Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:4732
2026-07-27
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
UTR 26/130
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wmo. Het college kon een vervoerspas voor de regiotaxi afwijzen. In dit geval is voldoende aannemelijk gemaakt dat er een adequate algemene voorziening is (AutoMaatje en elektrokar). Beroep ongegrond.
Citeert (3)
- ECLI:NL:CRVB:2018:819 Centrale Raad van Beroep 21-03-2018
- ECLI:NL:CRVB:2018:819 Centrale Raad van Beroep 21-03-2018
- ECLI:NL:RBZWB:2026:2 Rechtbank Zeeland-West-Brabant 05-01-2026
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (14.263 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/130
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten
(gemachtigden: mr. E. Seyed en mw. A. Meijer).
Inleiding
1. Eiseres heeft een Wmo-vervoerspas (hierna: de vervoerspas) voor de regiotaxi aangevraagd.
2. Het college heeft deze aanvraag afgewezen met het besluit van 24 september 2025 (het primaire besluit).
3. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. Op 26 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Ook heeft het college advies gevraagd aan een adviseur.
4. Met het besluit van 23 december 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
5. Eiseres heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en haar gemachtigde deelgenomen, evenals de gemachtigden van het college.
Bestreden besluit (in essentie)
6. Het college stelt dat de vervoerspas terecht is afgewezen. De vervoerspas is een maatwerkvoorziening en hier bestaat alleen recht op als de belanghebbende zijn of haar beperkingen niet zelf kan oplossen en ook niet met hulp van mensen uit de omgeving of een algemene voorziening. Eiseres kan echter gebruik maken van algemene voorzieningen. De Stichting Duurzaam Vervoer Houten kent twee vervoerstypen: de elektrokar voor vervoer binnen de rondweg Houten en ANWB AutoMaatje voor vervoer buiten de rondweg.
7. AutoMaatje is een algemene voorziening die volgens het college geschikt is voor eiseres. Zij heeft meegedeeld geen gebruik te kunnen maken van een lage instap van een personenauto, maar wel van een hogere instap. De beperkingen van eiseres staan voor het college niet ter discussie, van belang is dat de vrijwilligers van AutoMaatje hier rekening mee kunnen houden. Als eiseres tijdig een rit aanvraagt, dan kunnen zij kijken of op dat moment een auto met hoge instap beschikbaar is en de rit van eiseres hieraan koppelen. Hiermee kan eiseres volgens het college in ‘aanvaardbare mate’ participeren.
8. De financiële bijdrage aan AutoMaatje is een onkostenvergoeding aan de vrijwilliger. Er moeten vier ritten betaald worden als iemand langer dan 1,5 uur bij een afspraak blijft. Dit is niet onredelijk, omdat de kosten nog steeds een stuk lager zijn dan die van een commerciële taxi. AutoMaatje isdaarom volgens het college een beschikbare, financieel draagbare en adequate voorziening.
Beroepsgronden (in essentie)
9. Eiseres is het er niet mee eens dat een vervoerspas voor de regiotaxi (maatwerkvoorziening) is afgewezen.
9.1.
Zij voert aan dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht naar haar medische situatie en ten onrechte geen medisch advies heeft ingewonnen. Zij heeft artrose in haar knieën, lage rugklachten en evenwichtsproblemen, waardoor het in- en uitstappen uit een lage personenauto te belastend is. Dit probleem doet zich niet voor bij de regiotaxi die een hogere instap heeft.
9.2.
Daarnaast stelt eiseres dat de door het college genoemde algemene voorzieningen, AutoMaatje en de elektrokar (golfkarretje), zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang geen passende vervoersondersteuning bieden. Hiermee is spontane mobiliteit niet mogelijk, doordat een rit meerdere (soms zelfs drie) dagen tevoren moet worden aangevraagd. Ook is er geen structurele beschikbaarheid, terwijl volwaardige participatie ook gaat over de weekenden, feestdagen en sociale verplichtingen buiten kantooruren. De elektrokar is alleen beschikbaar binnen de rondweg Houten op werkdagen en binnen werktijden. Bij AutoMaatje gaat het om vrijwillige chauffeurs die hun eigen auto gebruiken. Dit zijn overwegend reguliere personenauto’s met lage instap. Verder vindt eiseres de kosten van AutoMaatje erg hoog. Eiseres voert verder aan dat het college ten onrechte ervan uitgaat dat zij gebruik kan maken van het openbaar vervoer.
9.3.
Tot slot noemt eiseres dat zij binnen de gemeente Utrecht wel meerdere jaren gebruik heeft gemaakt van de regiotaxi, en dat haar medische situatie sindsdien niet is verbeterd. Hier is het college niet op ingegaan.
Beoordeling door de rechtbank
10. De rechtbank zal het bestreden besluit in het navolgende beoordelen aan de hand van de hiertegen aangevoerde beroepsgronden.
Toetsingskader en kern van het geschil
11. Op grond van artikel 2.3.5 van de Wmo moet het college beoordelen of een maatwerkvoorziening moet worden verstrekt ter compensatie van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie. Daarbij hanteert het college een door de Centrale Raad van Beroep (de Raad) ontwikkeld stappenplan, waarin onder andere de beperkingen worden vastgesteld en wordt beoordeeld of en in hoeverre ondersteuning nodig is.
12. Het college moet bij een melding eerst de hulpvraag vaststellen (stap 1). Daarna moet het college vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving (stap 2). Als die problemen voldoende concreet in kaart zijn gebracht, kan worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren in die zelfredzaamheid of participatie of het zich kunnen redden in de samenleving (stap 3). Tot slot moet het college onderzoeken in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige ondersteuning kunnen bieden (stap 4). Alleen als die mogelijkheden onvoldoende toereikend zijn, wordt er een maatwerkvoorziening verleend.
13. Het college moet voor maatschappelijke ondersteuning zorgen. Dit is het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen. Bij een vervoersvoorziening draait het meestal om het vergroten van de participatie van een cliënt. Participatie is het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer. Dit wil zeggen dat iemand, ondanks zijn lichamelijke of geestelijke beperkingen, op gelijke voet met anderen in redelijke mate:- mensen kan ontmoeten- contacten kan onderhouden- boodschappen kan doen en- aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen. Daarvoor is het ook een vereiste dat iemand zich kan verplaatsen.
14. De rechtbank stelt vast dat het geschil zich toespitst op de vraag of het college de aanvraag zorgvuldig heeft onderzocht en zich vervolgens terecht op het standpunt heeft gesteld dat met de combinatie van AutoMaatje en de elektrokar kan worden volstaan. De rechtbank zal eerst ingaan op de beroepsgrond over de zorgvuldigheid van het onderzoek en vervolgens beoordelen of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat deze algemene voorzieningen voor eiseres een passende bijdrage leveren aan haar zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.
Bespreking van de beroepsgronden
15. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht. Het college heeft de door eiseres gestelde beperkingen niet betwist en is bij de beoordeling uitgegaan van haar behoefte aan vervoer met een auto met een hogere instap. Omdat het college de medische beperkingen van eiseres heeft gevolgd en deze niet ter discussie heeft gesteld, bestond geen aanleiding daarover nader medisch advies in te winnen.
16. De rechtbank is verder van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de combinatie van AutoMaatje en de elektrokar voor eiseres een passende bijdrage levert aan haar zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.
16.1.
De rechtbank onderkent dat deze voorzieningen minder flexibiliteit bieden dan een regiotaxipas. Dat een rit met AutoMaatje vooraf moet worden aangevraagd, betekent echter niet zonder meer dat geen sprake meer is van een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de elektrokar beschikbaar is voor vervoer binnen de rondweg van Houten en AutoMaatje daarnaast kan worden ingezet voor vervoer buiten de rondweg en buiten de openingstijden van de elektrokar.
16.2.
Ter zitting heeft het college verder toegelicht dat bij AutoMaatje rekening wordt gehouden met de behoefte van eiseres aan een auto met een hogere instap. Op verzoek van het college is daarvoor een notitie in het systeem van AutoMaatje geplaatst. Ook heeft het college naar aanleiding van de bezwaren van eiseres navraag gedaan bij AutoMaatje over de beschikbaarheid van geschikte auto’s. Op basis van die informatie heeft het college zich op het standpunt gesteld dat in een ruime meerderheid van de gevallen een geschikte auto beschikbaar is.
16.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college hiermee voldoende onderzoek verricht naar de beschikbaarheid van passend vervoer en zijn standpunt voldoende gemotiveerd. Het lag vervolgens op de weg van eiseres haar stelling dat in de praktijk structureel geen passend vervoer beschikbaar is nader te onderbouwen. Zij heeft daarvoor wel voorbeelden genoemd, maar zij heeft geen concrete en objectieve gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zij over een langere periode regelmatig geen geschikte auto kon reserveren of dat AutoMaatje structureel niet in haar vervoersbehoefte kon voorzien.
16.4.
Ook wat betreft de kosten ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de combinatie van voorzieningen geen passende bijdrage levert. Het college heeft toegelicht dat AutoMaatje werkt met een onkostenvergoeding voor de vrijwilliger en aan de hand van een voorbeeld uiteengezet dat de kosten, ook wanneer de chauffeur tijdens een langer verblijf van eiseres moet wachten, onder het tarief van een commerciële taxi blijven. Eiseres heeft daartegenover niet aannemelijk gemaakt dat de kosten van AutoMaatje voor haar zodanig hoog zijn dat zij daarvan in de praktijk geen of onvoldoende gebruik kan maken. Zij heeft bijvoorbeeld geen inzicht gegeven in haar verwachte vervoersbehoefte en de daarmee gemoeide kosten, of andere gegevens waaruit blijkt dat de kosten voor haar een feitelijke belemmering vormen.
17. Tot slot overweegt de rechtbank het volgende over de omstandigheid dat eiseres in de gemeente Utrecht wel over een regiotaxipas beschikte. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres toegelicht dat hiermee niet zozeer een beroep wordt gedaan op het vertrouwensbeginsel, maar dat volgens eiseres onvoldoende is gemotiveerd waarom zij, terwijl haar medische situatie niet is gewijzigd, in Houten niet voor een regiotaxipas in aanmerking komt. De rechtbank volgt eiseres daarin niet. Het college heeft de medische beperkingen van eiseres niet betwist. Het verschil met de situatie in Utrecht is dat het college zich op het standpunt heeft gesteld dat in de gemeente Houten met de combinatie van AutoMaatje en de elektrokar een passende algemene voorziening beschikbaar is. Dat een andere gemeente, waar mogelijk andere algemene voorzieningen beschikbaar zijn, eerder tot een andere uitkomst is gekomen, betekent niet dat het college gehouden was eveneens een maatwerkvoorziening toe te kennen. De rechtbank is van oordeel dat het college dit standpunt voldoende heeft gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
18. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. van Niejenhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (de Wmo).
Artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo j.o. artikel 5.3.6 van de Beleidsregels Jeugdhulp en Wmo gemeente Houten (de beleidsregels).
Artikel 5.3.3 van de beleidsregels.
Zie onder meer de uitspraak van 21 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:819.
Uitspraak van de de Raad van 21 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:819.
Zie de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West Brabant van 5 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:2 r.o. 8.
Artikel 1.1.1 Wmo 2015
Zie Kamerstukken II 2013/14, 33841, nummer 3, pagina 123.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/130
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. D.D. Pietersz),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten
(gemachtigden: mr. E. Seyed en mw. A. Meijer).
Inleiding
1. Eiseres heeft een Wmo-vervoerspas (hierna: de vervoerspas) voor de regiotaxi aangevraagd.
2. Het college heeft deze aanvraag afgewezen met het besluit van 24 september 2025 (het primaire besluit).
3. Hiertegen heeft eiseres bezwaar gemaakt. Op 26 november 2025 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. Ook heeft het college advies gevraagd aan een adviseur.
4. Met het besluit van 23 december 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
5. Eiseres heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep op 30 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiseres en haar gemachtigde deelgenomen, evenals de gemachtigden van het college.
Bestreden besluit (in essentie)
6. Het college stelt dat de vervoerspas terecht is afgewezen. De vervoerspas is een maatwerkvoorziening en hier bestaat alleen recht op als de belanghebbende zijn of haar beperkingen niet zelf kan oplossen en ook niet met hulp van mensen uit de omgeving of een algemene voorziening. Eiseres kan echter gebruik maken van algemene voorzieningen. De Stichting Duurzaam Vervoer Houten kent twee vervoerstypen: de elektrokar voor vervoer binnen de rondweg Houten en ANWB AutoMaatje voor vervoer buiten de rondweg.
7. AutoMaatje is een algemene voorziening die volgens het college geschikt is voor eiseres. Zij heeft meegedeeld geen gebruik te kunnen maken van een lage instap van een personenauto, maar wel van een hogere instap. De beperkingen van eiseres staan voor het college niet ter discussie, van belang is dat de vrijwilligers van AutoMaatje hier rekening mee kunnen houden. Als eiseres tijdig een rit aanvraagt, dan kunnen zij kijken of op dat moment een auto met hoge instap beschikbaar is en de rit van eiseres hieraan koppelen. Hiermee kan eiseres volgens het college in ‘aanvaardbare mate’ participeren.
8. De financiële bijdrage aan AutoMaatje is een onkostenvergoeding aan de vrijwilliger. Er moeten vier ritten betaald worden als iemand langer dan 1,5 uur bij een afspraak blijft. Dit is niet onredelijk, omdat de kosten nog steeds een stuk lager zijn dan die van een commerciële taxi. AutoMaatje isdaarom volgens het college een beschikbare, financieel draagbare en adequate voorziening.
Beroepsgronden (in essentie)
9. Eiseres is het er niet mee eens dat een vervoerspas voor de regiotaxi (maatwerkvoorziening) is afgewezen.
9.1.
Zij voert aan dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht naar haar medische situatie en ten onrechte geen medisch advies heeft ingewonnen. Zij heeft artrose in haar knieën, lage rugklachten en evenwichtsproblemen, waardoor het in- en uitstappen uit een lage personenauto te belastend is. Dit probleem doet zich niet voor bij de regiotaxi die een hogere instap heeft.
9.2.
Daarnaast stelt eiseres dat de door het college genoemde algemene voorzieningen, AutoMaatje en de elektrokar (golfkarretje), zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang geen passende vervoersondersteuning bieden. Hiermee is spontane mobiliteit niet mogelijk, doordat een rit meerdere (soms zelfs drie) dagen tevoren moet worden aangevraagd. Ook is er geen structurele beschikbaarheid, terwijl volwaardige participatie ook gaat over de weekenden, feestdagen en sociale verplichtingen buiten kantooruren. De elektrokar is alleen beschikbaar binnen de rondweg Houten op werkdagen en binnen werktijden. Bij AutoMaatje gaat het om vrijwillige chauffeurs die hun eigen auto gebruiken. Dit zijn overwegend reguliere personenauto’s met lage instap. Verder vindt eiseres de kosten van AutoMaatje erg hoog. Eiseres voert verder aan dat het college ten onrechte ervan uitgaat dat zij gebruik kan maken van het openbaar vervoer.
9.3.
Tot slot noemt eiseres dat zij binnen de gemeente Utrecht wel meerdere jaren gebruik heeft gemaakt van de regiotaxi, en dat haar medische situatie sindsdien niet is verbeterd. Hier is het college niet op ingegaan.
Beoordeling door de rechtbank
10. De rechtbank zal het bestreden besluit in het navolgende beoordelen aan de hand van de hiertegen aangevoerde beroepsgronden.
Toetsingskader en kern van het geschil
11. Op grond van artikel 2.3.5 van de Wmo moet het college beoordelen of een maatwerkvoorziening moet worden verstrekt ter compensatie van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie. Daarbij hanteert het college een door de Centrale Raad van Beroep (de Raad) ontwikkeld stappenplan, waarin onder andere de beperkingen worden vastgesteld en wordt beoordeeld of en in hoeverre ondersteuning nodig is.
12. Het college moet bij een melding eerst de hulpvraag vaststellen (stap 1). Daarna moet het college vaststellen welke problemen worden ondervonden bij de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie, dan wel het zich kunnen handhaven in de samenleving (stap 2). Als die problemen voldoende concreet in kaart zijn gebracht, kan worden bepaald welke ondersteuning naar aard en omvang nodig is om een passende bijdrage te leveren in die zelfredzaamheid of participatie of het zich kunnen redden in de samenleving (stap 3). Tot slot moet het college onderzoeken in hoeverre de eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, ondersteuning door andere personen uit het sociale netwerk en voorliggende (algemene) voorzieningen de nodige ondersteuning kunnen bieden (stap 4). Alleen als die mogelijkheden onvoldoende toereikend zijn, wordt er een maatwerkvoorziening verleend.
13. Het college moet voor maatschappelijke ondersteuning zorgen. Dit is het ondersteunen van de zelfredzaamheid en de participatie van personen met een beperking of met chronische psychische of psychosociale problemen. Bij een vervoersvoorziening draait het meestal om het vergroten van de participatie van een cliënt. Participatie is het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer. Dit wil zeggen dat iemand, ondanks zijn lichamelijke of geestelijke beperkingen, op gelijke voet met anderen in redelijke mate:- mensen kan ontmoeten- contacten kan onderhouden- boodschappen kan doen en- aan maatschappelijke activiteiten kan deelnemen. Daarvoor is het ook een vereiste dat iemand zich kan verplaatsen.
14. De rechtbank stelt vast dat het geschil zich toespitst op de vraag of het college de aanvraag zorgvuldig heeft onderzocht en zich vervolgens terecht op het standpunt heeft gesteld dat met de combinatie van AutoMaatje en de elektrokar kan worden volstaan. De rechtbank zal eerst ingaan op de beroepsgrond over de zorgvuldigheid van het onderzoek en vervolgens beoordelen of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat deze algemene voorzieningen voor eiseres een passende bijdrage leveren aan haar zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.
Bespreking van de beroepsgronden
15. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat het college onvoldoende onderzoek heeft verricht. Het college heeft de door eiseres gestelde beperkingen niet betwist en is bij de beoordeling uitgegaan van haar behoefte aan vervoer met een auto met een hogere instap. Omdat het college de medische beperkingen van eiseres heeft gevolgd en deze niet ter discussie heeft gesteld, bestond geen aanleiding daarover nader medisch advies in te winnen.
16. De rechtbank is verder van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de combinatie van AutoMaatje en de elektrokar voor eiseres een passende bijdrage levert aan haar zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie.
16.1.
De rechtbank onderkent dat deze voorzieningen minder flexibiliteit bieden dan een regiotaxipas. Dat een rit met AutoMaatje vooraf moet worden aangevraagd, betekent echter niet zonder meer dat geen sprake meer is van een passende bijdrage aan de zelfredzaamheid en maatschappelijke participatie. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de elektrokar beschikbaar is voor vervoer binnen de rondweg van Houten en AutoMaatje daarnaast kan worden ingezet voor vervoer buiten de rondweg en buiten de openingstijden van de elektrokar.
16.2.
Ter zitting heeft het college verder toegelicht dat bij AutoMaatje rekening wordt gehouden met de behoefte van eiseres aan een auto met een hogere instap. Op verzoek van het college is daarvoor een notitie in het systeem van AutoMaatje geplaatst. Ook heeft het college naar aanleiding van de bezwaren van eiseres navraag gedaan bij AutoMaatje over de beschikbaarheid van geschikte auto’s. Op basis van die informatie heeft het college zich op het standpunt gesteld dat in een ruime meerderheid van de gevallen een geschikte auto beschikbaar is.
16.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college hiermee voldoende onderzoek verricht naar de beschikbaarheid van passend vervoer en zijn standpunt voldoende gemotiveerd. Het lag vervolgens op de weg van eiseres haar stelling dat in de praktijk structureel geen passend vervoer beschikbaar is nader te onderbouwen. Zij heeft daarvoor wel voorbeelden genoemd, maar zij heeft geen concrete en objectieve gegevens overgelegd waaruit blijkt dat zij over een langere periode regelmatig geen geschikte auto kon reserveren of dat AutoMaatje structureel niet in haar vervoersbehoefte kon voorzien.
16.4.
Ook wat betreft de kosten ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de combinatie van voorzieningen geen passende bijdrage levert. Het college heeft toegelicht dat AutoMaatje werkt met een onkostenvergoeding voor de vrijwilliger en aan de hand van een voorbeeld uiteengezet dat de kosten, ook wanneer de chauffeur tijdens een langer verblijf van eiseres moet wachten, onder het tarief van een commerciële taxi blijven. Eiseres heeft daartegenover niet aannemelijk gemaakt dat de kosten van AutoMaatje voor haar zodanig hoog zijn dat zij daarvan in de praktijk geen of onvoldoende gebruik kan maken. Zij heeft bijvoorbeeld geen inzicht gegeven in haar verwachte vervoersbehoefte en de daarmee gemoeide kosten, of andere gegevens waaruit blijkt dat de kosten voor haar een feitelijke belemmering vormen.
17. Tot slot overweegt de rechtbank het volgende over de omstandigheid dat eiseres in de gemeente Utrecht wel over een regiotaxipas beschikte. Ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres toegelicht dat hiermee niet zozeer een beroep wordt gedaan op het vertrouwensbeginsel, maar dat volgens eiseres onvoldoende is gemotiveerd waarom zij, terwijl haar medische situatie niet is gewijzigd, in Houten niet voor een regiotaxipas in aanmerking komt. De rechtbank volgt eiseres daarin niet. Het college heeft de medische beperkingen van eiseres niet betwist. Het verschil met de situatie in Utrecht is dat het college zich op het standpunt heeft gesteld dat in de gemeente Houten met de combinatie van AutoMaatje en de elektrokar een passende algemene voorziening beschikbaar is. Dat een andere gemeente, waar mogelijk andere algemene voorzieningen beschikbaar zijn, eerder tot een andere uitkomst is gekomen, betekent niet dat het college gehouden was eveneens een maatwerkvoorziening toe te kennen. De rechtbank is van oordeel dat het college dit standpunt voldoende heeft gemotiveerd.
Conclusie en gevolgen
18. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. van Niejenhuis, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (de Wmo).
Artikel 2.3.5, derde lid, van de Wmo j.o. artikel 5.3.6 van de Beleidsregels Jeugdhulp en Wmo gemeente Houten (de beleidsregels).
Artikel 5.3.3 van de beleidsregels.
Zie onder meer de uitspraak van 21 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:819.
Uitspraak van de de Raad van 21 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:819.
Zie de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West Brabant van 5 januari 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:2 r.o. 8.
Artikel 1.1.1 Wmo 2015
Zie Kamerstukken II 2013/14, 33841, nummer 3, pagina 123.