Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:4084

2026-07-15 Bestuursrecht UTR 25/1208
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-07-15
Publicatiedatum
2026-07-09
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 25/1208
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

pkv verschotten

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (4.853 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht


Bestuursrecht



zaaknummer: UTR 25/1208


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 juli 2026 in de zaak tussen


[verzoekster] B.V., te [plaats] , verzoekster,
(gemachtigde: U. Yilmaz)


en




de heffingsambtenaar van de belastingsamenwerking gemeenten & hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.





Procesverloop


Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoekster om vergoeding van haar proceskosten.



Verweerder heeft op 21 april 2026 gereageerd op dit verzoek.





Overwegingen

1. Verweerder heeft op 20 augustus 2025 een beslissing op bezwaar genomen in het kader van de Wet Waardering onroerende zaken (wet WOZ). Verzoekster is hiertegen in beroep gegaan. Op 7 januari 2026 heeft verweerder medegedeeld dat hij terugkomt op de beslissing op bezwaar van 20 augustus 2026 en dat hij dit besluit intrekt. De aanslag waar het beroep betrekking op heeft is door verweerder oninbaar verklaard vanwege faillissement van verzoekster. Verweerder stelt dat de aanslag niet meer betaald hoeft te worden en dat verzoekster niet-ontvankelijk is in beroep vanwege het ontbreken van procesbelang. Verweerder heeft gedaan wat verzoekster wilde. Verzoekster heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor haar proceskosten.

2. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de tegenpartij laten betalen (artikel 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb)).

3. Verzoekster heeft verzocht om een vergoeding van € 79,85 aan verschotten, bestaande uit vijf keer het verzenden van aangetekende post (totaal € 58,50), twee keer het aanvragen van een uittreksel van het handelsregister bij de Kamer van Koophandel (KvK) (totaal € 18,50) en één keer het aanvragen van een uittreksel van het KvK handelsregister historie (€ 2,85).




4. Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoekster en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen. Verweerder stelt dat alleen de kosten die gemaakt zijn voor de KvK-uittreksels voor vergoeding in aanmerking komen. De kosten van het verzenden van aangetekende post komen volgens verweerder niet voor vergoeding in aanmerking.

5. De rechtbank stelt de proceskosten van verzoekster die verweerder moet betalen vast op € 21,35. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt. Uitsluitend de kosten genoemd in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht komen voor vergoeding in aanmerking. De kosten die gemaakt zijn voor de KvK-uittreksels komen voor vergoeding in aanmerking. Bij de kosten in verband met de gevraagde KvK-uittreksels worden de werkelijke kosten vergoed. Verzoekster heeft een opgave van de kosten in verband met de gevraagde uittreksels ten bedrage van € 21,35 ingediend (€ 18,50 + € 2,85). De rest van de kosten die verzoekster noemt hoeft verweerder niet te vergoeden. De rechtbank stelt dat de kosten voor het aangetekend versturen van stukken niet vallen onder verschotten waartoe een proceskostenveroordeling zich kan uitstrekken.

6. Verzoekster heeft vrijstelling gekregen van de verplichting om het griffierecht te betalen vanwege betalingsonmacht. Verweerder is dan ook niet gehouden om op grond van artikel 8:41, zevende lid, van de Awb het griffierecht te vergoeden.




Beslissing


De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 21,35 aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoekster.





Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van
J.M.J. Kooistra, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juli 2026.











griffier rechter




Afschrift verzonden aan partijen op:




Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.


Op grond van artikel 1 onder f van het Bpb.


Op grond van artikel 2, tweede lid, onder f van het Bpb.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 15 mei 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:1569).