Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:3553

2026-06-10 Civiel recht 11919436 \ MC EXPL 25-5568
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-06-10
Publicatiedatum
2026-06-21
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11919436 \ MC EXPL 25-5568
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Tussenvonnis. Eiser vordert betaling van onbetaalde factuur. Rechtsgeldige cessie? Eiser krijgt gelegenheid om ontvankelijkheid nader te onderbouwen.

Citeert (2)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.198 tekens)
RECHTBANK
MIDDEN-NEDERLAND



Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Almere



Zaaknummer: 11919436 \ MC EXPL 25-5568




Vonnis van 10 juni 2026




in de zaak van





[eiseres] B.V., mede handelend onder de namen [handelsnamen],
te [plaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: Yards Deurwaardersdiensten BV,



tegen





[gedaagde]
,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. T.J.N. Hameleers.






1De procedure


1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties van 27 september 2025 met producties 1 en 2, - de conclusie van antwoord met producties 1 en 2,- de conclusie van repliek met producties 4 en 5,- de conclusie van dupliek.




1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.





2Waar gaat de zaak over?


2.1

[gedaagde] heeft op 21 februari 2025 een tandartsbehandeling ondergaan bij [bedrijf 1] B.V. (hierna: [bedrijf 1] ”). Deze behandeling kost € 25,51. [eiseres] stelt dat [bedrijf 1] de vordering aan [bedrijf 2] B.V. (hierna: “ [bedrijf 2] ”) heeft gecedeerd, zodat [bedrijf 2] rechthebbende is geworden op de vordering. [eiseres] zou belast zijn met de incasso van deze vordering. Daarom heeft [eiseres] op 24 februari 2025 een factuur aan [gedaagde] gestuurd van in totaal € 25,51. [gedaagde] heeft deze factuur niet binnen de betaaltermijn voldaan. Hierdoor is [gedaagde] volgens [eiseres] ook bijkomende kosten (wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten) verschuldigd. In deze procedure eist [eiseres] dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, de bijkomende kosten en de proceskosten.



2.2

[gedaagde] is het niet eens met de eis van [eiseres] . Zij stelt zich op het standpunt dat [eiseres] niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat [eiseres] niet bevoegd is om de vordering in te stellen. Verder betwist [gedaagde] dat sprake is van een rechtsgeldige cessie. Daarnaast voert [gedaagde] aan dat zij al een bedrag van in totaal € 50,30 heeft betaald. Verder vindt [gedaagde] dat ze niet in verzuim verkeert en dat ze geen buitengerechtelijke kosten verschuldigd is.



2.3
De kantonrechter oordeelt dat er nadere informatie nodig is. Daarom is dit een tussenvonnis. Hieronder wordt dit toegelicht.





3De beoordeling



Ontvankelijkheid [eiseres]




3.1

[gedaagde] stelt zich op het standpunt dat [eiseres] niet-ontvankelijk is. Volgens [gedaagde] is de vordering overgedragen aan [bedrijf 2] en niet aan [eiseres] , terwijl [eiseres] in deze de eisende partij is. Zonder toelichting valt niet in te zien waarom [eiseres] bevoegd is om in deze procedure als eisende partij op te treden. In dit kader wijst de kantonrechter [eiseres] ook op de in conclusie van dupliek genoemde uitspraak van deze rechtbank van 20 april 2022 (ECLI:NL:RBMNE:2022:1504 die tegen [eiseres] gewezen is.



3.2
Zoals [eiseres] in haar dagvaarding heeft toegelicht, is [bedrijf 2] eigenaar van de vordering op [gedaagde] . [eiseres] stelt dat [bedrijf 2] aan haar de last heeft opgelegd om de onderhavige vordering te innen. Op grond van deze lastgeving treedt [eiseres] als lasthebber in eigen naam op, maar handelt zij voor rekening van [bedrijf 2] . Uit dit enkele standpunt valt echter nog niet op te maken dat [eiseres] bevoegd is om in deze zaak als eisende partij op te treden. Het is immers niet gebleken dat de lastgevingsovereenkomst ook inhoudt dat [eiseres] de opdracht van [bedrijf 2] heeft gekregen om schuldenaren te dagvaarden en tegen hen te procederen in eigen naam. [eiseres] heeft de lastgevingsovereenkomst bovendien niet in het geding gebracht.



3.3
De kantonrechter komt alleen aan de beoordeling van de vorderingen van [eiseres] toe, als zij in haar vordering ontvankelijk is. Alvorens hierover te beslissen, stelt de kantonrechter [eiseres] eerst in de gelegenheid om, gelet op het verweer van [gedaagde] , de lastgevingsovereenkomst in het geding te brengen en zich uit te laten over de ontvankelijkheid.






4De beslissing


De kantonrechter



4.1.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 24 juni 2026 voor het nemen van een akte door [eiseres] over wat is vermeld onder 3.2 en 3.3.



4.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.


Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Baken, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 10 juni 2026.




WJ/68791




vgl. Rb. Rotterdam 5 september 2025, ECLI:NL:RBROT:2025:10690.