Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:4547
2026-07-10
Civiel recht
C/16/608152 / HA RK 26-43
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Heropening vereffening van een ontbonden rechtspersoon wegens een mogelijke bate op een derdengeldrekening.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2017:1139 Hoge Raad 23-06-2017
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.310 tekens)
RECHTBANK Midden-Nederland
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/608152 / HA RK 26-43
Beschikking van 10 juli 2026
in de zaak van
1 [verzoeker sub 1] ,
wonende te [woonplaats] (Duitsland),
hierna te noemen: [verzoeker sub 1] ,
2 [verzoeker sub 2] ,
gevestigd te [woonplaats] ,hierna te noemen: [verzoeker sub 2] ,
verzoekers,
advocaat: mr. W.T. Broer,
betreffende de heropening van de vereffening van [vereffenaar], laatstelijk gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [vereffenaar] ,
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ontvangen op 9 maart 2026;
- de mondelinge behandeling van 29 mei 2026.
1.2
Op de mondelinge behandeling hebben verzoekers hun standpunten toegelicht en hebben zij antwoord gegeven op de vragen van de rechter. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
1.3
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De kern van de zaak
2.1
[vereffenaar] en [bedrijf] . (hierna: Financieringen) zijn per 1 november 2012 ontbonden omdat er geen bekende baten meer aanwezig waren. [vereffenaar] was bestuurder en enig aandeelhouder van Financieringen. [verzoeker sub 1] , de voormalige (middellijke) bestuurder van deze bedrijven, is recentelijk erachter gekomen dat € 218.000,- op een kwaliteitsrekening van een derde kan staan. Financieringen zou aanspraak kunnen maken op deze bate. [verzoeker sub 1] heeft daarom in twee afzonderlijke procedures de rechtbank verzocht de vereffeningen van [vereffenaar] en Financieringen te heropenen, om de vordering op de derde te kunnen innen. De rechtbank wijst in deze procedure het verzoek van [verzoeker sub 1] tot heropening van de vereffening van [vereffenaar] toe en benoemt [verzoeker sub 1] tot vereffenaar. [verzoeker sub 2] is als medeverzoeker opgenomen in het verzoekschrift. De rechtbank verklaart [verzoeker sub 2] niet-ontvankelijk in haar verzoek.
3De beoordeling
Bevoegdheid
3.1
Deze rechtbank is bevoegd omdat [vereffenaar] voorheen gevestigd was in het rechtsgebied van deze rechtbank.
Beoordelingskader
3.2
Uitgangspunt bij de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2:23c van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het volgende. Indien na het tijdstip waarop een rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt, kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening heropenen en zo nodig een vereffenaar benoemen. Voor toewijzing van het verzoek is voldoende dat de door de verzoeker gestelde vordering en/of bate voldoende aannemelijk is om toewijzing van het verzoek te rechtvaardigen.
Het verzoek van [verzoeker sub 1] wordt toegewezen
3.3
[verzoeker sub 1] is belanghebbende bij het verzoek omdat hij voormalig (middellijk) bestuurder van [vereffenaar] is. [verzoeker sub 1] is namelijk bestuurder van de stichting [stichting] , die op haar beurt weer bestuurder was van [vereffenaar] .
3.4
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de besloten vennootschap [vereffenaar] is opgehouden te bestaan. Bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd dat [vereffenaar] is ontbonden en beëindigd met ingang van 27 november 2012.
3.5
[verzoeker sub 1] heeft aan zijn verzoek het volgende ten grondslag gelegd. Na beëindiging van de vereffening is gebleken dat er sprake is van een bate, namelijk een vordering van Financieringen op notariskantoor Dentons te Amsterdam, rechtsopvolger van notariskantoor Boekel de Nerée. Op 15 april 2008 heeft Financieringen een bedrag van € 218.000,- bijgeschreven op de derdengeldenrekening van Boekel de Nerée. De beoogde uiteindelijke begunstigde zou dit bedrag nooit betaald hebben gekregen. Het bedrag van € 218.000,- zou daarom nog op de kwaliteitsrekening moeten staan. [verzoeker sub 1] heeft gesteld dat zijn aanspraak nog niet verjaard kan zijn vanwege de bijzondere aard van een kwaliteitsrekening. [verzoeker sub 1] heeft verder aangevoerd dat heropening van [vereffenaar] (bestuurder van Financieringen) noodzakelijk is om de vordering die Financieringen heeft op Dentons te kunnen vereffenen.
3.6
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een noodzaak tot heropening van de vereffening. Ook is gebleken van de noodzaak van benoeming van een vereffenaar. De heer H.F. [verzoeker sub 1] , de in het verzoekschrift voorgestelde vereffenaar, zal als zodanig worden benoemd.
3.7
De vereffenaar dient ervoor te zorgen dat zijn optreden als vereffenaar wordt ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en hij moet daartoe de benodigde gegevens aan de Kamer van Koophandel verstrekken.
3.8
Omdat het primaire verzochte wordt toegewezen, kan hetgeen [verzoeker sub 1] subsidiair heeft verzocht onbesproken blijven.
[verzoeker sub 2] is niet ontvankelijk in haar verzoek
3.9
[verzoeker sub 2] is niet aan te merken als belanghebbende bij het verzoek (anders dan [verzoeker sub 1] ). Dat [verzoeker sub 2] optreedt als procesfinancier en adviseur van [verzoeker sub 1] maakt dat niet anders. [verzoeker sub 2] is geen schuldeiser van de ontbonden rechtspersoon en is dus niet gerechtigd tot een (eventuele) bate onder een derde.
3.10
Dit betekent dat de rechtbank [verzoeker sub 2] niet-ontvankelijk in haar verzoek zal verklaren.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1
heropent de vereffening van het vermogen van de besloten vennootschap [vereffenaar] , laatstelijk gevestigd in [vestigingsplaats] ,
4.2
benoemt de heer [verzoeker sub 1] , wonende te [woonplaats] (Duitsland), tot vereffenaar,
4.3
verklaart [verzoeker sub 2] niet-ontvankelijk in haar verzoek,
4.4
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.G. van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.
4054
Zie productie 5 bij het verzoekschrift.
Met verwijzing naar Hoge Raad 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1139.
Artikel 2:23 lid 4 BW.
Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer / rekestnummer: C/16/608152 / HA RK 26-43
Beschikking van 10 juli 2026
in de zaak van
1 [verzoeker sub 1] ,
wonende te [woonplaats] (Duitsland),
hierna te noemen: [verzoeker sub 1] ,
2 [verzoeker sub 2] ,
gevestigd te [woonplaats] ,hierna te noemen: [verzoeker sub 2] ,
verzoekers,
advocaat: mr. W.T. Broer,
betreffende de heropening van de vereffening van [vereffenaar], laatstelijk gevestigd te [vestigingsplaats] ,
hierna te noemen: [vereffenaar] ,
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, ontvangen op 9 maart 2026;
- de mondelinge behandeling van 29 mei 2026.
1.2
Op de mondelinge behandeling hebben verzoekers hun standpunten toegelicht en hebben zij antwoord gegeven op de vragen van de rechter. De griffier heeft aantekening gehouden van hetgeen tijdens de mondelinge behandeling is besproken.
1.3
De beschikking is bepaald op vandaag.
2De kern van de zaak
2.1
[vereffenaar] en [bedrijf] . (hierna: Financieringen) zijn per 1 november 2012 ontbonden omdat er geen bekende baten meer aanwezig waren. [vereffenaar] was bestuurder en enig aandeelhouder van Financieringen. [verzoeker sub 1] , de voormalige (middellijke) bestuurder van deze bedrijven, is recentelijk erachter gekomen dat € 218.000,- op een kwaliteitsrekening van een derde kan staan. Financieringen zou aanspraak kunnen maken op deze bate. [verzoeker sub 1] heeft daarom in twee afzonderlijke procedures de rechtbank verzocht de vereffeningen van [vereffenaar] en Financieringen te heropenen, om de vordering op de derde te kunnen innen. De rechtbank wijst in deze procedure het verzoek van [verzoeker sub 1] tot heropening van de vereffening van [vereffenaar] toe en benoemt [verzoeker sub 1] tot vereffenaar. [verzoeker sub 2] is als medeverzoeker opgenomen in het verzoekschrift. De rechtbank verklaart [verzoeker sub 2] niet-ontvankelijk in haar verzoek.
3De beoordeling
Bevoegdheid
3.1
Deze rechtbank is bevoegd omdat [vereffenaar] voorheen gevestigd was in het rechtsgebied van deze rechtbank.
Beoordelingskader
3.2
Uitgangspunt bij de beoordeling van een verzoek op grond van artikel 2:23c van het Burgerlijk Wetboek (BW) is het volgende. Indien na het tijdstip waarop een rechtspersoon is opgehouden te bestaan nog een schuldeiser of gerechtigde tot het saldo opkomt of van het bestaan van een bate blijkt, kan de rechtbank op verzoek van een belanghebbende de vereffening heropenen en zo nodig een vereffenaar benoemen. Voor toewijzing van het verzoek is voldoende dat de door de verzoeker gestelde vordering en/of bate voldoende aannemelijk is om toewijzing van het verzoek te rechtvaardigen.
Het verzoek van [verzoeker sub 1] wordt toegewezen
3.3
[verzoeker sub 1] is belanghebbende bij het verzoek omdat hij voormalig (middellijk) bestuurder van [vereffenaar] is. [verzoeker sub 1] is namelijk bestuurder van de stichting [stichting] , die op haar beurt weer bestuurder was van [vereffenaar] .
3.4
Uit de overgelegde stukken blijkt dat de besloten vennootschap [vereffenaar] is opgehouden te bestaan. Bij de Kamer van Koophandel is geregistreerd dat [vereffenaar] is ontbonden en beëindigd met ingang van 27 november 2012.
3.5
[verzoeker sub 1] heeft aan zijn verzoek het volgende ten grondslag gelegd. Na beëindiging van de vereffening is gebleken dat er sprake is van een bate, namelijk een vordering van Financieringen op notariskantoor Dentons te Amsterdam, rechtsopvolger van notariskantoor Boekel de Nerée. Op 15 april 2008 heeft Financieringen een bedrag van € 218.000,- bijgeschreven op de derdengeldenrekening van Boekel de Nerée. De beoogde uiteindelijke begunstigde zou dit bedrag nooit betaald hebben gekregen. Het bedrag van € 218.000,- zou daarom nog op de kwaliteitsrekening moeten staan. [verzoeker sub 1] heeft gesteld dat zijn aanspraak nog niet verjaard kan zijn vanwege de bijzondere aard van een kwaliteitsrekening. [verzoeker sub 1] heeft verder aangevoerd dat heropening van [vereffenaar] (bestuurder van Financieringen) noodzakelijk is om de vordering die Financieringen heeft op Dentons te kunnen vereffenen.
3.6
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een noodzaak tot heropening van de vereffening. Ook is gebleken van de noodzaak van benoeming van een vereffenaar. De heer H.F. [verzoeker sub 1] , de in het verzoekschrift voorgestelde vereffenaar, zal als zodanig worden benoemd.
3.7
De vereffenaar dient ervoor te zorgen dat zijn optreden als vereffenaar wordt ingeschreven in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en hij moet daartoe de benodigde gegevens aan de Kamer van Koophandel verstrekken.
3.8
Omdat het primaire verzochte wordt toegewezen, kan hetgeen [verzoeker sub 1] subsidiair heeft verzocht onbesproken blijven.
[verzoeker sub 2] is niet ontvankelijk in haar verzoek
3.9
[verzoeker sub 2] is niet aan te merken als belanghebbende bij het verzoek (anders dan [verzoeker sub 1] ). Dat [verzoeker sub 2] optreedt als procesfinancier en adviseur van [verzoeker sub 1] maakt dat niet anders. [verzoeker sub 2] is geen schuldeiser van de ontbonden rechtspersoon en is dus niet gerechtigd tot een (eventuele) bate onder een derde.
3.10
Dit betekent dat de rechtbank [verzoeker sub 2] niet-ontvankelijk in haar verzoek zal verklaren.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1
heropent de vereffening van het vermogen van de besloten vennootschap [vereffenaar] , laatstelijk gevestigd in [vestigingsplaats] ,
4.2
benoemt de heer [verzoeker sub 1] , wonende te [woonplaats] (Duitsland), tot vereffenaar,
4.3
verklaart [verzoeker sub 2] niet-ontvankelijk in haar verzoek,
4.4
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.G. van Ommeren en in het openbaar uitgesproken op 10 juli 2026.
4054
Zie productie 5 bij het verzoekschrift.
Met verwijzing naar Hoge Raad 23 juni 2017, ECLI:NL:HR:2017:1139.
Artikel 2:23 lid 4 BW.