Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:4059
2026-01-28
Bestuursrecht; Omgevingsrecht
UTR 24/6966
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verzet gegrond. Uitspraak is opgesteld voordat de termijn voor het indienen van het verweerschrift en ontvangst handhavingsbesluit was verstreken. De ontvangst van het verweerschrift en het handhavingsbesluit is niet afgewacht.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (1)
- ECLI:NL:RBMNE:2026:5521 Rechtbank Midden-Nederland 22-07-2026
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (3.983 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6966 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 op het verzet van
het college van burgemeester en wethouders van Baarn, opposante,
(gemachtigde: A.S. Millerson)
Procesverloop
Geopposeerde heeft op 11 september 2024 beroep ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om handhaving van 22 oktober 2024.
In de uitspraak van 12 december 2024 (verzonden op 19 december 2024) heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak op 6 januari 2025 verzet ingesteld.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 12 december 2024 het beroep gegrond verklaard, omdat verweerder de beslistermijn heeft overschreden. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft in het beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 12 december 2024 niet juist was.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 12 december 2024 niet juist, omdat de rechtbank het verweerschrift van 17 december 2024 en het handhavingsbesluit van 3 december 2024 niet heeft meegenomen in haar uitspraak. Dit valt op te maken uit r.o. 8 waarin staat dat het college (nog) geen besluit op het verzoek heeft genomen.
4. De rechtbank heeft bij brief van 9 december 2024 opposante (herhaald) verzocht om te reageren op het beroepschrift en daarvoor een termijn van twee weken gegeven. Op 17 december 2024, binnen de gestelde termijn van twee weken, heeft opposante het verweerschrift en het handhavingsbesluit via de email toegestuurd. Omdat het verweerschrift en het handhavingsbesluit tijdig zijn ingediend, verzoekt opposante de rechtbank om de uitspraak van 12 december 2024 volledig te heroverwegen en het verweerschrift en handhavingsbesluit daarin mee te nemen.
5. De rechtbank stelt vast dat het verweerschrift en het handhavingsbesluit op 17 december 2024 via de email zijn ontvangen. Dit is binnen de door de rechtbank gestelde termijn van twee weken. De rechtbank constateert dat de uitspraak van 12 december 2024 vóór het verstrijken van de termijn is opgesteld en de ontvangst van het verweerschrift en handhavingsbesluit niet is afgewacht.
6. Dit betekent dat opposante hierover gelijk heeft. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van 12 december 2024 vervalt (artikel 8:55, lid 9, Awb).
7. De zaak wordt nu verder behandeld door de rechtbank op een zitting. Opposante krijgt hierover nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposante gelijk zal geven in het beroep. Dat moet nog beoordeeld worden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van J. Steen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.
de griffier is verhinder deze uitspraak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/6966 V
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 januari 2026 op het verzet van
het college van burgemeester en wethouders van Baarn, opposante,
(gemachtigde: A.S. Millerson)
Procesverloop
Geopposeerde heeft op 11 september 2024 beroep ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet tijdig heeft beslist op haar verzoek om handhaving van 22 oktober 2024.
In de uitspraak van 12 december 2024 (verzonden op 19 december 2024) heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.
Opposante heeft tegen deze uitspraak op 6 januari 2025 verzet ingesteld.
Opposante heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord.
Overwegingen
1. De rechtbank heeft in de uitspraak van 12 december 2024 het beroep gegrond verklaard, omdat verweerder de beslistermijn heeft overschreden. Omdat de rechtbank geen twijfel had over de uitkomst van de zaak, heeft zij de uitspraak gedaan zonder eerst een zitting te houden. Dat mag op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. In deze zaak moet de rechtbank beoordelen of de rechtbank toen terecht heeft geoordeeld dat er geen twijfel over de uitkomst was en dat er dus geen zitting nodig was.
De rechtbank kijkt (nog) niet of opposante gelijk heeft in het beroep. Dat gebeurt pas als de rechtbank van oordeel is dat de uitspraak van de rechtbank van 12 december 2024 niet juist was.
3. Volgens opposante is de uitspraak van de rechtbank van 12 december 2024 niet juist, omdat de rechtbank het verweerschrift van 17 december 2024 en het handhavingsbesluit van 3 december 2024 niet heeft meegenomen in haar uitspraak. Dit valt op te maken uit r.o. 8 waarin staat dat het college (nog) geen besluit op het verzoek heeft genomen.
4. De rechtbank heeft bij brief van 9 december 2024 opposante (herhaald) verzocht om te reageren op het beroepschrift en daarvoor een termijn van twee weken gegeven. Op 17 december 2024, binnen de gestelde termijn van twee weken, heeft opposante het verweerschrift en het handhavingsbesluit via de email toegestuurd. Omdat het verweerschrift en het handhavingsbesluit tijdig zijn ingediend, verzoekt opposante de rechtbank om de uitspraak van 12 december 2024 volledig te heroverwegen en het verweerschrift en handhavingsbesluit daarin mee te nemen.
5. De rechtbank stelt vast dat het verweerschrift en het handhavingsbesluit op 17 december 2024 via de email zijn ontvangen. Dit is binnen de door de rechtbank gestelde termijn van twee weken. De rechtbank constateert dat de uitspraak van 12 december 2024 vóór het verstrijken van de termijn is opgesteld en de ontvangst van het verweerschrift en handhavingsbesluit niet is afgewacht.
6. Dit betekent dat opposante hierover gelijk heeft. Het verzet is dus gegrond en de uitspraak van 12 december 2024 vervalt (artikel 8:55, lid 9, Awb).
7. De zaak wordt nu verder behandeld door de rechtbank op een zitting. Opposante krijgt hierover nog bericht. Voor de duidelijkheid merkt de rechtbank op dat dit nog niet direct betekent dat de rechtbank opposante gelijk zal geven in het beroep. Dat moet nog beoordeeld worden.
Beslissing
De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van J. Steen, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 januari 2026.
de griffier is verhinder deze uitspraak
te ondertekenen
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak kunt u niet in hoger beroep.