Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:475

2026-02-09 Civiel recht 606228 HA RK 26-14
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-02-09
Publicatiedatum
2026-02-13
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
606228 HA RK 26-14
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wrakingszaak. Wrakingsverzoek. Buiten zitting beslissing. Verzoekster heeft het wrakingsverzoek ingediend na de einduitspraak en dat is te laat. Ten overvloede merkt de wrakingskamer op dat verzoekster in dit geval alleen met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kan indienen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (3.860 tekens)
Beslissing





RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND




WRAKINGSKAMER



Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 606228 HA RK 26-14




Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 9 februari 2026





op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:






[verzoekster] ,

wonende in [woonplaats] ,
hierna: verzoekster.






1De procedure


1.1.
Verzoekster heeft op 29 januari 2026 de rechter gewraakt in de zaak met het zaaknummer C/16/586603 / HA ZA 25-21 (hierna: de hoofdzaak).





1.2.
De wrakingskamer heeft, gelet op het onderstaande, afgezien van een mondelinge behandeling.



1.3.
De uitspraak is bepaald op vandaag.





2De beoordeling


2.1.
In artikel 36 Rv staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.



2.2.
De hoofdzaak is op 28 januari 2026 op zitting behandeld. De rechter heeft na afloop van de zitting op 28 januari 2026 in de hoofdzaak onmiddellijk en in het openbaar mondeling uitspraak gedaan.



2.3.
Een wrakingsverzoek kan worden ingediend totdat de behandelend rechter einduitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak. Na een einduitspraak eindigt de procedure namelijk en is er dus geen “behandelend rechter” meer zoals wordt bedoeld in artikel 36 Rv.



2.4.
Verzoekster heeft het wrakingsverzoek ingediend op 29 januari 2026 (om 22:00 uur) en dus na de einduitspraak van 28 januari 2026 en dat is te laat. De wrakingskamer zal verzoekster daarom niet-ontvankelijk verklaren in haar wrakingsverzoek.



2.5.
Daarbij merkt de wrakingskamer nog ten overvloede op dat in de hoofdzaak verplichte procesvertegenwoordiging geldt en in procedures waarin procesvertegenwoordiging verplicht is, ondertekening van een schriftelijk wrakingsverzoek door een advocaat is vereist. Dit betekent dat verzoekster alleen met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kan indienen.



Conclusie




2.6.
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek.





3De beslissing


De wrakingskamer:



3.1.
verklaart verzoekster niet-ontvankelijk in haar wrakingsverzoek;



3.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoekster, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank.



Deze beslissing is genomen door mr. M.M. Janssen-Witteveen, voorzitter, mr. C.S.K. Fung Fen Chung, en mr. D. van Bloemendaal als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. N.S. Stekkel, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 9 februari 2026.



Deze beslissing is ondertekend door de oudste rechter en de griffier.














Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.






Zie ook artikel 2.4.2. onder d van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.


Zie artikel 2.1.2 van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank.