Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:3686

2026-06-19 Bestuursrecht UTR 25/5885
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-06-19
Publicatiedatum
2026-06-25
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 25/5885
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Er is sprake van een zodanige financiele en sociale verstrengeling dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven tussen eiser en zijn echtgenote.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (10.362 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht



Bestuursrecht



zaaknummer: UTR 25/5885


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 juni 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. R.H. Bouwman),


en


de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de Svb
(gemachtigde: mr. A.F.L.B. Metz).


Samenvatting


1. Deze uitspraak gaat over de beslissing van de Svb om het pensioen van eiser niet te wijzigen. Volgens de Svb leeft eiser namelijk niet duurzaam gescheiden van zijn echtgenote. Eiser is het niet eens met dit besluit. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de Svb terecht heeft geconcludeerd dat eiser niet duurzaam gescheiden leeft.





Procesverloop

2. Met het primaire besluit van 29 januari 2025 heeft de Svb eisers pensioen voor een gehuwde niet aangepast omdat er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.

3. Met het bestreden besluit van 29 augustus 2025 op het bezwaar van eiser is de Svb bij dat besluit gebleven.


3.1.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De Svb heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.




3.2.
De rechtbank heeft het beroep op 16 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van de Svb.





Beoordeling door de rechtbank



Totstandkoming van het bestreden besluit

4. Eiser ontvangt sinds 22 oktober 2018 een AOW-pensioen naar de norm voor een gehuwde. De Svb heeft naar aanleiding van een melding dat eiser is verhuisd onderzoek verricht naar de leefsituatie van eiser. Eiser woont niet meer op hetzelfde adres als zijn echtgenote. De Svb heeft, om te kunnen beoordelen of eiser en zijn echtgenote duurzaam gescheiden leven, aan hen beiden verzocht om een vragenformulier in te vullen. Naar aanleiding daarvan heeft de Svb geconcludeerd dat er geen sprake is van duurzaam gescheiden leven.



4.1.
Met het bestreden besluit heeft de Svb de conclusie, dat geen sprake is van duurzaam gescheiden leven, gehandhaafd. De Svb legt hieraan ten grondslag dat er sprake is van financiële en sociale verbondenheid. Eiser en zijn echtgenote hebben een gezamenlijke bankrekening en bezitten samen een woning. Daarnaast bellen zij wekelijks met elkaar en bezoeken zij elkaar maandelijks. Deze verbondenheid is volgens de Svb te groot om eiser en zijn echtgenote te zien als twee mensen die leven alsof zij niet getrouwd zijn. De Svb merkt eiser daarom niet aan als duurzaam gescheiden.



Is er sprake van duurzaam gescheiden leven?



5. Eiser stelt zich op het standpunt dat de Svb ten onrechte niet aanneemt dat er sprake is van duurzaam gescheiden leven. Eiser wijst op de omstandigheden die de Svb gebruikt om te onderzoeken of er sprake is van duurzaam gescheiden leven. De wens om weer te gaan samenleven, de mate van sociaal contact, financiële verbondenheid, presentatie naar de buitenwereld en de zorg voor elkaar. Hij voert in dat kader aan dat hij en zijn echtgenote niet van plan zijn om weer samen te leven en juist voornemens zijn om hun uiteengaan te gaan formaliseren. Dat zij nog geregeld contact hebben duidt niet op de wens om hun leven te delen, maar heeft te maken met het feit dat zij tientallen jaren met elkaar hebben doorgebracht. De gezamenlijke rekening die de Svb in het kader van de financiële verbondenheid benoemt, bestaat uitsluitend om praktische redenen ten behoeve van de woning waarvan eiser en zijn echtgenote gezamenlijk eigenaar zijn. Deze verbondenheid duidt niet op een gezamenlijk leven, maar op een formaliteit die voor eiser op zijn leeftijd geen prioriteit heeft. Daarnaast zorgen zij niet voor elkaar en is binnen hun sociale kringen bekend dat zij niet langer samenleven. Volgens eiser heeft de Svb ten
onrechte te zwaar gewicht toegekend aan de oppervlakkige constatering dat eiser formeel gehuwd en gezamenlijk eigenaar is van de echtelijke woning, dat er nog een gezamenlijke rekening bestaat, en dat er nog contact is met zijn ex-partner. Aan de omstandigheid dat eiser op leeftijd is en al gedurende langere tijd feitelijk een gescheiden leven leidt, is daarentegen onvoldoende gewicht toegekend.

6. De rechtbank overweegt dat eiser in beginsel, vanwege zijn huwelijk, recht heeft op een gehuwdenpensioen. Dit is slechts anders als sprake is van een uitzonderingssituatie: het duurzaam gescheiden leven. De bewijslast voor het aantonen dat betrokkenen duurzaam gescheiden leven ligt dan ook bij eiser.


6.1.
Gehuwde mensen leven pas duurzaam gescheiden als aan de volgende criteria is voldaan:


ten minste één van hen wil de huwelijkse samenleving verbreken;


ieder van hen leidt afzonderlijk een eigen leven alsof hij of zij niet met de ander is gehuwd;


ten minste één van hen bedoelt deze situatie als blijvend.




6.2.
Of aan deze voorwaarden wordt voldaan, moet blijken uit de feitelijke omstandigheden. Daarvoor is niet voldoende dat betrokkenen hun hoofdverblijf niet hebben in dezelfde woning. De huwelijkse samenleving kan namelijk bestaan zonder dat de echtgenoten samenwonen. Voor de beoordeling of mensen duurzaam gescheiden leven is verder niet van belang om welke redenen zij de huwelijkse samenleving niet (of nog niet, niet meer of niet opnieuw) hebben verbroken.



6.3.

Om vast te stellen of sprake is van duurzaam gescheiden leven onderzoekt de Svb:
 of de wil bestaat om weer te gaan samenleven;
 in welke mate de echtgenoten nog sociaal contact hebben;
 of sprake is van financiële verstrengeling;
 hoe de echtgenoten zich naar de buitenwereld presenteren; en
 of sprake is van (wederzijdse) zorg, noodzakelijke zorg uitgezonderd.
De SVB beoordeelt deze omstandigheden in onderlinge samenhang.


7. De rechtbank stelt vast dat eiser en zijn echtgenote op de in november 2024 door hen ingevulde vragenformulieren van de Svb onder andere hebben aangegeven dat zij:


geen echtscheidingsprocedure in gang hebben gezet;


beiden gezamenlijk eigenaar zijn van een woonhuis;


een gezamenlijke bankrekening hebben;


de gezamenlijke bankrekening gebruiken voor de zorgverzekering;


gezamenlijk belastingaangifte doen;


wekelijks telefonisch contact hebben.





7.1.
De rechtbank overweegt dat de Svb heeft kunnen concluderen dat uit deze omstandigheden een zodanige financiële en sociale verstrengeling blijkt dat geen sprake is van de uitzonderingssituatie van duurzaam gescheiden leven. Het feit dat eiser en zijn echtgenote samen eigenaar zijn/waren van de woning en dat zij een bankrekening delen waarvan de gezamenlijke zorgverzekering wordt betaald en samen belastingaangifte doen, mocht de Svb hiervoor relevant achten. Dat eiser, zoals hij op de zitting nog heeft gesteld, met name om praktische redenen de financiële verstrengeling voort heeft laten duren, maakt dit niet anders. Dat geen echtscheidingsprocedure is gestart en dat eiser en zijn echtgenote circa één keer in de week contact hebben met elkaar heeft de Svb ook kunnen betrekken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de Svb zich op grond van deze feiten en omstandigheden terecht op het standpunt gesteld dat niet ondubbelzinnig is gebleken dat sprake is van duurzaam gescheiden leven tussen eiser en zijn echtgenote. Het beroep slaagt niet.



7.2.
Ter zitting heeft eiser verklaard dat de woning inmiddels is verkocht. De rechtbank kan dit vanwege de ex-tunc toetsing van het bestreden besluit niet in de beoordeling betrekken.






Conclusie en gevolgen


8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.






Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. Spelt, rechter, in aanwezigheid van mr. N.J. Biswane, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Op grond van artikel 1, derde lid, aanhef en onder b, van de AOW.


Zie bijvoorbeeld ECLI:NL:CRVB:2021:3273 en ECLI:NL:CRVB:2026:128.


ECLI:NL:CRVB:2026:128.


Beleidsregel Huwelijk en duurzaam gescheiden leven (SB1002).


Zie voor een vergelijkbaar oordeel CRVB:2022:822, overweging 4.3.