Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:4319
2026-06-23
Bestuursrecht
UTR 26/2579
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
niet-ontvankelijk; besluit; doorverwijzing bestuursorgaan;
Citeert (1)
- ECLI:NL:RVS:2024:1796 Raad van State 02-05-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (4.318 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/2579
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag voor een omgevingsvergunning van 9 februari 2025.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
Overwegingen
1. Op 20 april 2026 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag van eiseres. De rechtbank is niet gebleken dat eiseres nog een belang heeft bij een beoordeling van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep is daarom, voor zover het zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk.
2. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit. Omdat dit besluit een besluit op de aanvraag is, verwijst de rechtbank het beroep naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht om daar als bezwaar te worden behandeld.
3. Eiseres krijgt een vergoeding voor haar proceskosten, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist. Verweerder dient deze vergoeding te betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,-.
4. Ook moet verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ter hoogte van
€ 397,- vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
verwijst het beroep, voor zover dat gericht is tegen het besluit van 20 april 2026 door naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht om daar te worden behandeld als bezwaarschrift;
bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 397,- dat eiseres heeft betaald moet betalen;
veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
Artikel 6:20, vierde lid, van de Awb.
Conform de uitspraak van de Afdeling van bijvoorbeeld 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 26/2579
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juni 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , te [plaats] , eiseres,
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht, verweerder.
Procesverloop
Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag voor een omgevingsvergunning van 9 februari 2025.
De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is.
Overwegingen
1. Op 20 april 2026 heeft verweerder een besluit genomen op de aanvraag van eiseres. De rechtbank is niet gebleken dat eiseres nog een belang heeft bij een beoordeling van haar beroep tegen het niet tijdig beslissen. Het beroep is daarom, voor zover het zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk.
2. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft van rechtswege mede betrekking op het alsnog genomen besluit. Omdat dit besluit een besluit op de aanvraag is, verwijst de rechtbank het beroep naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht om daar als bezwaar te worden behandeld.
3. Eiseres krijgt een vergoeding voor haar proceskosten, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist. Verweerder dient deze vergoeding te betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,-.
4. Ook moet verweerder aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ter hoogte van
€ 397,- vergoeden.
Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep, voor zover dat is gericht tegen het niet-tijdig nemen van een besluit, niet-ontvankelijk;
verwijst het beroep, voor zover dat gericht is tegen het besluit van 20 april 2026 door naar het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Stichtse Vecht om daar te worden behandeld als bezwaarschrift;
bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 397,- dat eiseres heeft betaald moet betalen;
veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026.
de griffier de rechter
Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.
Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
Artikel 6:20, vierde lid, van de Awb.
Conform de uitspraak van de Afdeling van bijvoorbeeld 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.