.s] niet aan die verplichting heeft voldaan, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de beslissing van de Commissie. De Commissie heeft na het horen van [gedaagden c.s] en ISL geoordeeld dat er geen sprake is van een aan ISL verwijtbare studievertraging voor [A] . Omdat de kantonrechter dat oordeel als juist over neemt, wordt de vordering in reconventie afgewezen.
3.11
[gedaagden c.s] is in reconventie het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van ISL worden begroot op € 1.154,00 aan salaris gemachtigde (2 punten × € 577,00).
4De beslissing
De kantonrechter
in conventie
4.1
veroordeelt [gedaagden c.s] om aan ISL te betalen een bedrag van € 17.138,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 5 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagden c.s] in de proceskosten van € 2.831,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
4.3
veroordeelt [gedaagden c.s] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten in conventie als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
4.4
wijst de vorderingen van [gedaagden c.s] af,
4.5
veroordeelt [gedaagden c.s] in de proceskosten van € 1.154,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
4.6
veroordeelt [gedaagden c.s] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagden c.s] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.7
verklaart dit vonnis behalve voor onderdeel 4.4 uitvoerbaar bij voorraad,
4.8
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
!!
!
MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11791169 \ MC EXPL 25-3995 RW1368
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
STICHTING ALBERDINGK THIJM SCHOLEN,
tevens h.o.d.n. INTERNATIONAL SCHOOL LAREN,
in Hilversum,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: ISL,
gemachtigde: mr. P.J.P. van Aarssen, werkzaam bij Incassobureau Plaggemars,
tegen
1 [gedaagde sub 1] ,
en2. [gedaagde sub 2],
beiden in [plaats] ,
gedaagde partijen in conventie,
eisende partijen in reconventie,
hierna samen te noemen (mannelijk enkelvoud): [gedaagden c.s] ,
gemachtigde: mr. S. Booij.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie,- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie,- de akte uitlating producties van ISL, tevens conclusie van dupliek in reconventie,- de akte van [gedaagden c.s] .
1.2
Daarna is bepaald dat een vonnis zal worden uitgesproken.
2De kern van de zaak
2.1
ISL heeft onderwijs verzorgd voor de kinderen van [gedaagden c.s] ( [A] , [B] en [C] ). ISL vordert in conventie het restant van het onbetaald gelaten schoolgeld voor de kinderen, na betalingen door [gedaagden c.s] en verschenen rente en incassokosten nog € 17.138,98, plus rente. Dat wordt toegewezen. In reconventie voert [gedaagden c.s] aan dat [A] minimaal een jaar studievertraging heeft opgelopen, en dat die vertraging aan ISL is te wijten. Op grond daarvan vordert [gedaagden c.s] in reconventie betaling van ISL van een schadevergoeding van € 21.600,00. Dat wordt afgewezen.
3De beoordeling
in conventie
De hoofdsom wordt toegewezen
3.1
Niet ter discussie staat dat [gedaagden c.s] als wettelijk vertegenwoordiger van zijn kinderen aansprakelijk is voor betaling van hun schoolgeld. [gedaagden c.s] betwist de hoogte van het gevorderde schoolgeld alleen door aan te voeren dat ISL onterecht een betaling niet zou hebben meegeteld. In antwoord daarop heeft ISL uitgelegd dat zij die betaling al heeft meegerekend in het saldo. Omdat [gedaagden c.s] dat verder niet weerspreekt, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van het bedrag aan schoolgeld dat ISL stelt (vóór betalingen, rente en kosten in hoofdsom € 24.102,52).
[gedaagden c.s] moet rente en kosten over de hoofdsom betalen
3.2
Volgens [gedaagden c.s] is het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar dat ISL rente en kosten over de hoofdsom rekent. [gedaagden c.s] baseert dat standpunt op de omstandigheid dat het (volgens [gedaagden c.s] ) hoge schoolgeld voor hem onontkoombaar zou zijn. De kinderen komen namelijk (zo voert [gedaagden c.s] aan) uit het Engelse onderwijssysteem en zij spreken geen Nederlands, zodat plaatsing op het reguliere onderwijs niet tot de mogelijkheden zou behoren. De kinderen verblijven bovendien alleen tijdelijk in Nederland, zodat aansluiting moet worden gezocht bij internationaal georiënteerd onderwijs. Het is niet dat [gedaagden c.s] niet wil betalen, alleen de financiële mogelijkheden ontbreken op dit moment. De voormalige directrice van ISL (mevrouw Mohrmann) zou begrip hebben getoond en zou coulance hebben toegezegd met de inning van de openstaande schoolgelden. Alles aldus [gedaagden c.s] .
3.3
Dat slaagt niet. [gedaagden c.s] wist vooraf hoeveel schoolgeld hij kwijt zou zijn voor zijn kinderen, en het is zijn keuze geweest om zijn kinderen te plaatsten. [gedaagden c.s] is dus willens en wetens die betalingsverplichting aangegaan en die verplichting moet worden nagekomen. Een eventuele betalingsonmacht maakt dat niet anders. De door [gedaagden c.s] gestelde coulancetoezegging van de voormalige directrice van ISL valt niet zo uit te leggen dat deze de betalingsverplichting van [gedaagden c.s] zou opschorten. Althans heeft [gedaagden c.s] dat onvoldoende uitgelegd. ISL kan dus in principe rente en incassokosten in rekening brengen.
3.4
Volgens ISL zijn geen algemene voorwaarden van toepassing en de kantonrechter ziet geen aanleiding daaraan te twijfelen. Ambtshalve toetsing van de algemene voorwaarden is dus niet aan de orde. De hoogte van de verschenen rente over het openstaande schoolgeld (€ 2.616,06 tot en met 4 juli 2025) is als onweersproken juist. ISL kan aanspraak maken op € 1.100,40 inclusief btw aan buitengerechtelijke incassokosten. ISL heeft een brief gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW (productie 7 van ISL) en het gevorderde bedrag is conform de staffel van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten.
3.5
[gedaagden c.s] heeft in totaal € 10.680,00 betaald. Met die betalingen worden eerst de verschenen rente en de incassokosten voldaan. De slotsom is dat aan openstaande hoofdsom nog resteert (€ 24.102,52 schoolgeld + € 2.616,06 rente + € 1.100,40 incassokosten -/- € 10.680,00 betalingen =) € 17.138,98. De wettelijke rente daarover wordt toegewezen vanaf 5 juli 2025 tot de betaling.
De proceskosten in conventie
3.6
[gedaagden c.s] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ISL worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
1.461,00
- salaris gemachtigde
€
1.080,00
(2,5 punten × € 432,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
2.831,14
3.7
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
in reconventie
3.8
In reconventie gaat het alleen om de door [gedaagden c.s] gestelde aan ISL verwijtbare studievertraging van [A] . Volgens [gedaagden c.s] moest ook [B] onterecht een jaar overdoen, maar dat hoeft de kantonrechter niet te beoordelen. [gedaagden c.s] verbindt daaraan namelijk geen rechtsgevolgen.
3.9
[gedaagden c.s] baseert zijn vordering tot schadevergoeding erop dat [A] minstens een jaar studievertraging heeft opgelopen door toedoen van ISL. Door die studievertraging (zo redeneert [gedaagden c.s] ) loopt [A] een jaar inkomsten mis, omdat hij een jaar later pas kan gaan werken. [gedaagden c.s] zoekt voor de hoogte van de schadevergoeding aansluiting bij de Letselschade Richtlijn Studievertraging 2025 en hij vordert het normbedrag van € 21.600,00. Dat wordt afgewezen om de volgende redenen.
3.10
De door [gedaagden c.s] gestelde tekortkomingen van ISL zijn dezelfde als die door de Geschillencommissie Bijzonder Onderwijs (hierna: de Commissie) zijn beoordeeld in een klachtenprocedure van [gedaagden c.s] tegen ISL. Op geen enkel moment noemt [gedaagden c.s] die klachtenprocedure, zelfs niet nadat ISL de beslissing van de Commissie in het geding brengt. Laat staan waarom [gedaagden c.s] zegt waarom de Commissie verkeerd zou hebben geoordeeld. [gedaagden c.s] herhaalt alleen zijn argumenten in deze procedure nu bij de kantonrechter. Maar op grond van artikel 21 Rv zijn partijen verplicht de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Omdat [gedaagden c.s] niet aan die verplichting heeft voldaan, gaat de kantonrechter uit van de juistheid van de beslissing van de Commissie. De Commissie heeft na het horen van [gedaagden c.s] en ISL geoordeeld dat er geen sprake is van een aan ISL verwijtbare studievertraging voor [A] . Omdat de kantonrechter dat oordeel als juist over neemt, wordt de vordering in reconventie afgewezen.
3.11
[gedaagden c.s] is in reconventie het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten betalen. De proceskosten van ISL worden begroot op € 1.154,00 aan salaris gemachtigde (2 punten × € 577,00).
4De beslissing
De kantonrechter
in conventie
4.1
veroordeelt [gedaagden c.s] om aan ISL te betalen een bedrag van € 17.138,98, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 5 juli 2025, tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagden c.s] in de proceskosten van € 2.831,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
4.3
veroordeelt [gedaagden c.s] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten in conventie als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
in reconventie
4.4
wijst de vorderingen van [gedaagden c.s] af,
4.5
veroordeelt [gedaagden c.s] in de proceskosten van € 1.154,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
in conventie en in reconventie
4.6
veroordeelt [gedaagden c.s] tot betaling van de kosten van betekening als [gedaagden c.s] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.7
verklaart dit vonnis behalve voor onderdeel 4.4 uitvoerbaar bij voorraad,
4.8
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.A. van Steenbeek en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
!!
!