Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:4554
2026-07-20
Bestuursrecht
UTR 26/6595 en UTR 26/6606
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Spoedeisend belang om de omgevingsvergunning voor het plaatsen van het dassenraster per direct als ordemaatregel te schorsen tot de behandeling van deze zaak door de voorzieningenrechter. Dat betekent dat vergunninghouder nu niet het dassenraster mag plaatsen en alle werkzaamheden die daarmee verband houden gestaakt moeten worden.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBMNE:2026:5669 Rechtbank Midden-Nederland 20-08-2026
Volledige tekst
Volledige tekst (3.868 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 26/6595 en UTR 26/6606
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 juli 2026 in de zaak tussen
Stichting Ontwikkeling en Behoud Erfgoed Soest-Soesterberg (SOS), uit Soesterberg, verzoekster,
en
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest (het college), verweerder
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de gemeente Soest (vergunninghouder)
Procesverloop
1. Met het besluit van 15 juli 2026 heeft het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een tijdelijk dassenraster (voor een periode van 15 jaar) om de eerste bouwfase van ontwikkeling Oude Tempel heen op locatie Gebied Oude Tempel tussen Oude Tempellaan en Korndorfferlaan Soesterberg.
2. Verzoekster en verzoekers (verzoekers) hebben tegen dat besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Zij hebben ook verzocht om de omgevingsvergunning met onmiddellijke ingang te schorsen (treffen van een ordemaatregel).
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Verzoekers voeren aan dat het plaatsen van het dassenraster onherroepelijke gevolgen heeft voor de leefomgeving van de aanwezige dassen in het plangebied. Vandaag is vergunninghouder gestart met de werkzaamheden. Gelet daarop is er volgens verzoekers een spoedeisend belang voor het treffen van een ordemaatregel.
4. De voorzieningenrechter is zich ook bewust van het belang van vergunninghouder om de werkzaamheden uit te gaan voeren vanwege de voorgenomen planning.
5. De voorzieningenrechter vindt het met het oog op mogelijk onherroepelijke gevolgen voor de dassenpopulatie noodzakelijk dat na bestudering van de nog te ontvangen stukken het verzoek op een zitting van de voorzieningenrechter nader inhoudelijk wordt behandeld. Dan zal worden beoordeeld of de plaatsing van het dassenraster moet wachten tot de uitkomst van de bezwaarprocedure bekend is, of dat met die werkzaamheden toch al gestart mag worden.
6. Alles afwegend is er daarom een spoedeisend belang om de omgevingsvergunning voor het plaatsen van het dassenraster per direct als ordemaatregel te schorsen tot de behandeling van deze zaak door de voorzieningenrechter. Dat betekent dat vergunninghouder nu niet het dassenraster mag plaatsen en alle werkzaamheden die daarmee verband houden gestaakt moeten worden.
7. De aard van deze beslissing als ordemaatregel, maakt dat die niet voor lange tijd kan voortduren. De voorzieningenrechter zal daarom partijen op korte termijn uitnodigen voor een nog te bepalen datum voor een zitting in het gerechtsgebouw in Utrecht. Op de zitting zal worden beoordeeld of er aanleiding bestaat om de nu getroffen voorziening op te heffen of te wijzigen. In die procedure zal ook beslist worden over de proceskosten en het griffierecht.
Beslissing
De voorzieningenrechter schorst de omgevingsvergunning van 15 juli 2026.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Bestuursrecht
zaaknummers: UTR 26/6595 en UTR 26/6606
uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 juli 2026 in de zaak tussen
Stichting Ontwikkeling en Behoud Erfgoed Soest-Soesterberg (SOS), uit Soesterberg, verzoekster,
en
[verzoeker 1] en [verzoeker 2] , uit [woonplaats] , verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Soest (het college), verweerder
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: de gemeente Soest (vergunninghouder)
Procesverloop
1. Met het besluit van 15 juli 2026 heeft het college aan vergunninghouder een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een tijdelijk dassenraster (voor een periode van 15 jaar) om de eerste bouwfase van ontwikkeling Oude Tempel heen op locatie Gebied Oude Tempel tussen Oude Tempellaan en Korndorfferlaan Soesterberg.
2. Verzoekster en verzoekers (verzoekers) hebben tegen dat besluit bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Zij hebben ook verzocht om de omgevingsvergunning met onmiddellijke ingang te schorsen (treffen van een ordemaatregel).
Beoordeling door de voorzieningenrechter
3. Verzoekers voeren aan dat het plaatsen van het dassenraster onherroepelijke gevolgen heeft voor de leefomgeving van de aanwezige dassen in het plangebied. Vandaag is vergunninghouder gestart met de werkzaamheden. Gelet daarop is er volgens verzoekers een spoedeisend belang voor het treffen van een ordemaatregel.
4. De voorzieningenrechter is zich ook bewust van het belang van vergunninghouder om de werkzaamheden uit te gaan voeren vanwege de voorgenomen planning.
5. De voorzieningenrechter vindt het met het oog op mogelijk onherroepelijke gevolgen voor de dassenpopulatie noodzakelijk dat na bestudering van de nog te ontvangen stukken het verzoek op een zitting van de voorzieningenrechter nader inhoudelijk wordt behandeld. Dan zal worden beoordeeld of de plaatsing van het dassenraster moet wachten tot de uitkomst van de bezwaarprocedure bekend is, of dat met die werkzaamheden toch al gestart mag worden.
6. Alles afwegend is er daarom een spoedeisend belang om de omgevingsvergunning voor het plaatsen van het dassenraster per direct als ordemaatregel te schorsen tot de behandeling van deze zaak door de voorzieningenrechter. Dat betekent dat vergunninghouder nu niet het dassenraster mag plaatsen en alle werkzaamheden die daarmee verband houden gestaakt moeten worden.
7. De aard van deze beslissing als ordemaatregel, maakt dat die niet voor lange tijd kan voortduren. De voorzieningenrechter zal daarom partijen op korte termijn uitnodigen voor een nog te bepalen datum voor een zitting in het gerechtsgebouw in Utrecht. Op de zitting zal worden beoordeeld of er aanleiding bestaat om de nu getroffen voorziening op te heffen of te wijzigen. In die procedure zal ook beslist worden over de proceskosten en het griffierecht.
Beslissing
De voorzieningenrechter schorst de omgevingsvergunning van 15 juli 2026.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 20 juli 2026.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.