Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:4558

2026-07-21 Civiel recht C/16/613874 / HA RK 26-122
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-21
Publicatiedatum
2026-07-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Wraking
Zaaknummer
C/16/613874 / HA RK 26-122
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Wrakingsverzoek afgewezen. Het besluit om de mondelinge behandeling door te laten gaan is een procesbeslissing die geen grond voor wraking oplevert. Geen reden om aan te nemen dat sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid bij de rechter.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.340 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER


Locatie: Utrecht



Zaaknummer: C/16/613874 / HA RK 26-122




Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van


21 juli 2026




op het verzoek in de zin van artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van:





[verzoekster]
,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna: verzoekster,
gemachtigde: [A] ,
hierna: [A] .






1De procedure

1.1.

Verzoekster heeft op 29 juni 2026 mr. M. Ramsaroep gewraakt. Mr. Ramsaroep (hierna: de rechter) is de behandelend rechter in de zaak met
nummer 12033950 AC EXPL 25-2961. [A] is in die procedure gemachtigde van Van Someren.




1.2.
De wrakingskamer heeft daarna de volgende stukken ontvangen:


een schriftelijke reactie van de rechter op het wrakingsverzoek (met bijlage), ontvangen op 30 juni 2026;


een nadere toelichting op het wrakingsverzoek, ontvangen op 2 juli 2026;


de e-mail van verzoekster van 2 juli 2026.




1.3.

Het wrakingsverzoek is op 7 juli 2026 in het openbaar behandeld door de wrakingskamer. Bij de mondelinge behandeling is [A] verschenen.
De rechter is met bericht van verhindering niet verschenen.




1.4.
De uitspraak is bepaald op vandaag.






2Het wrakingsverzoek

2.1.
Verzoekster heeft haar wrakingsverzoek ingediend om de volgende redenen. Op 29 juni 2026 stond een mondelinge behandeling gepland. [A] was naar de rechtbank Midden-Nederland locatie Amersfoort gereisd, maar ter plaatse bleek dat de mondelinge behandeling in Utrecht zou plaatsvinden. De bode in Amersfoort heeft gebeld naar de rechtbank in Utrecht en tegen [A] gezegd dat er een nieuwe oproep zou komen. [A] is toen naar huis gegaan. Daar werd hij door de zittingsgriffier gebeld en is aan hem verteld dat de mondelinge behandeling in Utrecht zou doorgaan. Nadat hij aangaf dat de bode aan hem had doorgegeven dat er een nieuwe oproep zou komen, is hij in de wacht gezet. Ondertussen heeft hij de rechter via een e-mail gewraakt. Vervolgens is hem telefonisch door de griffier weer meegedeeld dat de zaak uitgeroepen zou worden. Dit is in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor, zoals volgt uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (hierna: EVRM). Er is hem niet aangeboden telefonisch deel te nemen aan de mondelinge behandeling of alsnog naar de locatie Utrecht te komen. Daartoe was hij bereid geweest.



2.2.

De rechter heeft niet berust in de wraking. Dit betekent dat zij het niet eens is met de wraking. In haar schriftelijke reactie heeft de rechter dit uitgelegd. Vlak voordat de mondelinge behandeling zou starten meldde de bode in Utrecht dat de bode in Amersfoort had doorgegeven dat [A] zich in Amersfoort had gemeld. Op verzoek van de rechter heeft de griffier [A] gebeld met de vraag of hij onderweg was naar Utrecht voor de mondelinge behandeling. Zo ja, dan zou op hem gewacht kunnen worden met de mondelinge behandeling. [A] meldde dat hij niet naar Utrecht zou afreizen en dat hij een andere mondelinge behandeling wilde. Hij vertelde ook dat de bode in Amersfoort tegen hem had gezegd dat de mondelinge behandeling verplaatst zou worden en dat hij een nieuwe oproep voor een mondelinge behandeling zou krijgen. Het telefoongesprek is twee keer in de wacht gezet. Toen aan [A] werd meegedeeld dat de mondelinge behandeling door zou gaan deelde hij mee dat hij, terwijl het gesprek in de wacht was gezet, de rechter inmiddels had gewraakt door mails te sturen naar de rechtbank.
De rechter heeft er verder op gewezen dat de beslissing om de mondelinge behandeling door te laten gaan een procesbeslissing is, en daarmee geen grond voor wraking kan zijn. Het wrakingsverzoek was al ingediend voordat de motivering van de procesbeslissing aan [A] meegedeeld kon worden. De redenen om de mondelinge behandeling door te laten gaan waren de volgende. In de uitnodigingsbrief staat dat de mondelinge behandeling in Utrecht plaatsvindt. De vergissing aan de zijde van [A] is geen klemmende reden om de mondelinge behandeling niet door te laten gaan/te verplaatsen. Verder heeft de bode in Amersfoort, terwijl [A] in de wacht was gezet, aan de rechter en de griffier meegedeeld dat hij niet tegen [A] heeft gezegd dat de mondelinge behandeling verplaatst zou worden en dat [A] een nieuwe oproep voor een mondelinge behandeling zou krijgen. De rechter meent dat de procesbeslissing niet in strijd is met het beginsel van hoor en wederhoor, althans het EVRM. Het is de keuze van [A] geweest om niet naar Utrecht te reizen om alsnog aan de mondelinge behandeling te kunnen deelnemen. Er kan volgens haar niet worden geconcludeerd dat sprake is van partijdigheid dan wel vooringenomenheid.







3De beoordeling
Het toetsingskader

3.1.
Artikel 36 Rv bepaalt dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.



3.2.
De wrakingskamer onderzoekt dus in een wrakingsprocedure of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt. Een rechter wordt geacht onpartijdig te zijn tot het tegendeel vaststaat. Een rechter is partijdig als uit dat wat hij doet of zegt (of juist niet) blijkt dat hij een persoonlijke vooringenomenheid heeft tegenover een procespartij. Daarnaast kan een procespartij het idee hebben dat de rechter vooringenomen is, of hij kan daar bang voor zijn. In dat geval onderzoekt de wrakingskamer of dat objectief gerechtvaardigd is. Als dat zo is, lijdt de rechterlijke onpartijdigheid schade.



Het oordeel van de wrakingskamer




3.3.
De beslissing van de rechter om de mondelinge behandeling door te laten gaan is een procesbeslissing. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen brengt mee dat een dergelijke rechterlijke beslissing als zodanig nooit een grond kan vormen voor wraking. Wraking is namelijk geen verkapt rechtsmiddel. De wrakingskamer mag dan ook geen oordeel geven over de juistheid van die procesbeslissing. Dat kan alleen worden gedaan door de rechter in hoger beroep. Dit geldt zelfs als de motivering van de procesbeslissing onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier is, of als de motivering ontbreekt. Dit kan alleen anders zijn als de motivering, in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven gemeten (bijvoorbeeld door de in de motivering gebruikte bewoordingen), niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid van de rechter die de motivering heeft gegeven.



3.4.

De wrakingskamer is van oordeel dat hiervan geen sprake is. De rechter heeft op
29 juni 2026 via de griffier aan [A] laten weten dat de zaak zou worden uitgeroepen. De omstandigheid dat de bode in Amersfoort al dan niet een andere mededeling heeft gedaan, heeft daar geen invloed op. Het is aan een rechter om te beslissen of een mondelinge behandeling doorgaat. De wrakingskamer leidt uit de ontvangen informatie af dat [A] de rechter heeft gewraakt voordat andere mogelijkheden (bijvoorbeeld telefonische deelname) besproken konden worden. Op grond van artikel 37 Rv wordt de behandeling ‘aanstonds na een verzoek tot wraking’ geschorst. De wrakingskamer is van oordeel er geen reden is om aan te nemen dat sprake is van partijdigheid of vooringenomenheid bij de rechter. Het wrakingsverzoek zal daarom worden afgewezen.







4De beslissing
De wrakingskamer:


4.1.
wijst het wrakingsverzoek af;



4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoekster, de rechter waartegen het wrakingsverzoek is gericht, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;



4.3.
bepaalt dat de procedure van verzoekster met zaaknummer 12033950 AC EXPL 25-2961 moet worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment van de schorsing vanwege het wrakingsverzoek.







Deze beslissing is genomen door mr. M.M. Janssen-Witteveen, voorzitter, mr. R.C. Stijnen en mr. Y.N.M. Rijlaarsdam als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. M.J.W. Rietveld, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 21 juli 2026.






de griffier de voorzitter





Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.






ECLI:NL:HR:2018:1413.