Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:4368

2026-06-10 Civiel recht 12039415 \ UC EXPL 26-17 VL/58599
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-06-10
Publicatiedatum
2026-07-16
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
12039415 \ UC EXPL 26-17 VL/58599
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Eiser heeft MacBook Air besteld maar nooit ontvangen. Vordering tot terugbetaling van de koopprijs toegewezen, want niet is komen vast te staan dat de MacBook bij eiser is afgeleverd.

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.969 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Utrecht



Zaaknummer: 12039415 \ UC EXPL 26-17 VL/58599




Vonnis van 10 juni 2026




in de zaak van





[eiseres] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. O.J. Boeder,



tegen





[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
vertegenwoordiger: R. Gijtenbeek.






1De procedure


1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:


de dagvaarding van 15 december 2025;


de conclusie van antwoord;


de conclusie van repliek, tevens vermeerdering van eis.





1.2

[gedaagde] heeft geen conclusie van dupliek ingediend.



1.3
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis wordt gewezen.





2De kern van de zaak


2.1

Op 13 juli 2025 heeft [eiseres] van [gedaagde] een Apple MacBook Air (hierna:
de MacBook) gekocht voor € 999,00. [eiseres] stelt dat de MacBook niet bij haar is afgeleverd en wil daarom dat [gedaagde] het aankoopbedrag aan haar terugbetaalt, vermeerderd met rente en kosten. Volgens [gedaagde] is de MacBook wel bij [eiseres] afgeleverd. Dit zou blijken uit de ondertekende afleverbevestiging van 15 juli 2025. De kantonrechter is van oordeel dat niet is komen vast te staan dat de MacBook bij [eiseres] is afgeleverd en wijst de vorderingen van [eiseres] daarom grotendeels toe.






3De beoordeling



Het staat niet vast dat de MacBook bij [eiseres] is afgeleverd




3.1
In de kern komt het geschil tussen partijen neer op de vraag of de MacBook bij [eiseres] is afgeleverd. Artikel 7:10 lid 1 van het Burgerlijk wetboek (hierna: BW) bepaalt dat het risico bij koop van een roerende zaak van de verkoper op de koper overgaat op het moment dat de koper de zaak heeft ontvangen. Tot het moment dat de zaak feitelijk in handen is gekomen van de koper is de verkoper verantwoordelijk voor het pakket. De bewijslast dat de producten bij de koper zijn aangekomen, ligt dus bij de verkoper. Het is daarom aan [gedaagde] om te stellen en zo nodig te bewijzen dat de MacBook door [eiseres] is ontvangen.



3.2

[gedaagde] stelt dat de MacBook op 15 juli 2025 om 16:54 uur bij [eiseres] is afgeleverd. Ter onderbouwing verwijst zij naar het afleverbewijs van FedEx Priority (hierna: FedEx), inclusief handtekening. [eiseres] heeft echter onderbouwd betwist dat de MacBook bij haar is afgeleverd. Zij voert hiertoe aan dat:


de handtekening op het afleverbewijs niet van haar is;


uit de gegevens van FedEx blijkt dat de handtekening is gezet door ‘ [A] ’. Deze persoon is [eiseres] niet bekend en uitvraag in de buurt heeft ook niets opgeleverd over de identiteit van deze persoon;



[B] (DGA van [eiseres] ) en zijn vrouw en kinderen aanwezig waren op het moment van de gestelde levering op 15 juli 2025 om 16:54 uur en niemand van hen op dat moment de bel heeft gehoord, een pakketbezorger heeft gezien of een pakketje heeft aangenomen;


de beveiligingscamera’s bij het adres van [eiseres] – waarvan één gericht op de toegangsweg tot te woning en één gericht op de voordeur – geen (bewegings)activiteit hebben geregistreerd op 15 juli 2025 om 16:54 uur. Dat de camera’s wel werkten blijkt uit een succesvolle registratie van een DHL bezorger door het camerasysteem om 15:27 uur eerder die dag.





3.3
Op deze onderbouwde betwisting van [eiseres] heeft [gedaagde] niet meer gereageerd. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [gedaagde] haar stelling dat de MacBook bij [eiseres] is afgeleverd, onvoldoende heeft onderbouwd. Gelet op artikel 7:10 lid 1 BW komt dit voor risico van [gedaagde] .




[eiseres] moet de koopprijs terugbetalen





3.4
Omdat niet is komen vast te staan dat de MacBook bij [eiseres] is afgeleverd, is [gedaagde] tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. [eiseres] heeft [gedaagde] (meermaals) in gebreke gesteld, waardoor [gedaagde] in verzuim is komen te verkeren. [eiseres] heeft de overeenkomst daarom rechtsgeldig ontbonden op 24 augustus 2025. Door de ontbinding zijn ongedaanmakingsverbintenissen ontstaan. Dit betekent dat [gedaagde] de koopprijs van € 999,00 aan [eiseres] moet terugbetalen.





[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten betalen





3.5

[eiseres] vordert € 149,85 aan vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan en het gevorderde bedrag is conform de staffel. Deze vordering zal daarom worden toegewezen.




[gedaagde] moet wettelijke rente betalen





3.6

[eiseres] vordert € 36,93 aan ontstane rente en vordert, na vermeerdering van eis, wettelijke handelsrente over de hoofdsom, over de buitengerechtelijke incassokosten en over de ontstane rente. [gedaagde] heeft dit niet betwist. De kantonrechter overweegt als volgt.



3.7
Aangezien de overeenkomst is ontbonden, is geen sprake (meer) van een handelsovereenkomst maar zijn ongedaanmakingsverbintenissen ontstaan, waarover slechts wettelijke rente kan worden toegewezen. Het is voor de kantonrechter niet duidelijk of de gevorderde ontstane rente van € 36,93 wettelijke rente of wettelijke handelsrente betreft. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] vanaf 3 september 2025 in verzuim is met terugbetaling van de koopprijs, dus vanaf die datum zal de wettelijke rente over de koopprijs worden toegewezen. Verder zal de wettelijke rente over de buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen vanaf de dag van de dagvaarding. De wettelijke rente over de ontstane rente zal worden afgewezen, omdat wettelijke rente over verschenen wettelijke rente pas na afloop van één jaar is verschuldigd.



Overige vorderingen van [eiseres]





3.8

[eiseres] vordert, na vermeerdering van eis, dat de stellingen van [gedaagde] in haar conclusie van antwoord worden verworpen en dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot het overleggen van de onder 7.4 van de conclusie van repliek genoemde bescheiden. Aangezien [gedaagde] zal worden veroordeeld tot terugbetaling van de koopprijs, heeft [eiseres] geen belang bij deze vorderingen. Deze vorderingen zullen daarom worden afgewezen.




[gedaagde] moet de proceskosten betalen





3.9

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


122,35







- griffierecht


€


350,00







- salaris gemachtigde


€


288,00


(2 punten × € 144,00)




- nakosten


€


72,00


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


832,35














Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard





3.10
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.





4De beslissing


De kantonrechter



4.1

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 999,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, met ingang van
3 september 2025, tot de dag van volledige betaling,




4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 149,85 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,



4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 832,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,



4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,



4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.


Dit vonnis is gewezen door mr. A.R. Scharrenborg en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.




Productie E3 bij dagvaarding.


Artikel 6:265 BW en productie E6 bij dagvaarding.


Artikel 6:271 BW.


Productie E6 bij dagvaarding.