Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:3059

2026-05-27 Bestuursrecht; Belastingrecht UTR 25/4721
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-05-27
Publicatiedatum
2026-06-04
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Belastingrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
UTR 25/4721
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Parkeerbelasting. Niet aannemelijk gemaakt dat er sprake was van laden en lossen. Het beroep is ongegrond.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (5.502 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht



Bestuursrecht



zaaknummer: UTR 25/4721


proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
27 mei 2026 in de zaak tussen


[eiser] , uit [plaats] , eiser,


en




de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht, verweerder.
(gemachtigde: mr. D.J. Koopmans).




Procesverloop


1.1
De heffingsambtenaar heeft op 11 juni 2025 aan eiser een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiser heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.



1.2
De heffingsambtenaar heeft bij de uitspraak op bezwaar van 30 juli 2025 het bezwaar van eiser ongegrond verklaard.



1.3
Eiser heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.



1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 27 mei 2026. De gemachtigde van de heffingsambtenaar heeft deelgenomen aan de zitting. Eiser is niet verschenen.



1.5
De rechtbank heeft het onderzoek op de zitting gesloten en na afloop van de zitting onmiddellijk uitspraak gedaan.




Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.





Overwegingen

2. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.

3. De rechtbank stelt vast dat niet in geschil is dat de auto van eiser met kenteken het [kenteken] op 1 juni 2025 om 19:43 uur stilstond op een betaald parkeerplaats aan het Berlijnplein in Utrecht zonder dat parkeerbelasting was voldaan.
4. Eiser is het niet eens met de naheffingsaanslag parkeerbelasting. Volgens eiser is er geen sprake geweest van parkeren, maar van laden en lossen. Eiser had de auto in een parkeervak neergezet om vervolgens bloemen bij iemand te bezorgen. Dit zal maximaal vijf minuten hebben geduurd. Eiser was er niet van op de hoogte dat parkeerbelasting moest worden betaald. Eiser vraagt om begrip van de situatie en geeft aan dat de parkeerbelasting voortaan zal worden betaald, ook als het slechts om enkele minuten stilstaan gaat.

5. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Er is voor de heffingsambtenaar geen aanleiding geweest om te twijfelen of er sprake was van parkeren. Uit de foto’s die zijn opgenomen in het brondocument blijkt niet dat er sprake was van directe laad/los activiteiten, zoals een open portier of laadklep of brandende verlichting. Eiser heeft ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij aan het laden en lossen was, zo stelt de heffingsambtenaar.

6. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in zijn betoog. De hoofdregel is dat degene die zijn voertuig parkeert op een betaald parkeren plaats, parkeerbelasting is verschuldigd. Het onmiddellijk laden en lossen van zaken is daarop een uitzondering. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat daarvan sprake is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank is eiser daar niet in geslaagd. Op de overgelegde foto’s van de parkeercontroleurs is niet te zien dat eiser bezig was met laden en lossen. Eiser heeft ook niet op een andere manier aannemelijk gemaakt dat er wel sprake was van laden en lossen. De beroepsgrond slaagt niet.



Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond en er bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of vergoeding van het griffierecht.

8. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.















Deze uitspraak is gedaan door mr. M.W.A. Schimmel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.A. Mulder, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 27 mei 2026.














griffier


rechter








Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:





Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.




Dat volgt uit art. 225, tweede lid, van de Gemeentewet.


Zie bijvoorbeeld de uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 10 oktober 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:4311.