Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:4218
2026-07-13
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
UTR 25/2607
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Wajong. Beroep tegen weigering Wajong-uitkering is gegrond. Het Uwv heeft onvoldoende onderbouwd dat het arbeidsvermogen bij eiseres niet duurzaam ontbreekt. Eiseres heeft zelf medische expertises overgelegd waaruit geconcludeerd kan worden dat bij eiseres duurzaam geen sprake is van arbeidsvermogen. De rechtbank voorziet zelf en kent een Wajong-uitkering toe aan eiseres.
Citeert (4)
- ECLI:NL:CRVB:2023:508 Centrale Raad van Beroep 15-03-2023
- ECLI:NL:CRVB:2023:2324 Centrale Raad van Beroep 06-12-2023
- ECLI:NL:CRVB:2017:2226 Centrale Raad van Beroep 30-06-2017
- ECLI:CE:ECHR:2015:1008JUD007721212
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (19.656 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2607
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. O.H.G. Daane Bolier),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).
Inleiding
1. Op [geboortedatum] 2023 is eiseres 18 jaar geworden. Eiseres is bekend met een stoornis in de globale psychosociale functies, autisme, ADHD en met een stoornis in de intellectuele functies. Vanaf groep 6 heeft zij de overstap gemaakt van regulier onderwijs naar speciaal onderwijs. Vervolgens heeft zij VSO gevolgd (VMBO Kader niveau 3). In 2022 heeft zij haar diploma behaald en gaat zij vier dagen per week naar de dagbesteding.
1.1.
Op 4 december 2023 heeft eiseres via haar wettelijk vertegenwoordiger bij het Uwv een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend, omdat zij een uitkering wil krijgen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Met het besluit van 18 maart 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv beslist dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Volgens het Uwv heeft eiseres nu geen arbeidsvermogen, maar kan zij dit in de toekomst wel ontwikkelen.
1.2.
Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt. Dat bezwaar heeft het Uwv met het besluit van 13 maart 2025 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
1.3.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en rapportages van de door haar ingeschakelde verzekeringsgeneeskundige expertise van 29 september 2025 en 22 december 2025 en psychiatrische expertise van 1 maart 2026 overgelegd.
1.4.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en medische rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 1 augustus 2025, 30 oktober 2025 en 11 mei 2026 overgelegd.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door [naam] , haar moeder, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is op [geboortedatum] 2023 18 jaar geworden. Partijen zijn het erover eens dat eiseres op de datum in geding 4 december 2023 (de dag waarop de aanvraag om een Wajong-uitkering is ontvangen) geen arbeidsvermogen heeft. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is, dus de vraag of eiseres in de toekomst wel arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Het Uwv vindt van wel en blijft bij het bestreden besluit. Eiseres is het hier niet mee eens en vindt dat zij recht heeft op een Wajong-uitkering.
Wat is het beoordelingskader?
3. Om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering moet vast komen staan dat eiseres op haar achttiende verjaardag duurzaam geen arbeidsvermogen heeft. Van het ontbreken van arbeidsvermogen is sprake als eiseres:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; of
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; of
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Deze criteria worden beoordeeld door een verzekeringsarts. De criteria onder a. en b. worden ook beoordeeld door een arbeidsdeskundige.
3.1.
Dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam moet zijn, betekent dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen. Hiervan is sprake als de betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en als herstel is uitgesloten. Het Uwv hoeft bij deze beoordeling niet te onderbouwen dat de betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Wel moet het Uwv aannemelijk maken dat er mogelijkheden zijn om zich zo te kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat het arbeidsvermogen ontstaat. Het gaat dan om de mogelijkheden tot verbetering van de belastbaarheid, de verdere ontwikkeling en de toename van bekwaamheden. Om de duurzaamheid goed te kunnen beoordelen is een stappenplan ontwikkeld dat de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen bij zo’n beoordeling moeten volgen.
Overwegingen
4. De rechtbank vindt dat eiseres in deze zaak gelijk heeft. Dat betekent dat de rechtbank het niet eens is met de beslissing van het Uwv om aan eiser geen Wajong-uitkering toe te kennen. De rechtbank legt hieronder uit waarom zij dat vindt. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres heeft aangevoerd dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep en de verzekeringsarts bezwaar en beroep hun oordeel over de duurzaamheid onvoldoende hebben gemotiveerd. Eiseres is het niet eens met het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat angst- en paniekklachten zouden kunnen afnemen door behandeling of begeleiding. Volgens eiseres zijn deze klachten geen uiting van een behandelbare angst- of paniekstoornis, maar een gevolg van een fixatie die voortvloeit uit haar autismestoornis. Begeleiding gericht op haar autisme heeft al plaatsgevonden. Verdere behandeling is, gezien de aard van de stoornis en de vastgestelde beperkingen, niet (meer) mogelijk. Eiseres heeft haar standpunt onderbouwd met rapporten van een door haar ingeschakelde deskundigen.
Is het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam?
6. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar rapportage van 1 augustus 2025 een nadere toelichting gegeven over de behandelmogelijkheden voor de angst- en paniekklachten bij aanwezigheid van autisme. Zij noemt cognitieve gedragstherapie waarbij wordt geleerd om de irrationele gedachten te herkennen en uit te dagen. Eiseres kan daarmee nieuwe manieren aanleren om met angstige situaties om te gaan. Deze therapie leert nieuwe vaardigheden aan en beheerst angsten. Bij exposure wordt eiseres geleidelijk geconfronteerd met voor haar angstige situaties. Ook ademhalings- en ontspanningsoefeningen zijn middelen om de spanning te verminderen. Tot slot heeft ook lichaamsbeweging een gunstig effect op de angst- en paniekklachten.
6.1.
De door eiseres ingeschakelde internist-verzekeringsarts heeft in zijn rapportage van 29 september 2025 opgemerkt dat er bij eiseres nooit een DSM V angststoornis is gediagnosticeerd. Ook gaat het Uwv eraan voorbij dat eiseres een IQ heeft in de bandbreedte van 80 tot 90, de laag-normale range. Dit gegeven dient als duurzaam en wezenlijk onveranderbaar te worden gekwalificeerd. De daarmee samenhangende cognitieve beperkingen, zoals een vertraagde informatieverwerking en een gebrekkig planvermogen, zijn geen symptomen die vatbaar zijn voor behandeling, maar structurele kenmerken van het neurologisch functioneren van eiseres. In de rapportage is ook een verslag van de trajectbegeleider van de dagbesteding van eiseres van 8 september 2025 opgenomen. Uit dit verslag volgt dat eiseres op de dagbesteding geen vooruitgang boekt maar juist achteruit gaat. De wens om beschut medewerker te worden is niet haalbaar voor eiseres. Het ophogen van de uren was een te grote belasting, waardoor zij zich steeds meer ging afmelden voor de dagbesteding. Eiseres is nu minder uren op de dagbesteding, alleen nog vier ochtenden. De internist-verzekeringsarts acht de huidige dagbesteding een voorziening voor eiseres die is afgestemd op haar specifieke capaciteiten en beperkingen. De dagbesteding biedt de benodigde structuur, een prikkelarme omgeving en draagt bij aan het behoud van enige zelfwaardering en zelfstandigheid. Dit is voor eiseres het maximaal haalbare functioneringsniveau, doorstroming naar (beschut) werk is, gelet op haar structurele beperkingen, niet realistisch.
6.2.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft ten aanzien van de DSM V angststoornis in haar rapportage van 30 oktober 2025 opgemerkt dat er nooit een psychiatrisch onderzoek is geweest vanwege de angst- en paniekklachten. De omgeving van eiseres heeft deze klachten gecompenseerd door middel van pogingen en middelen om angst en paniek te voorkomen. Dit is tijdens de hoorzitting met diverse voorbeelden aan de orde geweest. De verzekeringsarts bezwaar en beroep blijft bij haar standpunt dat er bij eiseres sprake is van irreële angsten waar nooit een psychiatrisch onderzoek naar is verricht. Door middel van het verstrekken van attributen, zoals een hamer om ruiten van de bus of auto in te slaan worden de triggers voor haar angsten bevestigd en versterkt. Als triggers voor angst bij autisme worden genoemd: onzekerheid bij veranderen, sociale verwachtingen, bepaalde geuren, geluiden of visuele overweldiging en hoge verwachtingen, druk en eisen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep blijft bij haar standpunt dat eiseres door middel van cognitieve therapie zo nodig aangevuld met medicatie nieuwe manieren kan aanleren om de angsten te beheersen.
6.3.
De internist-verzekeringsarts heeft er in zijn rapportage van 22 december 2025 op gewezen dat eiseres in haar jeugd een officieel diagnosetraject heeft gevolgd. De erkende diagnostische organisatie die destijds het onderzoek heeft uitgevoerd, hanteert bij ieder diagnostisch traject de DSM criteria. Als angst- of paniekproblematiek destijds aantoonbaar aanwezig zou zijn geweest, zou dit zijn vermeld. Daar is geen sprake van, eiseres is nooit gediagnosticeerd voor een angst- of paniekstoornis.
6.4.
Eiseres heeft vervolgens een psychiatrische expertise uit laten voeren. Uit de rapportage van de psychiater van 1 maart 2026 volgt dat er bij eiseres sprake is van autismespectrumstoornis en ADHD, overwegend onoplettendheidstype. Er is geen angststoornis of obsessief compulsieve stoornis. De beperkingen die eiseres ondervindt, zijn duurzaam van aard. Zowel in haar dagelijks leven als in een werksituatie. De autismespectrumstoornis maakt dat eiseres altijd kwetsbaar zal zijn en gevoelig voor overprikkeling. Bij eiseres kan overprikkeling op ieder moment en door dagelijkse feiten gebeuren en vaak tot een ‘shutdown’ leiden. Dit heeft er de afgelopen jaren toe geleidt dat eiseres zich regelmatig ziek moest melden voor haar werk maar ook in het dagelijks leven geveld was door lichamelijke en/of geestelijke klachten. Ondanks de therapie, hulpmiddelen en leefregels die eiseres en haar omgeving gebruiken, blijven deze beperkingen onveranderd aanwezig.
6.5.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep blijft in haar rapportage van 11 mei 2025 op het standpunt staan dat er behandelmogelijkheden zijn voor eiseres in de vorm van exposure en cognitieve gedragstherapie. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is het opmerkelijk dat er volgens de door eiseres ingeschakelde deskundigen geen sprake is van angst- en paniekstoornis en OCD. Dit vanwege wat in het primair medisch onderzoek en tijdens de bezwaarfase door eiseres naar voren is gebracht. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is het Uwv heteroanamnestisch op het ‘verkeerde been’ gezet en is het daarom wenselijk dat een onafhankelijk psychiater wordt aangesteld door de rechtbank.
6.6.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv niet aannemelijk gemaakt dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich bij eiseres op de datum in geding nog dusdanig kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Eiseres heeft daarentegen met de overgelegde expertises voldoende overtuigend aangevoerd dat er bij haar geen ontwikkelmogelijkheden aanwezig zijn. Zo volgt uit de diverse evaluaties van de dagbesteding dat eiseres door de tijd heen juist achteruit is gegaan. Zij werkt inmiddels minder uren dan voorheen en ook het doel om toe te werken naar beschut werk is losgelaten. Ook kan de rechtbank eiseres volgen in haar standpunt dat er bij haar geen sprake is van een angst- en paniekstoornis. Dit is bevestigd door de psychiater in het rapport van 1 maart 2026. Op de zitting heeft de moeder van eiseres toegelicht dat eiseres veel onderzoeken heeft gehad. Een psycholoog heeft haar meerdere keren gezien, daarbij zijn vragenlijsten ingevuld, is het intelligentieprofiel vastgesteld, waarbij eiseres zwak begaafd scoorde en is ook autisme vastgesteld. Het onderzoek was multidisciplinair en is destijds door de psycholoog met een kinderpsychiater besproken. Er is destijds naar alle DSM criteria gekeken. Als er geen diagnose is gesteld, dan was die diagnose ook niet aanwezig. Dit standpunt wordt onderschreven door de door eiseres ingeschakelde deskundigen.
6.7.
Bij eiseres is sprake van globale psychosociale functies, autismespectrumstoornis, ADHD en een stoornis in de intellectuele functies, waarvoor zij vele jaren behandeling heeft gehad. Eiseres heeft baat bij de dagbesteding. Vele pogingen door de behandelend sector en de begeleiding om eiseres te helpen met haar gezondheid, ontwikkeling en functioneren hebben onvoldoende resultaat gegeven. Voor zover eiseres daarbij relatief geringe vooruitgang heeft laten zien, is dit telkens van korte duur gebleken.
6.8.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het ontbreken van arbeidsvermogen in het geval van eiseres duurzaam is. Daarmee voldoet eiseres aan de voorwaarden van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong, zodat zij als jonggehandicapte moet worden aangemerkt.
Geen benoeming van een onafhankelijke deskundige
7. Het Uwv heeft de rechtbank verzocht een onafhankelijke psychiatrisch deskundige te benoemen. Daarvoor ziet de rechtbank echter geen aanleiding. Uit het dossier, de door eiseres ingeschakelde psychiater en hetgeen op de zitting naar voren is gebracht volgt voldoende duidelijk dat er bij eiseres geen sprake is van een angst- en paniekstoornis. Daarom is er voor de rechtbank ook geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen of om het Uwv op te dragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van haar uitspraak. Nu het Uwv zijn standpunt, dat het arbeidsvermogen bij eiseres niet duurzaam ontbreekt, ook desgevraagd niet heeft kunnen onderbouwen, gaat de rechtbank ervan uit dat het ontbreken van arbeidsvermogen in het geval van eiseres duurzaam is te achten. Daarmee voldoet eiseres aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering op grond van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong. Dit betekent dat eiseres recht heeft op een Wajong-uitkering. De rechtbank zal daarom zelf in de zaak voorzien en het primaire besluit herroepen. De rechtbank zal bepalen dat eiseres met ingang van de datum van de aanvraag, 4 december 2023, recht heeft op een Wajong-uitkering.
8.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het Uwv het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.
8.2.
Eiseres heeft ook verzocht om vergoeding van de kosten van de rapportages van de door haar ingeschakelde deskundigen. Het onderzoek van de internist-verzekeringsgeneeskundige heeft 80 minuten geduurd. Het onderzoek van de psychiater heeft twee uur geduurd. De rechtbank kent in totaal 3 uur en 20 minuten toe tegen een tarief van € 184,52, te verhogen met BTW. Het totaal te vergoeden bedrag voor de kosten van een deskundige komt daarmee uit op € 744,23.
9. In totaal veroordeelt de rechtbank het Uwv dus tot betaling van een bedrag van € 2.612,23 (€ 1.868,- + € 744,23).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 13 maart 2025;
- herroept het besluit van 18 maart 2024;
- bepaalt dat eiseres per 4 december 2023 recht heeft op een Wajong-uitkering en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het Uwv tot betaling van € 2.612,23 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. de Snoo, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2026.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 1a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
Artikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong.
Zie onder andere de uitspraak van de CRvB van 15 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:508 en van 6 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2324.
De rechtbank volgt voor deze beoordeling de stappen die de Centrale Raad van Beroep heeft ontleend aan het arrest Korošec. Zie Centrale Raad van Beroep 30 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2226 en Europees Hof voor de Rechten van de Mens 8 oktober 2015 ECLI:CE:ECHR:2015:1008JUD007721212, (Korošec).
Op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht in samenhang met artikelen 2, 8 en 15 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003.
Zittingsplaats Almere
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2607
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. O.H.G. Daane Bolier),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het Uwv
(gemachtigde: mr. E.F. de Roy van Zuydewijn).
Inleiding
1. Op [geboortedatum] 2023 is eiseres 18 jaar geworden. Eiseres is bekend met een stoornis in de globale psychosociale functies, autisme, ADHD en met een stoornis in de intellectuele functies. Vanaf groep 6 heeft zij de overstap gemaakt van regulier onderwijs naar speciaal onderwijs. Vervolgens heeft zij VSO gevolgd (VMBO Kader niveau 3). In 2022 heeft zij haar diploma behaald en gaat zij vier dagen per week naar de dagbesteding.
1.1.
Op 4 december 2023 heeft eiseres via haar wettelijk vertegenwoordiger bij het Uwv een aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend, omdat zij een uitkering wil krijgen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Met het besluit van 18 maart 2024 (het primaire besluit) heeft het Uwv beslist dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Volgens het Uwv heeft eiseres nu geen arbeidsvermogen, maar kan zij dit in de toekomst wel ontwikkelen.
1.2.
Eiseres heeft daartegen bezwaar gemaakt. Dat bezwaar heeft het Uwv met het besluit van 13 maart 2025 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
1.3.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en rapportages van de door haar ingeschakelde verzekeringsgeneeskundige expertise van 29 september 2025 en 22 december 2025 en psychiatrische expertise van 1 maart 2026 overgelegd.
1.4.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend en medische rapportages van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 1 augustus 2025, 30 oktober 2025 en 11 mei 2026 overgelegd.
1.5.
De rechtbank heeft het beroep op 1 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door [naam] , haar moeder, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het Uwv.
Waar gaat deze zaak over?
2. Eiseres is op [geboortedatum] 2023 18 jaar geworden. Partijen zijn het erover eens dat eiseres op de datum in geding 4 december 2023 (de dag waarop de aanvraag om een Wajong-uitkering is ontvangen) geen arbeidsvermogen heeft. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is, dus de vraag of eiseres in de toekomst wel arbeidsvermogen kan ontwikkelen. Het Uwv vindt van wel en blijft bij het bestreden besluit. Eiseres is het hier niet mee eens en vindt dat zij recht heeft op een Wajong-uitkering.
Wat is het beoordelingskader?
3. Om in aanmerking te komen voor een Wajong-uitkering moet vast komen staan dat eiseres op haar achttiende verjaardag duurzaam geen arbeidsvermogen heeft. Van het ontbreken van arbeidsvermogen is sprake als eiseres:
geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie; of
niet over basale werknemersvaardigheden beschikt; of
niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of
niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.
Deze criteria worden beoordeeld door een verzekeringsarts. De criteria onder a. en b. worden ook beoordeeld door een arbeidsdeskundige.
3.1.
Dat het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam moet zijn, betekent dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen. Hiervan is sprake als de betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en als herstel is uitgesloten. Het Uwv hoeft bij deze beoordeling niet te onderbouwen dat de betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Wel moet het Uwv aannemelijk maken dat er mogelijkheden zijn om zich zo te kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat het arbeidsvermogen ontstaat. Het gaat dan om de mogelijkheden tot verbetering van de belastbaarheid, de verdere ontwikkeling en de toename van bekwaamheden. Om de duurzaamheid goed te kunnen beoordelen is een stappenplan ontwikkeld dat de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen bij zo’n beoordeling moeten volgen.
Overwegingen
4. De rechtbank vindt dat eiseres in deze zaak gelijk heeft. Dat betekent dat de rechtbank het niet eens is met de beslissing van het Uwv om aan eiser geen Wajong-uitkering toe te kennen. De rechtbank legt hieronder uit waarom zij dat vindt. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Wat vindt eiseres?
5. Eiseres heeft aangevoerd dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep en de verzekeringsarts bezwaar en beroep hun oordeel over de duurzaamheid onvoldoende hebben gemotiveerd. Eiseres is het niet eens met het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dat angst- en paniekklachten zouden kunnen afnemen door behandeling of begeleiding. Volgens eiseres zijn deze klachten geen uiting van een behandelbare angst- of paniekstoornis, maar een gevolg van een fixatie die voortvloeit uit haar autismestoornis. Begeleiding gericht op haar autisme heeft al plaatsgevonden. Verdere behandeling is, gezien de aard van de stoornis en de vastgestelde beperkingen, niet (meer) mogelijk. Eiseres heeft haar standpunt onderbouwd met rapporten van een door haar ingeschakelde deskundigen.
Is het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam?
6. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in haar rapportage van 1 augustus 2025 een nadere toelichting gegeven over de behandelmogelijkheden voor de angst- en paniekklachten bij aanwezigheid van autisme. Zij noemt cognitieve gedragstherapie waarbij wordt geleerd om de irrationele gedachten te herkennen en uit te dagen. Eiseres kan daarmee nieuwe manieren aanleren om met angstige situaties om te gaan. Deze therapie leert nieuwe vaardigheden aan en beheerst angsten. Bij exposure wordt eiseres geleidelijk geconfronteerd met voor haar angstige situaties. Ook ademhalings- en ontspanningsoefeningen zijn middelen om de spanning te verminderen. Tot slot heeft ook lichaamsbeweging een gunstig effect op de angst- en paniekklachten.
6.1.
De door eiseres ingeschakelde internist-verzekeringsarts heeft in zijn rapportage van 29 september 2025 opgemerkt dat er bij eiseres nooit een DSM V angststoornis is gediagnosticeerd. Ook gaat het Uwv eraan voorbij dat eiseres een IQ heeft in de bandbreedte van 80 tot 90, de laag-normale range. Dit gegeven dient als duurzaam en wezenlijk onveranderbaar te worden gekwalificeerd. De daarmee samenhangende cognitieve beperkingen, zoals een vertraagde informatieverwerking en een gebrekkig planvermogen, zijn geen symptomen die vatbaar zijn voor behandeling, maar structurele kenmerken van het neurologisch functioneren van eiseres. In de rapportage is ook een verslag van de trajectbegeleider van de dagbesteding van eiseres van 8 september 2025 opgenomen. Uit dit verslag volgt dat eiseres op de dagbesteding geen vooruitgang boekt maar juist achteruit gaat. De wens om beschut medewerker te worden is niet haalbaar voor eiseres. Het ophogen van de uren was een te grote belasting, waardoor zij zich steeds meer ging afmelden voor de dagbesteding. Eiseres is nu minder uren op de dagbesteding, alleen nog vier ochtenden. De internist-verzekeringsarts acht de huidige dagbesteding een voorziening voor eiseres die is afgestemd op haar specifieke capaciteiten en beperkingen. De dagbesteding biedt de benodigde structuur, een prikkelarme omgeving en draagt bij aan het behoud van enige zelfwaardering en zelfstandigheid. Dit is voor eiseres het maximaal haalbare functioneringsniveau, doorstroming naar (beschut) werk is, gelet op haar structurele beperkingen, niet realistisch.
6.2.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft ten aanzien van de DSM V angststoornis in haar rapportage van 30 oktober 2025 opgemerkt dat er nooit een psychiatrisch onderzoek is geweest vanwege de angst- en paniekklachten. De omgeving van eiseres heeft deze klachten gecompenseerd door middel van pogingen en middelen om angst en paniek te voorkomen. Dit is tijdens de hoorzitting met diverse voorbeelden aan de orde geweest. De verzekeringsarts bezwaar en beroep blijft bij haar standpunt dat er bij eiseres sprake is van irreële angsten waar nooit een psychiatrisch onderzoek naar is verricht. Door middel van het verstrekken van attributen, zoals een hamer om ruiten van de bus of auto in te slaan worden de triggers voor haar angsten bevestigd en versterkt. Als triggers voor angst bij autisme worden genoemd: onzekerheid bij veranderen, sociale verwachtingen, bepaalde geuren, geluiden of visuele overweldiging en hoge verwachtingen, druk en eisen. De verzekeringsarts bezwaar en beroep blijft bij haar standpunt dat eiseres door middel van cognitieve therapie zo nodig aangevuld met medicatie nieuwe manieren kan aanleren om de angsten te beheersen.
6.3.
De internist-verzekeringsarts heeft er in zijn rapportage van 22 december 2025 op gewezen dat eiseres in haar jeugd een officieel diagnosetraject heeft gevolgd. De erkende diagnostische organisatie die destijds het onderzoek heeft uitgevoerd, hanteert bij ieder diagnostisch traject de DSM criteria. Als angst- of paniekproblematiek destijds aantoonbaar aanwezig zou zijn geweest, zou dit zijn vermeld. Daar is geen sprake van, eiseres is nooit gediagnosticeerd voor een angst- of paniekstoornis.
6.4.
Eiseres heeft vervolgens een psychiatrische expertise uit laten voeren. Uit de rapportage van de psychiater van 1 maart 2026 volgt dat er bij eiseres sprake is van autismespectrumstoornis en ADHD, overwegend onoplettendheidstype. Er is geen angststoornis of obsessief compulsieve stoornis. De beperkingen die eiseres ondervindt, zijn duurzaam van aard. Zowel in haar dagelijks leven als in een werksituatie. De autismespectrumstoornis maakt dat eiseres altijd kwetsbaar zal zijn en gevoelig voor overprikkeling. Bij eiseres kan overprikkeling op ieder moment en door dagelijkse feiten gebeuren en vaak tot een ‘shutdown’ leiden. Dit heeft er de afgelopen jaren toe geleidt dat eiseres zich regelmatig ziek moest melden voor haar werk maar ook in het dagelijks leven geveld was door lichamelijke en/of geestelijke klachten. Ondanks de therapie, hulpmiddelen en leefregels die eiseres en haar omgeving gebruiken, blijven deze beperkingen onveranderd aanwezig.
6.5.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep blijft in haar rapportage van 11 mei 2025 op het standpunt staan dat er behandelmogelijkheden zijn voor eiseres in de vorm van exposure en cognitieve gedragstherapie. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is het opmerkelijk dat er volgens de door eiseres ingeschakelde deskundigen geen sprake is van angst- en paniekstoornis en OCD. Dit vanwege wat in het primair medisch onderzoek en tijdens de bezwaarfase door eiseres naar voren is gebracht. Volgens de verzekeringsarts bezwaar en beroep is het Uwv heteroanamnestisch op het ‘verkeerde been’ gezet en is het daarom wenselijk dat een onafhankelijk psychiater wordt aangesteld door de rechtbank.
6.6.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft het Uwv niet aannemelijk gemaakt dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich bij eiseres op de datum in geding nog dusdanig kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Eiseres heeft daarentegen met de overgelegde expertises voldoende overtuigend aangevoerd dat er bij haar geen ontwikkelmogelijkheden aanwezig zijn. Zo volgt uit de diverse evaluaties van de dagbesteding dat eiseres door de tijd heen juist achteruit is gegaan. Zij werkt inmiddels minder uren dan voorheen en ook het doel om toe te werken naar beschut werk is losgelaten. Ook kan de rechtbank eiseres volgen in haar standpunt dat er bij haar geen sprake is van een angst- en paniekstoornis. Dit is bevestigd door de psychiater in het rapport van 1 maart 2026. Op de zitting heeft de moeder van eiseres toegelicht dat eiseres veel onderzoeken heeft gehad. Een psycholoog heeft haar meerdere keren gezien, daarbij zijn vragenlijsten ingevuld, is het intelligentieprofiel vastgesteld, waarbij eiseres zwak begaafd scoorde en is ook autisme vastgesteld. Het onderzoek was multidisciplinair en is destijds door de psycholoog met een kinderpsychiater besproken. Er is destijds naar alle DSM criteria gekeken. Als er geen diagnose is gesteld, dan was die diagnose ook niet aanwezig. Dit standpunt wordt onderschreven door de door eiseres ingeschakelde deskundigen.
6.7.
Bij eiseres is sprake van globale psychosociale functies, autismespectrumstoornis, ADHD en een stoornis in de intellectuele functies, waarvoor zij vele jaren behandeling heeft gehad. Eiseres heeft baat bij de dagbesteding. Vele pogingen door de behandelend sector en de begeleiding om eiseres te helpen met haar gezondheid, ontwikkeling en functioneren hebben onvoldoende resultaat gegeven. Voor zover eiseres daarbij relatief geringe vooruitgang heeft laten zien, is dit telkens van korte duur gebleken.
6.8.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het ontbreken van arbeidsvermogen in het geval van eiseres duurzaam is. Daarmee voldoet eiseres aan de voorwaarden van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong, zodat zij als jonggehandicapte moet worden aangemerkt.
Geen benoeming van een onafhankelijke deskundige
7. Het Uwv heeft de rechtbank verzocht een onafhankelijke psychiatrisch deskundige te benoemen. Daarvoor ziet de rechtbank echter geen aanleiding. Uit het dossier, de door eiseres ingeschakelde psychiater en hetgeen op de zitting naar voren is gebracht volgt voldoende duidelijk dat er bij eiseres geen sprake is van een angst- en paniekstoornis. Daarom is er voor de rechtbank ook geen aanleiding een onafhankelijke deskundige te benoemen.
Conclusie en gevolgen
8. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen of om het Uwv op te dragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van haar uitspraak. Nu het Uwv zijn standpunt, dat het arbeidsvermogen bij eiseres niet duurzaam ontbreekt, ook desgevraagd niet heeft kunnen onderbouwen, gaat de rechtbank ervan uit dat het ontbreken van arbeidsvermogen in het geval van eiseres duurzaam is te achten. Daarmee voldoet eiseres aan de voorwaarden voor een Wajong-uitkering op grond van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong. Dit betekent dat eiseres recht heeft op een Wajong-uitkering. De rechtbank zal daarom zelf in de zaak voorzien en het primaire besluit herroepen. De rechtbank zal bepalen dat eiseres met ingang van de datum van de aanvraag, 4 december 2023, recht heeft op een Wajong-uitkering.
8.1.
Omdat het beroep gegrond is moet het Uwv het griffierecht aan eiseres vergoeden en krijgt eiseres ook een vergoeding van haar proceskosten. Het Uwv moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 934,-. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend en heeft aan de zitting van de rechtbank deelgenomen. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.
8.2.
Eiseres heeft ook verzocht om vergoeding van de kosten van de rapportages van de door haar ingeschakelde deskundigen. Het onderzoek van de internist-verzekeringsgeneeskundige heeft 80 minuten geduurd. Het onderzoek van de psychiater heeft twee uur geduurd. De rechtbank kent in totaal 3 uur en 20 minuten toe tegen een tarief van € 184,52, te verhogen met BTW. Het totaal te vergoeden bedrag voor de kosten van een deskundige komt daarmee uit op € 744,23.
9. In totaal veroordeelt de rechtbank het Uwv dus tot betaling van een bedrag van € 2.612,23 (€ 1.868,- + € 744,23).
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 13 maart 2025;
- herroept het besluit van 18 maart 2024;
- bepaalt dat eiseres per 4 december 2023 recht heeft op een Wajong-uitkering en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit;
- bepaalt dat het Uwv het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het Uwv tot betaling van € 2.612,23 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. de Snoo, rechter, in aanwezigheid van mr. B.M.M. Tijink, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2026.
De griffier is verhinderd
de uitspraak te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Artikel 1a van het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten.
Artikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong.
Zie onder andere de uitspraak van de CRvB van 15 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:508 en van 6 december 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:2324.
De rechtbank volgt voor deze beoordeling de stappen die de Centrale Raad van Beroep heeft ontleend aan het arrest Korošec. Zie Centrale Raad van Beroep 30 juni 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:2226 en Europees Hof voor de Rechten van de Mens 8 oktober 2015 ECLI:CE:ECHR:2015:1008JUD007721212, (Korošec).
Op grond van artikel 2, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit proceskosten bestuursrecht in samenhang met artikelen 2, 8 en 15 van het Besluit tarieven in strafzaken 2003.