Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:4393

2026-06-22 Bestuursrecht; Belastingrecht UTR 25/2273
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-06-22
Publicatiedatum
2026-07-16
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 25/2273
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. Redelijke termijn en onafgebroken handelingen. Ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.152 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht



Bestuursrecht



zaaknummer: UTR 25/2273


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
22 juni 2026 in de zaak tussen


[eiser] , uit [plaats] , eiser,


en




de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans).




Procesverloop


1.1
De heffingsambtenaar heeft op 12 februari 2025 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.



1.2
De heffingsambtenaar heeft bij de uitspraak op bezwaar van 17 maart 2025 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.



1.3
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.



1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 22 juni 2026. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiser is met voorafgaand bericht van verhindering niet verschenen.



1.5
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten en na afloop van de zitting onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.





Overwegingen

2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

3. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de auto van eiser met kenteken

[kenteken] op 29 januari 2025 om 18:09 uur geparkeerd stond op een parkeerplaats in de Maria van Reedestraat in Utrecht waar betaald parkeren van toepassing is, zonder dat op dat tijdstip de verschuldigde belasting was voldaan.

4. Eiser voert aan dat de naheffing parkeerbelasting ten onrechte is opgelegd. Eiser stelt dat toen eenmaal duidelijk was dat de auto bleef staan, hij op zoek is gegaan naar een parkeerautomaat. Eiser is toen de verkeerde kant opgelopen en in de tussentijd is de scanauto langsgereden. Eiser heeft een betaalbewijs overlegd. Eiser stelt verder dat hij in Egmond woont en niet bekend is met de parkeersituatie ter plekke.

5. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. De naheffingsaanslag is opgelegd omdat de auto van eiser om 18:09 uur stond geparkeerd zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was betaald. Het betalingsbewijs dat eiser heeft overgelegd toont aan dat er om 18:26 uur een geldbedrag is overgemaakt aan ‘Gemeente Utrecht Pin UTRECHT NLD’. Er zitten 17 minuten tussen het scannen van de auto en het moment dat een geldbedrag voor vermoedelijk de parkeerbelasting is betaald. Dit is te laat, zo stelt de heffingsambtenaar. De parkeerautomaat bevond zich op een paar meter afstand van de geparkeerde plek. Daarnaast bevonden zich op diverse plekken in andere straten verschillende parkeerautomaten. De heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van dit standpunt een overzicht met de parkeerautomaten toegevoegd aan het verweerschrift. De heffingsambtenaar heeft tijdens de zitting verder toegelicht dat de redelijke termijn direct begint nadat de auto wordt geparkeerd. De parkeerder moet in die tijd wel onafgebroken bezig zijn om de parkeerbelasting te betalen. Daarvan is volgens de heffingsambtenaar geen sprake, omdat uit het beroepschrift van eiser volgt dat hij eerst naar binnen is gegaan en pas naar een automaat is gaan zoeken toen duidelijk was dat de auto bleef staan op de geparkeerde plek.

6. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in zijn betoog. Naar het oordeel van de rechtbank is er te veel tijdsverloop om te spreken van een redelijke termijn en is er geen sprake geweest van onafgebroken handelingen om de parkeerbelasting te betalen. Eiser heeft dus niet vanaf aanvang van het parkeren parkeerbelasting voldaan waardoor de heffingsambtenaar terecht een naheffingsaanslag parkeerbelasting heeft opgelegd. De beroepsgrond slaagt niet.



Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond en er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.

8. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.








Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 22 juni 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Zie voor een voorbeeld van deze vaste rechtspraak de uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 november 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:9379).