Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:3450

2026-03-27 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht UTR 25/6052
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-03-27
Publicatiedatum
2026-06-18
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 25/6052
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Participatiewet. Bijzondere bijstand voor vloerverwarming. Beroep ongegrond.

Citeert (3)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.650 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht



Bestuursrecht



zaaknummer: UTR 25/6052


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser
(gemachtigde: mr. L.M. van Rooij),


en




het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht, het college
(gemachtigde: W. van Beveren).





Procesverloop

1. Eiser heeft op 13 februari 2025 bijzondere bijstand aangevraagd op grond van de Participatiewet (Pw) voor vloerverwarming.

2. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 13 maart 2025 afgewezen. Met het bestreden besluit van 10 september 2025 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

3. Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

4. De rechtbank heeft het beroep op 26 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het college.




Beoordeling door de rechtbank

5. Eiser heeft op 13 februari 2025 bijzondere bijstand aangevraagd op grond van de Pw voor vloerverwarming in zijn woning. Eiser heeft bij zijn aanvraag een offerte gevoegd van 4 december 2024 waaruit blijkt dat de kosten € 3.025,- bedragen. Volgens eiser kan hij geen gebruikmaken van centrale verwarming vanwege zijn chronische hoofdpijnklachten.

6. Het college heeft aan het bestreden besluit ten grondslag gelegd dat er geen medische noodzaak kan worden vastgesteld voor de aanleg van vloerverwarming in de woning van eiser. Het college baseert zich hierbij op een medisch advies van Argonaut van 28 juli 2025. Volgens het college is geen sprake van zeer dringende redenen als bedoeld in artikel 16 Pw of artikel 20 van de RBBU op grond waarvan toch bijstand moet worden verleend.
Is het bestreden besluit voldoende gemotiveerd en zorgvuldig voorbereid?
7. Eiser voert in beroep aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is gedaan. Er is niet gemotiveerd waarom de kosten vanuit medisch oogpunt niet noodzakelijk zijn. Eiser wijst op een verklaring van de afdeling neurologie van 31 oktober 2024 waarin staat dat een hoofdpijnaanval kan worden uitgelokt door onder andere radiatorverwarming en niet door vloerverwarming.

8. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het college mag bij de besluitvorming in beginsel uitgaan van de juistheid van een medisch advies tenzij er concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de inhoud van dat advies of aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming ervan.

9. Het college heeft zich bij haar besluitvorming mogen baseren op de medisch adviezen van Argonaut. In deze adviezen komt de medisch adviseur tot de conclusie dat de kosten voor vloerverwarming vanuit medisch oogpunt niet noodzakelijk zijn. Uit de medisch adviezen blijkt dat de arts de medische verklaring van de afdeling neurologie van 31 oktober 2024 bij de beoordeling heeft betrokken. De rechtbank oordeelt dat deze verklaring geen concreet aanknopingspunt vormt voor twijfel aan de inhoud van de adviezen van Argonaut of aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming ervan.



Is sprake van noodzakelijke kosten van het bestaan?


10. Eiser vindt dat sprake is van noodzakelijke kosten van het bestaan. Eiser beroept zich daarbij op de brief van de neuroloog waaruit volgens hem volgt dat de hoofdpijnklachten worden veroorzaakt door radiatorverwarming. Zijn zus heeft vloerverwarming en hij heeft ervaren daar geen hoofdpijnklachten te hebben. Daarmee kan de medische noodzaak tot vloerverwarming worden vastgesteld.

11. Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stelt voorop dat er niet wordt getwijfeld aan het feit dat eiser lijdt aan ernstige hoofpijnklachten en dat het ook voorstelbaar is dat hij hier negatieve gevolgen van ondervindt in zijn dagelijks leven. Eiser heeft dit tijdens de zitting duidelijk naar voren gebracht. Het is begrijpelijk dat eiser hiervoor een oplossing wil vinden, maar voor de beoordeling van de rechtbank is het doorslaggevend dat het causaal verband tussen het hebben van centrale verwarming en het ontstaan van hoofdpijnklachten niet is aangetoond. De verklaring van de neuroloog is daarvoor niet voldoende, omdat de neuroloog heeft opgeschreven wat eiser zelf ervaart als het gaat om het ontstaan van zijn hoofdpijnklachten. Dat de centrale verwarming de hoofdpijn bij eiser veroorzaakt wordt daarmee niet medisch onderbouwd. Een verklaring van een arts waaruit dat volgt ontbreekt. Op de zitting heeft de gemachtigde van eiser aangegeven dat er geen andere medische gegevens beschikbaar zijn. De rechtbank is van oordeel dat het college zich bij deze stand van zaken terecht op het standpunt heeft gesteld dat niet is gebleken dat het voor eiser medisch noodzakelijk is dat hij vloerverwarming heeft en dat hij daarom recht heeft op bijzondere bijstand.



Dringende redenen, bijzondere omstandigheid of beroep op hardheidsclausule?


12. Eiser vindt dat dat in zijn geval een uitzondering moet worden gemaakt, omdat hij alleen centrale verwarming heeft in zijn woning en hij die het hele jaar uit laat staan. Dit leidt ertoe dat het in de wintermaanden zeer koud is in zijn woning en daardoor ontstaat er een schrijnende situatie.

13. Deze beroepsgrond slaagt niet. Het college kan aan een persoon die geen recht op bijstand heeft, toch bijstand verlenen als zeer dringende redenen dat noodzakelijk maken. Zeer dringende redenen doen zich voor als er een acute noodsituatie is en de behoeftige omstandigheden waarin de betrokkene verkeert op geen enkele andere wijze zijn te verhelpen, zodat het verlenen van bijstand onvermijdelijk is. Van een acute noodsituatie is bijvoorbeeld sprake als een situatie levensbedreigend is of als blijvend ernstig geestelijk of lichamelijk letsel of invaliditeit daarvan het gevolg kan zijn. Een acute noodsituatie doet zich dus voor als het niet-verlenen van bijstand voor de betrokkene tot ernstige gevolgen leidt, met name voor zijn gezondheid. De wetgever heeft bij het begrip ‘zeer dringende redenen’ gedacht aan een extreme situatie en heeft nadrukkelijk niet beoogd een algemene ontsnappingsclausule te bieden. Daarom moet het gaan om een schrijnende situatie waarvan het evident is dat weigering van bijstand zonder meer onaanvaardbaar is.

14. Het is aan eiser om met feiten en omstandigheden aannemelijk te maken dat van zo een uitzonderingssituatie sprake is. Dat eiser ervoor kiest zijn woning niet met de centrale verwarming te verwarming leidt niet tot een schrijnende situatie waarvan het overduidelijk is dat weigering van de bijstand zonder meer onaanvaardbaar is. Eiser heeft ook niet met stukken onderbouwd dat als er geen bijzondere bijstand aan hem wordt toegekend, dit lijdt tot ernstige gevolgen voor zijn gezondheid. De rechtbank vindt het ook van belang dat de arts van Argonaut in de medisch adviezen heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van een acute noodsituatie, dat wil zeggen een levensbedreigende situatie of dreigend psychisch of lichamelijk letsel. De rechtbank is daarom van oordeel dat er in het geval van eiser geen zeer dringende redenen bestaan om een uitzondering te maken en alsnog bijzondere bijstand te verlenen.



Conclusie en gevolgen


15. Het beroep is ongegrond. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.






Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Venderbosch, rechter, in aanwezigheid van mr.M. van Ettikhoven, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 maart 2026.













griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




















Richtlijnen bijzondere bijstand gemeente Utrecht.


Zie de uitspraak van de CRvB van 17 maart 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:865).


Artikel 16, eerste lid, van de Pw en in artikel 20, eerste lid, van de RBBU.


Zie de uitspraak van de CRvB van 15 juli 2025 (ECLI:NL:CRVB:2025:1064).


Dit volgt uit de rechtspraak: de uitspraak van de CRvB van 27 juni 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:1192.