Neuralex RechtspraakNeuralex Rechtspraak
Inloggen staging

Rechtbank Midden-Nederland

ECLI:NL:RBMNE:2026:1745

2026-03-24 Civiel recht C/16/598257 / FO RK 25-1027
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen

Gegevens

Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Uitspraakdatum
2026-03-24
Publicatiedatum
2026-04-22
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedure
Beschikking
Zaaknummer
C/16/598257 / FO RK 25-1027
Type
Uitspraak
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Inhoudsindicatie

Duo-moeder adoptie

Citeert (0)

  • geen

Geciteerd door (0)

  • geen

Wetsverwijzingen

Volledige tekst

Volledige tekst (6.430 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht


locatie Utrecht



zaaknummer: C/16/598257 / FO RK 25-1027



Adoptie duo-moeder




Beschikking van 24 maart 2026




in de zaak van:





[verzoekster]
,
wonende in [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,



met als belanghebbende





[de moeder]
,
wonende in [woonplaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna te noemen: de moeder.






1De procedure


De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:



het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 13 augustus 2025;


het bericht van [verzoekster] van 16 augustus 2025 met bijlagen;


het bericht van [verzoekster] van 21 augustus 2025 met bijlage;


het bericht van [verzoekster] van 15 januari 2026 met bijlage;


het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming van 29 januari 2026;


het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming van 4 februari 2026.






2Waar de procedure over gaat


2.1

[verzoekster] is met de moeder gehuwd op [trouwdatum] 2017 in [plaats] .



2.2

Tijdens dit huwelijk is de moeder bevallen van een zoon:
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] .




2.3
De zwangerschap van de moeder is tot stand gekomen door middel van kunstmatige inseminatie. De donor is: [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 1993 in [geboorteplaats 2] , Zwitserland.



2.4

[verzoekster] en de moeder hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige 1] .



2.5


[verzoekster] wil [minderjarige 1] adopteren. De moeder staat achter dit verzoek.

3 De beoordeling





Adoptie




3.1
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [minderjarige 1] door [verzoekster] uitspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.



3.2
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank is van oordeel dat hieraan is voldaan.



3.3
Volgens de rechtbank is de adoptie in het belang van [minderjarige 1] , want hij wordt door [verzoekster] en de moeder samen verzorgd en opgevoed. Vaststaat dat de donor geen ouderrol zal vervullen voor [minderjarige 1] . Ook heeft [verzoekster] de vereiste verklaringen overgelegd, te weten:


de verklaring van de donor van 13 augustus 2025, waaruit blijkt dat hij instemt met de adoptie;


de verklaring van de moeder van 21 juni 2025, waaruit blijkt dat zij instemt met de adoptie.





Ingangsdatum




3.4
De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 1] , omdat de adoptie voor zijn geboorte is verzocht.



Geslachtsnaam




3.5

[verzoekster] en de moeder hebben voor [minderjarige 1] de geslachtsnaam [geslachtsnaam] gekozen. De rechtbank zal deze naamskeuze in de beslissing opnemen.





4De beslissing


De rechtbank:



4.1

spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het mannelijke geslacht:


[minderjarige 1]
, geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] ,
door:


[verzoekster]
, geboren op [geboortedatum 3] 1989 in [geboorteplaats 3] ;




4.2
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 1] ;



4.3
stelt vast dat [verzoekster] en de moeder hebben verklaard dat [minderjarige 1] de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen na de adoptie, zodat hij zal blijven heten: [minderjarige 1];



4.4
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Utrecht .









Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.






























Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.




















Artikel 1:230 lid 2 BW.


Artikel 1:5 lid 3 BW.