Rechtbank Midden-Nederland
ECLI:NL:RBMNE:2026:1740
2026-03-24
Civiel recht; Personen- en familierecht
C/16/599339 / FO RK 25-1122
Geen vernietiging bekend in de formele procesketen
Inhoudsindicatie
Duo-moeder adoptie
Citeert (0)
- geen
Geciteerd door (0)
- geen
Wetsverwijzingen
Volledige tekst
Volledige tekst (7.103 tekens)
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/599339 / FO RK 25-1122
Adoptie duo-moeder
Beschikking van 24 maart 2026
in de zaak van:
[verzoekster]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
[de moeder]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder.
1De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 5 september 2025;
het bericht van verzoekster van 9 september 2025 met bijlage;
het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 15 september 2025;
het bericht van verzoekster van 5 december 2025 met bijlage;
de brief van de Raad van 5 februari 2026.
2Waar de procedure over gaat
2.1
Verzoekster is met de moeder gehuwd op [trouwdatum] 2022 in [plaats] .
2.2
Tijdens dit huwelijk is verzoekster bevallen van een dochter: [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] . De moeder heeft [minderjarige 1] geadopteerd.
2.3
Vervolgens is de moeder bevallen van een dochter: [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2] .
2.4
De zwangerschap van de moeder van [minderjarige 2] is tot stand gekomen door middel van kunstmatige inseminatie. De donor is: [A], geboren op [geboortedatum 3] 1991 in [geboorteplaats 3] .
2.5
Verzoekster en de moeder hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] .
2.6
Verzoekster wil [minderjarige 2] adopteren. De moeder staat achter dit verzoek.
3De beoordeling
Relatieve bevoegdheid
3.1
Verzoekster en de moeder wonen in [woonplaats] . Gelet daarop is in beginsel de rechtbank Noord-Holland bevoegd om kennis te nemen van het verzoekschrift. Verzoekster en de moeder hebben echter schriftelijk verklaard dat zij er geen bezwaar tegen hebben dat het verzoekschrift wordt behandeld door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. Om die reden zal deze rechtbank de zaak alsnog beoordelen en niet verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland.
Adoptie
3.2
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [minderjarige 2] door verzoekster uitspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.3
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank is van oordeel dat hieraan is voldaan.
3.4
Volgens de rechtbank is de adoptie in het belang van [minderjarige 2] , want zij wordt door verzoekster en de moeder samen verzorgd en opgevoed. Vaststaat dat de donor geen ouderrol zal vervullen voor [minderjarige 2] . Ook heeft verzoekster de vereiste verklaringen overgelegd, te weten:
de verklaring van de donor van 4 juli 2025, waaruit blijkt dat hij instemt met de adoptie;
de verklaring van de moeder van 3 augustus 2025, waaruit blijkt dat zij instemt met de adoptie.
Ingangsdatum
3.5
De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 2] , omdat de adoptie voor haar geboorte is verzocht.
Geslachtsnaam
3.6
[minderjarige 2] zal na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] dragen, want het oudste kind van partijen heeft ook die naam.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het vrouwelijke geslacht:
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2] ,
door:
[verzoekster]
, geboren op [geboortedatum 4] 1997 in [geboorteplaats 4] ;
4.2
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 2] ;
4.3
stelt vast dat [minderjarige 2] na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen, zodat zij zal blijven heten: [minderjarige 2];
4.4
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Alkmaar.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Artikel 270 lid 1 Rv
Artikel 1:230 lid 2 BW
Artikel 1:5 lid 8 BW
Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/599339 / FO RK 25-1122
Adoptie duo-moeder
Beschikking van 24 maart 2026
in de zaak van:
[verzoekster]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
[de moeder]
,
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: de moeder.
1De procedure
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen op 5 september 2025;
het bericht van verzoekster van 9 september 2025 met bijlage;
het bericht van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 15 september 2025;
het bericht van verzoekster van 5 december 2025 met bijlage;
de brief van de Raad van 5 februari 2026.
2Waar de procedure over gaat
2.1
Verzoekster is met de moeder gehuwd op [trouwdatum] 2022 in [plaats] .
2.2
Tijdens dit huwelijk is verzoekster bevallen van een dochter: [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2022 in [geboorteplaats 1] . De moeder heeft [minderjarige 1] geadopteerd.
2.3
Vervolgens is de moeder bevallen van een dochter: [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2] .
2.4
De zwangerschap van de moeder van [minderjarige 2] is tot stand gekomen door middel van kunstmatige inseminatie. De donor is: [A], geboren op [geboortedatum 3] 1991 in [geboorteplaats 3] .
2.5
Verzoekster en de moeder hebben samen het ouderlijk gezag over [minderjarige 2] .
2.6
Verzoekster wil [minderjarige 2] adopteren. De moeder staat achter dit verzoek.
3De beoordeling
Relatieve bevoegdheid
3.1
Verzoekster en de moeder wonen in [woonplaats] . Gelet daarop is in beginsel de rechtbank Noord-Holland bevoegd om kennis te nemen van het verzoekschrift. Verzoekster en de moeder hebben echter schriftelijk verklaard dat zij er geen bezwaar tegen hebben dat het verzoekschrift wordt behandeld door de rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht. Om die reden zal deze rechtbank de zaak alsnog beoordelen en niet verwijzen naar de rechtbank Noord-Holland.
Adoptie
3.2
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [minderjarige 2] door verzoekster uitspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.3
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank is van oordeel dat hieraan is voldaan.
3.4
Volgens de rechtbank is de adoptie in het belang van [minderjarige 2] , want zij wordt door verzoekster en de moeder samen verzorgd en opgevoed. Vaststaat dat de donor geen ouderrol zal vervullen voor [minderjarige 2] . Ook heeft verzoekster de vereiste verklaringen overgelegd, te weten:
de verklaring van de donor van 4 juli 2025, waaruit blijkt dat hij instemt met de adoptie;
de verklaring van de moeder van 3 augustus 2025, waaruit blijkt dat zij instemt met de adoptie.
Ingangsdatum
3.5
De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 2] , omdat de adoptie voor haar geboorte is verzocht.
Geslachtsnaam
3.6
[minderjarige 2] zal na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] dragen, want het oudste kind van partijen heeft ook die naam.
4De beslissing
De rechtbank:
4.1
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het vrouwelijke geslacht:
[minderjarige 2]
, geboren op [geboortedatum 2] 2025 in [geboorteplaats 2] ,
door:
[verzoekster]
, geboren op [geboortedatum 4] 1997 in [geboorteplaats 4] ;
4.2
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige 2] ;
4.3
stelt vast dat [minderjarige 2] na de adoptie de geslachtsnaam [geslachtsnaam] zal dragen, zodat zij zal blijven heten: [minderjarige 2];
4.4
draagt de griffier op om niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking – en als daartegen geen hoger beroep is ingesteld – een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Alkmaar.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. A.G. van Doorn, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. H.E. Broersma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 maart 2026.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!
Artikel 270 lid 1 Rv
Artikel 1:230 lid 2 BW
Artikel 1:5 lid 8 BW