Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:1911

2026-04-15 Civiel recht 11956135 \ UC EXPL 25-8649
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-04-15
Publicatiedatum
2026-04-26
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Eerste aanleg - enkelvoudig
Zaaknummer
11956135 \ UC EXPL 25-8649
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Stedin mag gastoevoer afsluiten omdat gedaagde geen contract heeft met een energieleverancier

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (9.279 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND


Civiel recht
Kantonrechter



Zittingsplaats Utrecht



Zaaknummer: 11956135 \ UC EXPL 25-8649




Vonnis van 15 april 2026




in de zaak van



de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STEDIN NETBEHEER B.V.,
gevestigd in Rotterdam,
eisende partij,
hierna te noemen: Stedin,
gemachtigde: Bosveld Gerechtsdeurwaarders B.V.,



tegen





[gedaagde]
,
wonend in [plaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.





1De procedure


1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties - de mondelinge conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de mondelinge conclusie van dupliek met producties.




1.2
Ten slotte is vonnis bepaald.






2De kern van de zaak


2.1

[gedaagde] heeft niet aangetoond dat hij een contract heeft met een energieleverancier voor de levering van gas en dat is verplicht zolang er een gasaansluiting is. Stedin krijgt daarom toestemming om in de woning van [gedaagde] de gasaansluiting af te sluiten en [gedaagde] moet de kosten daarvan betalen.








3De vordering van Stedin


3.1
Stedin vordert - samengevat – dat zij wordt gemachtigd om de gasaansluiting af te sluiten; dat zij daarvoor de woning gedeeltelijk mag ontruimen en dat [gedaagde] de kosten van afsluiting en bijkomende kosten moet betalen.



3.2

[gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.






4De beoordeling



De dagvaarding is niet nietig




4.1


[gedaagde] stelt dat de termijn tussen de betekende dagvaarding van
3 november 2025 en de civiele rolzitting van 12 november wettelijk niet in orde is. De kantonrechter passeert dit verweer op grond van artikel 114 Rv waarin is bepaald dat de termijn van dagvaarding ten minste een week is. Dat is hier het geval.




De algemene voorwaarden zijn niet van toepassing





4.2
De kantonrechter constateert dat Stedin verwijst naar bedingen in haar algemene voorwaarden. Dat begrijpt de kantonrechter niet, omdat Stedin ook stelt dat geen sprake (meer) is van een overeenkomst. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, kan niet als vaststaand worden aangenomen dat de door Stedin gehanteerde algemene voorwaarden, ondanks het ontbreken van een overeenkomst, wel van toepassing zouden zijn. Algemene voorwaarden moeten immers worden bedongen: zij zijn pas van toepassing als de gelding daarvan is aanvaard (zie artikel 6:231 onder c BW), wat in de regel gebeurt bij overeenkomst.



Stedin mag de gasaansluiting in de woning afsluiten





4.3


[gedaagde] woont in de woning aan de [adres] in [plaats] . Die woning heeft een elektriciteitsaansluiting en een gasaansluiting. Volgens [gedaagde] heeft hij een contract met Eneco, zowel voor elektriciteit als voor gas, maar hoeft hij de meterstanden van het gas niet meer door te geven omdat hij al sinds 2010 geen gas meer gebruikt. De kantonrechter volgt [gedaagde] hierin niet. Volgens Stedin is er sinds 14 oktober 2022 geen contract met een energieleverancier voor de levering van gas voor de woning van [gedaagde] . De meest recente jaarnota van Eneco die [gedaagde] heeft overgelegd is die over de periode 17 oktober 2012 tot 3 oktober 2013. In die periode heeft [gedaagde] volgens die jaarnota 1.307 m3 gas verbruikt. Daarmee toont [gedaagde] dus niet aan dat hij sinds 2010 helemaal geen gas meer gebruikt en ook niet dat hij nu nog steeds een energiecontract heeft voor de levering van gas. Als er voor een woning geen contract met een energieleverancier is afgesloten, is Stedin wettelijk verplicht om de woning van energie af te sluiten omdat zij als netbeheerder zelf geen energie mag leveren. Stedin heeft meerdere brieven gestuurd aan [gedaagde] waarin is uitgelegd dat er een energiecontract moet worden afgesloten en dat anders de gasaansluiting van de woning zal worden afgesloten. Desondanks is er nog steeds geen contract afgesloten, zodat Stedin toestemming krijgt om de meterstanden op te nemen en de energielevering voor het gas te onderbreken.

Stedin mag de woning daarvoor ontruimen





4.4
Stedin heeft onderbouwd dat een tijdelijke en gedeeltelijke ontruiming van de woning op grond van artikel 558 aanhef en onder b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) noodzakelijk is om de afsluitwerkzaamheden uit te voeren. Stedin krijgt daarom toestemming om door middel van deze ontruiming haar werkzaamheden te verrichten. [gedaagde] is gehouden die werkzaamheden te gedogen.




[gedaagde] moet de kosten van de afsluiting en de buitengerechtelijke incassokosten betalen





4.5
De vorderingen voor de buitengerechtelijke incassokosten en de afsluitkosten zullen worden toegewezen, vermeerderd met de daarover gevorderde rente, en wel op de manier zoals hieronder (onder de beslissing) is vermeld.




[gedaagde] moet de proceskosten betalen





4.6

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stedin worden begroot op:









- kosten van de dagvaarding


€


120,78







- griffierecht


€


135,00







- salaris gemachtigde


€


174,00


(2 punten × € 87,00)




- nakosten


€


43,50


(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)




Totaal


€


473,28














5De beslissing


De kantonrechter:



5.1
machtigt Stedin om werkzaamheden te verrichten aan het adres [adres] in [plaats] bestaande uit het opnemen van de meterstanden en het onderbreken van de energielevering door Stedin, al dan niet door middel van terugname door Stedin van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting zoals vermeld in het petitum van de dagvaarding;



5.2
veroordeelt [gedaagde] te gedogen dat Stedin door middel van tijdelijke of gedeeltelijke ontruiming in de zin van artikel 558 aanhef en onder b Rv van het pand aan dit adres werkzaamheden verricht bestaande het opnemen van de meterstanden en het onderbreken van de energielevering door Stedin al dan niet door terugname door Stedin van de door haar ter beschikking gestelde energiemeters/meetinrichting zoals vermeld in het petitum van de dagvaarding;



5.3
veroordeelt [gedaagde] om aan Stedintegen bewijs van kwijting te betalen € 167,24 indien Stedin is overgegaan tot afsluiting van de gasaansluiting;



5.4

veroordeelt [gedaagde] om aan Stedin tegen bewijs van kwijting te betalen
€ 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van 3 november 2025;




5.5
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van € 473,28, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen,



5.6
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.



Dit vonnis is gewezen door mr. I.L. Rijnbout en in het openbaar uitgesproken op 15 april 2026.