Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:2856

2026-02-24 Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht 25/5115
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-02-24
Publicatiedatum
2026-05-26
Rechtsgebied
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
25/5115
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Toekenning pgb driewielige scootmobiel. Eiseres vindt een vijfwielige scootmobiel aangewezen. Onderzoek zorgvuldig. Geboden voorziening compenseert voldoende.

Citeert (1)

Geciteerd door (0)

  • geen

Volledige tekst

Volledige tekst (11.630 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Zittingsplaats Utrecht



Bestuursrecht



zaaknummer: UTR 25/5115


uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
(gemachtigde: mr. K. Wevers),


en




het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug, het college
(gemachtigde: mr. M. van Rhijn).





Procesverloop

1. Bij besluit van 20 februari 2025 heeft het college aan eiseres een persoonsgebonden budget (pgb) van € 2.775,89 toegekend voor de aanschaf van een scootmobiel.

2. Bij besluit van 5 augustus 2025 (het bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

3. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

4. De rechtbank heeft het beroep op 13 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het college. Eiseres en haar gemachtigde zijn, met voorafgaand bericht, niet verschenen.



Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt of het college terecht aan eiseres een pgb van € 2.775,89 heeft toegekend. Zij doet dit aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

6. Het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.



Inleiding


7. Eiseres is bekend met een reumatische aandoening, hartfalen, een chronische longaandoening en diabetes. De reumatische klachten zijn de afgelopen jaren toegenomen. Eiseres ervaart pijnklachten, verminderde kracht en gevoel in handen en vingers, verminderd evenwicht en vermoeidheid.

8. Op 30 oktober 2024 heeft eiseres een melding gedaan voor een maatwerkvoorziening in de vorm van een pgb voor de aanschaf van een scootmobiel met vijf wielen.

9. Naar aanleiding van de melding is onderzoek gedaan door Factum. De bevindingen zijn neergelegd in een rapport van 28 januari 2025 (het rapport) met een programma van eisen. Eiseres heeft op 17 februari 2025 een aanvraag ingediend. Het college heeft bij besluit van 20 februari 2025 aan eiseres een pgb van € 2.775,89 toegekend voor de aanschaf van een extra geveerde scootmobiel met drie wielen.

10. Het college moet bij een aanvraag om een maatwerkvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015) een zorgvuldig onderzoek verrichten en daarbij vier stappen doorlopen. Het moet voldoende kennis verzamelen over de relevante feiten en omstandigheden en de belangen afwegen. Eerst stelt het de hulpvraag vast (stap 1), daarna bepaalt het college welke problemen iemand ervaart bij zelfredzaamheid en participatie (stap 2), welke ondersteuning nodig is om deze problemen te compenseren (stap 3) en of eigen mogelijkheden, gebruikelijke hulp, mantelzorg, het sociale netwerk of algemene voorzieningen voldoende zijn (stap 4). Het geschil ziet op de beoordeling van de beperkingen (stap 2) en op de vraag of de toegekende voorziening een passende compensatie biedt (stap 3).



Zijn de concrete beperkingen zorgvuldig en juist vastgesteld? (stap 2)


11. Eiseres betoogt dat het rapport onzorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd, nu geen contact is opgenomen met de ergotherapeut, handtherapeut en huisarts en hun verklaringen ongemotiveerd terzijde zijn geschoven. Ook is volgens haar niet uitgelegd waarom haar beperkingen niet noodzaken tot een scootmobiel met vijf wielen.


12.1.
Deze grond slaagt niet. Het college mocht zich bij de vaststelling van de beperkingen baseren op het rapport, nu dit zorgvuldig tot stand is gekomen, inzichtelijk is en logisch is onderbouwd. Het rapport is namelijk gebaseerd op dossieronderzoek, eigen observaties en een huisbezoek op 6 januari 2025 en betrekt de informatie van de huisarts en de ergotherapeut kenbaar bij de beoordeling. Dat niet met alle behandelaars afzonderlijk contact is opgenomen, maakt het onderzoek niet onzorgvuldig. De beschikbare (para-) medische informatie was voldoende om de situatie te beoordelen. De gemachtigde van het college heeft ter zitting toegelicht dat de informatie van de handtherapeut in bezwaar is voorgelegd aan de medisch adviseur, die mondeling heeft aangegeven dat de informatie geen aanleiding gaf het rapport te wijzigen. Dat deze stap niet schriftelijk is vastgelegd in een aanvullend rapport dan wel de beslissing op bezwaar, leidt in dit geval niet tot het oordeel dat het onderzoek onzorgvuldig is verricht, omdat de verminderde handfunctie wel is meegenomen in de beoordeling.



12.2.

Het programma van eisen houdt rekening met (onder meer) de door de behandelaars van eiseres genoemde verminderde handfunctie, pijnklachten en rug- en schouderklachten. Of deze beperkingen nopen tot een scootmobiel met vijf wielen, ziet op de vraag welke voorziening nodig is. Die vraag komt aan de orde bij stap 3.

Compenseert de geboden voorziening voldoende? (stap 3)


13. Eiseres betoogt dat zij met een standaard driewielige scootmobiel haar tuin niet kan bereiken en winkels niet kan betreden, omdat het sturen te veel kracht vraagt van haar handen en polsen. Deelname aan het verkeer en aan het sociaal leven is daardoor niet veilig en zelfstandig mogelijk. Daarnaast heeft het college geen concreet alternatief onderzocht of benoemd dat daadwerkelijk aan het programma van eisen voldoet. Er is geen merk of type genoemd en geen praktische toets uitgevoerd met een driewielige scootmobiel. Volgens eiseres is daarom onvoldoende onderbouwd dat met het toegekende pgb een passende voorziening kan worden aangeschaft.

14. Deze grond slaagt niet. Het college heeft zich op goede gronden op het standpunt gesteld dat de toegekende voorziening een passende en toereikende bijdrage levert aan het opheffen of verminderen van de beperkingen van eiseres.



14.1.
Uit het programma van eisen volgt dat eiseres is aangewezen op een scootmobiel met (onder meer) lichte stuurbediening, voetgas of cruise control, extra vering en een kleine draaicirkel van maximaal 150 cm. In het rapport is gemotiveerd dat er geen medische noodzaak bestaat voor een scootmobiel met vijf wielen en dat eiseres een driewielige scootmobiel kan gebruiken, mits deze voldoet aan het programma van eisen. Niet is gebleken, en door eiseres is ook niet onderbouwd met concrete medische of technische gegevens, dat een driewielige scootmobiel de vastgestelde beperkingen van eiseres niet kan compenseren. Dat eiseres met een driewielige scootmobiel haar tuin en winkels niet kan bereiken, is evenmin onderbouwd met objectieve gegevens. In het programma van eisen is juist rekening gehouden met de noodzaak tot veilig manoeuvreren in de directe woonomgeving en het gebruik in de openbare ruimte, doordat de scootmobiel moet beschikken over een kleine draaicirkel. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om te oordelen dat een driewielige scootmobiel als zodanig niet passend is.



14.2.

Voor zover eiseres aanvoert dat het college geen concreet alternatief heeft onderzocht, overweegt de rechtbank dat het college niet gehouden is alle typen en/of merken scootmobielen afzonderlijk te onderzoeken. Beslissend is of aannemelijk is dat een driewielige scootmobiel beschikbaar is die aan het vastgestelde programma van eisen voldoet. Het college heeft ter zitting inzichtelijk toegelicht dat bij een leverancier is nagevraagd of een driewielige scootmobiel bestaat die aan het programma van eisen voldoet en welk bedrag daarbij hoort. Daarmee heeft het college zich er voldoende van vergewist dat een passende driewielige scootmobiel beschikbaar is. Het college heeft verder toegelicht dat het pgb is vastgesteld op de kostprijs van de in deze situatie goedkoopst adequate maatwerkvoorziening in natura. Deze wijze van vaststelling sluit aan bij de wettelijke regelgeving over de vaststelling van de hoogte van een pgb. Niet is gebleken, en door eiseres is ook niet onderbouwd, dat met het toegekende pgb geen driewielige scootmobiel kan worden aangeschaft die aan het programma van eisen voldoet.


Strijd met het evenredigheidsbeginsel?


15. Eiseres betoogt dat het college door uitsluitend naar de kosten te kijken en niet naar effectiviteit van de voorziening, geen zorgvuldige individuele belangenafweging heeft gemaakt en daarmee in strijd heeft gehandeld met het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 van de Awb).

16. Deze grond slaagt niet. Eiseres heeft niet geconcretiseerd waarom de gevolgen van het besluit voor haar onevenredig zouden zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doel. Het college is uitgegaan van een voorziening die volgens het medisch advies passend is en heeft het pgb afgestemd op de goedkoopste adequate maatwerkvoorziening. Niet is gebleken dat de uitkomst van het besluit voor eiseres onevenredig uitpakt. Van strijd met het evenredigheidsbeginsel is dan ook geen sprake.




Conclusie en gevolgen


17. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen recht heeft op een hoger pgb voor de aanschaf van een scootmobiel dan het bedrag dat het college heeft toegekend. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.





Beslissing


De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.




Deze uitspraak is gedaan door mr. C.J. van Niejenhuis-Baijens, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. van de Biesebos, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 24 februari 2026.






griffier rechter









De griffier is verhinderd









de uitspraak te ondertekenen



Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:




Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.


Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.



Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.



Dit volgt uit de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 21 maart 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:819.


Zoals is voorgeschreven in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb).


Zoals is voorgeschreven in artikel 2.3.5 van de Wmo 2015.


Zie artikel 13, vierde lid, aanhef en onder a, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Utrechtse Heuvelrug 2025.