Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:4509

2026-07-08 Civiel recht 12054626 \ MC EXPL 26-205
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-08
Publicatiedatum
2026-07-19
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12054626 \ MC EXPL 26-205
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Doorrijden na tanken. Tussenvonnis. Akte uitlating eiser over nieuwe stellingen bij dupliek. Tankbedrag toewijzen. Incassokosten afwijzen.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (7.056 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Almere



Zaaknummer: 12054626 \ MC EXPL 26-205 \ DB68749




Vonnis van 8 juli 2026




in de zaak van



de besloten vennootschap


[eiser] , (mede) handelend onder de naam [handelsnaam],
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
gemachtigde: mr. G.E. Hamer,



tegen





[gedaagde]
,
wonend in [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 8 januari 2026 met 4 producties;- de conclusie van antwoord;- de conclusie van repliek;- de conclusie van dupliek met 2 producties.




1.2
De kantonrechter heeft bepaald dat hij schriftelijk uitspraak doet.





2De kern van de zaak


2.1

[eiser] eist dat [gedaagde] € 14,32 aan afgenomen brandstof en € 131,00 aan schadevergoeding aan haar betaalt. Volgens [eiser] is [gedaagde] op 19 september 2025 na het tanken doorgereden zonder te betalen. [gedaagde] erkent dat zij het bedrag van € 14,32 aan brandstof aan [eiser] moet betalen. [gedaagde] is het daarentegen niet eens met de schadevergoeding. De kantonrechter beslist in dit vonnis nog niet wie er gelijk krijgt. [eiser] krijgt eerst de gelegenheid om te reageren op de nieuwe stellingen die [gedaagde] in haar conclusie van dupliek heeft ingenomen. De kantonrechter verwijst daarom de zaak naar de rol, zodat [eiser] een akte kan nemen.





3De beoordeling



Het juridisch kader: wanprestatie




3.1

[eiser] vordert betaling op grond van wanprestatie (en andere grondslagen, die vooralsnog onbesproken kunnen blijven). Voor schadevergoeding op grond van wanprestatie is vereist dat [gedaagde] tekortgeschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit een overeenkomst en dat [eiser] hierdoor schade heeft geleden. Daarnaast is vereist dat [gedaagde] in verzuim is geraakt, tenzij nakoming blijvend (of tijdelijk) onmogelijk is. [eiser] heeft geen recht op schadevergoeding als de tekortkoming niet aan [gedaagde] kan worden toegerekend. Die toerekenbaarheid staat in onderhavige kwestie ter discussie, en in dat kader overweegt de kantonrechter als volgt.




[gedaagde] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen





3.2
De kantonrechter oordeelt dat sprake is van een tekortkoming door [gedaagde] . Er is sprake van een overeenkomst. Een overeenkomst komt tot stand door aanbod en aanvaarding (art. 6:217 Burgerlijk Wetboek, hierna: BW). [gedaagde] zegt dat zij heeft geprobeerd te betalen door haar telefoon met daarop haar betaalpas tegen de betaalautomaat bij de pomp te houden. Daarmee heeft zij een openbaar aanbod willen aanvaarden, zodat partijen zijn overeengekomen dat het tankstation brandstof levert, waarvoor [gedaagde] € 14,32 moet betalen. Vast staat dat zij niet heeft betaald, dus [gedaagde] is haar verplichtingen niet nagekomen.




[eiser] heeft door de tekortkoming kosten moeten maken





3.3
Aangezien [gedaagde] niet heeft betaald, heeft [eiser] kosten gemaakt. Die kosten leveren schade op. Zij zegt dat zij de brandstofdiefstal heeft moeten vaststellen, online aangifte heeft moeten doen, videoregistratie veilig heeft moeten stellen, administratieve handelingen voor de brandstofderving heeft moeten verrichten en de deurwaarder heeft moeten betalen voor een controle van het kenteken. Uit de dagvaarding blijkt dat [eiser] hierdoor € 91,- (€ 131,- min € 40,- ‘bemoeienis gerechtsdeurwaarder’) aan kosten heeft moeten maken. [gedaagde] heeft dit niet tegengesproken. Daarmee staat (de hoogte van) de schade en het causaal verband vast.



In dit geval is geen verzuim vereist





3.4
De kosten voor de schadeberekening zijn gevolgschade, zodat nakoming blijvend onmogelijk is en verzuim niet is vereist (art. 6:81 BW).



Kan de tekortkoming [gedaagde] worden toegerekend?





3.5

[gedaagde] stelt dat de wanprestatie niet aan haar is toe te rekenen. Zij stelt bij conclusie van antwoord dat het bij deze pomp niet mogelijk is om te tanken zonder een (telefoon met) betaalpas tegen de betaalautomaat aan te houden. [gedaagde] zegt dat zij heeft geprobeerd om te betalen door haar telefoon met betaalpas tegen de automaat aan te houden. Bij conclusie van dupliek neemt [gedaagde] nieuwe stellingen in over de vraag of de tekortkoming haar kan worden toegerekend. Zij stelt dat zij op 24 januari 2026 opnieuw bij [eiser] was om te tanken bij dezelfde pomp (pomp 1) waar zij op 19 september 2025 ook had getankt. [gedaagde] zegt dat het bord bij die pomp met daarop de tekst ‘U kunt hier pinnen aan de pomp’ dat op 19 september 2025 nog aanwezig was, op 24 januari 2026 was verdwenen (productie 2 bij de dagvaarding). Zij zegt ook dat de betaalautomaat niet meer aanwezig was bij de pomp (productie 2 bij dupliek). Volgens [gedaagde] gaf de medewerkster van het tankstation hierover aan dat de betaalautomaat is weggehaald, omdat die de laatste tijd veel storingen vertoonde. Daarnaast stelt [gedaagde] dat bij de pomp of op het display van de betaalautomaat niet stond vermeld dat er een storing was of dat de automaat anderszins buiten werking was.




[eiser] mag zich uitlaten over de nieuwe stellingen van [gedaagde]





3.6
Aangezien [gedaagde] bij conclusie van dupliek nieuwe stellingen inneemt, heeft [eiser] zich hier nog niet over kunnen uitlaten. De kantonrechter wijst de zaak naar de rol, zodat [eiser] een akte kan nemen waarin zij kan reageren op de stellingen die [gedaagde] voor het eerst bij conclusie van dupliek heeft ingenomen zoals vermeld onder 3.5. [eiser] kan zich ook uitlaten over de vraag welke gevolgen de stellingen van [gedaagde] volgens haar hebben voor haar vordering.






4De beslissing


De kantonrechter:



4.1
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 5 augustus 2026 voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 3.5;



4.2
houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 8 juli 2026.