Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:3630
2026-05-28
Civiel recht; Insolventierecht
NL:TZ:2606289:R-RK
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
WSNP. Beschermingsbewindvoerder is niet zelfstandig bevoegd om namens een onderbewindgestelde een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling te doen.
Citeert (1)
- ECLI:NL:HR:2024:1553 Hoge Raad 25-10-2024
Geciteerd door (0)
- geen
Volledige tekst
Volledige tekst (5.070 tekens)
RECHTBANK Midden-Nederland
Toezicht
Zittingsplaats Lelystad
Rekestnummer: NL:TZ:2606289:R-RK
Vonnis van 28 mei 2026
op verzoek van:
de besloten vennootschap
[bedrijf] B.V.,
in haar hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
hierna te noemen: de beschermingsbewindvoerder,
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1945 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen [betrokkene] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
De beschermingsbewindvoerder van [betrokkene] heeft verzocht om op hem de schuldsaneringsregeling toe te passen. [betrokkene] zelf heeft zich hiertegen verzet. De beschermingsbewindvoerder is niet zelfstandig bevoegd een dergelijke verzoek te doen. De rechtbank verklaart de beschermingsbewindvoerder daarom niet-ontvankelijk in het verzoek.
1De procedure
1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift;
- de zitting van 20 mei 2026 waar aanwezig waren: - de heer [A.] ( [bedrijf] B.V.), voornoemd;- mevrouw [B.] (schuldsanering Flevoland B.V.), schuldhulpverlener;
1.2.
[betrokkene] heeft kort voor de zitting laten weten dat hij niet naar de rechtbank kan komen. [betrokkene] heeft zijn standpunt ter zitting telefonisch toegelicht.
2Het verzoek
2.1.
Op 12 maart 2026 is op rechtbank een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ontvangen. Gevraagd wordt [betrokkene] toe te laten tot de schuldsaneringsregeling omdat deze in de toestand verkeert dat hij is opgehouden te betalen zoals bedoeld in artikel 285 lid 1 van de Faillissementswet. Het verzoek is ondertekend door (de kantoorgenoot van) de schuldhulpverlener. De beschermingsbewindvoerder van [betrokkene] heeft aan de schuldhulpverlener de machtiging verleend om het verzoek in te dienen.
2.2.
Ter zitting heeft [betrokkene] -samengevat- verklaard dat hij niet wenst te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. [betrokkene] meent dat hij geen schulden heeft. Hij heeft verder verklaard dat, als hij al schulden zou hebben, hij die volledig wil terugbetalen. Dit heeft [betrokkene] zijn hele leven zo gedaan. Aldus [betrokkene] .
3De beoordeling
3.1.
Een beschermingsbewindvoerder mag niet namens de onderbewindgestelde een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling indienen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het indienen van een dergelijk verzoek niet behoort tot de bevoegdheden van de beschermingsbewindvoerder (HR 25 oktober 2024 ECLI:NL:HR:2024:1553 en HR 25 mei 2012, ECLI:HR:2012:BV4010). Het doen van een schuldsaneringsverzoek is geen taak van beheer of beschikking, maar een persoonlijk recht van de rechthebbende. De beschermingsbewindvoerder heeft wel de taak de onderbewindgestelde te begeleiden om aan de eisen van de schuldsaneringsregeling te voldoen, maar dat is niet hetzelfde als het indienen van een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Die bevoegdheid gaat veel verder, gezien de persoonlijke verplichtingen van een saniet binnen de wettelijke schuldsaneringsregeling, die niet door de beschermingsbewindvoerder kunnen worden vervuld. Het voorgaande wordt niet anders als [betrokkene] ten aanzien van het doen van een schuldsaneringsverzoek niet in staat is zijn wil te bepalen.
3.2.
Ter zitting is duidelijk geworden dat [betrokkene] zich verzet tegen een toelating tot de WSNP. De bewindvoerder heeft duidelijk gemaakt dat het zeer veel moeite zal kosten om zijn financiële situatie stabiel te houden, gelet op de schulden die [betrokkene] heeft. Dit maakt voor de bevoegdheden van de beschermingsbewindvoerder geen verschil. De beschermingsbewindvoerder wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
verklaart de beschermingsbewindvoerder niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Dit is de beslissing van mr. P.J. Neijt, rechter, in samenwerking met J. Kronenberg, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
Hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.
Toezicht
Zittingsplaats Lelystad
Rekestnummer: NL:TZ:2606289:R-RK
Vonnis van 28 mei 2026
op verzoek van:
de besloten vennootschap
[bedrijf] B.V.,
in haar hoedanigheid van beschermingsbewindvoerder,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
verzoekster,
hierna te noemen: de beschermingsbewindvoerder,
met betrekking tot:
[betrokkene]
,
geboren op [geboortedatum] 1945 te [geboorteplaats] ,
wonende te [adres] , [postcode] [woonplaats] ,
hierna te noemen [betrokkene] ,
tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.
Samenvatting
De beschermingsbewindvoerder van [betrokkene] heeft verzocht om op hem de schuldsaneringsregeling toe te passen. [betrokkene] zelf heeft zich hiertegen verzet. De beschermingsbewindvoerder is niet zelfstandig bevoegd een dergelijke verzoek te doen. De rechtbank verklaart de beschermingsbewindvoerder daarom niet-ontvankelijk in het verzoek.
1De procedure
1.1.
De procedure bestaat uit:
- het schuldsaneringsverzoekschrift;
- de zitting van 20 mei 2026 waar aanwezig waren: - de heer [A.] ( [bedrijf] B.V.), voornoemd;- mevrouw [B.] (schuldsanering Flevoland B.V.), schuldhulpverlener;
1.2.
[betrokkene] heeft kort voor de zitting laten weten dat hij niet naar de rechtbank kan komen. [betrokkene] heeft zijn standpunt ter zitting telefonisch toegelicht.
2Het verzoek
2.1.
Op 12 maart 2026 is op rechtbank een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling ontvangen. Gevraagd wordt [betrokkene] toe te laten tot de schuldsaneringsregeling omdat deze in de toestand verkeert dat hij is opgehouden te betalen zoals bedoeld in artikel 285 lid 1 van de Faillissementswet. Het verzoek is ondertekend door (de kantoorgenoot van) de schuldhulpverlener. De beschermingsbewindvoerder van [betrokkene] heeft aan de schuldhulpverlener de machtiging verleend om het verzoek in te dienen.
2.2.
Ter zitting heeft [betrokkene] -samengevat- verklaard dat hij niet wenst te worden toegelaten tot de schuldsaneringsregeling. [betrokkene] meent dat hij geen schulden heeft. Hij heeft verder verklaard dat, als hij al schulden zou hebben, hij die volledig wil terugbetalen. Dit heeft [betrokkene] zijn hele leven zo gedaan. Aldus [betrokkene] .
3De beoordeling
3.1.
Een beschermingsbewindvoerder mag niet namens de onderbewindgestelde een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling indienen. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat het indienen van een dergelijk verzoek niet behoort tot de bevoegdheden van de beschermingsbewindvoerder (HR 25 oktober 2024 ECLI:NL:HR:2024:1553 en HR 25 mei 2012, ECLI:HR:2012:BV4010). Het doen van een schuldsaneringsverzoek is geen taak van beheer of beschikking, maar een persoonlijk recht van de rechthebbende. De beschermingsbewindvoerder heeft wel de taak de onderbewindgestelde te begeleiden om aan de eisen van de schuldsaneringsregeling te voldoen, maar dat is niet hetzelfde als het indienen van een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Die bevoegdheid gaat veel verder, gezien de persoonlijke verplichtingen van een saniet binnen de wettelijke schuldsaneringsregeling, die niet door de beschermingsbewindvoerder kunnen worden vervuld. Het voorgaande wordt niet anders als [betrokkene] ten aanzien van het doen van een schuldsaneringsverzoek niet in staat is zijn wil te bepalen.
3.2.
Ter zitting is duidelijk geworden dat [betrokkene] zich verzet tegen een toelating tot de WSNP. De bewindvoerder heeft duidelijk gemaakt dat het zeer veel moeite zal kosten om zijn financiële situatie stabiel te houden, gelet op de schulden die [betrokkene] heeft. Dit maakt voor de bevoegdheden van de beschermingsbewindvoerder geen verschil. De beschermingsbewindvoerder wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in het verzoek.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1.
verklaart de beschermingsbewindvoerder niet-ontvankelijk in zijn verzoek.
Dit is de beslissing van mr. P.J. Neijt, rechter, in samenwerking met J. Kronenberg, griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2026.
Hoger beroep
Tegen deze uitspraak kan verzoek(st)er en degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof dat van de zaak kennis moet nemen.