Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:3250
2026-06-03
Civiel recht
11997549 \ MC EXPL 25-6657
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Verweer tegen promotiebijdrage slaagt niet. Gedaagde is de bijdrage die uit de huurovereenkomst voortvloeit verschuldigd. Vordering wordt toegewezen.
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (11.730 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11997549 \ MC EXPL 25-6657
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
VERENIGING BODYFASHION NEDERLAND,
te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: Vereniging Bodyfashion,
gemachtigde: M.J. van Twuijver,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 28 november 2025 met 5 producties,- de conclusie van antwoord met eis in reconventie, - de conclusie van repliek en een vermeerdering van eis in conventie en antwoord in reconventie met productie 6, - de conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie met een productie,
- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De zaak in het kort
2.1
[gedaagde] huurt een showroomruimte in [locatie] in Almere. Onderdeel van de huurovereenkomst is dat [gedaagde] naast de huur ook een promotionele branchebijdrage aan Vereniging Bodyfashion verschuldigd is van € 462,50 per half jaar (hierna: bijdrage). Vereniging Bodyfashion vordert in deze procedure betaling van de achterstallige bijdrage, vermeerderd met rente en kosten. Het gaat om de bijdrage over de periode van 1 juli 2023 tot en met, na eiswijziging, 30 juni 2026. Na de ontvangst van deelbetalingen door [gedaagde] staat er volgens Vereniging Bodyfashion op dit moment € 3.985,79 open.
2.2
[gedaagde] erkent dat zij € 3.315,07 van het openstaande bedrag moet betalen. Dit zijn de bijdragen tot en met 31 december 2025 vermeerderd met rente en kosten en verminderd met de betalingen. [gedaagde] betwist de vordering vanaf 1 januari 2026. [gedaagde] vraagt de kantonrechter om het verplichte lidmaatschap van de Vereniging Bodyfashion te ontbinden, omdat [gedaagde] hierin geen toegevoegde waarde ziet. [gedaagde] zegt dat zij ook geen inzage heeft gehad in de promotionele activiteiten.
3De beoordeling
[gedaagde] moet het gevorderde bedrag betalen
3.1
[gedaagde] heeft de hoofdsom tot en met 31 december 2025 en de bijkomende kosten erkend. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] ook de promotionele bijdrage voor het eerste half jaar van 2026 verschuldigd is, omdat de bijdrage uit de huurovereenkomst volgt. De vordering van Vereniging Bodyfashion wordt toegewezen. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
3.2
Volgens Vereniging Bodyfashion is geen sprake van een verplicht lidmaatschap. Vereniging Bodyfashion wijst erop dat het niet om contributie maar om een promotionele bijdrage gaat. [gedaagde] huurt, samen met andere huurders, een ruimte die onderdeel uitmaakt van het zogeheten Bodyfashion Center. Vereniging Bodyfashion heeft toegelicht dat de bepaling alleen voor de huurders in het Bodyfashion Center geldt en niet voor bedrijven die geen body fashion aanbieden. Vereniging Bodyfashion zegt dat het [gedaagde] vrijstaat om haar lidmaatschap van de vereniging Bodyfashion op te zeggen, maar dat dit haar niet ontslaat van de verplichting om de promotiebijdrage te betalen. De promotiebijdrage volgt namelijk uit de huurovereenkomst. Vereniging Bodyfashion verwijst naar artikel 17 van de huurovereenkomst. Daarin staat:
“Huurder is, gezamenlijk met de huurders welke bij het aangaan van de onderhavige huurovereenkomst deel uitmaken van de Vereniging Bodyfashion Nederland, een promotionele bijdrage aan de Vereniging Bodyfashion Nederland of haar rechtsopvolger(s) verschuldigd van € 55,00 exclusief BTW per m2 showroom per jaar. De Vereniging Bodyfashion Nederland zal de promotionele bijdrage zelfstandig bij de huurders factureren, innen, beheren en besteden. Verhuurder is in geen enkel geval aansprakelijk voor achterstallige betaling of andere zaken die in verband staan met de promotionele bijdrage. De promotionele bijdrage zal worden aangewend voor o.a. promotie en marketing van het gehuurde (nieuwsbrieven, catalogus, kick-off, beheren website) en andere organisatorische activiteiten om traffic van retailpartijen te genereren in [locatie] .”
3.3
De kantonrechter stelt Vereniging Bodyfashion in het gelijk. De promotionele bijdrage is onderdeel van de huurovereenkomst. [gedaagde] , die handelt in de uitvoering van een beroep, heeft hier bij het sluiten van de overeenkomst mee ingestemd. De kantonrechter begrijpt uit het standpunt van [gedaagde] dat zij af wil van de verplichting om de promotionele bijdrage te betalen. Dit kan niet, omdat de promotionele bijdrage is gekoppeld aan de huur. De verplichting om de bijdrage te betalen eindigt pas wanneer de huurovereenkomst ook eindigt. Hoewel de kantonrechter zich kan voorstellen dat bij [gedaagde] verwarring is ontstaan door het woord ‘lidmaatschap’ op de factuur, maakt dit het oordeel over de verschuldigdheid van de vergoeding niet anders. Omdat de bijdrage onderdeel is van de geldende huurovereenkomst, kan [gedaagde] de betaling daarvan niet weigeren. De conclusie is dat [gedaagde] de bijdrage zal moeten (blijven) betalen zo lang de huur voortduurt.
De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente
3.4
Vereniging Bodyfashion vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Vereniging Bodyfashion heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Vereniging Bodyfashion heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Een bedrag van € 572,70 wordt toegewezen. Dit is het bedrag dat bij dagvaarding gevorderd is. De kantonrechter vindt het onredelijk om ook over de bijdrage vanaf 1 januari 2026 buitengerechtelijke kosten te rekenen, omdat [gedaagde] dit termijnbedrag tijdens deze procedure verschuldigd is geworden en niet is gebleken dat Vereniging Bodyfashion hiervoor buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt.
3.5
Omdat [gedaagde] met de betaling van de hoofdsom in verzuim verkeert, is zij wettelijke handelsrente verschuldigd. Tot en met 9 februari 2026 is € 739,80 aan wettelijke handelsrente toewijsbaar.
Slotsom
3.6
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom (dagvaarding) - factuur van 9-1-2026 (eisvermeerdering) - rente tot en met 9-2-2026 - buitengerechtelijke incassokosten
€€€€
4.477,04559,63739,80572,70
+
totaal
€
6.349,17
- betalingen
€
2.409,63
-/-
Totaal
€
3.939,54
3.7
Vanwege de betalingen die [gedaagde] heeft verricht, zijn de buitengerechtelijke incassokosten en de rente tot en met 9 februari 2026 reeds voldaan (artikel 6:44 lid 1 BW). Dit betekent dat € 3.939,54 van de hoofdsom resteert. Over dit bedrag is [gedaagde] de wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf 10 februari 2026 tot de dag van volledige betaling.
3.8
[gedaagde] heeft verzocht om een betalingsregeling. De kantonrechter kan geen betalingsregeling opleggen. Het is aan partijen om hier onderling afspraken over te maken.
De proceskosten
3.9
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vereniging Bodyfashion worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,35
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.356,35
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Vereniging Bodyfashion te betalen een bedrag van € 3.939,54, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW met ingang van 10 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan Vereniging Bodyfashion te betalen een bedrag van € 572,70 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.356,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
PM/45352
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almere
Zaaknummer: 11997549 \ MC EXPL 25-6657
Vonnis van 3 juni 2026
in de zaak van
VERENIGING BODYFASHION NEDERLAND,
te Amersfoort,
eisende partij,
hierna te noemen: Vereniging Bodyfashion,
gemachtigde: M.J. van Twuijver,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1De procedure
1.1
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 28 november 2025 met 5 producties,- de conclusie van antwoord met eis in reconventie, - de conclusie van repliek en een vermeerdering van eis in conventie en antwoord in reconventie met productie 6, - de conclusie van dupliek in conventie en repliek in reconventie met een productie,
- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.
2De zaak in het kort
2.1
[gedaagde] huurt een showroomruimte in [locatie] in Almere. Onderdeel van de huurovereenkomst is dat [gedaagde] naast de huur ook een promotionele branchebijdrage aan Vereniging Bodyfashion verschuldigd is van € 462,50 per half jaar (hierna: bijdrage). Vereniging Bodyfashion vordert in deze procedure betaling van de achterstallige bijdrage, vermeerderd met rente en kosten. Het gaat om de bijdrage over de periode van 1 juli 2023 tot en met, na eiswijziging, 30 juni 2026. Na de ontvangst van deelbetalingen door [gedaagde] staat er volgens Vereniging Bodyfashion op dit moment € 3.985,79 open.
2.2
[gedaagde] erkent dat zij € 3.315,07 van het openstaande bedrag moet betalen. Dit zijn de bijdragen tot en met 31 december 2025 vermeerderd met rente en kosten en verminderd met de betalingen. [gedaagde] betwist de vordering vanaf 1 januari 2026. [gedaagde] vraagt de kantonrechter om het verplichte lidmaatschap van de Vereniging Bodyfashion te ontbinden, omdat [gedaagde] hierin geen toegevoegde waarde ziet. [gedaagde] zegt dat zij ook geen inzage heeft gehad in de promotionele activiteiten.
3De beoordeling
[gedaagde] moet het gevorderde bedrag betalen
3.1
[gedaagde] heeft de hoofdsom tot en met 31 december 2025 en de bijkomende kosten erkend. De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] ook de promotionele bijdrage voor het eerste half jaar van 2026 verschuldigd is, omdat de bijdrage uit de huurovereenkomst volgt. De vordering van Vereniging Bodyfashion wordt toegewezen. Hieronder wordt uitgelegd waarom.
3.2
Volgens Vereniging Bodyfashion is geen sprake van een verplicht lidmaatschap. Vereniging Bodyfashion wijst erop dat het niet om contributie maar om een promotionele bijdrage gaat. [gedaagde] huurt, samen met andere huurders, een ruimte die onderdeel uitmaakt van het zogeheten Bodyfashion Center. Vereniging Bodyfashion heeft toegelicht dat de bepaling alleen voor de huurders in het Bodyfashion Center geldt en niet voor bedrijven die geen body fashion aanbieden. Vereniging Bodyfashion zegt dat het [gedaagde] vrijstaat om haar lidmaatschap van de vereniging Bodyfashion op te zeggen, maar dat dit haar niet ontslaat van de verplichting om de promotiebijdrage te betalen. De promotiebijdrage volgt namelijk uit de huurovereenkomst. Vereniging Bodyfashion verwijst naar artikel 17 van de huurovereenkomst. Daarin staat:
“Huurder is, gezamenlijk met de huurders welke bij het aangaan van de onderhavige huurovereenkomst deel uitmaken van de Vereniging Bodyfashion Nederland, een promotionele bijdrage aan de Vereniging Bodyfashion Nederland of haar rechtsopvolger(s) verschuldigd van € 55,00 exclusief BTW per m2 showroom per jaar. De Vereniging Bodyfashion Nederland zal de promotionele bijdrage zelfstandig bij de huurders factureren, innen, beheren en besteden. Verhuurder is in geen enkel geval aansprakelijk voor achterstallige betaling of andere zaken die in verband staan met de promotionele bijdrage. De promotionele bijdrage zal worden aangewend voor o.a. promotie en marketing van het gehuurde (nieuwsbrieven, catalogus, kick-off, beheren website) en andere organisatorische activiteiten om traffic van retailpartijen te genereren in [locatie] .”
3.3
De kantonrechter stelt Vereniging Bodyfashion in het gelijk. De promotionele bijdrage is onderdeel van de huurovereenkomst. [gedaagde] , die handelt in de uitvoering van een beroep, heeft hier bij het sluiten van de overeenkomst mee ingestemd. De kantonrechter begrijpt uit het standpunt van [gedaagde] dat zij af wil van de verplichting om de promotionele bijdrage te betalen. Dit kan niet, omdat de promotionele bijdrage is gekoppeld aan de huur. De verplichting om de bijdrage te betalen eindigt pas wanneer de huurovereenkomst ook eindigt. Hoewel de kantonrechter zich kan voorstellen dat bij [gedaagde] verwarring is ontstaan door het woord ‘lidmaatschap’ op de factuur, maakt dit het oordeel over de verschuldigdheid van de vergoeding niet anders. Omdat de bijdrage onderdeel is van de geldende huurovereenkomst, kan [gedaagde] de betaling daarvan niet weigeren. De conclusie is dat [gedaagde] de bijdrage zal moeten (blijven) betalen zo lang de huur voortduurt.
De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente
3.4
Vereniging Bodyfashion vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Vereniging Bodyfashion heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Vereniging Bodyfashion heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Een bedrag van € 572,70 wordt toegewezen. Dit is het bedrag dat bij dagvaarding gevorderd is. De kantonrechter vindt het onredelijk om ook over de bijdrage vanaf 1 januari 2026 buitengerechtelijke kosten te rekenen, omdat [gedaagde] dit termijnbedrag tijdens deze procedure verschuldigd is geworden en niet is gebleken dat Vereniging Bodyfashion hiervoor buitengerechtelijke kosten heeft gemaakt.
3.5
Omdat [gedaagde] met de betaling van de hoofdsom in verzuim verkeert, is zij wettelijke handelsrente verschuldigd. Tot en met 9 februari 2026 is € 739,80 aan wettelijke handelsrente toewijsbaar.
Slotsom
3.6
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom (dagvaarding) - factuur van 9-1-2026 (eisvermeerdering) - rente tot en met 9-2-2026 - buitengerechtelijke incassokosten
€€€€
4.477,04559,63739,80572,70
+
totaal
€
6.349,17
- betalingen
€
2.409,63
-/-
Totaal
€
3.939,54
3.7
Vanwege de betalingen die [gedaagde] heeft verricht, zijn de buitengerechtelijke incassokosten en de rente tot en met 9 februari 2026 reeds voldaan (artikel 6:44 lid 1 BW). Dit betekent dat € 3.939,54 van de hoofdsom resteert. Over dit bedrag is [gedaagde] de wettelijke handelsrente verschuldigd vanaf 10 februari 2026 tot de dag van volledige betaling.
3.8
[gedaagde] heeft verzocht om een betalingsregeling. De kantonrechter kan geen betalingsregeling opleggen. Het is aan partijen om hier onderling afspraken over te maken.
De proceskosten
3.9
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vereniging Bodyfashion worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
122,35
- griffierecht
€
514,00
- salaris gemachtigde
€
576,00
(2 punten × € 288,00)
- nakosten
€
144,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.356,35
4De beslissing
De kantonrechter
4.1
veroordeelt [gedaagde] om aan Vereniging Bodyfashion te betalen een bedrag van € 3.939,54, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW met ingang van 10 februari 2026, tot de dag van volledige betaling,
4.2
veroordeelt [gedaagde] om aan Vereniging Bodyfashion te betalen een bedrag van € 572,70 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
4.3
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.356,35, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.5
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. drs. B.G.W.P. Heijne en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.
PM/45352